Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 13 januari 2019.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Jesaja 40, 1-5.9-11

Troost, troost toch mijn volk, - zegt uw God -, spreek Jeruzalem moed in, roep haar toe dat haar straftijd voorbij is, dat haar ongerechtigheid vergeven is, dat zij van Gods hand haar zonden dubbel betaald heeft gekregen. Een stem roept: 'Baan de Heer een weg in de steppe, effen voor onze God een heerbaan in de woestijn, elk dal moet ge-vuld, elke berg en heuvel geslecht worden, alle oneffenhe-den moeten vlak, de rotsmassa's een vallei worden. En ver-schijnen zal de glorie des Heren en alle vlees zal daarvan getuige zijn: De mond des Heren heeft het gezegd!'. Beklim de hoogste berg, gij Sion, vreugdebode, verhef krachtig uw stem, Jeruzalem, vreugdegezant: Verkondig het luide, ken geen vrees, roep tot de steden van Juda: 'Uw God is op komst! Zie, God de Heer komt met kracht, zijn arm voert de heerschappij; zijn loon komt met Hem mee, zijn belo-ning gaat voor Hem uit. Als een herder zal Hij zijn schapen weiden, in zijn armen ze samenbrengen, de lammeren dragen tegen zijn boezem, de schapen met zachte hand geleiden'.

Tweede lezing Titus 2, 11-14; 3, 4-7

Dierbare, de genade van God, bron van heil voor alle men-sen, is op aarde verschenen. Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de openbaring van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland Christus Jezus. Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle onge-rechtigheid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van zonde, vol ijver voor alle goeds. De goedheid en mensenliefde van God onze Heiland is op aarde verschenen, en Hij heeft ons gered, niet omdat wij iets goeds gedaan zouden hebben maar alleen omdat Hij barmhartig is. Hij heeft ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest. Want Hij heeft de Geest overvloedig over ons uitgestort door Christus onze Heiland. Zo zijn wij door Zijn genade ge-rechtvaardigd, en erfgenamen geworden van het eeuwig leven waar onze hoop op gericht is.

Evangelielezing Lucas 3, 15-16.21-22

In die tijd toen het volk vol verwachting was en iedereen zich aangaande Johannes de vraag stelde of hij niet de Messias zou zijn, gaf Johannes aan allen het antwoord: 'Ik doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te ma-ken. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur'. Terwijl al het volk zich liet dopen, en Jezus na zijn doop in gebed was, geschiedde het dat de hemel openging, en dat de heilige Geest, in lichamelijke gedaante als een duif, over Hem neerdaalde, en dat een stem uit de hemel sprak: 'Gij zijt Mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld'.

Uitleg:

aruit geput kan worden wat je aan staat en de rest kan blijven liggen, tot mensen die zelfs het bestaan van God ontkennen, dus loochenen. De Leer van God in Jezus Christus is een totale Leer, waaruit niet dingen weggelaten kunnen worden, omdat deze even niet uitkomen. Nee, deze Leer is de enige Weg naar het koninkrijk van God, de enige Weg die naar het eeuwige leven leidt. Vele mensen zouden graag de bron van de eeuwige jeugd willen vinden; welnu op Aarde is deze nergens te vinden. Maar in de hemelen wel! In het rijk Gods blijven Zijn kinderen voor eeuwig jong, zonder ooit een einde aan hun leven komt. Wie dus graag voor eeuwig jong wil blijven en nooit de dood wil zien of proeven, die zal de Weg van Jezus Christus door zijn leven moeten bewandelen; er is geen andere Weg met dezelfde goede gevolgen dan deze Weg. En deze Weg is geloven dat Jezus Christus de Zoon is van God, Zijn Leer onderhouden, dus doen. Deze Weg door het leven is de Weg van de liefde voor God en voor andere mensen, waarmee ieder van ons in contact komt. God is in Jezus Christus Mens geworden om ons mensen te redden van de ontelbare dwaalwegen vanuit de hel. Wegen van hoogmoed, streven naar eer en roem, naar macht en rijkdom. Al die wegen - en er zijn er heel veel van - leiden allen naar de hel. Alleen de Weg van God in Jezus Christus leidt ons mensen naar de hemel. Maar het is een Weg die veel mensen tegen staat, want het is een Weg van deemoed, nederigheid, dienstbaarheid, en vooral van liefde voor anderen, waar de eigenliefde soms voor moed wijken. En daar zijn niet alle mensen blij mee. Want dat betekent dat geen mens minder is dan jezelf, terwijl heel veel mensen zich inbeelden dat juist zij iets bijzonders zijn, die boven alle andere mensen verheven zijn. Zij voelen zich meer dan hun naaste; in eigen ogen zijn zij soms zelfs meer dan God. Hoe bedriegen zij zichzelf en hoe proberen zij ook andere mensen te bedriegen! Voor God is ieder mens gelijk; want ieder mens is geroepen om Zijn kind te worden, maar wel uit eigen vrije wil. Het ambt welke op Aarde bekleed wordt, de armoede of aardse rijkdom maakt voor God helemaal niets uit. Het maakt helemaal niet uit of een mens multimiljardair, of leider van een groot land, of een dakloze zwerver is; het enige waar God naar kijkt is de liefde van de mens. Niet de eigenliefde of het eigenbelang, maar de liefde voor God en de naasten. Wie deze liefde heeft, die kan een kind van God worden. Wie enkel leeft voor zichzelf, geen liefde heeft voor tenminste zijn naasten, die is voor God verloren. Hij krijgt wel zijn vastgestelde tijd op Aarde, maar in het hiernamaals heeft hij niets meer te verwachten. Dan is het over en uit. Maar wie is nu beter af? Hij die misschien hier op Aarde, omdat hij op de proef is gesteld, soms wat gebrek heeft geleden maar, omdat hij Gods Geboden heeft onderhouden, dus gedaan, na zijn dood naar de hemel is gegaan. Of hij die op Aarde zijn hele leven heeft gezwelgd in rijkdom, te gierig was om andere mensen te helpen in hun nood en alleen aan zijn eigen genoegens heeft gedacht maar, omdat hij God ontkende of in ieder geval negeerde, voor eeuwig in de grootste armoede en ellende in de hel mag verblijven? Ik denk de eerste persoon! Want hij heeft geleefd in het licht van God, waar Jesaja over schreef. Want volkeren komen af op het licht van God. Omdat de gehele Aarde aan God toebehoort, moet dit niet letterlijk genomen worden. Maar de Leer van God in Jezus Christus is nu wereldwijd verspreid. Europa, het eerste continent welke de Leer van Jezus Christus heeft omarmd - en een grote beschaving op deze Leer heeft gebouwd - heeft in meerderheid dit licht verloren en zijn de dwaalwegen van Satan gaan bewandelen. De mensen in Europa willen een rijk en zinnelijk leven leiden, maar beseffen niet dat zij, met z'n allen, naar een diepe afgrond rennen; hun eigen ondergang niet alleen tegemoet gaan, maar deze zelf veroorzaken. Voor hen, die deze dwaalwegen volgen, heeft het licht van de wereld, Jezus Christus, vergeefs geschenen. Zij voelen zich behaaglijk in hun diepe geestelijke duisternis. En als zij wakker worden zal het voor velen van hen te laat zijn; dan zitten zij in diepe ellende in het hiernamaals. Maar zolang er leven is op Aarde is er nog hoop; hoop op een vrijwillige bekering. Want dan kan Gods genade nog over hen komen en kunnen zij gaan beseffen dat ook de heidenen - inclusief de nieuwe heidenen - in Christus Jezus medeerfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte door middel van het evangelie. Zullen zij daar wel in moeten gaan geloven. De drie koningen wisten al Wie Jezus was, nog voordat zij Hem gezien hadden. En ook Herodes en de leiders van de Tempel wisten dit heel goed; Hij is de Messias! Maar enkel de drie koningen, de drie wijzen, gingen met eerbied naar Hem toe en boden Hem geschenken aan. Niet Herodes, die Hem naar het leven stond. Niet de hogepriesters en schriftgeleerden; die waren alleen maar ongerust. Want deze mensen hadden het geloof verloren en deden alleen maar alsof zij geloofden, vanwege de materiele voordelen, niet vanwege God. Zo is het nu weer; vele leiders in de christelijke Kerken geloven niet meer in God, maar bedrijven hun 'beroep' ter wille van de materiele voordelen. Zij zijn niet geinteresseerd in het eeuwige leven van de 'kudde schapen, die zij hoeden', maar alleen in de wol van die schapen. Of, duidelijker, alleen in het geld dat hun 'kudde' hen geven. Hun 'beloning', tenzij zij zich bekeren, zal hen niet onthouden worden. De herders, die wel de Leer van God in Jezus Christus onderhouden - en gelukkig zijn er daar ook nog velen van - wacht een andere beloning; de hemel. Wellicht ook het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf nu leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN