Schriftuitleg


Schriftuitleg van Pinksterzondag 20 mei 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Handelingen 2, 1-11

Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op de zelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak, en heel het huis waar zij ge­zeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek, en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest, en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem jo­den, vrome mannen die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liepen die te hoop, en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf, en zeiden vol verwonde­ring: ‘Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn ei­gen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden’.

Tweede lezing Galaten 5, 16-25

Broeders en zusters, leeft naar de Geest, dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert. Wat de zelfzucht wil, strijdt met de geest, en omgekeerd, het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoïsme. Die twee liggen met elkaar overhoop zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen. Maar als ge u door de Geest laat leiden, staat ge niet onder de wet. De uitingen van zelfzucht zijn bekend genoeg: ontucht onreinheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, haat, tweespalt, afgunst, driftbuien en intriges, ruzies, partijschappen en jaloersheden, drinkgelagen, uitspattingen en zo meer. Ik waarschuw u zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb: wie zich zo misdragen zullen het koninkrijk van God nooit erven. De vrucht van de Geest daarentegen is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid. Met zulke dingen heeft geen wet iets te maken. En zij die bij Christus Jezus horen, hebben hun zelfzucht gekruisigd met haar hartstochten en begeerten. Daar wij leven door de Geest, willen we ook leven volgens de Geest.

Evangelielezing Johannes 15, 26-27; 16, 12-15

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Wanneer de Helper komt die Ik u van de Vader zal zenden, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen, want vanaf het begin zijt gij bij Mij. Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waar­heid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen. Hij zal niet uit zichzelf spreken maar spreken al wat Hij hoort en u de ko­mende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Al wat de Vader heeft is het mijne’.

Uitleg:

Het thema van deze Pinksterzondag is: ‘In eigen taal’. Ieder mens kan met God praten in zijn eigen taal, want God verstaat alle talen. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Praten met God is bidden. Daar hoeft niemand welbespraakt voor te zijn; God kan iedereen verstaan. Maar wel oprecht, want God verafschuwt een onoprecht gebed, leugentaal. En denk nooit dat God te bedriegen is, want Hij kent ieder van ons oneindig veel beter dan dat wij onszelf kennen. Dus praat met God in alle oprechtheid en laat uw gebed nooit een lippengebed zijn, zoals God het doorgaf aan Jesaja: ‘Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij’. Met het hart bedoeld God niet de bloedpomp, wat het hart ook is, maar de liefde van de mens, die uit gaat vanuit zijn hart. Dat geldt zelfs voor mensen die baarlijke duivels zijn in mensengedaante. Alleen de liefde van hun hart is op zichzelf gericht en niet op God en/of de medemensen, de naasten. Zij kunnen, als het hun uitkomt, God eren met hun lippen, maar zij hebben geen hart, geen liefde voor God en daarom ook niet voor hun naasten. Want God is Liefde en de Bron van alle liefde. Wie God niet lief heeft, is niet in staat om oprechte liefde voor zijn naasten te voelen en uit liefde voor hen te handelen. Daarmee wordt bedoeld dat altijd de eigen ego, de eigen ik voorop staat en de liefde voor een ander mens, ook de allernaasten, is afhankelijk van of die mens ‘nuttig’ is, op welke wijze dan ook, voor zichzelf. Wie niet ‘nuttig’ is, die laat zo’n mens vallen als een baksteen, daar wordt de liefde vanaf getrokken. Wie God wel lief heeft, die krijgt vanuit God de kracht en de liefde om ook zijn naasten lief te hebben; immers ook elke naaste, elke medemens is geroepen door God om Zijn kind te worden. Wij mensen zijn allemaal geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. En alleen onze eigen vrije wil bepaald of wij het goede willen doen, of dat wij kwade wegen bewandelen, gevoed door onze zelfzucht. God dwingt niemand om Hem te volgen, maar wie Hem wil volgen, die wordt nooit afgewezen. Bijvoorbeeld Judas Iskariot was een man die zich veel meer op het aardse richtte, dan op geestelijke zaken, maar Hij werd door God in Jezus Christus niet afgewezen, ja hij werd zelfs een vooraanstaande leerling van Jezus Christus, een apostel. Indien hij zijn zelfzucht had laten varen, dan had hij nooit zijn Heer en God verraden, maar omdat hij dat niet deed, maar de fantasie had dat hij Jezus Christus, door verraad, kon dwingen een aards koningschap op zich te nemen, verraadde hij Hem wel; vervolgens kreeg hij, toen hij de gevolgen van zijn daad zag, zoveel spijt dat hij zelfmoord pleegde. En zo is het met alle zelfzuchtige mensen; er komt een dag dat zij spijt hebben over hun verknoeide leven. Is dat wanneer zij nog op Aarde leven, dan kan God hen vergeven en alsnog binnenleiden in het eeuwige leven; komt deze spijt als zij, in het hiernamaals, zien en begrijpen wat de hel is, dan zijn zij helaas te laat; dan heeft de Rechtvaardige Rechter gesproken en zullen zij de gevolgen van hun eigen daden moeten dragen. Want God is Liefde, maar Hij is ook de meest onverbiddelijke Rechtvaardigheid. Wij mensen zijn door God op deze Aarde geplaatst voor een proeftijd, een proefleven, waarin wij met een absoluut vrije wil kunnen en mogen kiezen hoe onze oneindige tijd na het leven op Aarde eruit zal zien. Wie liefde heeft voor God boven alles en voor zijn naasten als zichzelf, die worden kinderen van God, óók als zij niet volkomen volmaakt zijn. Want in het hiernamaals zijn er vele woningen, plaatsen, scholen, die de mensenzielen verder naar volmaaktheid kunnen helpen. Maria, de apostelen en ongetwijfeld vele leerlingen van Jezus Christus kregen met het eerste Pinksteren de gave van de heilige Geest. En, opdat de Kerk, welke Jezus Christus heeft gesticht, een goede start zou maken, ging dat met uiterlijke tekenen gepaard. Alle mensen, die op het geweldige gedruis af kwamen, kregen in hun eigen taal de Blijde Boodschap, het evangelie van Jezus Christus te horen en duizenden bekeerden zich toen en werden gedoopt. Daarna is de heilige Geest over ontelbare mensen gekomen, maar nimmer meer zo spectaculair. Echter, wanneer de heilige Geest over een mens komt, dan is hij daarna volmaakt, zoals onze Vader in de hemel volmaakt is. Dat gebeurt natuurlijk alleen bij mensen, die God lief hebben met geheel hun haart, geheel hun ziel en geheel hun verstand, dus boven alles en met hun gehele persoon. Voor hen geldt tevens dat zij ook hun naasten lief hebben, dus alle mensen waarmee zij in aanraking komen. Vandaar dat de Gods Geest in deze mensen optimaal kan werken en zij grote tekenen kunnen doen – want hun zielen zullen geen schade van deze macht ondervinden, omdat zij zelf heel goed weten dat deze tekenen enkel gedaan kunnen worden door de kracht van God en niet van hen zelf. Dat was in die tijd noodzakelijk om het geloof efficiënt te verspreiden. Ook nu doet God nog vele wonderen, maar de meeste mensen geloven de getuigen van deze wonderen niet meer; mensen van onze tijd denken slimmer en beter te zijn van God Zelf, waardoor zij denken zonder God te kunnen leven. Zij hebben ongelijk! Het is niet de mens die bepaald hoe hij eruit ziet, welke lengte van lichaam hij heeft, hoelang hij op Aarde mag wonen, alvorens naar lichaam te sterven en ga zo maar door. Het is niet de mens die universele morele wetten heeft opgesteld, die aansluiten op onze natuur, maar God. Het is wel de mens die uit vrije wil beslist of hij zich aan deze morele wetten wel of niet wil houden. Wie van God houdt doet zijn uiterste best om zich aan deze eenvoudige Geboden van God, gebaseerd op de liefde, te houden voor zijn eigen bestwil. Wie niet van God houd, geen liefde heeft voor God en de naasten, gaat zijn eigen dwaalwegen en zal dan ook geheel verdwalen. Of, zoals Paulus aan de Galaten schreef: ‘De uitingen van zelfzucht zijn bekend genoeg: ontucht onreinheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, haat, tweespalt, afgunst, driftbuien en intriges, ruzies, partijschappen en jaloersheden, drinkgelagen, uitspattingen en zo meer’. Kijk om u heen en zie hoe de wereld verworden is! Wij herkennen nauwelijks meer mensen, die vervuld zijn van de Geest van God, die zoals Paulus schreef: ‘De vrucht van de Geest daarentegen is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid’. En dat komt omdat Jezus Christus, zoals beloofd, wel de Helper heeft gezonden, de heilige Geest, de Geest van God, maar de meeste mensen van onze tijd daar niets mee te maken willen hebben. Want zij zijn autonoom geworden en denken het zonder God te kunnen redden, juist waardoor zij verloren dreigen te gaan. Maar, voor wie de vruchten van Gods Geest wel graag willen aanvaarden – met alle voorwaarden en gevolgen – wacht na dit moeilijke proefleven op Aarde de hemel. Wellicht ook het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen omhelzen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN