Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 27 januari 2019.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Nehemia 8, 2-4a.5-6.8-10

In die dagen bracht de priester Ezra het boek van de wet voor de vergadering van mannen en vrouwen en van allen die de voorlezing konden volgen. Het was de eerste dag van de zevende maand. Vanaf de dageraad tot de middag las Ezra voor uit het boek op het plein voor de Waterpoort ten aanhoren van mannen en vrouwen en van allen die het konden volgen. Het volk luisterde aandachtig naar de voorlezing van het wetboek. Ezra, de Schriftgeleerde, ging op een houten verhoog staan dat voor die gelegenheid op-geslagen was. Ten aanschouwe van heel het volk, hij stak immers boven allen uit, opende Ezra het boek. Op dat ogenblik gingen allen staan. Ezra prees de Heer, de grote God, en heel het volk antwoordde: 'Amen, amen!' De levie-ten staken hun handen omhoog, zij bogen het hoofd en zij aanbaden de Heer met het gezicht tegen de grond. Zij lazen uit het boek van Gods wet, legden het uit en verklaar-den de betekenis, zodat allen de lezing verstonden. Vervolgens zeiden Nehemia, de landvoogd, Ezra de pries-ter en Schriftgeleerde, en de levieten die de uitleg gaven tot heel het volk: 'Deze dag is aan de Heer, uw God, gewijd. Gij moogt dus niet treurig zijn en niet wenen'. Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde. En ze zeiden hun: 'Komt, gaat lekker eten en drinkt er zoete wijn bij en deelt ervan mee aan wie niets heeft, want deze dag is aan onze Heer gewijd. Weest niet bedroefd, maar de vreugde die de Heer u schenkt zij uw kracht'.

Tweede lezing 1 Korintiers 12, 12-30

Broeders en zusters, het menselijke lichaam vormt met zijn vele ledematen een geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen een lichaam uit. Zo is het ook met de Christus. Wij allen, joden en Grieken, slaven en vrijen zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest door de doop een enkel lichaam geworden en allen werden wij ge-drenkt met een Geest. Een lichaam bestaat nu eenmaal niet uit een lid maar uit vele leden. Veronderstel dat de voet zegt: 'omdat ik geen hand ben behoor ik niet tot het lichaam', behoort hij daarom niet tot het lichaam? En ver-onderstel dat het oor zegt: 'omdat ik geen oog ben behoor ik niet tot het lichaam', behoort het daarom niet tot het li-chaam? Als het hele lichaam oog was waar bleef dan het gehoor? Als het helemaal gehoor was waar bleef de reuk? In werkelijkheid echter heeft God de ledematen en orga-nen elk afzonderlijk hun plaats in het lichaam aangewezen zoals Hij het gewild heeft. Als zij alle samen een lid vorm-den waar bleef dan het lichaam? In feite echter zijn er vele ledematen, maar slechts een lichaam. Het oog kan niet tot de hand zeggen: 'ik heb je niet nodig' en evenmin het hoofd tot de voeten: 'ik heb je niet nodig'. Nog sterker: juist die delen van het lichaam die het zwakst schijnen te zijn zijn onmisbaar. En die wij beschouwen als minder eerbaar omgeven wij met grote eer. Onze minder edele ledematen worden met grotere kiesheid behandeld, de andere heb-ben dat niet nodig. God heeft het lichaam zo samengesteld dat Hij aan het mindere meer eer gaf, opdat er in het li-chaam geen verdeeldheid zou zijn en de ledematen een-drachtig voor elkaar zouden zorgen. Wanneer een lid lijdt delen alle ledematen in het lijden; wordt een lid geeerd, alle delen in de vreugde. Welnu, gij zijt het lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit lichaam. Nu heeft God in de kerk allerlei mensen aangesteld: ten eerste apos-telen, ten tweede profeten, en derde leraars; voorts zijn er wonderkrachten, dan gaven van genezing, hulpbetoon, bestuur en velerlei taal. Zijn soms allen apostelen, allen profeten, allen leraars, allen wonderdoeners? Hebben al-len gaven van genezing? Spreken allen in vervoering? Kunnen allen uitleg geven?

Evangelielezing Lucas 1,1-4; 4,14-21

Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verha-len die onder ons hebben plaats gevonden, aan de hand van de gegevens welke ons werden overgeleverd door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in dienst van het woord zijn getreden. Vandaar, edele Teofilus, dat ook ik besloot - na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht - voor u een ordelijk verslag te schrijven, met de bedoeling u te doen zien hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt. In die tijd keerde Jezus in de kracht van de Geest uit de woestijn terug naar Galilea en men sprak over Hem in heel de streek. Hij trad nu op als leraar in hun synagogen en werd algemeen geprezen. Zo kwam Hij ook in Nazareth, waar Hij was grootgebracht. Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan. Hij opende de rol en vond de plaats waar geschreven stond 'De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijla-ting bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer'. Daarop rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. In de synagogen waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd. Toen begon Hij hen toe te spreken: 'Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt ,is thans in vervulling gegaan'.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: 'Een blijde boodschap'. Dat God is Mens geworden is een zeer blijde boodschap. Want er is geen groter bewijs van de liefde van God voor ieder mens, dan dat Hij ons lichaam heeft aangenomen en een met ons mensen is geworden. Dit bevestigt Zijn Vaderschap over alle mensen. Maar God kan alleen maar Vader voor een mens zijn, als die mens Hem als Vader accepteert, Hem als Vader wil erkennen. Dat hangt samen met onze eigen vrije wil, welke God meer dan ieder ander respecteert. Want God onze Vader wil van elk mens een kind van Hem maken, maar niemand dwingen om een kind van God te worden of te zijn. Deze grote gave - een kind van de allerhoogste te worden - wordt ons aangeboden, maar elk mens beslist voor zichzelf, uit eigen vrije wil, of hij deze gave, deze gift, dit grote geschenk wil aanvaarden, of weigeren om te aanvaarden. Waar hij staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Ieder mens heeft daartoe de vrijheid. Maar diegenen die dit cadeau, onverdiend, aanvaard, zal wel aan de voorwaarden van aanvaarding moeten voldoen. Daartoe kan hij de hulp van onze Vader in de hemel aanroepen en hij zal deze hulp ook krijgen, mits hij oprecht is. Want God is Liefde, maar ook Waarheid en Gerechtigheid. Wie met een onoprecht hart naar Hem toekomt is als diegene die wel Heer, Heer roepen, maar Zijn Geboden niet onderhouden. Van hen zegt God in Jezus Christus: 'Ik ken u niet!'. Kijk, God is oneindig en zo is ook Zijn goedheid en barmhartigheid. Maar God is geen Sinterklaas, die alle fouten en zonden, indien er geen berouw is, zonder meer vergeeft. Wie zo over God denkt, die vergist zich geweldig. God wil onze Vader zijn, indien wij Hem met kinderlijke gehoorzaamheid ook gehoorzamen en Zijn Geboden ook doen! Wie dat weigert, ja zo hoogmoedig is dat hij zegt: 'God bestaat niet!', die zal in God geen Vader vinden, maar een rechtvaardige en onverbiddelijke Rechter. God houdt bij de levensweg van ieder mens rekening met zijn liefde voor God en de naasten. Maar ook met wat uit eigen wil is geschied, en met wat niet anders kon, doordat anderen een mens dwongen. God, die ieder mens beter kent dan een mens zichzelf kent, weet precies wat eigen schuld is - of eigen verdienste is - en wat anderen gedaan hebben. Daarom kan Hij ook strikt Rechtvaardig oordelen. Wie Gods Geboden uit liefde voor God en de naasten onderhoud - en niet met het oog op beloning - die zal zeker in de hemel worden opgenomen. Wie dat wel probeert, maar zijn zwakheden niet kan overwinnen, die zal een tijd in het Vagevuur, het tussenrijk tussen hemel en hel, moeten verblijven, totdat zijn liefde gegroeid is en zijn hang naar het aardse is verdwenen, waarna hij naar een hemel kan gaan. Maar wie God verwerpt, zich boven God opstelt in zijn hoogmoed en denkt dat hij God volledig kan negeren, en zijn eigen zondige wegen door het leven volgt, vaak zonder een greintje liefde voor anderen, inclusief zijn meest naasten, die heeft zijn best gedaan om de hel te verdienen en dat zal dan ook zijn beloning zijn. Het ligt dus volledig aan elk mens waar hij zijn eeuwige leven mag doorbrengen; zijn eigen keus, zijn eigen vrije wil. En natuurlijk, de weg naar de hemel is moeilijker dan die naar de hel; maar de beloning is ook vele malen groter; een leven in gelukzaligheid. Een kind van God wordt geen mens zomaar. Er zijn vele verleidingen om toch het pad naar de hel te kiezen, vele beproevingen, als draken op de weg, om te testen of een mens het wel serieus meent en op de weg naar God toe wil blijven wandelen. Niet altijd gemakkelijk, wel noodzakelijk om te kunnen groeien in liefde - ook als het moeilijk is - om geheel op God onze Vader te gaan lijken. Allereerst is nodig dat wij daartoe het Woord, de Leer van God kennen, want anders kan geen mens kiezen. Dat was ook tijdens het bewind van Nehemia, na de Babylonische ballingschap, hard nodig, omdat de Leer van Mozes was weggezakt. Vandaar dat de priester Ezra voor ging lezen uit het boek van de Wet, welke Mozes had geschreven. Toen het volk deze woorden hoorden en beseften dat zij zondig waren, barstte het in huilen uit. Toen kwam de troost namens God: Ga eerst eten en drinken, maar vergeet de armen niet, welk niets hebben om zich te voeden en te laven aan zoete wijn. Anders gezegd: ga vanaf heden de Leer van God doen, dus inclusief de liefde voor hen, die uw naasten zijn en die uw hulp nodig hebben. Deze raad, aan het volk van Israel gegeven, geldt ook heden; want wij mensen zijn veranderlijk, maar God is onveranderlijk en elke Wet, elk Gebod van God is en blijft hetzelfde, ongeacht in welke tijd of beschaving wij mensen leven. Alles komt neer op liefde voor God en de naasten. God is Liefde en Zijn Geboden zijn gegeven uit en voor de liefde en aangepast aan onze natuur, welke wij ook van God hebben gekregen. Maar het beste van allen zijn die mensen af die gedoopt zijn in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest; dus christenen zijn en de Geboden van God onderhouden, dus doen. Dan zijn wij allen, die dit doen, leden van een en hetzelfde Lichaam van God in Jezus Christus. Dan zijn wij een in liefde en ons streven naar eeuwig leven in gelukzaligheid. Wanneer wij mensen als ledematen van Christus Jezus eendrachtig voor elkaar zouden zorgen, dan zou er geen verdeeldheid meer heersen. Wij mensen hoeven geen van alle voor de gehele wereld te zorgen, maar alleen voor onze naasten; ongeacht of zij wel of niet gedoopt zijn, of zij wel of niet gelovig zijn. Maar niemand hoeft, of zelfs mag, meegaan in de onterechte eisen, welke ongelovige mensen stellen en ons van God afbrengen. Kijk, ieder mens heeft de natuurlijke plicht om voor zichzelf en de zijnen te zorgen. Pas als dit onmogelijk is, dan pas kan hij een beroep doen, allereerst in goed vertrouwen op God, maar ook op zijn naasten. Maar niemand heeft het recht om op de zak van zijn naaste te teren, als hij in staat is voor zichzelf te zorgen. Ongeacht of hij in God gelooft of niet. God in Jezus Christus kwam op Aarde om ons mensen een blijde boodschap te geven en Zijn Leer te verkondigen. In deze Leer wordt geleerd om alle mensen in nood - inclusief onze ergste vijanden - te helpen, maar nergens wordt geleerd om de kwaadaardige mensen in hun boosaardigheid te volgen. Integendeel, wie niet wil luisteren, die zal de gevolgen zelf moeten ondervinden. Een misdadiger hoort thuis in een gevangenis en niet in de gelegenheid te worden gesteld om voortdurend kwaad te blijven doen. God heeft ons mensen een Leer van liefde gegeven en deze Leer honderden jaren voor de geboorte van God op Aarde al aangekondigd. Vandaar dat het Schriftwoord van Jesaja bij Jezus Christus in vervulling is gegaan. Ook de gebeurtenissen in onze tijd is al duizenden jaren geleden voorspeld door Jezus Christus Zelf en meerdere profeten en zieners, waaronder de apostel Johannes. En zijn Openbaring, zijn Apocalyps is momenteel zich aan het ontrollen. Nog een kort aantal jaren en God in Jezus Christus is, voorgoed, terug op Aarde. Er is dus nog maar weinig tijd om ons te bekeren, indien nodig. Om de Geboden van God - die alleen liefde van ons mensen vraagt - te gaan onderhouden, dus doen. Wie dit doet komt dan zeker in de hemel. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen terug zien.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN