Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 16 september 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Jesaja 50, 5-9a

God de Heer heeft tot mij gesproken, en ik heb mij niet verzet; ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug bood ik aan wie mij sloegen, mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten, en mijn gezicht heb ik niet afgewend van wie mij smaadden en mij bespuwden. God, de Heer, zal mij helpen; daar-om zal ik niet beschaamd staan. Hij die mij vrij zal spre-ken, is nabij. Wie is mijn tegenstander? Laten we samen voor de rechter treden! Wie is mijn tegenpartij? Laat hij tegenover mij komen staan! God, de Heer, zal mij helpen; wie zal mij schuldig verklaren? Tweede lezing Jacobus 2, 14-18

Broeders en zusters, wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft als hij geen daden kan laten zien? Kan zo'n geloof hem soms redden? Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten, en iemand van u zou zeggen: 'Geluk ermee! Hou u warm en eet maar goed' en hij zou niets doen om in hun stoffelijke nood te voorzien - wat heeft dat voor zin? Zo is ook het geloof, op zichzelf ge-nomen, zonder zich in daden te uiten dood. Misschien zal iemand zeggen: 'Gij hebt de daad en ik heb het geloof'. Dan antwoord ik 'Bewijs me eerst dat ge geloof hebt als ge geen daden kunt tonen; dan zal ik u uit mijn daden mijn geloof bewijzen'.

Evangelielezing Marcus 8, 27-35

In die tijd trok Jezus met zijn leerlingen naar de dorpen rond Caesarea van Filippus. Onderweg stelde Hij aan zijn leerlingen de vraag: 'Wie zeggen de mensen dat Ik ben?'. Zij antwoordden Hem: 'Johannes de doper; anderen zeg-gen Elia en weer anderen zeggen dat gij een van de profe-ten zijt'. Daarop stelde Hij hun de vraag: 'Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?'. Petrus antwoordde: 'Gij zijt de Christus'. Maar Hij verbood hun nadrukkelijk iemand hierover te spreken. Daarop begon Hij hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten, de hoge-priesters en de schriftgeleerden verworpen moest worden, maar dat Hij, na ter dood te zijn gebracht, drie dagen later zou verrijzen. Hij sprak deze woorden zonder terughoudendheid. Toen nam Petrus Jezus terzijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden. Maar zich omkerend keek Hij naar zijn leerlingen en voegde Petrus op strenge toon toe: 'Ga weg, satan, terug! want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil'. Nadat Hij behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich had laten komen, sprak Hij tot hen: 'Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het evangelie, zal het redden'.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: 'Geloof en daden van geloof'. Geloof in de ene ware en levende God in Jezus Christus is dood als er geen daden van geloof zijn. Daden van geloof is het onderhouden, dus doen, van de Geboden van God. Jezus Christus heeft alle Geboden van God samengevat in slechts twee Geboden van liefde: God lief hebben met geheel het hart, geheel de ziel en geheel het verstand, dus met de gehele mens en boven alles. En daaraan gelijkwaardig de naaste lief hebben zoals elk mens zichzelf lief heeft. Dus voor de medemens oden wat iemand redelijkerwijs kan verwachten dat een ander voor hem doet. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Eigenlijk zijn deze twee Geboden slechts een Gebod: Liefde! Hiermee wordt niet de eigenliefde bedoeld, maar de zo onbaatzuchtig mogelijke liefde tot en voor anderen. En dit is alles wat God van ons mensen wil. Het Gebod van de liefde omvat de Tien geboden, welke God aan Mozes heeft gegeven en alles wat de profeten van God, met heel veel woorden, hebben gezegd in Gods opdracht. Ongeacht in welke tijd op Aarde deze profeten hebben opgetreden, voor, tijdens (Johannes de Doper) of na Jezus Christus tijd op Aarde, toen God Zelf ons heeft onderwezen. Maar waarom heeft God ons de liefde als enig Gebod gegeven? Omdat de Liefde van God ook het Leven van God is! En om die reden elk schepsel, elk mens ook de liefde als zijn leven heeft gekregen; zonder liefde is er geen leven mogelijk. Omdat de Liefde van God een onbaatzuchtige liefde is, is de enige Weg door het leven naar God toe de liefde voor anderen. Mensen die hun liefde voor zichzelf houden, die verstikken hun liefde in zichzelf, sluiten hun liefde op in de gevangenis van het egoisme en hebben geen liefde voor iemand anders. Het gevolg is dat zij zichzelf van alle leven hebben buitengesloten en geestelijk dood zijn. Ja, hun lichamen bewegen nog wel op Aarde, maar als hun tijd op Aarde voorbij is en God Zijn doodsengel naar hen zendt, dan komen zij zonder liefde aan in het hiernamaals. Dan zijn zij straatarm, naakt en zonder enig middel van bestaan. Hun duivelse mentaliteit zorgt ervoor dat zij zich enkel in de hel zullen thuis voelen en mogen dan gaan, waar hun eigenliefde hen naar toe trekt. Zij zijn immers geestelijk al gestorven en voelen zich alleen thuis daar waar geen leven te vinden is, namelijk de hel, omdat in de hel geen spoor van liefde aanwezig is, behalve dan een overmaat van eigenliefde, egoisme. Zij hebben op Aarde hun leven verknoeid en moeten daar in de eeuwigheid voor boeten; maar dit alles was wel hun eigen keus uit eigen vrije wil. Op Aarde kennen wij al het speekwoord: wie niet horen wil, moet maar voelen. Dat geldt ook voor het geestelijk leven. Maar wie God wel wil volgen en daarom Zijn Gebod van liefde houdt, deze omzet waar nodig in daden, door andere mensen in nood te helpen, die kan er zeker van zijn dat hij een grote rijkdom mee neemt naar het hiernamaals: Een grote hoeveelheid liefde voor God en de naasten, welke het eeuwige leven uit maakt. Want zie, alles wat een mens op Aarde verzamelt aan goederen, macht en roem, verlaat de mens na zijn dood van het lichaam; hij neemt er niets van mee naar de wereld van de geesten. Maar de liefde is voorgoed zijn eigen bezit en deze liefde neemt hij wel mee in het nooit eindigende geestelijk bestaan. En wie heeft zal meer gegeven worden, staat er geschreven. God geeft een liefdevol mens veel meer dan de liefde die hij meebrengt en geeft hem een leven in gelukzaligheid in de hemel. Hoe meer liefde hij meeneemt, hoe hoger de hemel waarin hij terecht komt. Wie volmaakt is in de liefde reeds hier op Aarde, of die volmaakt wordt kort na zijn aankomst in het hiernamaals -altijd door God geholpen - die komt dan uiteindelijk, of misschien wel direct, in de hoogste hemel, het hemelse Jeruzalem. Daar waar God in Jezus Christus woont met zijn ware, dus volmaakte, kinderen. Maar alleen zij die op Aarde zijn kruis heeft opgenomen en God in Jezus Christus heeft gevolgd. Gods kinderen worden door de wereldse mensen gehaat en vervolgd, zo is het altijd geweest en zo zal het altijd wel blijven. Want ook toen God op Aarde wandelde in Zijn Zoon Jezus Christus, werd Hij gehaat en vervolgd door wereldse mensen, die hun heil zochten in wereldse rijkdom en wereldse belangen; die mensen willen en wilden God niet en ook de Weg door het leven, die God van ons wil, niet. En de Waarheid van de Leer van God bedreigt hen in hun zoeken naar aardse rijkdom en macht en belemmert hen in een volledig zelfzuchtig bestaan. Kortom, wat God van ons mensen wil is een belemmering voor duivelse daden van zelfzucht en eigenliefde. God in Jezus Christus kreeg de martelingen, welke Jesaja zo beeldend heeft beschreven in de eerste lezing van vandaag. En ook heel veel van Zijn volgelingen hebben martelingen en moord op hun lichaam en die van hun naasten moeten ondergaan, of daar getuigen van geweest. Ontelbare mensen, die in daden God volgden en volgen, werden en worden onderdrukt, zo niet hun leven onmogelijk gemaakt. En dat is het kruis welke de volgelingen van Jezus Christus op moeten nemen; de verachting en vervolging door wereldse machten, die hen haten, omdat zij wel in de wereld leven, maar niet van de wereld zijn. Nee, niet die mensen die het wel geloven, beweren volgelingen van Jezus Christus te zijn, christenen dus, maar in hun daden niet afwijken van wat de wereldse mensen doen. Die in hun daden heidens zijn en heidense opvattingen hebben overgenomen. Zoals bijvoorbeeld het goedkeuren van abortus provocatus en euthanasie, beiden vermommingen van wat het eigen is: moord en/of hulp bij zelfmoord. Deze praktijken gaan tegen de naastenliefde in en zijn specifiek genoemd in het vijfde Gebod van de Tien Geboden, die God aan Mozes heeft gegeven: Gij zult niet doden! Jacobus noemde dat terecht een dood geloof zonder daden van geloof, want het geloof van deze mensen, die beweren te geloven omdat zij zich christenen noemen, is afgestorven, als het al ooit levend is geweest. Jezus Christus heeft in de tijd welke Hij op Aarde leefde, het goede voorbeeld gegeven. In navolging van Christus hebben ontelbare mensen ook in hun leven het goede voorbeeld gegeven en geven het nu nog. Maar wij leven ook in een tijd van gigantische geloofsafval, waardoor de bedoeling van God met ons mensen verloren dreigt te gaan. Vandaar de spoedige wederkomst van Jezus Christus en het reeds begonnen Grote Gericht, die hier aan vooraf gaat. Dat het Grote Gericht begonnen is, kunnen wij zien aan de dagelijkse en in heftigheid steeds toenemende natuurrampen, terwijl het ergste nog moet komen. Nu is God nog mild, als Zijn toornige hand zwaar op ons neer zal komen, dan zal het lachen van Zijn vijanden spoedig overgaan. Wie God in Jezus Christus volgt heeft niets te vrezen. Ofwel overleeft hij op Aarde deze tijd en komt op de nieuwe Aarde terecht. Ofwel hij sterft naar het lichaam, maar komt in de hemel terecht. Beide is goed. Wellicht mag hij, na zijn lichamelijke dood, in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, voor alle tijden en eeuwigheden gaan wonen, vanwege zijn grote liefde voor God en zijn naasten reeds hier op Aarde. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN