Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag juli 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Wijsheid 1, 13-15; 2, 23-24

Niet God heeft de dood gemaakt, en Hij schept geen beha-gen in de ondergang van de levenden. Hij toch heeft alles geschapen om te leven; gezond zijn de schepselen der aar-de; geen dodelijk vergif wordt in hen gevonden, en de on-derwereld heeft geen macht op aarde; want de gerechtig-heid is onsterfelijk! God heeft immers de mens geschapen voor de onsterfelijkheid; Hij heeft hem gemaakt tot een af-spiegeling van zijn eigen wezen. Maar door de afgunst van de duivel kwam de dood in de wereld. Tweede lezing 2 Corinthiers 8, 7.9.13.15

Broeders en zusters, Gij munt reeds in zoveel opzichten uit: in geloof, welsprekendheid, wetenschap, in ijver op alle gebied, in uw liefde voor ons; laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen! Want de liefdedaad van onze Heer Jezus Christus hoef ik u niet in herinnering te bren-gen: hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede. Het is niet de bedoeling dat gij door anderen te ondersteunen uzelf in verlegenheid brengt. Er moet een zeker evenwicht tot stand komen. Zo ontstaat het evenwicht waarvan de Schrift spreekt: 'Hij die veel had verzameld, had niet te veel, en hij die weinig had verzameld kwam toch niet te kort'.

Evangelielezing Marcus 5, 21-43 (of: 21-24.35b-43)

In die tijd, toen Jezus weer met de boot overgestoken was, stroomde veel volk bij Hem samen. Terwijl Hij zich aan de oever van het meer bevond, kwam er een zekere Jairus, de overste van de synagoge. Toen hij Hem zag, viel hij Hem te voet en smeekte Hem met aandrang: 'Mijn dochtertje kan elk ogenblik sterven, kom toch haar de handen opleggen opdat ze mag genezen en leven'. Jezus ging met hem mee. Een dichte menigte vergezelde Hem en drong van alle kanten op. (Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed. Zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters en haar gehele vermogen uitgegeven, maar zonder er baat bij te vinden; integendeel, het was nog erger met haar geworden. Omdat zij over Jezus ge-hoord had, drong zij zich in de menigte naar voren en raakte zijn mantel aan. Want ze zei bij zichzelf: 'Als ik slechts zijn kleren kan aanraken, zal ik genezen zijn'. Terstond hield de bloeding op en werd ze aan haar lichaam gewaar dat ze van haar kwaal genezen was. Op het-zelfde ogenblik was Jezus zich bewust dat er kracht van Hem was uitgegaan; Hij keerde zich te midden van de me-nigte om en vroeg: 'Wie heeft mijn kleren aangeraakt?'. Zijn leerlingen zeiden tot Hem: 'Gij ziet dat de menigte van alle kanten opdringt en Gij vraagt: Wie heeft Mij aange-raakt?'. Maar Hij liet zijn blik rondgaan om te zien wie dat gedaan had. Wetend wat er met haar gebeurd was, kwam de vrouw zich angstig en bevend voor Hem neerwerpen en bekende Hem de hele waarheid. Toen sprak Hij tot haar: 'Dochter, uw geloof heeft u genezen. Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost'. Hij was nog niet uitgesproken of) men kwam uit het huis van de overste van de synagoge met de boodschap: 'Uw dochter is gestorven. Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen?'. Jezus ving op wat er bericht werd en zei tot de overste van de synago-ge: 'Wees niet bang, maar blijf geloven'. Hij liet niemand met zich meegaan behalve Petrus, Jacobus en Johannes, de broer van Jacobus. Toen zij aan het huis van de overste kwamen, zag Hij het rouwmisbaar van mensen die luid weenden en weeklaagden. Hij ging naar binnen en zei tot hen: 'Waarom dit misbaar en geween? Het kind is niet ge-storven, maar slaapt'. Doch ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten en ging met zijn metgezel-len en de vader en moeder van het kind het vertrek binnen waar het kind lag. Hij pakte de hand van het kind en zei tot haar: 'Talita koemi', wat vertaald betekent: Meisje, sta op. Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond want het was twaalf jaar. En ze stonden stom van verbazing. Hij leg-de hun nadrukkelijk op dat niemand het te weten mocht. komen, en voegde eraan toe dat men haar te eten moest geven.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: 'Wie heeft Mij aangeraakt?'. Jezus Christus vraagt ook nu nog 'Wie heeft Mij aangeraakt?'. Nu niet meer lichamelijk, want dat is onmogelijk zolang wij op Aarde leven, maar geestelijk. En de aanraking geestelijk is de aanraking door de liefde voor Hem, want liefde is de enige manier om Hem aan te kunnen raken. God in Jezus Christus is de allerhoogste Geest, die alles wat bestaat heeft geschapen uit liefde, omdat Hij liefde is. Daarom kan geen schepsel Hem naderen op een andere wijze dan door de liefde! Want de liefde is de wortel van alle leven. Zonder liefde is er geen leven. Anders gezegd: liefde is de basis van alles wat maar kan bestaan; wanneer er geen liefde is, dan is er ook geen leven. Ja, ook zonder liefde kan er een bestaan zijn; God heeft ons mensen voor de eeuwigheid geschapen en Hij neemt deze gave aan ons - te kunnen voortbestaan voor eeuwig - niet van ons af, tenzij er geen ommekeer naar Hem meer mogelijk is, dan kan een ziel weer ontbonden worden in zijn vele delen, maar dan blijft nog altijd de geest over, die niet deelbaar is. Maar een mensenziel die dit overkomt, was op geen andere wijze meer te redden, dan opnieuw het gehele proces van materie te doorlopen, maar hij verliest wel zijn persoonlijkheid. Waar hij staat moet u ook zij lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Dit is het allerergste wat een mensenziel kan overkomen, maar ook dan heeft zo'n ziel dat helemaal aan zichzelf te danken, door zijn eigen slechtheid. Over het algemeen zal de ziel niet afgebroken worden, maar voor altijd en eeuwig in leven blijven; ook in de hel is er een voortbestaan. God heeft niemand voor de dood geschapen, ook niet voor de eeuwige dood in de hel. De gevangenis, de hel zal altijd blijven bestaan, maar de gevangen van de hel, de duivels, kunnen vrij komen, maar wel onder de voorwaarde dat zij oprecht diep berouw hebben over hun begane zonden en God om genade en vergeving smeken. Dan kan, als zij dat serieus menen en hun zonden achter zich willen laten, er een moeizame weg door het Vagevuur volgen met daarna een toegang tot het paradijs en ook een lagere hemel. De hoogste hemel, waar God in Jezus Christus woont met Zijn kinderen, echter nooit. Toch is ook aan deze schepselen de zaligheid niet onthouden. Het gehele proces van komen in de hel, eruit verlost worden door Gods genade en hun hoogste plaats bereiken kan honderden, duizenden of misschien wel miljoenen jaren vergen, afhankelijk van de betreffende mensenziel. Maar God heeft nimmer een begin gehad en zal nimmer een einde hebben; tijd speelt voor Hem dus geen rol. Wel voor ons schepselen; want wie door eigen schuld - en daarvoor is altijd eigen schuld nodig - in de hel komt zal vele moeilijke tijden doormaken, met geen vreugde en veel verdriet. Beter voor ieder mens is om deze korte periode op Aarde, waar wij in een proefleven zijn geplaatst, goed te benutten door liefde voor God en de naasten te ontwikkelen. Want dan wacht ons meteen het eeuwige leven in alle zaligheid. Liefde is de sleutel tot het hart van God en liefde is de sleutel tot het hart van onze medemensen, onze naasten. Wanneer een kind opgroeit bij ouders, die de wederzijdse liefde beoefenen, tussen elkaar en tussen ouders en kind(eren), dan heeft hij een veel betere start in het leven, dan wanneer deze liefde gedeeltelijk, grotendeels of zelfs geheel ontbreekt. Want dan groeit het boompje niet naar de hemel, maar krom als een boom in een doorlopende sterke wind. Maar ook die mensen kunnen, als zij hun best doen, een liefdesband opbouwen tussen henzelf en God en daardoor ook met hun naasten. Immers, God wil onze dood niet en Hij heeft de dood ook niet gemaakt en God schept in onze ondergang geen enkel behagen. Het is de Satan en zijn aanhangers die de mens ingeeft om alleen van zichzelf te houden en geen liefde te hebben, noch voor God, noch voor hun naasten, ook niet hun allernaasten. Wie in de valstrikken van Satan trapt en God daarom verwerpt, die verliest niet alleen het lichamelijke leven - die elk mens noodzakelijkerwijze moet verliezen - maar ook het geestelijke leven. Indien iemand dat doet, dan triomfeert Satan, want dat heeft hij weer een mensenkind zijn eeuwige leven afgenomen. Niet dat Satan deze nieuwe duivel niet zal haten in dezelfde mate als dat hij ook iedereen haat, die hij niet naar de hel kan brengen, want hij haat alle schepselen van God. Inclusief zijn Schepper God, die hij ook zeer intensief haat, omdat hij Hem natuurlijk niet kan overwinnen. Maar zoveel mogelijk mensen de hel in brengen, dat zal hij zelfs met zijn laatste krachten doen en in onze tijd heeft hij daar heel veel succes in, want de meeste mensen hebben zich van God afgekeerd, tot hun eigen onheil. En toch, hoeveel heeft God in Jezus Christus wel niet voor ons mensen gedaan? Zoals Paulus het uitdrukte; Hij is arm geworden ter wille van ons mensen, opdat wij rijk zouden worden door Zijn armoede. Kon Jezus Christus meer voor ons doen, dan dat Hij gedaan heeft? Voor onze redding heeft Hij Zich, vrijwillig aan een kruis laten slaan en is, naar lichaam, aan dit kruis gestorven. Vrijwillig omdat Hij, als God, natuurlijk altijd de macht had om deze zware misdaad te voorkomen. Maar uit overgrote liefde voor ons mensen is Hij deze smadelijke en pijnlijke weg gegaan. Waarom wilde de mensen Hem eigenlijk doden? Had Hij iets verkeerds gedaan? Ja en nee! Ja, Hij had hun zelfzucht niet ondersteund en Hij had Zijn daden van liefde zonder beloning uitgevoerd, wat de geestelijken, aan de tempel verbonden, welke reeds veel meer hun eigen rijkdom dienden, dan God door het redden van zielen voor het eeuwige leven, zeer ergerde omdat zij ontmaskert werden als datgene wat zij waren; heidenen onder het mom van priesterschap van God. Dat zijn overigens ook vele geestelijken in onze tijd, de goeden hiermee niet bedoeld. Maar de overste van de Synagoge, Jairus, was zo wanhopig over zijn dochtertje, dat hij alle bezwaren van de tempel opzij zette en Jezus Christus om hulp vroeg. En dat kreeg hij, ook na de dood van zijn dochter, want voor God is alles mogelijk. Hij moest enkel blijven geloven en het wonder geschiedde. En ook bij dit wonder bewees Jezus dat Hij God is; want Hij riep het meisje tot leven en gezondheid uit eigen kracht, wat alleen God kan. Op weg naar het huis van deze overste, zocht een zieke vrouw genezing en zij had zoveel geloof, dat het aanraken van zijn kleding voldoende was om haar te genezen. Jezus Christus als Mens voelde dat er een grote kracht van Hem uitging, waarom Hij dan ook vroeg wie Hem had aangeraakt. Omstanders vonden dat een rare vraag, omdat er zoveel mensen waren, dat Hij wel meer werd aangeraakt, maar door niemand, dan alleen door deze vrouw, om te genezen. Vanuit de andere aanrakingen was er dan ook geen energie vanuit Jezus Christus, maar alleen bij haar. En deze vrouw werd bang, want zij dacht te ver gegaan te zijn. Maar Jezus Christus stelde haar helemaal gerust, want Hij bevestigde haar in haar geloof en beloofde daarbij dat de ziekte niet meer terug zou komen. Was Jezus Christus uit op erkenning en op eer en roem? Zeker niet bij de zieke vrouw, want voordat zij genezen was, wist Hij als Mens, niet van haar bestaan. En aan Jairus verbood Hij zelfs om dit wonder bekend te maken. Want God doet dingen voor ons mensen, zonder dat anderen het hoeven te weten. Want wie Hem in stilte aanbid en Zijn Wil doet, die krijgt ook in stilte Zijn genades. Bijvoorbeeld de genade om opgenomen te worden in de hemel, na het leven op Aarde. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen terugvinden.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN