Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 2 september 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Deuteronomium 4, 1-2.6-8

Mozes sprak tot het volk, en zei: ‘Luister dan, Israël, naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer, en handel daarnaar. Dan zult gij leven, en bezit gaan nemen van het land dat de Heer, de God van uw vaderen, u schenkt. Aan wat ik u voorschrijf, moogt ge niets toevoegen, en er niets van afdoen; ge moet de geboden van de Heer, uw God, on­derhouden, die ik u geef. Handel ernaar in het land dat gij in bezit gaat nemen, en breng ze stipt ten uitvoer, want daaruit zal voor de volken uw wijsheid en uw inzicht blij­ken. Als zij al deze voorschriften horen, zullen ze zeggen: Dat machtige volk is wijs en verstandig. Is er soms een an­dere grote natie aan wie hun goden zo nabij zijn als de Heer onze God ons nabij is, zo vaak wij Hem aanroepen? Of is er een andere grote natie die zulke volmaakte voor­schriften en bepalingen heeft als de wet die ik u heden geef?’. Tweede lezing Jacobus 1, 17-18.21b-22.27

Broeders en zusters, elke goede gave, elk volmaakt ge­schenk daalt neer van boven, van de Vader der hemellich­ten, bij wie geen verandering is of verduistering door om­wenteling. Uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken door het woord der waarheid, zodat wij in zekere zin de eerstelingen onder zijn schepselen zijn. Neemt met zacht­moedigheid het woord van God aan dat in u werd geplant en dat de kracht bezit uw zielen te redden. Weest uitvoer­ders van het woord en niet alleen toehoorders; dan zoudt gij uzelf bedriegen. Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit: wezen en weduwen op­zoeken in hun nood en zichzelf vrijwaren voor de besmet­ting van de wereld.

Evangelielezing Marcus 7,1-8.14-15.21-23

Eens kwamen de Farizeeën en enkele schriftgeleerden uit Jeruzalem bij Jezus tezamen, en ze zagen dat sommigen van zijn leerlingen met onreine, dat wil zeggen, ongewas­sen handen aten. De Farizeeën immers en al de joden eten niet zonder eerst de vingertoppen gewassen te hebben, daar ze vasthouden aan de overlevering van de voorvade­ren; komen ze van de markt, dan eten ze niet voordat zij zich gereinigd hebben; zo zijn er nog vele dingen waaraan ze bij overlevering vasthouden: het afwassen van bekers, kruiken en koperen vaatwerk. Daarom stelden de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem de vraag: ‘Waarom gedragen uw leerlingen zich niet volgens de overlevering van de voorvaderen, maar eten zij met onreine handen?’. Hij antwoordde hun: ‘Hoe juist heeft Jesaja over u, huiche­laars, geprofeteerd! Zo staat er geschreven: Dit volk eert Mij met de lippen maar hun hart is ver van Mij. Zij eren Mij, maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren. Gij laat het gebod van God varen en houdt vast aan de overle­vering van mensen!’. Daarop riep Hij het volk weer bij zich en sprak tot hen: ‘Luistert allen naar Mij en wilt verstaan: niets kan de mens bezoedelen wat van buiten af in hem komt. Maar wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens. Want uit het binnenste, uit het hart van de mensen komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, heb­zucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, godslastering trots, lichtzinnigheid. Al die slechte dingen komen uit het binnenste en bezoedelen de mens.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘Vernieuw mij, o eeuwig Licht’. Een oud gebed van mensen die geloven tot God is de vraag: vernieuw mij, o eeuwig Licht. Eigenlijk betekent dit hetzelfde als maak van mij een nieuwe Adam en laat de oude Adam in mij sterven. Waar Adam staat kunt u ook Eva lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. De oude Adam is de mens die gericht is op alles wat materieel is en daar alleen zijn waarde aan ontleent. De nieuwe Adam is worden zoals Jezus Christus als Mens is; rijk aan geest en arm aan materie. Rijk aan geest is rijk aan inzicht in alle zaken vanuit God. God is het eeuwige Licht, die ongeschapen altijd heeft bestaan en altijd zal bestaan, zonder begin of einde. Dit Licht kan een mens volkomen veranderen in geestelijke zin. Lichamelijk blijft het dezelfde mens, maar zijn inzichten, zijn gedrag en zijn liefde veranderen. Want de vernieuwing van de mens kan enkel door zijn liefde voor God en zijn naasten. God heeft ons mensen eigenlijk maar één Gebod gegeven: Liefde! Daarmee wordt niet de eigenliefde, het egoïsme bedoeld, maar liefde voor anderen. Deze liefde verandert de mens van een puur lichamelijk wezen in een geestelijk wezen. Wie liefde als dagelijkse praktijk, als handelen, dus doen doet, die krijgt van God ook de wijsheid vanuit God erbij. Dat is een groeiproces, dat kan nooit van de ene op het andere moment, daar is tijd voor nodig. Wel kan een mens in een ogenblik radicaal omkeren van zijn dwaalwegen door het leven naar de Weg, de Waarheid en het Leven te kiezen, welke Jezus Christus is. Maar voordat hij dan van de oude Adam is omgevormd, door zijn eigen liefde voor God en de naasten, tot de nieuwe Adam, daar gaat tijd, inspanning en volhardendheid over heen. Vandaar de verzuchting van een serieuze zoeker naar God en dus naar de waarheid: ‘Vernieuw mij, o eeuwig Licht’. Want zonder Gods grote hulp kan geen mens een serieuze, volledige overgang naar een leven in God – en God in hem – voltooien. Een nieuw mens wordt niemand zo maar. Om volledig één met God te worden had zelfs Jezus Christus als mens, terwijl God toch Zijn Geest is, altijd nog ongeveer dertig jaren voor nodig. Toen was ook Hij pas rijp genoeg om in de openbaarheid te treden en ons mensen, als God, Zijn Leer te geven. Laat staan ons gewone mensen; wij hebben er vaak ons gehele leven voor nodig om een waar en waarachtig kind van God te worden. Want het is beslist geen sinecure om de gehele materiële wereld om ons heen wel te gebruiken zolang wij die nodig hebben, dus zolang wij op Aarde leven, maar er geen enkele hang naar te hebben en materiële goederen en rijkdom eerder als een last dan als een gemak te zien en te aanvaarden. Daar is een grote liefde voor God en onze naasten voor nodig. Deze liefde maakt dat een mens nederig en deemoedig kan worden en alle sporen van hoogmoed, hebzucht en heerszucht kan kwijtraken, want dat is noodzakelijk om in het Rijk Gods als kind te worden opgenomen. De meeste mensen hebben daar hun hele leven erg veel moeite mee. Maar waar een wil is, daar is een weg, zegt een spreekwoord. Wie absoluut naar de Vader in de hemel wil, die zal de Geboden van God onderhouden; uit liefde, niet uit angst of onder dwang. Wie liefde heeft verliest zijn angst, omdat andere mensen hem niets kunnen aandoen. Hooguit kunnen andere mensen iemand voortijdig het aardse leven ontnemen, maar voor de eeuwigheid maakt dit niets uit. En dwang in geestelijke zaken heeft het tegenovergestelde van wat bedoeld wordt tot resultaat. Vandaar dat God elk mens een volkomen vrije wil heeft gegeven en, van Hem uit, geen enkele dwang op legt. Elk mens mag zijn eigen wegen door het leven gaan en, als dit dwaalwegen zijn, dan is het resultaat enkel dat hij verkeerd uit komt. Zijn lot is dan anders dan dat God voor hem heeft bedoeld, maar wel het resultaat, de gevolgen van zijn eigen vrije keuzes uit eigen vrije wil. Maar God zorgt er wel voor dat wij mensen op de goede weg geholpen worden; wie wil luisteren en deze weg door het leven bewandelt, die komt in Gods Rijk. Ook Mozes heeft het volk van de Israëlieten de juiste weg gewezen namens God. Hij deed hen goede beloften, mits zij zich aan deze richtlijnen zouden houden en ernaar zouden handelen. Maar het waren wel voorschriften en bepalingen, geen dwangmatig opgelegde wetten met scherpe sancties. En de Israëlieten hebben in hun geschiedenis bewezen dat zij meer niet, dan wel zich aan de weg, welke God hen telkens opnieuw wees door Zijn profeten, hielden. Telkens dwaalden zij af, niet alleen persoonlijk maar het gehele, of nagenoeg het gehele volk. Ook de straffen, welke God over hen liet komen – altijd tevoren aangekondigd – hielpen niet of slechts een korte tijd. De mens is en blijft tot op heden egoïstisch en mensen hebben helaas vaak genoeg een afschuw van hun Schepper en Zijn voorschriften en bepalingen voor het leven in eeuwigheid. Toen de profeten niet meer konden helpen, is God Zelf op Aarde komen wonen in Jezus Christus. Ook Zijn komst was vele eeuwen voor Zijn geboorte aangekondigd door vele van Gods profeten. En wat deden wij mensen? Wij hingen Hem als dank voor al Zijn goedheid aan een kruis, omdat wij Zijn Leer niet wilden aanvaarden. Op en kleine minderheid na. Ja, Jakobus had gelijk; een volmaakt geschenk was uit de hemel neergedaald; God in Eigen Persoon! Hij, die het eeuwige Licht Zelf is, heeft ons mensen Zelf onderwezen in een leer van liefde en licht, dus wijsheid. Wij hoeven alleen maar met zachtmoedigheid, deemoed en liefde Zijn Woord, Zijn Leer te aanvaarden en het uit te voeren door alle handelingen in ons leven. Maar, net zo min dat de Israëlieten het deden voor de komst van God in Jezus Christus, deden de christenen het in de generaties na Zijn dood aan het kruis. Zeker, de eerste christenen waren nog wel vervuld van de waarheid en het volle geloof in daden, maar latere generaties maakten al spoedig iets anders van deze Leer van God, dan dat hen was onderwezen; zij vervuilden Gods Leer voor hun eigen gewin. De Kerk, welke Jezus Christus had gesticht, heeft altijd de handen vol gehad om alle dwaalleren te weerleggen. En nu, bijna tweeduizend jaar nadat Jezus Christus Zijn openbare leven is begonnen, zijn wij weer af bij waar Hij tegenover de Farizeeën heeft gestreden; de huidige valse leerstellingen in Zijn naam. Weer gaat het verwijt aan vele christelijke voorgangers – binnen of buiten de ene Kerk welke Christus Jezus heeft gesticht – huichelaars, zij eren God met de lippen maar hun hart is ver van God. Zij eren God wel, maar zonder zin en mensenwet is wat zij leren; wat door mensen is ingesteld verkondigen zij, maar het Gebod van God – Liefde voor God en de naasten – hebben zij verlaten. En precies dat is de reden waarom God in Jezus Christus zeer binnenkort terug komt op Aarde om een nieuwe hemel en Aarde te stichten, waar Satan en zijn demonen en menselijke volgelingen niet meer aanwezig zijn. Alleen de ware Kerk van Christus zal overblijven en alle dwaalleren zijn dan verdwenen. De enige manier om te overleven is God in Jezus Christus in alle handelingen van het leven te gaan volgen. Wie dat doet komt zeker in de hemel na dit leven op Aarde. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen weerzien.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN