Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 21 oktober 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Jesaja 53, 10-11

De Heer heeft besloten zijn dienaar te vernederen en hem te doen lijden. Waarlijk, hij gaf zijn leven als zoenoffer, maar hij zal een nageslacht zien, en het raadsbesluit van de Heer komt door hem tot vervulling. Na zijn lijden zal hij licht zien, en verzadigd worden. Door zijn zwoegen zal mijn rechtvaardige dienaar velen rechtvaardigen. Hij zal zich belasten met hun fouten.

Tweede lezing Hebreeën 4, 14-16

Broeders en zusters, nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, nu moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met zwakheden. Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp.

Evangelielezing Marcus 10, 35-45

Toen kwamen Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeus , naar Jezus toe en zeiden: ‘Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij U vragen’. Hij antwoordde hun: ‘Wat wilt ge dan dat Ik voor u doe?’. Zij zeiden Hem: ‘Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerhand moge zitten’. Maat Jezus zei hun: ‘Ge weet niet at ge vraagt. Zijt ge in staat de beker te drinken die Ik drink en met het doopsel gedoopt te worden waarmee Ik gedoopt word?’. Zij antwoordden Hem: ‘Ja, dat kunnen wij’. ‘Inderdaad’, - gaf Jezus toe - ‘de beker die Ik drink, zult gij drinken, en met het doopsel waarmee Ik gedoopt word, zult gij gedoopt worden; maar het is niet aan Mij u te doen zitten aan mijn rechter- of linkerhand, omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie dit is bereid’. Toen de tien anderen dit hoorden, werden ze kwaad op Jacobus en Johannes. Jezus echter riep hen bij zich en sprak tot hen: ‘Gij weet dat zij die als heersers der volkeren gelden hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn; wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, moet aller slaaf wezen, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor velen’.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘Gekomen om te dienen’. God heeft Zich een ziel en lichaam geschapen en is Mens geworden en in Jezus van Nazareth, Jezus Christus gekomen om ons mensen te dienen. God is Zelf zo deemoedig dat Hij, die alles wat bestaat heeft geschapen, niet alleen onze Vader wil zijn, maar zelfs Mens is geworden, zoals wij mensen zijn, in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde. Zie, sinds Adam en Eva dreigden een aantal malen de geestelijke reden van onze schepping; het kindschap van God, volledig verloren te gaan en wel door onze eigen zelfzucht. Buiten de in de Bijbel genoemde rampen, zoals de Zondvloed, Sodom en Gomorra, zijn er nog talrijke beschavingen verdwenen, waarvan wij de ruïnes hebben teruggevonden. En zij hadden allemaal dezelfde reden; de mensen gingen die wegen door hun leven bewandelen, die hen van God aftrokken en naar de eeuwige dood leidden. En wel omdat hun zelfzucht hun liefde voor elkaar vernietigde, zoals dat ook nu wereldwijd het geval is. Op het tijdstip van de geboorte van God in Jezus Christus was dit weer het geval en de mensheid van de gehele Aarde dreigde voor God verloren te gaan. Zoals God reeds aan Adam en Eva beloofd had, kwam God deze keer als Mens op Aarde, om ons allen te redden. Dat is grotendeels voor bijna tweeduizend jaar goed gegaan, omdat vele mensen gedurende vele honderden jaren de Leer van God in Jezus Christus volgden. En, hoewel er nog steeds ook uitbreiding van het christelijke geloof plaats vind op de wereld, is het werelddeel, die het meest geprofiteerd heeft van deze leer, Europa, grotendeels heidens geworden. Dit nieuwe heidendom dreigt nu de gehele wereld in haar val mee te slepen. Vandaar dat God in Jezus Christus nu, niet alleen Zijn wederkomst aan het voorbereiden is, niet alleen een uiterste en laatste poging zal doen om zoveel mogelijk mensenzielen van de eeuwige dood te redden en Gods Rijk binnen te voeren, maar ook het duizenden jaren geleden voorspelde Grote Gericht is begonnen. Wie nog niet geheel geestelijk blind is ziet het gebeuren door de dagelijks optredende natuurrampen, verspreid over de gehele Aarde. Want God, die al Zijn schepselen altijd al dient door hen van alles wat zij nodig hebben te voorzien, dient ons nu door de mensheid niet compleet verloren te laten gaan, maar alle mensen, die dit zelf ook willen, te redden van hun ondergang. Ja, God is een deemoedige en dienende God. Hij dient Zijn Schepping, omdat Hij ons schepselen zo lief heeft, zoveel liefde heeft voor ieder van ons, dat wij die nooit volledig kunnen begrijpen. Maar naast Liefde is God ook de grootste Gerechtigheid die, als wij mensen het te bond maken, op een gegeven moment zegt: ‘Tot hier, en niet verder!’. Wie de liefde en Vaderlijke Hand van God niet wil, die zal God ontmoeten als een zeer strenge, onverbiddelijke, maar Rechtvaardige Rechter. In het Oude Testament staat al geschreven: ‘Het is verschrikkelijk om in de handen van de levende God te vallen’. Daarmee worden alleen die mensen bedoeld, die de spot met God drijven, niet zij die Zijn Geboden van liefde volgen. Want ook de Tien Geboden, welke God aan Mozes heeft gegeven, drukken de liefde uit. De eerste drie Geboden gaan over de liefde van de mensen tot God; de andere zeven Geboden gaan over de naastenliefde. Daarin zijn in weinige regels uitgedrukt hoe wij mensen met God en onze naasten dienen om te gaan. Jezus Christus heeft alle Geboden van God nog krachtiger samengevat: Heb God lief boven alles en de naasten als zichzelf. Eigenlijk heeft God maar één Gebod aan ons mensen gegeven: Liefde! Natuurlijk niet de eigenliefde, daar zijn wij mensen toch al vanuit de dierlijke natuur toe geneigd. Nee, de liefde tot God en de naasten, welke geheel gericht is op het geestelijke, op de roeping die God aan elke mens heeft gegeven: Een kind van God worden en zijn, zo volmaakt als dat de Vader in de hemel volmaakt is. Alleen zij die op deze roepstem in gaan en gaan leven, zoals God het bedoeld heeft, zijn de uitverkorenen, die deze hoge status kunnen bereiken. Zij zullen zich moeten gedragen, uit liefde, zoals Jezus Christus het ons heeft voorgedaan; door hun kruis op te nemen en Hem te volgen. Het kruis opnemen moet u echter niet letterlijk nemen, want er wordt mee bedoeld dat wie God in Jezus Christus wil volgen, zijn zwakheden aan Hem moet opdragen en zijn uiterste best doen om net zo liefdevol te worden als onze Heer, God en hemelse Vader. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Hij zal dus, met andere woorden, zijn eigen ego, die zelfzuchtig wil zijn, geestelijk aan het kruis slaan, dus over moeten dragen aan wat God van ieder van ons wil, om God in alles na de volgen. Is dit gemakkelijk? Nee, absoluut niet! Integendeel, daar is voor ieder mens een harde strijd met de eigen ego voor noodzakelijk; want elk mensenkind zal liever van zichzelf houden, zichzelf hoger achten dan zijn medemensen, zijn naasten, dan hun nederige dienaar te worden. En dat is precies wel wat God van ons wil. Jezus Christus, die God is, heeft ons het goede voorbeeld gegeven, wat reeds door Jesaja was aangekondigd. Hij die God is, heeft ter wille van de vrije wil van ons mensen, zich laten kruisigen en naar het lichaam laten doden, om ons te verlossen van de dood, om van ons ware kinderen van God te maken. Daarvoor was een uiterste vernedering, verdeemoediging voor nodig, omdat Hij, die God is, onmiddellijk al Zijn vijanden had kunnen vernietigen. In onze tijd zijn er maar weinigen die zelf ook een kind van God willen zijn. Jezus Christus is, zoals Paulus schreef, voor ons een Hogepriester, die in staat is mee te voelen met onze zwakheden. Maar niet met onze kwade bedoelingen en boosaardige plannen, die eerder in de diepste hel thuis horen, dan op deze Aarde, laat staan in de hemel. Om daar te komen zal ieder mens toch echt moeten doen wat God in Jezus Christus van ons wil. Niet ons verheffen, zoals Jacobus en Johannes deden, toen zij vroegen om een ereplaats in de hemel. Wel ons zo verdeemoedigen dat wij ten eerste erkennen dat wij helemaal niets kunnen, zonder de hulp en leiding van God; omdat alles wat wij zijn of hebben van Hem komt en niets van ons zelf. Want wij kunnen wel denken dat wij zelf van alles kunnen, maar dat is een leugen; allereerst beliegen wij onszelf, dan anderen. De werkelijkheid is dat wij zelf voor elke ademteug van God afhankelijk zijn en God ook eens Zijn doodsengel zal zenden om ons naar het hiernamaals te halen; en daar hebben wijzelf niets over te zeggen. Ten tweede zullen wij de wil dienen te hebben om anderen te dienen met onze liefde en ons nooit, als mens, verheffen boven onze naasten. Wij zullen dus dienaren moeten worden, van onze naasten en van God. Wat overigens niet wil zeggen dat wij alle flauwekul van onze naasten als zoete koek hoeven te slikken, maar aan leugens en boosaardige bedoelingen een halt kunnen toeroepen. Immers God Zelf dient ons elke dag en is ook niet op Aarde gekomen om gediend te worden, maar om ons te dienen met Zijn Leer, welke ook het kindschap van God inhoudt. Wie dus deze Leer in woord en daad volgt in zijn leven, die zal eens een hemelbewoner worden. Wellicht ook opgenomen worden in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN