Schriftuitleg


Schriftuitleg van 11 maart 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing 2 Kronieken 36, 14-16.19-23

n die dagen maakten ook al de voornaamste priesters en het volk zich herhaaldelijk schuldig aan de gruweldaden der heidenen, en ontheiligden de tempel van Jeruzalem, die aan de Heer gewijd was. En de Heer, de God van hun voorvaderen, stuurde almaar gezanten naar hen toe, want Hij had medelijden met zijn volk en met zijn woning. Maar zij verachtten Gods gezanten, spotten met hun bood­schap, en maakten zich vrolijk over de profeten, zodat ten slotte de toorn des Heren wel genadeloos moest losbar­sten over het volk. De koning der Chaldeeën liet de tempel in brand steken, en de muur van Jeruzalem afbreken; en alle paleizen liet hij platbranden, zodat alle kostbaarheden verloren gingen. Allen die aan het zwaard ontkomen wa­ren, liet hij in ballingschap wegvoeren naar Babel, waar zij hem en zijn zonen als slaven moesten dienen tot het Perzische rijk aan de macht kwam. Zo ging de voorspelling in vervulling die de Heer bij monde van Jeremia gedaan had: ‘Zolang het land zijn sabbatjaren niet vergoed gekre­gen heeft, zal het braak blijven liggen: zeventig jaar lang’. In het eerste regeringsjaar van Cyrus, de koning van Perzië, ging de voorspelling in vervulling die de Heer bij monde van Jeremia gedaan had: de Heer wekte de geest op van Cyrus, de koning van Perzië. Deze liet in heel zijn ko­ninkrijk de volgende boodschap afkondigen en ook schrif­telijk verspreiden: ‘Zo spreekt Cyrus, de koning van Perzië: De Heer, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde geschonken. Hij heeft mij opgedragen voor Hem te Jeruzalem in Juda een tempel te bouwen; laten allen on­der u die tot het volk des Heren behoren, onder de hoede van de Heer, hun God, terugkeren naar Jeruzalem’.

Tweede lezing Efeziërs 2,4-10

Broeders en zusters, indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet ge-spaard: voor ons allen heeft hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken? Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God die rechtvaar-digt? Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit?

Evangelielezing Johannes 3, 14-21

In die tijd sprak Jezus tot Nikodemus: ‘De Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon Gods. Hierin bestaat het oor­deel: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht, omdat hun daden slecht waren. Ieder die slecht handelt heeft afschuw van het licht en gaat niet naar het licht toe uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden. Maar wie de waar­heid doet gaat naar het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan’.

Uitleg:

Het thema van deze vierde zondag van de vasten is: ‘Medicijn van eeuwig leven’. Het medicijn van eeuwig leven, in jeugdige energie en gezondheid, in alle geluk en zaligheid, is de liefde voor God en daardoor voor de naasten. Ons aardse lichaam veroudert en zal eens moeten sterven, omdat wij niet zijn geschapen voor het aardse leven, maar voor de eeuwigheid. Want zie, God is Liefde, Wijsheid en is een grote Geest, welke nimmer is geschapen. En, omdat Hij de enige Ongeschapene is, waar nooit een begin aan geweest is, noch ooit een einde aan zal komen, heeft Hij ook alles geschapen wat er verder bestaat. Omdat Hij Geest is, is Zijn Schepping daarom in eerste instantie geestelijk en er zijn zeer veel geesten, welke nooit een materieel lichaam hebben gedragen en dat ook, hoogst waarschijnlijk, ook nooit zullen doen. Maar een gedeelte van de geesten zijn, ongelooflijk lang geleden, onder leiding van Lucifer, in opstand gekomen tegen God. En, hoewel gewaarschuwd wat de gevolgen daarvan zouden zijn, daar toch mee doorgegaan, totdat zij, als gevolg van hun eigen handelen, gevangen werden genomen in de materie. Alles wat wij mensen met onze materiële ogen kunnen waarnemen, dus alle materie, bestaat uit gevangen genomen opstandige geesten. Dat is een heleboel! En dan kunnen wij ook nog maar een heel klein gedeelte van de totale materiële ruimte waarnemen; daarbuiten is er nog een veelvoud van wat wij hooguit kunnen vermoeden. God is een en al Barmhartigheid en Hij heeft daarom ook niet de opstandelingen tegen Hem vernietigt – Liefde is behoud – maar enkel gevangen genomen in de materie, om hen allen, door de wegen van de materie, weer te bevrijden van hun gevangenschap in deze materie. Daartoe dienen alle planten en dieren, maar zeker ook de mens. De mens is de kroon op Gods Schepping, omdat hij de enige is die God kan herkennen voor wat Hij is en, doordat wij mensen zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, zelfs Zijn kinderen kunnen worden. Waar hij staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Dieren hebben nog een lange weg te gaan en worden daarom bestuurd door Gods Almacht; wij noemen dat instinkt. Mensen hebben, vanwege de grote roeping van God om Zijn kinderen te worden, een volledig vrije wil gekregen en worden daarom bestuurt door Gods liefde. Maar God stelt wel ieder mens op de proef of die wel waardig is om Gods kind te zijn; wie faalt kan nog wel zalig worden, maar blijft altijd een schepsel. Maar wie falen? Zij die misbruik maken van hun vrije wil, door hun oude zonde, toen zij nog geest waren, te herhalen en zich van God af te keren, om hun eigen wegen te bewandelen. Zij noemen dat ‘vrijheid’, maar in werkelijkheid zijn zij slaven geworden van hun eigen zonden. Een slavernij overigens die zij zichzelf aan doen en waarin zij hun naasten het liefst willen meeslepen. Satan, de koning van de hel, haat elke mens, omdat deze is geroepen om een kind van God te worden. Daarom heeft hij, vanaf het begin van de mensheid, zijn invloed aangewend om de mensen tot zonden te verleiden. De rib waaruit, volgens het scheppingsverhaal, Eva werd gevormd, staat symbool voor de hardste eigenschap van elke vrouw, zelfs de allerbeste: haar ijdelheid. Het was om die reden dat de slang Satan Eva als eerste verleidde; hij deed een beroep op haar ijdelheid. Zij wilde, wat geen mens ooit kan, gelijk zijn aan God! Daarom nam zij als eerste de verboden vrucht – het enige gebod waarmee God Adam en Eva op de proef stelde – en gaf die ook aan Adam. En een man, ook al is hij nog zo sterk, kan niet op tegen de verleidingskunsten van zijn vrouw. Ook Adam niet. En daarmee is de zonde in de wereld gekomen; onze neiging tot ongehoorzaamheid en onze voorliefde voor het kiezen van wegen, welke Gods Wegen niet zijn. Deze neiging komt dus voor bij alle nakomelingen van Adam en Eva en dat zijn alle mensen, welke onze Aarde bevolkten en bevolken. Dus, net als in onze tijd, was ook in het uitverkoren volk van God, de zonden tot in de hoogste regionen van de samenleving doorgedrongen. Niet alleen bij wereldlijke bestuurders, zoals de koning en zijn ondergeschikte bestuurslagen, maar ook, zoals wij in de eerste lezing kunnen lezen, ook bij de hogepriesters, welke het geloof moesten bewaren, uitleggen en verspreiden. Ook zij hoonden en bespotten, op zijn minst, de ware gezanten van God, Zijn profeten en sloegen hun waarschuwingen in de wind. Het gebeurde daarom ook wat God, van tevoren, hen had laten weten, als zij hun gedrag niet wijzigden; de Babylonische ballingschap, welke zeventig jaar duurde. Want mensen, die weigeren te luisteren, kunnen alleen voor het eeuwige leven gered worden, door veel ellende over hen heen te laten komen. Een oud spreekwoord zegt het al: Nood leert bidden! Zeventig jaar was toen voldoende om het volk Israëls weer naar God te laten terugkeren. Maar die tijd was niet slechter dan onze eigen tijd, integendeel; wij zijn heden vele malen slechter dan de mensen in die tijd. Daarom leven wij in de Eindtijd en, of u het gelooft of niet, alle voorspellingen over onze tijd zijn uitgekomen of nog aan het uitkomen; de Apocalyps is zich voor onze ogen aan het ontrollen. God is rijk aan Erbarming, daarom zal iedereen, die onder berouw en wroeging, Hem vraagt om genade en vergeving, deze ook krijgen en gered worden voor het eeuwige leven in zaligheid. Tenslotte is God niet voor niets op Aarde gekomen in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer en God. Want, hoewel Jezus Christus God is in Zijn Geest, heeft Hij, om op Aarde als God en Mens te kunnen leven, een geschapen ziel en lichaam gekregen. God is Vader in Zijn Liefde, Zoon in Zijn Wijsheid, en die is op Aarde gekomen als Jezus Christus, en met Gods Wil, wat de heilige Geest is, wordt de gehele oneindigheid bestuurt en in stand gehouden. Maar in Jezus Christus leeft God in Zijn geheel want, net zomin als bij een vuur kan de warmte, het licht en de uitwerking van elkaar gescheiden worden, zoals bij een mens niet zijn liefde, verstand (wijsheid) en zijn wil gescheiden kunnen worden, zo kan dat ook bij God niet. In Zijn Geest is Jezus Christus volledig God, in Zijn lichaam en ziel – omdat deze geschapen zijn – voor altijd de Zoon van God. Wij mensen kunnen echter het verschil niet en nooit waarnemen; daarom is Jezus Christus gewoon God. Paulus heeft gelijk dat wij mensen niet door eigen kunnen en prestaties Gods Rijk kunnen binnen gaan, maar Gods hulp, dus genade nodig hebben. Daarom spreekt Jezus Christus met Nikodemus ook over geloof. Wie in Jezus Christus gelooft, is al gered. Maar geloof is niet ‘het wel geloven dat God bestaat en dat Jezus Christus Zijn Zoon is, zonder dat daar gevolgen aan verbonden zijn’. Maar geloven bestaat erin en wordt levend door het geloof in Jezus Christus om te zetten in daden, in handelen volgens dit geloof. Niet het lezen of horen kan een mens redden, maar enkel zijn daden van liefde. En die liefde put hij uit de Bron van eindeloze liefde, die God is. Wie niet gelooft dat Jezus Christus de Zoon van God is, die is al veroordeeld, want die zal zich niet houden aan Gods Geboden, omdat hij, met Jezus Christus, ook God verwerpt. Deze mensen hebben de duisternis meer lief dan het licht, dat van de Leer van Jezus Christus uit gaat. Zij zijn daarom veroordeeld door hun eigen daden, hun eigen handelen. Ongeacht of zij wel of niet gedoopt zijn; hun handelen uit vrije wil bepaald of zij God volgen of de grote opstandeling Satan. Dat zijn dus allemaal keuzes uit eigen vrije wil, daarom elk mens die verloren gaat in de vuren van de hel, die heeft daar uiteindelijk zelf voor gekozen; door God te verwerpen en door zijn liefde op zichzelf te richten in plaats van op zijn naasten. Maar wie een daadwerkelijk geloof in Jezus Christus heeft – en daarom Zijn leer ook doet – die zal zeker in de hemel komen. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom, vanaf heden, leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN