Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 12 november 2017.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Wijsheid 6, 12-16

Stralend en nooit verwelkend is de wijsheid, gemakkelijk wordt zij aanschouwd door wie haar liefhebben, gevonden door wie haar zoeken; nog vóór men haar begeert, heeft zij zich al bekendgemaakt. Wie om haar vroeg opstaat, hoeft zich niet uit te sloven, want hij zal haar vinden, zittend aan zijn deur. Peinzen over haar getuigt van volmaakt inzicht, en wie om haar wakker ligt, zal weldra vrij van zorg zijn. Want zelf gaat ze rond en zoekt die haar waardig zijn, ge­nadig vertoont zij zich aan hen op hun wegen en bij elk overleg treedt zij hen tegemoet.

Tweede lezing 1 Thessalonicenzen 4, 13-18 (of 13-14)

Broeders en zusters, Wij willen u niet in onwetendheid la­ten over het lot van hen die ontslapen zijn; gij moogt niet bedroefd zijn zoals de andere mensen, die geen hoop heb­ben. Wij geloven immers dat Jezus is gestorven en weer opgestaan; evenzo zal God hen die in Jezus zijn ontslapen, levend met Hem meevoeren. (En dit kunnen wij u meede­len volgens een woord van de Heer: wij die in leven blijven tot de komst van de Heer, wij zullen de doden in geen ge­val vóórgaan. Want wanneer het bevel gegeven wordt, als de stem van de aartsengel weerklinkt en de bazuin van God, dan zal de Heer zelf van de hemel neerdalen, en eerst zullen de doden die in Christus zijn verrijzen; daarna zul­len wij die nog in leven zijn tegelijk met hen in een oog­wenk op de wolken in de lucht worden weggevoerd, de Heer tegemoet. En zo zullen wij voor altijd samen zijn met de Heer. Troost elkaar dus met deze woorden.)

Evangelielezing Mattheus 25,1-13

In die tijd vertelde Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis: `Het is met het Rijk der hemelen als met tien meisjes die met hun lampen uittrokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dom, de andere vijf verstandig. Want de dommen namen wel hun lampen mee, maar geen olie; de verstandigen echter namen met hun lampen tevens krui­ken olie mee. Toen nu de bruidegom op zich liet wachten, dommelden zij allen in en sliepen. Maar midden in de nacht klonk er geroep: Daar is de bruidegom! Trekt hem tegemoet! Meteen waren al de meisjes wakker en maakten hun lampen in orde. De dommen zeiden tegen de verstan­digen: Geeft ons wat olie, want onze lampen gaan uit. Maar de verstandigen antwoordden: Neen, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en jullie samen. Gaat liever naar de verkopers en haalt wat voor jezelf. Maar terwijl zij on­derweg waren om te gaan kopen, kwam de bruidegom, en die klaar stonden, traden met hem binnen om bruiloft te vieren; en de deur ging op slot. Later kwamen ook de an­dere meisjes en zeiden: Heer, heer, doe open! Maar hij ant­woordde: Voorwaar, Ik zeg u: ik ken u niet. Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur'.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘Bruiloftsmaal van het Lam’. Het bruiloftsmaal van het Lam wordt gehouden met iedereen, die in liefde, vast met Hem verbonden is. Want zie, een bruiloft is de levenslange liefdesvolle verbinding tussen twee ongelijke personen, die weliswaar gelijkwaardig zijn, maar in eeuwigheid nooit gelijk. Man en vrouw zijn, in Gods ogen, zeker gelijkwaardig, want beiden kunnen Zijn ware kinderen worden, maar nooit gelijk, want man en vrouw hebben verschillende, elkaar aanvullende, zielen. Er is wel degelijk een groot verschil tussen de ziel van een man en die van een vrouw. Het bruiloftsmaal, volgend op de huwelijksvoltrekking, is een feestmaal om deze verbintenis in liefde te vieren. Welnu, het bruiloftsmaal van het Lam is zo’n feestelijke gebeurtenis, wanneer een mens die schepsel is, zodanig met God in Jezus Christus is verbonden, dat hij een waar kind van God is geworden. Waar hij staat moet u ook zij lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Dit is een feest in de hemel waart. Want alle mensen op Aarde zijn geroepen om kinderen van God te worden, maar alleen zij, die dit willen en daarom hun wil gelijk maken aan de Wil van God, hun liefde voor God onze Vader uitbreiden naar hun naasten, óók hen die zichzelf hun vijanden noemen, kunnen de grote genade verkrijgen om ware kinderen van God te worden en daarna te zijn. Want zij hebben alles wat niet van God stamt afgelegd, om gelijkwaardig aan het Lam Gods te worden. Zij hebben hun egoïstische streven naar beroemdheid, aardse rijkdom, hoogmoed en heersen over hun naasten afgelegd, om maar bij hun Vader in de hemel te horen. Kortom, zij zijn gelijkwaardig geworden aan Jezus Christus als Mens, maar nooit gelijk aan de Geest in Hem, omdat geen enkel schepsel ooit gelijk aan God kan worden. Onmogelijk! Er is maar één God, welke nooit is geschapen, nooit een begin heeft gehad en nimmer een einde zal hebben. Allen die verder bestaan, zijn door God geschapen en hebben dus een begin gehad, soms ongelooflijk lang geleden, maar zij waren er nog niet voordat God hen geschapen had. Maar, hoe zit het dan met de Vader, de Zoon en de heilige Geest, dat zijn toch drie goden? Welnee, dat zijn specificaties van één en Dezelfde God! De Vader is de Liefde in God; de Zoon is de Wijsheid in God, welke voor ons heil Mens is geworden in Jezus Christus; de heilige Geest is de Wil van God, die wat de Vader (de Liefde) heeft bedacht en de Zoon (de Wijsheid) heeft geordend in het leven roept met een machtig ‘Er zij’ en voor altijd onderhoudt. Vandaar dat de geloofsleer van de Rooms Katholieke Kerk ons leert dat de Geest komt van de Vader en de Zoon. Want voordat Gods Wil de Schepping in het leven heeft geroepen, gaat de Liefde van God en de Wijsheid van God aan deze schepping vooraf. Zoals ook bij ons mensen, als het goed is, onze daden vooraf gaan aan de liefde welke ons drijft, de wijsheid, het verstand, welke er voor zorgt dat wij geen dwaze dingen doen en dan pas onze wil ons tot handelen aan zet. Bij God werk dat precies zo! Omdat alles wat bestaat vanuit God komt, zijn alle eigenschappen en talenten van een mens ook in God aanwezig, maar in een perfecte harmonie. Dat is niet het geval bij mensen. Bij ons zijn deze eigenschappen, net als bij alle engelen en duivels, ook aanwezig, maar wij mensen moeten die nog in harmonie brengen, willen wij zo volmaakt worden als God, onze Vader in de hemel, volmaakt is. Daartoe zijn wij geschapen en op Aarde gezet in schijnbare afzondering van God. Niet voor het vergaren van aardse rijkdom – en zeker niet ten koste van onze medemensen, onze naasten – niet om beroemd te worden of voor hoge posities, maar om mens te worden, zoals Jezus Christus Mens was. Goed, Jezus Christus was Mens en God en zover kan verder geen mens het brengen. Maar wij kunnen wel in volledige liefde met God in Jezus Christus verbonden leven en wij kunnen net zo volmaakt worden als onze Vader in de hemel volmaakt is. Was dat niet zo, dan had Jezus Christus dat niet tegen Zijn leerlingen gezegd. Deze Weg van de liefde staat en stond altijd al open voor iedere mens. Voor de komst van Jezus Christus werd meer de nadruk gelegd op de Wet, de Tien Geboden, en de Wijsheid die daar uit spreekt, dan op de liefde. Waarschijnlijk omdat de mensen daar nog niet rijp voor waren. Maar wat in het boek Wijsheid staat over de Wijsheid, is de uitdrukking van God. Gods Wijsheid zal nooit verwelken, maar altijd fris blijven. Gods Wijsheid is gemakkelijk te vinden voor wie God zoekt. Het doen van Gods Geboden, ook al is het meer omdat zij wijs zijn, dan uit pure liefde voor God, geeft vrede van het hart, omdat met Gods Wijsheid ook Zijn Liefde komt voor Zijn gehoorzame kinderen. Want Gods Wijsheid zorgt ervoor dat de mens God ook gaat liefhebben. En dan volgt het eeuwige leven, na de dood van het lichaam. Ook over het hiernamaals is veel geopenbaard, ook door Paulus aan de Thessalonicenzen. Zij, die geestelijk dood waren, maar zich bekeerd hebben mogen vaak genoeg als eersten de hemelen binnen gaan, nog voor hen die altijd geloofd hebben. Maar het maakt geen enkel verschil wat de volgorde van het binnengaan is; wel hoeveel liefde wij mensen hebben voor God en onze naasten, want dat bepaald uiteindelijk in welke hemel we blijvend terecht komen. Wie volledig vervuld is van liefde, die komt toch wel, als waarachtig kind van God, in de hoogste hemel, het hemelse Jeruzalem, ongeacht hoeveel anderen hem zijn voorgegaan. Wie zijn leven op Aarde verknoeid heeft, kan misschien als schepsel blijven hangen in een lagere hemel, omdat hij nooit voldoende liefde kan opbrengen voor God en voor zijn naasten, om van schepsel een echt kind van God te worden. Wie in zijn leven op Aarde handelt als de domme meisjes, wel de lamp van het geloof meebrengen, maar niet de olie van de daden van het geloof, niet doen wat het geloof van ons wil, die kan zelfs helemaal buiten gesloten worden. Want een geloof zonder daden van geloof en van liefde voor anderen is dood! Zonder te doen wat het geloof in God van ons mensen vraagt – liefde voor God én voor de naasten, dat laatste in daden voor wie het nodig heeft – zal een mens nooit gelijkwaardig worden aan Jezus Christus als Mens. Dus nooit een waarachtig kind van God! Dus nooit een bewoner van de hoogste hemel; tenzij hij gaat doen wat God van ons mensen verwacht; groeien in liefde! Maar wie kan God liefhebben, die hij niet ziet, als hij zijn naasten niet lief heeft die hij wel ziet en om zich heen heeft? En een naaste is elk mens, welke iemand tegen komt in zijn leven. Echter, wie God niet lief heeft kan, omdat alle liefde van God komt, ook zijn naaste niet zuiver, dus onbaatzuchtig, lief hebben, maar er zal dan altijd een zelfzuchtige reden zijn om een ander lief te hebben. Deze mensen komen niet in de hemel, tenzij zij God wel lief gaan hebben. Mensen, die God en hun naasten liefhebben in woord en daad, komen wel in een hemel. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen ontmoeten.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN

Webmiep Design  De Rips (GemertBakel)