Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 24 juni 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Jesaja 49, 1-6

Luistert naar mij, eilanden, spitst de oren, volkeren van ver: De Heer heeft mij vanaf de moederschoot geroepen, vanaf de schoot mijner moeder heeft Hij mijn naam ge-noemd. Hij heeft mijn mond tot een snedig zwaard ge-maakt, met de schaduw van zijn hand heeft Hij mij bedekt. Hij maakte van mij een geslepen pijl, en in zijn koker heeft Hij mij geborgen. Hij sprak tot mij: 'Mijn dienaar zijt gij, Israel in wie Ik mij zal verheerlijken'. En ik heb gezegd: 'Vergeefs heb ik mij afgetobd, mijn kracht loopt uit op leegheid en wind, maar mijn recht is bij de Heer, en mijn beloning bij mijn God'. Nu echter sprak de Heer die mij vormde tot zijn knecht vanaf de moederschoot, om Jakob terug te brengen tot Hem en opdat Israel voor Hem zou worden verzameld. - Ik ben verheerlijkt in de ogen van de Heer, en mijn God is mijn sterkte. - Hij sprak: 'Het is te ge-ring dat gij mijn dienaar zijt, om Jakobs stammen op te richten en de gespaarden van Israel terug te brengen. Ik stel u aan tot licht van de heidenvolkeren om mijn heil te zijn tot aan het uiteinde der aarde'. Tweede lezing Handelingen 13, 22-26

In die dagen zei Paulus: 'Nadat God Saul verworpen had, verhief Hij David tot koning van het volk Israel. Van deze gaf Hij het getuigenis: Ik heb David gevonden, de zoon van Isai, een man naar mijn hart die mijn wil in alles zal vol-brengen. Uit diens nakomelingschap heeft God, volgens belofte, voor Israel een Verlosser doen voortkomen, Jezus; nadat reeds Johannes voor zijn optreden een doopsel van bekering had gepredikt aan heel het volk van Israel. Toen Johannes aan het einde van zijn loopbaan was, zei hij: Wat ge meent dat ik ben, ben ik niet; maar na mij komt iemand wiens schoeisel ik niet waard ben los te maken. Mannen broeders, zonen uit Abrahams geslacht en godvrezenden onder u: tot ons is dit woord van verlossing gezonden.

Evangelielezing Lucas 1, 57-66.80

In die tijd brak voor Elisabeth het ogenblik aan dat zij moe-der werd; zij schonk het leven aan een zoon. Toen de bu-ren en de familie hoorden hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde. Op de achtste dag kwam men het kind besnijden en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen. Maar zijn moeder zei daarop: 'Neen, het moet Johannes heten'. Zij antwoordden haar: 'Maar er is in uw familie niemand die zo heet'. Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader hoe hij het wilde noemen. Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef erop: 'Johannes zal hij heten'. Ze stonden allen ver-baasd Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend, zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof. Ontzag ver-vulde alle omwonenden en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld. Ieder die het hoorde, dacht erover na en vroeg zich af: 'Wat zal er worden van dit kind?'. Want de hand des Heren was met hem. Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer. Hij verbleef in de woestijn tot de dag, waarop hij zich aan Israel in het openbaar toonde.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: 'Stem je af op Gods liefde'. Stem je af op Gods liefde door Zijn Geboden te onderhouden, dus te doen. Geloof en liefde voor God en de naasten betekenen niets zonder daden van geloof en liefde. Een geloof zonder naar het geloof te handelen is dood en wordt pas levend als een mens zijn geloof omzet in daden. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit nar uw eigen geslacht. Hetzelfde geldt voor de liefde; wanneer de liefde blijft bij woorden, maar er geen daden zijn die deze liefde bewijzen, is het geen liefde voor de ander, maar pure zelfzucht. Immers, wie heeft er iets aan als hem gezegd wordt: ik hou van je, maar er geen enkele daad bewijst dat deze liefde ook aanwezig is? Wat heeft een klein kind eraan als zijn moeder beweert van hem te houden, maar hem niet geeft waar hij van moet leven; zoals voedsel en drinken, lichamelijke verzorging en uitdrukkingen van liefde, zoals een knuffel op zijn tijd? Kan zo'n kind zich dan geborgen voelen? Nee toch! Datzelfde geldt voor alle mensen; bijvoorbeeld een bedelaar, of iemand anders in nood, verklaren dat je zoveel liefde voor hem hebt, maar helemaal niets doen om hem te helpen uit de nood, waarin hij verkeerd, hetzij in een goed advies, indien de eigen middelen ontbreken, hetzij met iets wat hij nodig hebt. Als dat u zou overkomen, zou u dan de liefde van die ander zelf voelen? Dan ook een ander niet van u, als u weigert te helpen! Liefde zonder daden van liefde is helemaal niets! Het is dan geen liefde maar hooguit huichelarij, gevoed door grote zelfzucht. Maar dat zelfde kan gezegd worden van geloof in God. God heeft voor ons mensen regels, Geboden opgesteld om ons naar het eeuwige leven in Zijn Rijk te leiden. Is het geloof dat er een God bestaat voldoende dan, of zullen de gelovigen zichzelf daadwerkelijk aan de regels van het geloof moeten houden, willen zij een levend geloof bekomen? Vergelijk dat eens met deelname aan het verkeer; ook daarvoor zijn regels opgesteld. Zich niet aan deze regels houden kan dodelijke ongelukken veroorzaken, buiten de boetes om welke de overheid op legt. En zo is het ook met God; omdat geloof zonder daden, zonder het daadwerkelijk volgen van de Geboden, dus de Geboden onderhouden, in feite dood is; want zelfs de duivels in de hel geloven aan het bestaan van God. Maar dan komen de beloftes, verbonden aan het geloof, ook niet uit. Integendeel, het weigeren de Geboden van God te onderhouden, zorgt er eerder voor dat God volledig ontkent wordt, dan voor een leven in Gods Rijk. Want wie de Tien Geboden van God en de twee liefdesgeboden van God in Jezus Christus niet doet, die gaat de weg van alle zondaren in de hel; die mensen houden op een gegeven moment geen van Gods Geboden meer en zijn vervallen in een voortdurende situatie van doodzonden. En doodzonden - alle Tien Geboden zijn stuk voor stuk doodzonden - waar geen berouw over is, vormen de weg naar de eeuwige verdoemenis van de hel. In onze heidens geworden samenleving is het vele malen gemakkelijker om in doodzonden te leven dan om Gods Woord, Gods Geboden te onderhouden, want de dagelijks over ons mensen uitgestorte propaganda roept ons voortdurend op om doodzonden te begaan als iets 'heel natuurlijks'. Om drie groepen van doodzonden te noemen, welke zelfs legaal zijn verklaard, zijn dat abortus provocatus en euthanasie, beiden overtreden zij het vijfde Gebod van de Tien Geboden: Gij zult niet doden. Homohuwelijk, wat geen huwelijk is, en homoseksuele daden, overspel en hoeren en hoerenlopers overtreden het zesde Gebod: Gij zult geen onkuisheid doen. En scheiden tussen echtgenoten in een door God gesloten huwelijk en met een ander huwen, overschrijd permanent ditzelfde zesde Gebod. Iemand van zijn huwelijksgelofte losweken, als het gaat om er zelf mee te huwen, gaat in tegen het negende Gebod: Gij zult geen onkuisheid begeren en tegen het tiende Gebod: Gij zult niet onrechtvaardig begeren, wat uw naaste toebehoort. En dan heb ik het nog niet eens de overtredingen tegen het eerste Gebod: Ik ben de Heer uw God. Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen. Welnu, in onze tijd van geloofsafval, overtreden de meeste mensen niet alleen het eerste, maar de eerste drie Geboden, welke zonden tegen God zijn. Zoals het tweede Gebod: Gij zult de Naam van de Heer, uw God, niet zonder eerbied gebruiken. Allen die vloeken, of God de eigenschappen van Satan toeschrijven, gebruiken Zijn Naam zonder enige eerbied, Maar ook het derde Gebod: Wees gedachtig, dat gij de dag des Heren heiligt. Doen wij dat met onze 24 uurs economie, welke ook de zondag in beslag neemt? Nee toch! God is bijna eindeloos geduldig en lankmoedig met ons mensen en was dat door de gehele geschiedenis van de mensheid heen al. Telkens liet Hij profeten optreden om de mensen van hun dwaalwegen af te helpen op de Weg naar Gods Rijk. God had, voordat Hij op Aarde kwam in Jezus Christus, slechts een volk uitverkoren om daar ook geboren te worden. En dit volk verviel telkens weer in allerlei zonden, zodat God profeet op profeet naar hen toe zond. Niet alleen om de mensen, in de tijd van een bepaalde profeet, van hun dwalingen terug te roepen, maar ook om de toekomst te voorspellen. Jesaja voorspeld in de lezing van vandaag de komst van Jezus Christus, die niet alleen geroepen was om Gods volk, de Israelieten te redden, maar ook om het licht van God aan de heidenen te brengen en hen Zijn heil te verkondigen, opdat de gehele mensheid gered kon worden. Daarvoor stuurde God ook een wegbereider, Johannes de Doper voor Hem - Jezus Christus - uit, wiens geboorte wij vandaag vieren. Johannes riep op tot bekering van de mensen en doopte hen als teken van bekering. Maar na hem kwam Iemand, die hij niet waard was om Diens schoeisel los te maken; Jezus Christus die God is. Vanaf zijn begin heeft Johannes altijd God gediend, zelfs zijn naam heeft hij van God gekregen. Zijn gelovige ouders, Elisabeth en Zacharias, wisten beiden dat hij Johannes moest heten en lieten dat de andere mensen ook duidelijk weten. Zacharias was, omdat hij de engel die hem Johannes had aangekondigd niet geloofde, met stomheid geslagen en kon niet meer spreken. Maar, nadat hij God had gehoorzaamd en zijn zoon de naam Johannes had gegeven, kon hij weer spreken en hij verkondigde Gods lof. Onze God, de enige ware en levende God in Jezus Christus, is een liefdevolle God vol vergeving, maar een zondaar moet wel berouw hebben over zijn zonden en het vaste voornemen om niet meer te zondigen. Dan pas kan hij vergeven worden en de Weg inslaan naar Gods Rijk. En dan natuurlijk, als hij daarin in woord en daad volhardt, naar de hemel gaan. Wellicht ook naar het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN