Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 11 november 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing 1 Koningen 17, 10-16

In die dagen stond de profeet Elia op, en vertrok naar Sarefat. Toen hij bij de stadspoort kwam, was daar een weduwe hout aan het sprokkelen. Hij riep tot haar: 'Wees zo goed, haal voor mij in uw kruikje een beetje water; ik zou graag wat drinken'. Toen zij het ging halen, riep hij haar na: 'Wees zo goed, en breng ook een stuk brood mee'. Zij ant-woordde: 'Zowaar de Heer, uw God, leeft, ik heb geen brood meer: alleen nog maar een handvol meel in de pot en een beetje olie in de kruik. Ik sprokkel nu wat hout, en ga dadelijk naar huis om voor mij en mijn zoon voor het laatst eten klaar te maken; daarna wacht ons de dood'. Elia antwoordde: 'Vrees niet, ga naar huis, en doe wat u van plan bent, maar maak van het meel en de olie eerst een broodje voor mij, en breng mij dat; voor uzelf en uw zoon kunt u daarna zorgen. Want zo zegt de Heer, de God van Israel: De pot met meel raakt niet leeg, en de kruik met olie niet uitgeput, totdat de Heer het weer laat regenen'. Toen ging zij heen, en deed wat Elia gezegd had, en dag aan dag hadden zij te eten, zij en haar gezin. De pot met meel raak-te niet leeg, en de kruik met olie niet uitgeput, naar het woord dat de Heer gesproken had door Elia.

Tweede lezing Hebreeen 9,24-28

Broeders en zusters, Christus is niet het heiligdom binnen gegaan dat - door mensenhanden gemaakt - slechts een symbool is van het waarachtige heiligdom; Hij is de hemel zelf binnengegaan om er nu voor onze zaak bij God pre-sent te zijn. Ook hoeft Hij zich daar niet telkens opnieuw te offeren, terwijl de hogepriester, jaar in jaar uit het allerheiligste binnengaat, met bloed dat niet het zijne is. Anders had Christus meerdere malen moeten lijden, vanaf het begin van de wereld; maar in feite is Hij slechts eenmaal verschenen, op het hoogtepunt van de geschiedenis om door zijn offer de zonden te delgen. Het is het lot van de mens eenmaal te sterven en daarna komt het oordeel; zo is ook Christus eenmaal geofferd omdat Hij de zonden van allen op zich had genomen; als Hij een tweede maal verschijnt, zal het zijn los van de zonde, om heil te bren-gen aan allen die naar Hem uitzien.

Evangelielezing Marcus 12, 38-44

In die tijd gaf Jezus bij zijn onderricht ook deze waarschu-wing: 'Wacht u voor de schriftgeleerden die graag in lange gewaden rondlopen, die zich laten groeten op de markt, belust zijn op de voornaamste zetels in de synagogen en op de ereplaatsen bij de maaltijden, maar die de huizen der weduwen opslokken terwijl ze voor de schijn lange ge-beden verrichten; over deze mensen zal een strenger vonnis worden uitgesproken'. Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek toe, hoe het volk koperstukken daarin wierp terwijl menige rijke er veel in liet vallen. Er kwam ook een arme weduwe die er twee penningen, ter waarde van een cent in wierp. Hij riep nu zijn leerlingen bij zich en sprak: 'Voorwaar, Ik zeg u: die arme weduwe heeft het meest ge-offerd van allen die iets in de offerkist wierpen; allen wier-pen ze er iets in van hun overvloed, maar zij offerde van haar armoe al wat ze bezat, alles waar ze van leven moest'.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: 'Met lege handen voor God'. Eigenlijk staan alle mensen met lege handen voor God. Want alles in ons bestaan hebben wij van God gekregen en is geen eigen verdienste. Alleen onze vrije wil, die wij ook van God hebben gekregen, kan meehelpen om God beter te leren kennen en, als wij Zijn Weg door het leven bewandelen, een waar kind van Hem te worden; maar ook de mogelijkheid om een kind van God te worden is een geschenk van God. En wat is de Weg van God, welk elk mens zal bewandelen die, uit eigen vrije wil, besluit een waar kind van God te worden? Dat is de weg van de liefde! Liefde en leven zijn precies hetzelfde, wie dus de weg van de liefde bewandelt, bewandelt ook de weg van het eeuwige, nooit eindigende en onverwoestbare leven in God en God in hem zelf. Waar hem staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. De weg van de liefde is niet de weg van de eigenliefde en zelfzucht, maar van de onvoorwaardelijke liefde voor anderen. Liefde voor God boven alles en liefde voor de medemens, de naaste zoveel als ieder van ons van zichzelf houdt. De grens van liefde voor de naaste is ruim, maar het is wel degelijk een duidelijke grens. Want zie, er zijn helaas ook mensen die, geheel vervuld van eigenliefde, de naastenliefde van een ander willen misbruiken voor hun eigen, zelfzuchtig, doeleinden. De naastenliefde vereist dan dat er een grens wordt gesteld, een 'tot hier en niet verder', die de zelfzuchtige plannen van een naaste blokkeert. Is er dan sprake van het niet geven van naastenliefde? Nee, integendeel, de ware liefde voor een naaste is het zo mogelijk verhinderen dat een naaste, doordat hij zijn zelfzuchtige zin krijgt, mogelijk voor de eeuwigheid verloren gaat, dus het rijk Gods niet binnenkomt. Een tijdig 'nee!', kan teleurstelling van de ander veroorzaken, maar kan belangrijk zijn dat hij het eeuwige leven kan bereiken en niet, doordat zijn zelfzuchtigheid bevestigt en ondersteund wordt, hij op deze dwaalweg door gaat. Natuurlijk kan niemand van ons mensen het leven van een ander bepalen en leiden; dat kan alleen God. Vooral mensen die reeds verhardt zijn in hun zonden kunnen vaak niet meer veranderd worden door ons mensen; maar niemand hoeft zich geroepen te worden mee te gaan in de zonden van een ander mens; ongeacht wie deze naaste is, dus ook niet de allernaaste. Zelf het goede voorbeeld geven in liefde en goedheid kan veel beter werken, dan met de, vaak dwingende, eisen van een zondaar in mee gaan. En ja, dat kan nare gevolgen geven in de relaties; maar liefde is sterker dan al het andere wat bestaat. Immers, God is Liefde en heeft uit liefde alles geschapen wat maar bestaat. En God is met onze Schepping nog lang niet klaar; want het uiteindelijke einddoel van alle materie is overgaan in een geestelijk bestaan, waar zij ook uit gekomen is. Want God begon deze Schepping geestelijk en alleen door het misbruiken van de vrije wil van geesten is de materie daar uit voort gekomen. En deze materie moet, gedurende onnoemlijk lange tijden, weer geestelijk worden, wanneer alle materie uit het gericht is bevrijd. God is oneindig, heeft geen begin gehad en heeft geen einde, en is zeer geduldig. Maar eens zal er in onze Schepping geen materie meer bestaan en zal alles geestelijk zijn; want wat God wil zal gebeuren en dat zonder ons mensen onze vrije wil af te nemen. Niet alleen de Aarde maar de gehele materiele Schepping, waarvan wij maar een heel klein deel in de ruimte kunnen zien. God Zelf is zo groot, dat wij mensen er geen enkele voorstelling van kunnen maken. God is tegelijkertijd zo deemoedig dat Hij, van ons kleine mensen, Zijn kinderen wil maken; Ja dat God Zelf, om ons mensen voor het geestelijke leven te redden, op Aarde is geboren als Mens in Jezus van Nazareth, Jezus Christus. Maar ook vanaf het begin van de mensheid leidde God elk mens, die door Hem geleid wilde worden. Niet alleen Zijn profeten, maar soms hele arme, maar liefdevolle mensen. In de tijd van Elia was er een grote droogte en daardoor een hongersnood. God stuurde Elia naar Sarefat, om een arme weduwe te redden. Maar zij moest wel Elia vertrouwen, zodat zij van de hongerdood gered kon worden. Eerst moest zij, van haar laatste meel en olie een broodje maken voor Elia en daarna, omdat zij zijn belofte geloofde, kon zij tot de volgende oogst, voedsel bereiden voor zichzelf en haar zoon. Zij was het redden waard, want zij geloofde in God en vertrouwde op de woorden van Zijn profeet. De andere mensen dachten enkel aan zichzelf, hadden geen vertrouwen in God - vandaar deze droge periode; de mensen waren in hun hart net zo droog als een woestijn en moesten hun tuinen en landerijen zien verdrogen als een woestijn - vandaar ook dat Elia tot niemand anders werd gezonden dan naar deze vrouw. En in zo'n tijd leven wij ook vandaag de dag, alleen nu niet zozeer een klein stukje van de Aarde, maar over de gehele Aarde. De plannen die onze zelfzuchtige elite hebben uitgedacht, om de gehele Aarde te onderwerpen aan hun belangen, waarbij alleen zij in weelde leven en de rest van de wereldbevolking in onderdrukking en afgrijselijke armoede, zullen niet allemaal doorgaan, omdat God aan hete ingrijpen is, zoals al duizenden jaren geleden is voorspeld. God is de Aarde aan het zuiveren van alle vijanden van God. Daarom is het Grote Gericht begonnen en God in Jezus Christus is Zijn wederkomst aan het voorbereiden. Alhoewel wij mensen Hem elke seconde zware beledigingen toebrengen en Zijn kinderen overal op Aarde worden vervolgd, is God, omdat Hij nu eenmaal Liefde is, bezig om zoveel mogelijk mensen te redden voor Zijn Rijk, dus het eeuwige leven. Vandaar dat de Aarde niet in een ogenblik wordt omgevormd, maar God de tijd neemt om zoveel mogelijk mensen te redden van de geestelijke dood in de hel, zonder hen hun vrije wil af te nemen. Zoals Paulus reeds schreef aan de Hebreeen: 'als Hij een tweede maal verschijnt, zal het zijn los van de zonde, om heil te bren-gen aan allen die naar Hem uitzien'. Dat doen wereldse mensen, heidenen en ongelovigen - ook zij die weliswaar gedoopt zijn, maar die niet meer in God geloven - niet, maar wel alle mensen die in Hem geloven, Zijn Leer doen en snakken naar Zijn wederkomst in glorie en heerlijkheid, om aan deze verschrikkelijke tijd een einde te maken. Want heel veel mensen - binnen en buiten de Kerk van Christus - zijn als de Farizeeen en schriftgeleerden van Zijn tijd op Aarde en voor ons geldt dan ook dezelfde waarschuwing: 'Wacht u voor de schriftgeleerden die graag in lange gewaden rondlopen, die zich laten groeten op de markt, belust zijn op de voornaamste zetels in de synagogen en op de ereplaatsen bij de maaltijden, maar die de huizen der weduwen opslokken terwijl ze voor de schijn lange ge-beden verrichten; over deze mensen zal een strenger vonnis worden uitgesproken'. Natuurlijk is de vorm veranderd, maar de daden zijn hetzelfde: corruptie praktijken, leugens, huichelarij, misleiding, belust zijn op hoge posities en grote rijkdom op Aarde, ongebreidelde zinnelijkheid en alle zware zonden die daarmee gepaard gaan, 'legale' moord en geen enkele belangstelling voor het eeuwige leven. Dit zorgt ervoor dat de wereld een hel is geworden, met geen liefde voor de naasten en geen spoor van barmhartigheid; behalve een geveinsde barmhartigheid, die het tegendeel vaak inhoudt. Wie wel gered wil worden zal de wereld de wereld moeten laten en God in Jezus Christus volgen in geheel Zijn Leer. Dan is een eeuwig leven in de hemel zeker. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden om daar ons allemaal terug te vinden.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN