Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 29 juli 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing 2 Koningen 4, 42-44

In die dagen kwam er iemand uit Baal-Salisa. In zijn tas bracht hij voor de man Gods als eerstelingen twintig ger-stebroden en wat vers koren mee. Elisa zei: 'Geef dit te eten aan de mannen'. Zijn dienaar antwoordde: 'Hoe kan ik dat nu voorzetten aan honderd man?'. Maar hij herhaal-de: 'Geef het aan de mannen te eten. Want zo spreekt de Heer: Zij zullen eten en overhouden'. Nu zette hij het de mannen voor. Zij aten, en hielden nog over, zoals de Heer gezegd had. Tweede lezing Efeziers 4, 1-6

Broeders en zusters, ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roe-ping die gij van God ontvangen hebt, in alle deemoed en zachtheid, in lankrnoedigheid, liefdevol elkaar verdragend. Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede: een lichaam en een Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en de zelfde hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. Een Heer, een geloof, een doop. Een God, en Vader van allen, die is boven allen, en met allen, en in allen.

Evangelielezing Johannes 6, 1-15

In die tijd begaf Jezus zich naar de overkant van het meer van Galilea, bij Tiberias. Een grote menigte volgde Hem omdat zij tekenen zagen die Hij aan de zieken deed. Jezus ging de berg op en zette zich daar met zijn leerlingen neer. Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden. Toen Jezus zijn ogen opsloeg en zag dat er een grote menigte naar Hem toekwam, vroeg Hij aan Filippus: 'Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?'. - Dit zeide Hij om hen op de proef te stellen, want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen. - Filippus antwoordde Hem: 'Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen dan is voor tweehonderd denarien brood nog te weinig'. Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, merkte op: 'Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar wat betekent dat voor zo'n aantal?'. Jezus echter zei: 'Laat de mensen gaan zitten'. Er was daar namelijk veel gras. Zij gingen dan zitten; het aantal mannen bedroeg ongeveer vijfduizend. Toen nam Jezus de broden en na het dankge-bed gesproken te hebben liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten, alsmede de vissen, zoveel men maar wilde. Toen ze verzadigd waren, zei Hij tot zijn leer-lingen: 'Haalt nu de overgebleven brokken op om niets verloren te laten gaan'. Zij haalden ze op en vulden van de vijf gerstebroden twaalf manden met brokken, welke door de mensen na het eten overgelaten waren. Toen de men-sen het teken zagen dat Hij had gedaan, zeiden ze: 'Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen'. Daar Jezus begreep dat zij zich van Hem meester wilden maken om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen, trok Hij zich weer in het gebergte terug, geheel alleen.

Uitleg:

roedel. Alleen wij mensen kunnen de verschillen tussen de soorten van dieren, en planten, zien en beoordelen, een dier kan dat niet. Daarom ook kan een dier niet verantwoordelijk gehouden worden voor zijn daden. Dat geldt overigens ook voor een klein kind; die moet eerst leren met zijn verantwoordelijkheden als mens om te gaan. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Een dier kan God niet herkennen en ook niet bewust tegen zijn natuur in handelen, een mens kan dit wel. En als, zoals in onze tijd, het grootste gedeelte van de mensheid God niet meer wil gehoorzamen en daarom ook niet volgen, dan raken de Geboden van God en de waarden en normen, daaruit voortvloeiend, in ongebruik en verliezen wij mensen de betekenis en de bekendheid van deze Geboden en van God. Maar wie geen Geboden van God meer kent en/of accepteert, verliest daarmee het belangrijkste van het mens zijn; zijn mogelijkheid om een waarachtig kind van God te worden en dan net zo volmaakt te worden als dat onze Vader in de hemel volmaakt is. Anders gezegd: wij mensen keren dan in feite terug naar een dierlijke staat, lichamelijk nog wel herkenbaar als mensen, met een menselijke intelligentie, maar geestelijk reeds hier op aarde dood of nagenoeg dood. Immers, mensen die God hebben verloren, denken dat hun aardse bestaan het enige is en dat hun leven, volledig, over is bij de lichamelijke dood. Dat hun ziel ook na de lichamelijke dood blijft voortbestaan, dast geloven zij niet, omdat zij ook niet geloven dat zij een ziel hebben. Daarom geloven zij ook niet in God en ook niet dat liefde de basis is van hun leven. Zij neigen dan tot volkomen zelfzucht, waardoor zij hun liefde geheel voor zichzelf houden; want wie zich niets aantrekt van Gods Geboden, die houdt ook niet, heeft geen liefde voor God en waar moet zo'n mens dan de liefde voor zijn naasten vandaan halen. Ja, voor de allernaasten is er wel een vorm van liefde, maar wel een vorm die meer te maken heeft met eigenliefde, dan met liefde voor die ander. Wie nuttig is, op welke wijze dan ook, kan misschien nog iets van liefde bespeuren, maar zodra het nut weg is, dan is ook de liefde volkomen weg. Ongeacht of het ouders, levenspartner of eigen kinderen zijn. Het heden hoge scheidingspercentage en het veelvuldig in de steek laten van kinderen en het niet meer willen omgaan met hun eigen ouders, bewijzen dit. Maar dat is geen liefde voor de naasten; dat is zelfzucht en eigenbelang! Maar niet alleen onze tijd lijdt hieronder, eigenlijk is dat al zo oud als de mensheid. Ook in de tijd van Amos liepen de Israelieten andere goden achterna, in plaats van de ene ware en levende God. Daarom zond God Amos naar hen toe, om hen te waarschuwen. Maar ook Amasja, die zich uitgaf als een priester van God, kon hier niet blij mee zijn. Hij probeerde Amos te verjagen, want deze sprak de waarheid. Zoals nu ook heel veel mensen, binnen en buiten de Kerk van God, de waarheid niet meer kunnen verdragen, kon ook Amasja dit niet. Gevolg was dat het volk van Israel van hun land werden verdreven en verbannen en alleen Juda over bleef. In onze tijd komt Jezus Christus terug en wie zich, ook na een waarschuwing van God te hebben gekregen, weigert zich te bekeren, zal verbannen worden naar de hel. Maar God heeft ons gezegend in Jezus Christus en wij dienen dan ook heilig en vlekkeloos te zijn in Zijn ogen, opdat wij werkelijk Zijn kinderen mogen zijn. Wie deze grote genade van God weigert te aanvaarden, diens eigen schuld is het wanneer het leven in het hiernamaals met grote moeilijkheden gepaard gaat. En dat gedurende veel langere tijden, dan onze tijd op Aarde is afgemeten. Aan de inspanningen van God - die de Vader van alle mensen wil zijn, als wij Hem maar als Vader accepteren - ligt het bepaald niet. Om ons mensen te redden is God Zelf op onze Aarde komen wonen in Jezus Christus. En, nog voordat Jezus Christus terugkeerde naar Zijn Vader - vanwege Zijn dood op het kruis - zond Hij al Zijn leerlingen uit om de mensen te onderwijzen in Zijn leer en, als bewijs dat deze leer echt van God komt, duivels uit de drijven en zieken te genezen in Zijn Naam. Ook heeft God in de loop van de jaren tussen de smadelijke moord op Zijn lichaam en heden, talloze mensen geroepen en gezonden om zoveel mogelijk mensen van Zijn leer op de hoogte te brengen, met het doel hen te redden voor Zijn Rijk in eeuwigheid. Desalniettemin lijkt Satan, die alle mensenzielen naar de hel wil brengen - want hij kan deze zielen niet geheel vernietigen - aan de winnende hand. Maar dat is schijn, want God kan niet en nooit, door welke macht dan ook, overwonnen worden. Ook niet door God in Jezus Christus aan een kruis te slaan en naar het lichaam te doden; Zijn Kerk bloeide op en is ook heden nog springlevend, maar helaas iets minder in Europa. Altijd heeft gegolden, geldt nu en zal altijd gelden dat wie zich bij God in Jezus Christus aansluit en Zijn Geboden onderhoudt, dus doet, zal worden opgenomen in Zijn Rijk, in de hemel voorgoed. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zulle weerzien.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN