Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 3 juni 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Exodus 24, 3-8

In die dagen stelde Mozes het volk in kennis van alle woor­den en bepalingen van de Heer. Eenstemmig betuigde het volk: ‘Alle woorden die de Heer tot ons gesproken heeft, zullen wij onderhouden’. Daarop stelde Mozes alle woor­den van de Heer op schrift. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar, en stelde twaalf wijstenen op, naar de twaalf stammen van Israël. Toen gaf hij jonge Israëlieten de opdracht stieren op te dragen als brand- en slachtoffers voor de Heer. Mozes nam de helft van het bloed, en deed dat in schalen, terwijl hij de andere helft uitgoot over het altaar. Toen nam hij het verbonds­boek, en las dit voor aan het volk. En zij verzekerden: ‘Alles wat de Heer zegt, zullen wij doen en ter harte nemen’. Vervolgens nam Mozes het bloed, sprenkelde dat over het volk, en sprak: ‘Dit is het bloed van het verbond dat de Heer, op grond van al deze woorden, met u sluit’. Tweede lezing Hebreeën 9, 11-15

Broeders en zusters, nu is Christus gekomen, de hogepriester van het waarachtige heil. De tent van zijn priesterschap is groter en volmaakter dan de vorige; ze is niet ge­maakt door mensenhand, dat wil zeggen, ze behoort niet tot onze geschapen wereld. Het bloed van zijn offer is zijn eigen bloed, niet dat van bokken en kalveren. Zo is Hij het heiligdom binnengegaan, eens voor altijd en Hij heeft een eeuwige verlossing verworven. Want als het bloed van bokken en stieren en de gesprenkelde as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij wettelijk rein worden, hoeveel groter is dan de kracht van Christus’ bloed! Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd, een smetteloos offer dat onze ziel zuivert van dode werken om de levende God te eren. En daarom is Hij middelaar van een nieuw verbond: er heeft een sterven plaats gehad dat bevrijding brengt van de zonden die onder het eerste verbond zijn bedreven; nu kunnen zij die door God geroepen zijn het erfdeel ontvangen dat hun is toegezegd.

Evangelielezing Marcus 14, 12-16. 22-26

Op de eerste dag van het ongedesemde brood, de dag waarop men het paaslam slacht, zeiden zijn leerlingen tot Jezus: ‘Waar wilt Gij dat wij voorbereidselen gaan treffen zodat Gij het paasmaal kunt houden?’. Hij zond daarop twee van zijn leerlingen uit met de opdracht: ‘Gaat naar de stad en daar zult ge een man tegenkomen die een kruik draagt; volgt hem en zegt aan de eigenaar van het huis waar hij binnengaat: De Meester laat vragen: Waar is de zaal voor Mij, waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden? Hij zal u dan een grote bovenzaal laten zien met rustbedden en van al het nodige voorzien; maakt daar alles voor ons klaar’. De leerlingen vertrokken, gingen de stad binnen, vonden alles zoals Hij het hun gezegd had en maakten het paasmaal gereed. Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun, met de woorden: ‘Neemt, dit is mijn Lichaam’. Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe en zij dronken allen daaruit. En Hij sprak tot hen: ‘Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen. Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt tot op de dag waarop Ik het, nieuw, zal drinken in het koninkrijk van God’. Nadat zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij naar de Olijfberg.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘Het nieuwe Verbond’. Het nieuwe Verbond, welke God met ons mensen heeft gesloten, is reeds ongeveer tweeduizend jaar oud. Maar dit Verbond is het laatste en zal tot in eeuwigheid duren; er komt nimmer een ander Verbond tussen God en ons mensen. Kijk, het eerste en oude Verbond was tussen Abraham en zijn nakomelingen; dit volk, het volk van Israël, zou zo talrijk worden als de sterren aan de hemel en het zand op een strand. In geestelijke zin komt dit ook uit. Want God kwam op Aarde wonen in het volk van Israël en, naar lichaam, een afstammeling van Abraham en een afstammeling van koning David. Want Jezus Christus is God in Zijn Geest en al Zijn volgelingen zijn, geestelijk gezien, afstammelingen van Abraham. En, omdat God in Jezus Christus de Koning der koningen is, wordt de troon van David voortgezet, door Jezus Christus, in eeuwigheid en daaraan, Zijn Koninkrijk, komt nooit een einde. En zo heeft God zowel de belofte aan Abraham als aan David ingelost in Jezus Christus. Hiermee was het Oude Verbond, tussen God en ons mensen, voltooid. Een nieuw Verbond was nodig, omdat Israël zijn Messias afwees, in hun duisternis niet meer het Licht van God binnenlieten en zelfs hun Heer en God aan een kruis sloegen. Daarom nam God de voorkeurspositie van Israël af en gaf deze aan de gehele mensheid. Het teken van het nieuwe Verbond is de eucharistie, de heilige Mis. Daarin wordt het lijden en sterven van onze Heer en God, Jezus Christus herdacht in het bloedeloze offer, welke dan opgedragen wordt en waarin het brood en de wijn, geestelijk, worden veranderd in het Lichaam en Bloed van Jezus Christus. Materieel veranderd aan het brood en de wijn helemaal niets, maar geestelijk is het wel veranderd en wel in het levende Lichaam en Bloed van Christus Jezus. Vandaag vieren wij de instelling van dit sacrament, het belangrijkste sacrament van de Kerk, welke Jezus Christus heeft gesticht en waarvan Hij het eeuwige Hoofd is, in de viering van Sacramentsdag. De geconsecreerde hostie, welke tegenwoordig zo vaak zonder eerbied en onverschillig gehaald wordt, is in werkelijkheid het Allerheiligste, wat wij maar voor kunnen stellen, omdat zij werkelijk, reëel het Lichaam van God in Jezus Christus is. Daarom ook is het, bijna tweeduizend jaar, de gewoonte geweest om dit Lichaam van Christus geknield en op de tong van een priester te ontvangen. Want bij het nuttigen van het Lichaam van God mocht deze alleen door de mond worden aangeraakt door de gelovigen. Alleen de gewijde priester mocht deze in zijn handen nemen, omdat er toch bemiddeling van een man nodig was om deze gave Gods te kunnen ontvangen. Maar dan wel gewijde handen, niet de handen van gewone mensen. Na het Tweede Vaticaanse Concilie is het fout gegaan. Tijdens dit concilie hebben vijanden van God, werkzaam in Zijn Kerk, zaken omgedraaid en zijn, vanaf die tijd, Satan en zijn volgelingen zo machtig geworden dat zij de aloude rituelen van de Kerk vervangen hebben door iets wat niet bij God hoort. De communiebanken werden weggehaald, het altaar werd omgedraaid – van het gericht zijn op God van priester en gelovigen, naar gericht zijn op de gelovigen van de priester – de afbeeldingen werden ook weggehaald, alhoewel niet overal, waardoor katholieke kerken soms steeds meer op protestante kerken gingen lijken. Kortom, een gerichtheid op God werd een gerichtheid op mensen; eerder een gezellig samen zijn, dan een eredienst voor God. Een gevolg daarvan is het leeglopen van kerken, want de mensen vonden daar God niet meer in een zinvol en diep gelovig ritueel. Satan kreeg hierdoor en door de ontwikkelingen in de wereld zijn zin: het volk van God verloor God en werd heidens. De crisis in de Kerk verdiept zich nog steeds, totdat er van het geloof niets meer over is. Is het dan een wonder dat God in Kerk en wereld, die al Zijn Geboden niet meer wil onderhouden, aan het ingrijpen is? Of denkt u werkelijk dat de dagelijkse natuurrampen in onze tijd toeval is? In werkelijkheid zijn dit allemaal waarschuwingen, welke wel steeds heviger worden, omdat wij mensen weigeren te luisteren en ons leven niet verbeteren, maar integendeel onze daden steeds slechter worden. Wanneer de eucharistie zodanig wordt afgebroken, dat daar niets meer van over is – en dat zal gebeuren en de voorbereidingen ervoor zijn gaande – dan pas zal Gods toorn Zijn Hand over ons zeer hard laten neerslaan, dat ons grote schrik zal aanjagen. Maar dan duurt het nog maar kort of Jezus Christus is terug om te oordelen over levenden en doden, maar niet nadat nog een laatste poging, vanuit God, wordt gedaan om zoveel mogelijk mensenzielen van de hel te redden. Wie niet wil is voor eeuwig verloren en is ook zijn lichamelijke leven kwijt; want God zuivert niet alleen Zijn Kerk, maar de gehele Aarde van al Zijn vijanden. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. God weet dat mensen vaak veel beloven, maar hun beloften niet altijd waarmaken. Wat God beloofd, dat gebeurd ook, maar wat wij mensen beloven is nogal eens twijfelachtig of wij dat ook doen. Zo heeft Mozes het volk van Israël bijeengeroepen om hen te vertellen wat God van hen wil en de Israëlieten beloofden, tot tweemaal toe, dat zij de Geboden van God zouden onderhouden, dus doen wat God van hen wil. Kijk in het Oude Testament van de Bijbel; hoe vaak heeft dit volk God niet verlaten en zijn hun eigen dwaalwegen gegaan? Hoe vaak heeft God hen niet, door middel van Zijn profeten, tot de orde moeten roepen? Tot het in een gegeven tijd zo erg was, dat profeten niet meer hielpen en God Zelf op Aarde is gekomen in Jezus Christus. En Hem heeft Zijn eigen volk aan een kruis geslagen, na vreselijke martelingen. Paulus – zelf een Farizeeër, dus Schriftgeleerde – heeft aan zijn volk daarover een brief geschreven, bekend als de brief aan de Hebreeën. Daarin heeft Paulus, in een taal die de theologen van joodse zijde van zijn tijd goed begrepen, klip en klaar uitgelegd Wie en Wat Jezus Christus was en is. Toch zijn er, tot op heden, nog Israëlieten, joden die nog steeds wachten op hun Messias, terwijl die al twee millennia geleden door vele jonden en door ontelbare heidenen als hun Verlosser is aangenomen. Maar God is zeer trouw en Hij heeft Zijn volk, de Israëlieten, nog nooit in de steek gelaten. Bij de wederkomst van Christus Jezus zullen ook die joden bekeert worden, welke Hem nog steeds afwijzen, om welke reden dan ook. Ook zij, net als alle mensen, inclusief de nu afvallige christenen, welke dan nog op Aarde wonen – omdat zij van goede wil zijn, want alle mensen van kwade wil zullen dan naar lichaam gestorven zijn – de eucharistie als middelpunt van hun erediensten zien en in eerbied uitvoeren. Don Bosco heeft in een visioen gezien dat, na de vervolging van de Kerk in onze dagen, het schip van de Kerk zich zal vastmaken aan twee pijlers; de eucharistie en de verering van Maria, de Moeder van God. Wie dan daarbij hoort, of gaat horen, die zal eeuwig leven in de hemel. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN