Schriftuitleg


Schriftuitleg van Paaszondag 1 april 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Handelingen 10, 34a.37-43

In die tijd nam Petrus het woord, en sprak: Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is; hoe Jezus van Nazareth zijn optreden begon in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte, en hoe God Hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht. Hij ging weldoende rond, en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem. En wij getuigen van alles wat Hij in het land van de joden en in Jeruzalem gedaan heeft. Hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord. God heeft hem echter op de derde dag doen opstaan en laten ver­schijnen, niet aan het hele volk, maar aan de getuigen die door God tevoren waren uitgekozen, aan ons die met Hem gegeten en gedronken hebben nadat Hij uit de doden was opgestaan. Hij gaf ons de opdracht aan het volk te predi­ken, en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rech­ter is over de levenden en de doden. Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af dat ieder die in Hem gelooft, door zijn naam vergiffenis van zonden verkrijgt’.

Tweede lezing 1 Korintiërs 5, 6b-8

Broeders en zusters, gij weet dat een beetje zuurdeeg ge­noeg is om het hele deeg zuur te maken? Doet het oude zuurdeeg weg om vers deeg te worden; gij moet immers zijn als ongezuurde paasbroden, want ook ons paaslam is geslacht: Christus zelf. Wij moeten ons feest niet vieren met het oude zuurdeeg, met het bederf van slechtheid en ontucht, maar met het zuivere brood van reinheid en waarheid.

Lezing Colossenzen 3, 1-4

Broeders en zusters, als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse. Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God. Christus is uw leven, en wan­neer Hij verschijnt zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. Evangelielezing Johannes 20, 1-9

Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena vroeg in de morgen - het was nog donker - bij het graf en zag dat de Steen van het graf was weggerold. Zij liep snel naar Simon Petrus en naar de andere, de door Jezus be­minde leerling en zei tot hen: ‘Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd’. Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. Ze liepen samen vlug voort, maar die andere leerling snelde Petrus vooruit en kwam het eerst bij het graf aan. Vooroverbukkend zag hij de zwachtels liggen, maar hij ging niet naar binnen. Simon Petrus die hem volgde, kwam ook bij het graf en trad wel binnen. Hij zag dat de zwachtels er lagen, maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt niet bij de zwachtels lag, maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats. Toen ging ook de andere leerling die het eerst bij het graf was aangeko­men naar binnen; hij zag en geloofde, want zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond, dat Hij name­lijk uit de doden moest opstaan.

Uitleg:

Het thema van deze Paaszondag is: ‘Waarlijk verrezen!’. Natuurlijk is Jezus Christus waarlijk verrezen, want de Levende hoort niet thuis onder de doden. Jezus Christus was en is in Zijn Geest God – de enige God die bestaat – en Hij kon Zijn lichaam niet in het graf laten. Daarom eiste Hij Zijn lichaam op vroeg op de derde dag, zoals reeds meer dan een millennium van tevoren was aangekondigd. Want onder andere koning David profeteerde dit al. En voor wie niet in God gelooft: kan in een wereld zonder God van werkelijke profetie, die na lange tijd uit komt, sprake zijn? Is het niet zo dat alleen God in de toekomst kan kijken, maar mensen niet? God heeft de dood en het lijden, maar ook de verrijzenis van Jezus Christus uit de lichamelijke dood, reeds heel ver van tevoren voorzien. God heeft ook de voorwaarde, waardoor Hij Zelf als mens op onze Aarde kon leven, reeds duizenden jaren van tevoren mogelijk gemaakt. God riep Abraham als stichter van Zijn volk – het enige volk die uiteindelijk bleef geloven in de ene ware en levende God, ondanks hun vele dwalingen – het Joodse volk. Er moest een basis van geloof zijn, alvorens het mogelijk was voor God om op Aarde te komen en daar Zijn reddende werk te kunnen verrichten. En, hoewel de geestelijke leiders van het joodse volk hun geloof volledig hadden verloren en daarom – hoewel zij uit hun eigen geschriften wisten Wie en Wat Hij was en is, versterkt door Zijn daden – stonden zij ook hun Heer en God, Jezus Christus naar het leven en hebben Hem inderdaad laten vermoorden. Wat zij niet onder controle hadden en kregen was wat er daarna gebeurde. God in Jezus Christus stierf op vrijdag om drie uur in de middag, maar op zondagmorgen – nog voor het licht werd – eiste Jezus Zijn lichaam op en Hij leeft tot in eeuwigheid met Zijn verheerlijkte lichaam. Dit lichaam werd verheerlijkt op het moment dat Jezus het opeiste. Het graf was leeg, op de lijkwade na – die nu in Turijn te vinden is – en de zweetdoek, – heden genoemd de doek van Verona en wordt, meen ik, ergens in Spanje bewaart. Deze doeken zijn de materiële getuigen van de opstanding des Heren, de verrijzenis uit de lichamelijke dood van Jezus Christus; want daarop zijn afbeeldingen te zien van Zijn lichaam en gezicht. Er op aangebracht op het moment van Zijn weer levend worden van het lichaam, met een techniek, welke ook heden niet is te reproduceren. Mensen vereren een leeg graf, waarin Jezus christus zou hebben gelegen, maar de levende Heer vergeten zij veelal voor het gemak. Want wie Hem werkelijk wil vinden, moet niet onder de doden zoeken, of in een leeg graf, maar onder de levenden in alle liefde. Wie vol is van de liefde voor God – en daardoor voor iedere naaste – die kan de levende Jezus in zijn hart krijgen. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Want wie leeft in God, door Zijn Geboden te houden en te doen, daar heeft God een tempel in het hart. Daarmee wordt niet de bloedpomp bedoeld, maar het geestelijke gedeelte van het hart. Want zie, een ziel vertrekt pas uit het lichaam van een mens, wanneer het hart is gestopt te werken. Daarna is het lichaam dood, want ontzielt. Er is geen andere manier van dood gaan; zolang het hart nog klopt, zolang is een mens in leven, want zijn ziel heeft het lichaam nog niet verlaten, ongeacht wat artsen en andere ‘beterweters’ ook beweren. Maar de ziel, die zijn hart op dezelfde plek heeft als het levende lichaam, leeft voort. En in het hart van de ziel zit de geest van iedere mens. Deze geest – en het ongeschapen vonkje van Gods liefde, welke wij mensen hebben gekregen om ware kinderen van God te kunnen worden – kan pas groeien door de liefde voor God en de naasten. Wie een egoïstisch leven leidt en zich laat leiden door zelfzucht, eigenbelangen en liefde voor zichzelf, die kan geen liefde voor God opbrengen en al helemaal niet voor zijn naasten. Die ontwikkelt zijn geest niet, maar deze blijft verkommert in de ziel achter. Het is de worm die niet sterft en die deze mensenzielen, zelfs in de diepste hel, blijft plagen en daarmee oproepen tot bekering. Wie de Geboden van God doet – de voornaamste zijn de Geboden van liefde; God liefhebben boven alles en de naasten als zichzelf – die ontwikkelt zijn geest wel en deze groeit totdat hij de omvang heeft van de ziel, neemt vervolgens de ziel over en de mens is dan wedergeboren in de geest. Omdat de ongeschapen liefdesvonk van God met de geest meegroeit, zijn alle mensen, die wedergeboren zijn in de geest, ware kinderen van God geworden en hen wacht de hoogste hemel, het hemelse Jeruzalem. De apostelen ontvingen de heilige Geest met Pinksteren en waren daarna wedergeboren in de geest. Vandaar dat zij toen alle angst, alle vrees verloren en hardop verkondigden, wat de hoge priesters in de tempel niet wilden aanvaarden. Petrus vertelde toen wat Jezus Christus gedaan had en verkondigde Hem als God Zelf, die Hij ook is! En, zoals Petrus, weerstonden vele christenen de angst voor vervolging door de vijanden van God; zij waren onbevreesd. Niet alleen in de tijd van de apostelen, maar in de afgelopen tweeduizend jaar. Niet alleen in het verleden, ook heden weerstaan heel veel christenen een afschuwelijke en bloedige vervolging omwille van hun geloof. Daar staat tegenover dat vele christenen in Europa hun geloof volledig hebben verloren en denken zonder God te kunnen leven. Zij zoeken hun heil en geluk waar het niet te vinden is; in aards genot en aardse rijkdom. Zij zijn vergeten wat Paulus de Colossenzen heeft aangeraden; Zoekt wat boven is en zint op het hemelse, niet op het aardse. Dan pas kunt u met Christus leven en bent u met Hem ten leven gewekt. Maar de meeste mensen trekken zich hier niets van aan, want zij denken veelal niet aan het hiernamaals; alleen wat op Aarde van belang lijkt is voor hen belangrijk. Omdat wij mensen de herinnering aan ons vorig bestaan ontnomen is, is het aardse leven ook het enige leven die wij kennen, in zoverre is deze houding begrijpelijk. Maar wij hebben niet voor niets ook een geestelijk component, dankzij onze vrije wil en een onbeperkte fantasie. Geestelijk kunnen wij onbeperkt gaan waar we maar willen; het ene ogenblik zijn wij bezig met wat om ons heen gebeurt, het andere ogenblik zijn wij, in de geest, ver terug in de tijd, of ver weg in de ruimte, of aan de andere kant van de Aarde. Daarbij heeft God Zich aan ons mensen openbaar gemaakt, in de Bijbel, maar ook in de natuur en in vele belevenissen die wij allemaal hebben gekregen. En, als wij dan geloven dat niet alles ‘zomaar’ of ‘uit toeval’ is ontstaan, dan denken wij al aan de ene levende en ware God, die alles wat bestaat heeft geschapen. Vinden wij dan Zijn Geboden zinvol voor de hele mensheid – dus ook voor ons zelf – dan zijn ook wij op de goede weg om het zuurdeeg van slechtheid en ontucht weg te doen en te gaan eten van het ware brood van reinheid en waarheid. Want wie oprecht op zoek gaat naar de waarheid, die vindt God! Die zoekt niet meer de Levende in een aards graf, maar vindt Zijn graf leeg, op hooguit wat doeken na. Dan is er, net als bij Johannes – de leerling die Jezus lief had – geloof in Jezus Christus, die de Levende en enige God is die waarlijk bestaat. Wie zover is heeft het eeuwige leven al in zich; hij hoeft enkel zijn geloof maar toe te passen. Want een geloof, welke niet gedaan wordt, is in principe dood! Wie dat doet is iemand die Heer, Heer roept, maar waarvoor niet wordt open gedaan. Geloven is doen wat God in Zijn Geboden heeft aanbevolen; geloven is niet op zondag naar de kerk gaan – belangrijk om het eigen geloof levend te maken of te houden – maar geloven is een manier van leven, altijd en overal. De beloning is ook leven; een eeuwig leven in de hemel. Wellicht ook in het huis van God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen ontmoeten.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN

Webmiep Design  De Rips (GemertBakel)