Schriftuitleg


Schriftuitleg van 11 februari 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Leviticus 13, 1 -2.45-46

De Heer sprak tot Mozes: ‘Heeft iemand een gezwel, uit­slag of een vlek op zijn huid, en gaat het lijken op huidziekte, dan moet men hem bij de priester Aäron of bij een priester van diens geslacht brengen. Degene die aan huidziekte lijdt, moet in gescheurde kleren lopen, en zijn haren los laten hangen; hij moet zijn baard bedekken, en roepen: Onrein, onrein! Zolang de ziekte duurt, is hij onrein; hij moet apart wonen, en buiten het kamp blijven’.

Tweede lezing 1 Korintiërs 10, 31-11, 1

Broeders en zusters, Of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods. Geeft geen aanstoot, noch aan joden noch aan Grieken noch aan Gods kerk; ook ik tracht allen zoveel mogelijk ter wille te zijn en ik zoek niet mijn eigen voordeel maar dat van de gemeenschap, opdat allen gered worden. Weest mijn navolgers zoals ik het ben van Christus.

Evangelielezing Marcus 1,40-45

In die tijd kwam er eens een melaatse bij Jezus die op zijn knieën viel en Hem smeekte: ‘Als Gij wilt kunt Gij mij reini­gen’. Door medelijden bewogen stak Hij de hand uit raakte hem aan en sprak tot hem: ‘Ik wil, word rein’. Terstond ver­dween de melaatsheid en was hij gereinigd. Terwijl Hij hem wegstuurde vermaande Hij hem met klem: ‘Zorg ervoor dat ge aan niemand iets zegt, maar ga u laten zien aan de priester en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorge­schreven, om ze het bewijs te leveren’. Eenmaal vertrokken begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertel­len en ruchtbaarheid aan de zaak te geven, met het gevolg dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen verbleef. Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘Innerlijke genezing’. Innerlijke genezing is een geestelijke genezing van God uit. God kan elk mens naar het lichaam genezen in een ogenblik, maar ook langs de weg van het natuurlijke herstel. Die weg duurt langer, maar is even effectief. Wat God niet geneest is de ziel, omdat Hij dan de vrije wil van de mens van hem af neemt, en daarmee ook zijn mens-zijn. Waar hem staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Want een zieke ziel is het gevolg van de verkeerde beslissingen van de vrije wil van een mens. Geen mens wordt met een zieke ziel geboren, soms wel met een gebrekkig lichaam, maar de ziel is gezond. In de loop van een mensenleven kunnen zonden worden begaan, waardoor de ziel van een mens ziek wordt. Een zonde is altijd een daad, welke tegen de wil van God in gaat en daardoor ook tegen de, aan ons mensen gegeven, natuur. Wie dus niet naar God wil luisteren, die gaat zijn eigen wegen in het leven en die lopen allemaal uit op de geestelijke dood, vooraf gegaan door een ziekte van de ziel. Want wat is een ziekte van de ziel? Namelijk de verkeerde opvattingen over wat God van ons mensen verlangt en de daaruit vloeiende gevolgen. Zoals egoďsme, haat, hebzucht, hoogmoed en meer van dergelijke fraaie eigenschappen. Wij mensen – zoals alle schepselen – leven dankzij onze liefde. Want liefde en leven zijn precies hetzelfde, omdat het Leven van onze Schepper God Zijn Liefde is. Daarom ook is de liefde van alle schepselen ook hun leven. Bij vele dieren is er erg veel eigenliefde aanwezig, omdat zij van nature kwaadaardig zijn. Dat kan dieren niet kwalijk genomen worden, omdat zij vallen onder de almacht van God. Ja, ook planten laten hun kwaadaardigheid zien doordat zij giftig of in ieder geval nutteloos zijn. Maar mensen zijn geboren met een absoluut vrije wil. Wij hebben de vrijheid en het besef om te kiezen tussen wat goed is en wat niet goed, dus kwaad is. Weliswaar worden wij beďnvloed en, in de vroege jeugd, gestuurd door de omgeving waarin wij opgroeien, maar elk mens die naar zijn geweten luistert – en deze niet door zijn eigen geweten te negeren, waardoor deze dan niet meer gehoord kan worden – weet van binnenuit wat wel of niet goed is. Wie tegen zijn eigen natuur, welke liefde voor de naasten is, ingaat, die maakt zijn ziel ziek. Deze zieke ziel is moeilijk te genezen, tenzij de mens dit zelf wil. Wie tot betere inzichten komt, de Waarheid vanuit God gaat zoeken en daarmee God, die krijgt van God uit hulp om weer gezond te worden naar het belangrijkste; zijn ziel. Een gezonde ziel is oneindig belangrijker dan een gezond lichaam. Want een ziel gaat eeuwig mee, een lichaam slechts een beperkt aantal jaren op Aarde. Daarom ook is het werken aan een gezonde ziel het belangrijkste; veel belangrijker dan het werken aan een gezond lichaam, zoals de mensen van onze tijd denken. Ziekte van het lichaam kan zelfs gegeven worden om de ziel gezond te maken. Want dan wordt het aardse relatief belangrijk en niet meer absoluut belangrijk. Dan wordt er nagedacht over het leven na dit leven op Aarde. Dan gaat een mens zich inspannen om in de eeuwigheid het beter te hebben dan op Aarde. Wie jong en gezond is denkt vaak niet aan de eeuwigheid en verpest zijn leven gemakkelijk. Of, zoals de dichter Guido Gezelle het uitdrukte: ‘Ik heb de gaven van mijn jeugd verspeeld, voor wat vluchtig genot, waar niets van is overgebleven dan een wrange nasmaak’. Wie zo oud wil worden, vaak ook in waandenkbeelden, die mag dit doen. Is de mens geestelijk te redden, dan komt vaak een lichamelijke ziekte erbij, om de mens tot inkeer te brengen. Wie niet te redden is, die wordt vaak met rust gelaten op Aarde, wordt veelal lichamelijk gezond oud, maar heeft niets meer te verwachten in het hiernamaals, dan heel veel ellende. Echter niet Gods genade. Ook onder de Israëlieten waren er vele zondaren. Ook zij, indien geestelijk te redden, werden ziek. En, omdat de hygiëne in de woestijn veel te wensen overliet, vaak door huidziekten, God was streng voor deze mensen met een besmettelijke huidziekte; zij moesten dit aan hun medemensen zelf melden en zij moesten buiten het kamp leven. Ja, zij moesten al van verre zichtbaar zijn. Maar genezing werd niet uitgesloten; wie zijn innerlijk, dus zijn ziel, genas door Godsvrucht, die werd soms ook naar het lichaam geholpen. God is eindeloos barmhartig en zondaren, ongeacht hoe zwaar hun zonden zijn, kunnen Gods genade en barmhartigheid verkrijgen, maar enkel op Gods voorwaarden: berouw over de zonden, vragen om Gods genade en barmhartigheid en een vast voornemen om niet meer te zondigen. Bij vele mensen in de tijd van Jezus Christus op Aarde, vermaande Hij dan ook de genezen mensen om niet meer te zondigen, omdat zij anders nog zwaarder zouden moeten lijden dan ervoor. De melaatse, welke Jezus Christus in het evangelie van vandaag van zijn melaatsheid bevrijdde, gaf Hij niet deze waarschuwing mee. Nee, Hij beval hem enkel nadrukkelijk om Hem niet te verraden en stil weg te gaan naar de priester en te offeren wat Mozes had voorgeschreven als bewijs van zijn genezing. Maar deed deze vroegere melaatse dat? Welnee, hij gehoorzaamde Jezus Christus niet, integendeel, hij verkondigde aan iedereen die wilde luisteren wat hem was overkomen. Is zo’n mens dan rijp om het zondigen te laten? Nee, daarvoor is hij te eigenwijs! Hij gaat zijn eigen wegen en heeft geen liefde voor anderen, zelfs niet voor Diegene die hem van deze vreselijke ziekte van melaatsheid genas. Hij deed het tegendeel van wat Paulus aan de Korintiërs aan beviel; hij deed niets ter ere van God, maar enkel voor zijn eigen eer en roem. Zulke mensen zijn er erg veel in onze tijd. Zij denken zonder God te kunnen leven, ja zij beweren zelfs dat er geen God is. Helaas zullen velen van hen tot de ontdekking komen dat zij zich vergissen, wanneer het voor hen te laat is en zij in de afgrond van de hel terecht zijn gekomen. Arme mensen die zo in de leugens van Satan en zijn aanhangers geloven, dat zij niet meer in God willen geloven en daarom verloren gaan! Want alleen zij die God volgen in een levend, dus daadwerkelijk geloof in Hem, in alle deemoed, in zachtmoedigheid en geduld, kunnen bewoners worden van God Rijk, dus in het hiernamaals naar de hemel gaan. Want zij hebben zich door God in Jezus Christus laten leiden door Zijn Leer te doen door God en hun naasten lief te hebben. En dan staat wellicht ook de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem voor al die mensen open. Laten wij daarom vanaf heden als daadwerkelijke christenen leven en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN