Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 30 juni 2019.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing 1 Koningen 19, 16b.19-21

In die dagen zei de Heer tot Elia: 'Gij moet Elisa, de zoon van Safat, zalven tot uw opvolger als profeet'. Elia vertrok en trof Elisa, de zoon van Safat, terwijl die aan het ploegen was. Twaalf koppels ossen gingen voor hem uit; hijzelf bevond zich bij de twaalfde. Toen Elia langs kwam, wierp hij Elisa zijn mantel toe. Elisa liet de ossen in de steek, liep Elia achterna en zei: 'Laat mij eerst afscheid nemen van mijn vader en moeder; dan zal ik u volgen'. Hij antwoordde hem: 'Ga maar weer terug; heb ik je soms tot iets verplicht?'. Hierop ging Elisa naar de ossen terug, slachtte er twee, kookte het vlees op het hout van de jukken en gaf het aan het werkvolk te eten. Daarna vertrok hij, volgde Elia en werd zijn dienaar.

Tweede lezing Galaten 5, 1.13-18

Broeders en zusters, voor de vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weer het slavenjuk opleggen. Gij werd geroepen om vrije mensen te zijn. Misbruikt echter de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht; dient elkaar in liefde. Want de hele wet is vervat in dit ene gebod: 'Bemin uw naaste als uzelf'. Maar als ge elkaar blijft bijten en klauwen, vrees ik dat ge elkaar op de duur zult verslinden. Ik bedoel dit: leeft naar de Geest, dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert. Wat de zelfzucht wil, strijdt met de Geest, en omgekeerd, het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoisme. Die twee liggen met elkaar overhoop, zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen. Maar als ge u door de Geest lat leiden, staat ge niet onder de wet.

Evangelielezing Lucas 9, 51-62

Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling naderden, aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem en zond boden voor zich uit. Deze kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp om er zijn verblijf voor te bereiden. Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. Toen de leerlingen Jacobus en Johannes dit gewaar werden, vroegen ze:: 'Heer, wilt Gok dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?'. Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht. Daarop vertrokken zij naar een ander dorp. Terwijl zij onderweg waren, zie iemand tot Hem: 'Ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat'. Jezus sprak tot hem: 'De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten'. Tot een ander sprak Hij: 'Volg Mij'. Deze vroeg: 'Heer laat mij eerst terug gaan om mijn vader te begraven'. Jezus zei tot hem: 'Laat de doden hun doden begraven; maar gij, ga heen en verkondig het rijk Gods'. Weer een ander zeide: 'Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten'. Tot hem sprak Jezus: 'Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het rijk Gods'.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: 'De boot niet missen'. Wij mensen moeten de boot naar het eeuwige leven niet missen. Begrijp dit goed, want weliswaar blijft de ziel eeuwig voortbestaan, maar het ligt aan de mens zelf of hij wel of niet een eeuwig leven heeft. Waar hij staat moet u ook zij lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Want voortbestaan en leven zijn twee heel verschillende dingen. God is Liefde en Gods Liefde is ook Zijn Leven. Daarom is liefde en leven precies hetzelfde. Welnu, wanneer een mens op Aarde geen liefde heeft voor God en zijn naasten, dan zit er geen leven meer in hem. Als hij dan in het hiernamaals aankomt, dan komt hij op een plek, die overeenstemt met zijn liefde en voor liefdeloze mensen is dat de hel, omdat daar geen spoor van liefde te vinden is. De boot naar het eeuwige leven is de Leer van God in Jezus Christus. Deze boot niet missen is deze Leer opnemen in het eigen leven en uitvoeren; de Leer van Jezus Christus dus doen. En wat is deze Leer, die naar het eeuwige leven leidt? Dit is de hoogste Leer die ons aangereikt wordt vanuit God door alle tijden, eeuwigheden en beschavingen door, maar is samen te vatten in een woord: Liefde! Want weliswaar heeft Jezus Christus ons twee liefdesgeboden gegeven, maar zij komen op hetzelfde neer. God lief hebben boven alles is immers nodig vanwege onze terechte dankbaarheid dat wij van Hem ons leven hebben gekregen en dat Hij, Die Oneindig is in zowel ruimte als tijd, toch ons nietige mensen als Zijn kinderen wil hebben en opvoeden. Ja, dat God ieder van ons zo lief heeft, dat Hij uit de hoge hemel is neergedaald en een Mens is geworden tussen ons mensen in, en wel onder de naam die ieder redt boven, op en onder de Aarde: Jezus Christus. Wie ieder van ons mensen zo lief heeft, die zal nooit misbruik maken van onze liefde voor Hem. Onze naasten liefhebben, zoals ieder van ons zichzelf lief heeft, is ook zeer natuurlijk en vanzelfsprekend. Immers, omdat alle mensen op Aarde geschapen zijn en onder ons wonen om eens als kinderen van God te kunnen worden, mits zij dit zelf willen, is elk mens onze broeder of zuster in God. En wat is nu natuurlijker dan onze broeders en zusters lief te hebben? Maar mensen kunnen egoistische motieven hebben en van onze goedheid, onze liefde misbruik willen maken. Daarom is aan de naastenliefde een grens gesteld: de liefde voor onszelf zal even groot zijn als de liefde voor onze naaste. Daarom is deze grens vastgesteld; dat alles wij voor een ander bereid zijn te doen niet verder gaat dan wat wij van een ander, redelijkerwijs, kunnen verwachten dat hij voor ons doet. Er zit dus een grens aan en die grens is de redelijkheid; onredelijke vragen en eisen van een ander overschrijd de naastenliefde en daar hoeven wij niet aan te voldoen. Ook hoeven wij enkel liefde te hebben voor mensen waar wij mee in aanraking komen; niet voor die mensen die altijd buiten ons gezichtsveld blijven, die wij dus nooit, op geen enkele wijze ontmoeten. Maar ook mensen die hier komen, niet als gasten, maar als veroveraars zijn onze naasten niet; want zij houden zich niet aan de naastenliefde, welke zij verplicht zijn naar ons toe. Nu is egoisme wel van alle tijden, maar tegelijkertijd houdt egoisme het plegen van zonden in, omdat een te groot deel van de liefde niet gereserveerd wordt God en de naasten, maar voor zichzelf. Dat begon reeds met Adam en Eva, die uit egoisme hun zondeval beleefden. Zij immers wilden gelijk worden aan God en negeerden daarom Zijn Gebod niet te eten van de verboden vrucht. Dat was geen liefde voor God, maar dat was eigenliefde, egoisme. Elisa, zoon van Safat, moest door Elia gezalfd worden tot zijn opvolger als profeet. De menselijke, maar egoistische reactie van Elisa was dat hij afscheid wilde nemen van zijn ouders. Daardoor dreigde hij de boot te missen, welke God hem had gezonden en geen profeet te worden van God. Daarop slachtte hij twee ossen en verbrandde hun jukken, waardoor hij zijn verleden achter zich verbrandde, alvorens met Elia mee te gaan. Als God roept, laat dan alles vallen en ga Hem tegemoet is de boodschap van deze Schrifttekst, aarzel niet en volg de Heer en God die u roept tot een hemelse taak. Deo vacare - maak tijd voor God - en God maakt u vrij wordt door het beantwoorden van Zijn liefde voor u. De in deze tijd zo hoog geprezen grenzeloze 'vrijheid' om de meest afschuwelijke zonden te begaan, is geen vrijheid, maar een slavenjuk. Want mensen die dit doen, worden slaven van hun eigen zonden en hartstochten, verliezen hun liefde voor andere mensen, ook hun allernaasten, en vereenzamen daardoor. Daar waarschuwt Paulus ons voor. Want het volgen van de Leer van Jezus Christus in de praktijk van het leven, maakt elk mens vrij, ongeacht zijn maatschappelijke status. Wie terugvalt in egoisme, die laat zichzelf wederom he slavenjuk opleggen, want egoisme maakt een mens dood voor het eeuwige leven en dwingt hem om dingen te doen, die een vrij mens kan weigeren. Ook dat geldt voor elk mens, ongeacht zijn maatschappelijke status. Want wat de zelfzucht, egoisme wil, dat strijdt met de Geest uit God en omgekeerd. Wie zich door de Geest van God laat leiden - dus door zijn liefde voor God en de naasten - staat niet onder de wet, voor hem gelden de Geboden van God niet, omdat hij ze niet overschrijd. Dat deden de Samaritanen wel, toen zij, uit menselijke overwegingen, hun Heer en God wegstuurden. Dat kan nooit goed voor hen zijn geweest, maar God is lankmoedig en geduldig en vernietigt de zondaar niet, maar laat hem zijn maat vullen met goeden en kwade daden en houdt, pas vlak na het overlijden, afrekening. Hoe meer liefde een mens heeft, hoe meer hem vergeven wordt. Wie God werkelijk wil volgen in alles, die hoeft niet op wereldse rijkdom te rekenen, zoals Jezus Christus mensen duidelijk maakte, toen iemand Hem wilde volgen, met de woorden: 'De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten'. Anders gezegd: bij God is geen aardse rijkdom te vinden, wel een overvloed aan geestelijke rijkdom. Wel genoeg om van te leven, geen grote aardse rijkdom. En dat is het belangrijkste, want alle aardse rijkdom laten wij achter bij het overlijden, maar de geestelijke rijkdom is voor de eeuwigheid. Wie God in Jezus Christus volgt, die slaat de hand aan de ploeg. Wie daarbij omkijkt naar zijn oude leventje en daaraan met weemoed terugdenkt, die is niet geschikt voor het Rijk Gods, dus het hemelrijk. Een mens kan geen twee heren dienen en wie de Heer alle heren, dus God wil dienen, zal dat in zijn geheel moeten doen; dus met alle liefde, krachten en mogelijkheden, altijd en overal. Maar dan is zo'n mens er zeker van dat hij een hemelbewoner wordt, na zijn strijd op Aarde. Wellicht ook een bewoner van het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen wederzien.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN