Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 22 september 2019.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Amos 8, 4-7

Hoort toe, gij die de armen verdrukt en de misdeelden in het land verdelgt, gij die redeneert: wanneer is de nieuwe maan voorbij? Dan kunnen wij ons koren verkopen! En wanneer de sabbat? Dan kunnen we ons graan uitstallen. Dan verkleinen wij de korenmaat, dan verhogen wij de prijs en bedriegen wij met een vervalste weegschaal. Dan kopen wij de kleine man voor geld, de arme voor een paar schoenen, en verhandelen wij zelfs de afval van ons koren. De Heer heeft gezworen bij de heerlijkheid van Jacob: Geen van hun daden zal Ik ooit vergeten!

Tweede lezing 1 Timotheüs 2 1-8

Dierbare, vóór alles vraag ik u gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij ongestoord en rustig een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden. Dit is goed en welgevallig in het oog van God, onze heiland die wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen. Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen: op de vastgestelde tijd legde Hij zijn getuigenis af. En ik ben hiervan aangesteld als heraut en apostel - ik spreek de waarheid, ik lieg niet - om de volken te onderrichten in het ware geloof. Ik wil dus dat op elke plaats waar de gemeente samenkomt om te bidden de mannen hun handen opheffen in een geest van godsvrucht, die haat en ruzie uitsluit.

Evangelielezing Lucas 16, 1-13 (of: 10-13)

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: (‘Er was eens een rijk man. Hij had een rentmeester die bij hem werd aangeklaagd, omdat hij zijn bezit verkwistte. Hij riep hem dus en vroeg: Wat hoor ik daar van u? Geef rekenschap van uw beheer, want gij kunt niet langer rentmeester blijven. Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf: Wat zal ik doen nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet, en bedelen: daarvoor schaam ik mij. Ik weet al wat ik ga doen, opdat ik na mijn ontslag als rentmeester onderdak vind. Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, één voor één, en zei tot de eerste: Hoeveel zijt gij aan mijn meester schuldig? Deze antwoordde: Honderd vaten olie. Maar hij zei: Hier hebt ge uw schuldbekentenis; ga gauw zitten en schrijf: vijftig. Daarop vroeg hij nog aan een tweede: En hoeveel zijt gij schuldig? Deze antwoordde: Honderd maten tarwe. Hij zei hem: Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig. De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester dat hij met overleg had gehandeld, want de kinderen van deze wereld handelen onderling met meer overleg dan de kinderen van het licht. Zo zeg Ik u ook: Maakt vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat zij - wanneer die u komt te ontvallen - u in de eeuwige tenten opnemen.) Wie betrouwbaar is in het kleinste is ook betrouwbaar in het grote; en wie onrechtvaardig is in het kleinste is ook onrechtvaardig in het grote. Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest met betrekking tot de onrechtvaardige mammon, wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen? Als ge niet betrouwbaar zijt geweest in het beheren van andermans goed, wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen? Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal dan de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon’.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘God dienen’. God dienen is het doel van elk mensenleven. Maar dan rijzen de vragen waarom zouden wij mensen God moeten dienen en zo ja, hoe kunnen wij God dienen, God is immers soeverein en heeft onze diensten niet nodig? Deze vragen van waarom en hoe zijn belangrijke vragen. Laten we beginnen met de vraag waarom. God is de Gever van alle leven en, als wij mensen willen leven in eeuwigheid, dan zullen wij God moeten dienen, omdat wij anders ons eeuwige leven verspillen voor wat vluchtig genot, waar niets van over blijft dan een wrange nasmaak. Immers alle andere doelen in het leven zijn van tijdelijke aard en gaan onherroepelijk voorbij. Alleen het eeuwige leven in en met God blijft altijd bestaan en vergaat nimmer. Vele mensen zijn op zoek naar de eeuwige jeugd, de kracht van de jeugd in eeuwigheid. Welnu, omdat de materiële wereld vergaat en altijd zal vergaan – in de materie zit geen echte duurzaamheid – is ook de eeuwige jeugd nergens anders te vinden dan in het eeuwige leven van de ziel. Het lichaam wordt ouder en vergaat; eeuwig jong blijven op Aarde is een utopie, waar geen realiteit in zit. Maar de ziel, mits deze zich heeft verenigt met de Gever van alle leven, God, kan oneindig krachtig en jeugdig zijn. Maar alleen voor die zielen die, uit liefde voor God boven alles en voor de naasten als zichzelf, God liefhebben en dienen. Zonder God en de naasten te willen dienen kan er geen eeuwig leven bestaan. Immers God Zelf is een dienende God, die voor al Zijn ontelbare schepselen de bestaansvoorwaarden heeft geschapen en het laat regenen over goeden en kwaden. Dus elk schepsel, ook alle mensen, voorziet van alles wat hij nodig heeft. Waar hij staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Alle gebrek en dure tijden worden veroorzaakt door mensen die, uit grenzeloze hoogmoed en hebzucht, alleen voor zichzelf willen zorgen en andere mensen het ‘licht in de ogen’ niet gunnen. God heeft onze Aarde voorzien van ruim voldoende voedsel voor ieders behoefte, niet voor ieders hebzucht. Hiermee is het waarom God dienen beantwoord; wij mensen hebben daar zelf het meest bij te winnen. Het eeuwige leven en op Aarde vrede en welvaart voor iedereen. Het hoe is de andere vraag; hoe kunnen wij God, die niets van ons nodig heeft, dienen? Welnu, alles wat wij bezitten, hebben of ooit zullen hebben kregen wij van God; daar is geen uitzondering op. Om van ons mensen te maken, heeft God ons uitgerust met een vrije wil. Onze liefde is gelijk aan ons leven. Met onze vrije wil kunnen wij onze liefde, dus ons leven, inrichten zoals wij dat zelf willen. Anders gezegd; wij kunnen onze liefde richten naar waar wij maar willen; God of de vergankelijke wereld. Als wij besluiten om God te dienen, dus onze liefde op God te richten, dan zullen wij die ook op onze naasten moeten richten. Niet voor niets heeft God n Jezus Christus ons geleerd: ‘Wat gij doet voor de armen, dat heeft gij voor mij gedaan’. Deze regel komt herhaaldelijk voor in de evangeliën, in allerlei vormen. Want voor God Zelf kunnen wij niets doen, behalve Hem onze liefde geven. Maar hoe kunnen wij God onze liefde geven? Door goed te doen voor al onze naasten. Dat vereist deemoedigheid, zachtmoedigheid, vergevingsgezindheid en geduld. Allemaal zaken die in onze wereld nu niet bepaald hoog aangeschreven staan; integendeel, wij leren onze kinderen eerder hoogmoed, wraak, opkomen voor hun eer en genadeloosheid in allerlei zaken, opdat de eigen ego nooit schade mag lijden. Bijvoorbeeld onze seks is geen wederzijdse gave binnen een huwelijk meer – en een huwelijk is altijd de levenslange verbinding tussen één man en één vrouw – maar een gelegenheid tot genot, waarbij de ander als gebruiksvoorwerp wordt gebruikt voor de eigen genotsbeleving, zonder dat er sprake is van liefde. Daaruit komt onder andere het vermoorden van de, uit geilheid bedreven seks, bevruchtingen voort; dus nieuw en onschuldig mensenleven. Deze worden op gruwelijke wijze vermoord, nog voordat zij geboren zijn, en wel ongeveer tweeënvijftig miljoen kinderen per jaar. De stap naar waar de profeet Amos voor onze tijd over schrijft is dan maar een kleine stap; bedriegerij en oplichting, zonder enige trouw, behalve aan het eigen ego. En inderdaad, in winkels veranderen de inhoud van verpakkingen in een kleinere maat, om een prijsverhoging te maskeren. Kaf wordt, ter wille van de spijsvertering, apart verkocht; het verhandelen van de afval van ons koren. Slaat deze profetie dan niet op onze tijd van bedrog en puur egoïsme? Wij zijn de Leer van Jezus Christus vergeten en onze samenleving is heidens geworden; ja wij halen brute heidenen naar ons land in een poging om de Leer van God in Jezus Christus geheel uit te wissen. De ellende die dit veroorzaakt raakt de rijken en machtige geheel niet; zij hebben geen liefde en een medemens, die zij niet als hun gelijke beschouwen, telt geheel niet. En toch vraagt Paulus om voor onze hooggeplaatsten en koningen te bidden. Waarom? Omdat God alleen hun diamant harde harten zachter kan maken, of de macht heeft hen van de Aarde af te nemen. Nu echter is het verlaten van God niet alleen meer bij de rijken en machtigen, maar is overal in het volk doorgedrongen; wij zijn nagenoeg allen vervuld van het kwade en denken niet meer aan het goede. Wij allen zijn onrechtvaardige rentmeesters geworden over ons eigen leven en over het weinige wat ons is toevertrouwd. Wij allen geven meer om de mammon, de wereld, dan om God en om onze naasten. Daarom is Jezus Christus ook bezig met Zijn wederkomst aan het voorbereiden. Daarom ook zullen wij allen gewaarschuwd worden hoe wij er in Gods ogen voorstaan. Want wij leven nu in een tijd van zuivering tussen de bokken, de kwaden, en de schapen, de goeden. Pas als ieder mens weet Wie en Wat God in Jezus Christus is, kan hij zelf, uit vrije wil kiezen tussen het eeuwige leven en de eeuwige dood. Anders gezegd; wie tot inkeer, bekering komt, die kiest voor het eeuwige leven in het Rijk Gods, ongeacht wat zijn begane zonden waren. Wie, ook nadat hij gewaarschuwd is, blijft in zijn zonden, die kiest voor de eeuwige dood in de hel; wel de eigen keuze uit eigen vrije wil. Want het goede vereist betrouwbaarheid; het kwade is van nature ontrouw. Trouw hoort bij liefde, dus bij God. Ontrouw hoort bij de wereld. Maar niemand kan zowel God dienen als de wereld, de mammon. Elk mens zal dus moeten kiezen; wil hij eeuwige leven of een eeuwigheid in de hel? Ik heb gekozen voor het eeuwige leven en een ieder die dit ook doet zal eens in de hemel wonen. Wellicht ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN