Schriftuitleg


Schriftuitleg van 1e Kerstdag 25 december 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Jesaja 52, 7-10

Hoe liefelijk op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, goed nieuws verkondigt, die heil komt melden, die zegt tot Sion: Uw God regeert! Hoort! Uw torenwachters verheffen hun stem, zij jubelen tegelijk want zij zien, oog in oog de terugkeer van de Heer naar Sion. Barst los in jubel, allen samen, puinen van Jeruzalem, want de Heer heeft zijn volk getroost; Hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren; en alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God aanschouwd.

Tweede lezing Hebreeen 1, 1-6

Broeders en zusters, nadat God eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot onze vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde der tijden, tot ons ge-sproken door de Zoon, die Hij erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat en door wie Hij het heelal heeft gescha-pen. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen. Hij houdt alles in stand door zijn machtig woord. En na de reiniging der zonden te hebben voltrokken heeft Hij zich neergezet ter rechterzijde van de majesteit in den hoge, ver verheven boven de engelen, zo-als Hij hen ook overtreft in de waardigheid die zijn deel is geworden. Heeft God ooit tot een engel gezegd: 'Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt?'. Of: 'Ik zal een vader voor Hem zijn en Hij zal mijn zoon zijn?'. Wanneer Hij evenwel de Eerstgeborene opnieuw de wereld binnenleidt zegt Hij: 'Alle engelen Gods moeten Hem hulde brengen'.

Evangelielezing Johannes 1, 1-18

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan. Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht maar hij moest getuigen van het Licht. Het ware Licht dat iedere mens verlicht kwam in de wereld. Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Aan allen echter die Hem wel aanvaardden, aan hen die in zijn Naam geloven gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden. Zij zijn niet uit bloed noch uit begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren. Het Woord is vlees gewor-den en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijk-heid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Enigge-borene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid. Wij hebben Johannes' getuigenis over Hem toen hij uitriep: 'Deze was het van wie ik zei: Hij die achter mij komt, is voor mij, want Hij was eerder dan ik'. Van Zijn volheid hebben wij allen ontvangen; genade op genade. Werd de Wet door Mozes gegeven. De genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus. Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren God die in de schoot van de Vader is, Hij heeft Hem doen kennen.

Uitleg:

Het thema van deze eerste Kerstdag is: 'Het Woord is vlees geworden'. Het Woord is vlees geworden betekent: God is Mens geworden en heet Jezus Christus. Jezus Christus is dus geen vergoddelijkt mens, maar God Zelf, die in Hem mens is geworden. Maar de mensen van die tijd - en van onze tijd - weigeren te erkennen dat deze grote genade is geschied. Natuurlijk niet alle mensen. Voordat de tempelheren Hem te pakken kregen, en met de hulp van de Romeinse overheid, Hem wisten te vermoorden, had Hij een stevige basis gelegd. Zijn goede daden waren in geheel het land bekend. En menigeen was Zijn aanhanger geworden. Veel meer mensen dan dat er in de Bijbel vermeld is. Maar de hoge priesterstand van de Tempel te Jeruzalem waren Zijn aartsvijanden geworden. Zij die een ambt bekleedden, welke naar God moest leiden, waren Zijn felste tegenstanders. Waarom? Omdat zij de leer van Mozes zo hadden verdraaid, dat zij er zelf het grootste profijt uit haalden, maar deze leer dus niet meer toepasten. En deze aardse inkomsten dreigden zij kwijt te raken, indien zij de Leer van God in Jezus Christus zouden volgen. Natuurlijk zullen er ook Farizeeen en Schriftgeleerden onder Zijn aanhangers zijn geweest, maar gezien de algemene haat tegen God in deze kringen, zullen zij eerder spoorloos verdwenen zijn, dan dat zij terug keerden naar hun oude functies. Dat maakt niet uit, want ook zij waren arbeiders in Gods wijngaard en zullen vele mensen naar God hebben gebracht. Drie jaar werk kan onmogelijk in de relatief weinige pagina's van de evangelien worden samengevat en daarom zijn deze mensen uit de geschiedenis verdwenen. En nu, na bijna tweeduizend jaar, zitten wij wederom in hetzelfde schuitje. De Kerk van Christus is versnippert over een groot aantal Kerken, welke niet allemaal het zuivere geloof verkondigen, maar soms meer rekening houden met wat mensen behaagd, dan wat God behaagd. Ook de Kerk, welke Jezus Christus Zelf heeft gesticht, heden de Rooms Katholieke Kerk genoemd, is in handen gevallen van Satan en zijn volgelingen; vele leiders in deze Kerk zijn ronduit ketters geworden, die recht praten wat krom is en andersom. Doodzonden, welke door de gehele Bijbel zo genoemd worden, zijn nu, ter wille van de seculiere wereld - en hun eigen zinnelijkheid - ineens toegestaan als een 'nieuwe leer'. Maar God is onveranderlijk; van God uit is er geen 'nieuwe leer'. Wij moeten het doen met de leer van God, die hetzelfde is sinds de Oer-Kerk, gesticht voor de kinderen van Adam en Eva nog voor deze eerste mensen waren gestorven. In oude heidense godsdiensten zijn daarvan soms nog resten terug te vinden, maar erg vervuild. Voor de komst van Jezus Christus op Aarde, dus voordat God ook een Mens geworden was, was de Kerk van Mozes in Israel nog het zuiverste; die had geen meer-godendom, maar erkende de ene ware en levende God: Jahweh, Jehova. Vandaar dat God juist daar op Aarde kwam, in een tijd dat ook deze godsdienst heidens begon te worden; omwille van de hebzucht van mensen. Jezus Christus kwam op Aarde en werd, vanaf het begin van Zijn geboorte, vervolgd door mensen; koning Herodes, maar met hartelijke instemming van de tempelheren, welke de Messias ook niet wilden. Gedurende dertig jaar leidde Hij een verborgen leven om alvorens gedurende drie jaren al lerend rond te trekken en zoveel mogelijk mensen te redden van de eeuwige dood. Niet alleen Zijn apostelen, maar alle mensen, die Hem wilden volgen in hun geestelijk leven. En God had al voorzien dat Hij terug moest komen en wel in deze tijd. Want in onze tijd zijn er veel parallelle gebeurtenissen met de tijd dat God de eerste keer kwam. Ook nu voert Satan het bewind onder hen die God eigenlijk zouden moeten dienen. En zij, die God blijven dienen, hebben het nu reeds moeilijk, maar kunnen een actieve vervolging tegemoet zien, op het moment dat de Kerk zal scheuren in een deel, welke Jezus Christus trouw blijft - de ware Kerk - en een Kerk die ketters geworden is. Omdat deze laatste, ketterse Kerk, doet wat de seculiere en heidens geworden wereld wil, zal die Kerk het machtigste lijken. Zij zullen ook verkondigen dat de ware Kerk van God zich losgescheurd heeft van hen; maar de waarheid is juist andersom: de ware Kerk van Christus Jezus behoud Zijn Leer en de ketterse Kerk is die Kerk welke God heeft verlaten. Die zal zijn ondergang tegemoet gaan! Want niets is sterker dan God. Niets kan tegen God op. En hoewel God geduldig en lankmoedig is, is nu de tijd gekomen dat God in Jezus Christus terugkeert op Aarde om te oordelen levenden en doden. En zij, die ook onder vervolging, Hem trouw blijven behoren tot de levenden. Zij die de ketters volgen, zonder inkeer en berouw, opdat zij hun zonden zonder spijt of berouw kunnen blijven uitoefenen, zij behoren tot de doden. Maar ook voor hen is er hoop; immers God zal ieder van ons, dus alle mensen die oud genoeg zijn om het te kunnen beseffen, individueel waarschuwen hoe wij er in Gods ogen voorstaan. Wie dan onder berouw en wroeging tot inkeer, tot bekering komt, die is gered voor de eeuwigheid. Maar wee diegenen die het ook dan nog beter weten dan God; voor hen zal Hij een onverbiddelijke Rechter zijn. Zij verwerpen het bericht van de vreugdebode, welke goed nieuws komt brengen; vrede en heil voor alle mensen die God oprecht aanbidden. Want God ontbloot dan Zijn heilige arm voor de ogen van alle volkeren en alle grenzen der Aarde hebben het heil van onze God aanschouwd. Behalve dan diegenen die dit heil verwerpen, zoals zij nu ook God verwerpen; deze mensenzielen gaan helaas verloren uit eigen vrije wil. God heeft vele profeten gezonden, alvorens Hij Zelf op Aarde kwam. En na Zijn lichamelijke dood heeft Hij wederom vele profeten gezonden, die de boodschappen vanuit de hemel hebben verkondigd; van Hem zelf en vele van Maria, Zijn moeder. Jezus Christus is God en, sinds het begin van welke Schepping dan ook onzichtbaar, maar voor het eerst voor ons schepselen zichtbaar als de Mens Jezus Christus. Vandaar ook dat deze Godmens een afstraling is van God Zelf; onder Zijn menselijke gestalte is God in al Zijn heerlijkheid zichtbaar. Naar lichaam en in de ziel is Jezus Christus Mens, de Mensenzoon, maar in Zijn Geest is Hij de volheid van God; God Zelf. En Hij is uit de hoge hemel neergedaald om als Mens onder ons mensen te leven. En hoe hebben wij mensen deze grote genade ontvangen? Door Hem te vervolgen en de doden naar het lichaam! Hoe groot was de duisternis toen en hoe groot is de duisternis nu! Nu proberen Zijn vijanden, bij gebrek aan Zijn lichaam, Zijn Leer aan het kruis te nagelen en van de Aarde te laten verdwijnen. In geestelijke zin precies hetzelfde! Toen zond Hij Johannes de Doper om Zijn Weg te bereiden; nu zijn er een aantal profeten actief. En een groot aantal ware profeten zijn reeds lichamelijk overleden, toen hun tijd op Aarde voorbij was, maar lieten vele geschriften na, met de meest wonderlijke, maar ware openbaringen. God weet dat slechts een kleine minderheid van Zijn kinderen deze openbaringen willen volgen, maar zolang zij de Leer van Christus vanuit de Bijbel volgen, dan zijn zij gered, omdat daarin staat dat alleen liefde ons kan redden. En het pad van liefde is hetzelfde, of een mens nu veel of weinig weet. Wie de liefde in zijn/haar leven doet, die zal zeker in de hemel komen. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen ontmoeten.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN