Schriftuitleg


Schriftuitleg van 4 maart 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Exodus 20, 1-17

In die dagen sprak God al de woorden die hier volgen. 'Ik ben de Heer, uw God, die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis. Gij zult geen andere goden hebben ten koste van Mij. Gij zult geen godenbeelden maken, geen afbeel-ding van enig wezen boven in de hemel, beneden op aarde of in de wateren onder de aarde. Gij zult u voor hen niet ter aarde buigen, en hun geen goddelijke eer bewijzen; want Ik, de Heer, uw God, Ik ben voor hen die Mij haten, een jaloerse God, die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen tot het derde en vierde geslacht, maar voor hen die mij liefhebben, en mijn geboden onderhouden, een God die goedheid bewijst tot aan het duizendste ge-slacht. Gij zult de naam van de Heer uw God niet lichtvaar-dig gebruiken; want de Heer laat hen die zijn naam licht-vaardig gebruiken, niet ongestraft. Denk aan de sabbat: die moet heilig voor u zijn. Zes dagen zult gij werken en alle arbeid verrichten. Maar de zevende dag is de sabbat voor de Heer, uw God. Dan moogt gij geen enkele arbeid verrichten: gij zelf niet, uw zoon niet, uw dochter niet, uw slaaf niet, uw slavin niet, uw dieren niet, zelfs niet de vreemdeling die bij u woont. In zes dagen immers heeft de Heer de hemel, de aarde, de zee met al wat erin is, ge-maakt. Maar de zevende dag heeft Hij gerust, en zo de sab-bat gezegend, en tot een heilige dag gemaakt. Eer uw va-der en uw moeder. Dan zult gij lang leven op de grond die de Heer uw God u schenkt. Gij zult niet doden. Gij zult geen echtbreuk plegen. Gij zult niet stelen. Gij zult tegen uw naaste niet leugenachtig getuigen. Gij zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste, niet op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, op niets wat hem toebe-hoort'.

Tweede lezing 1 Korintiers 1,22-25

Broeders en zusters, joden eisen wonderen, Grieken wijs-heid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid; maar voor hen die geroepen zijn, joden zowel als Grieken, is die Christus Gods kracht en Gods wijsheid. Want de dwaas-heid van God is wijzer dan de mensen en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.

Johannes 2, 13-25

Toen het paasfeest der joden nabij was, ging Jezus op naar Jeruzalem. In de tempel trof Hij de verkopers aan van run-deren, schapen en duiven en ook de geldwisselaars die daar zaten. Hij maakte van touwen een gesel, dreef ze alle-maal uit de tempel, ook de schapen en de runderen; het kleingeld van de wisselaars veegde Hij van de tafels en Hij wierp die omver. En tot de duivenhandelaars zei Hij: 'Weg met dit alles! Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!'. Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschre-ven staat: De ijver voor uw huis zal mij verteren. De joden richtten zich tot Hem met de woorden: 'Wat voor teken kunt Gij ons laten zien dat Gij dit doen moogt?'. Waarop Jezus hun antwoordde: 'Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen'. Maar de joden merkten op: 'Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd; zult Gij hem dan in drie dagen doen herrijzen?'. Jezus echter sprak over de tempel van zijn lichaam. Toen Hij dan ook verre-zen was uit de doden, herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden in de Schrift en in het woord dat Jezus gesproken had. Terwijl Hij bij gelegenheid van het paasfeest in Jeruzalem was, begonnen er velen in zijn naam te geloven bij het zien van de tekenen die Hij deed. Maar Jezus van zijn kant had geen vertrouwen in hen, omdat Hij allen kende. Hij wist wat er in de mens stak en daarom was het niet nodig dat iemand Hem over de mens inlichtte.

Uitleg:

Het thema van deze derde zondag van de vasten is: 'IJveren voor God'. Eigenlijk zou iedere mens, de gelooft in de ene ware en levende God, moeten ijveren voor God. Niet uit angst, maar uit liefde voor God. Angst hoeft niemand te hebben voor God die Liefde is, evenmin als een klein kind angst heeft voor zijn moeder, die erg veel van hem houdt. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Waarom ook zou iemand angst moeten hebben voor een ander, mens of God, die heel veel van hem houdt? Die zal toch zeker, vanuit zijn liefde, je nooit kwaad berokkenen en zeker nooit met opzet. Vanuit dat vertrouwen kan een klein kind, overtuigt van de liefde voor hem, geen angst hebben voor zijn moeder en als hij angst zou hebben voor zijn vader, dan heeft die het daar zelf naar gemaakt. Maar zelfs slechte ouders krijgen van hun kinderen, en zeker als deze klein zijn en geen haat kennen, meestal meer liefde dan dat zij verdienen. En zo is het ook met God; ook die geeft ons mensen meer liefde dan dat wij verdienen. Maar wij dienen wel Zijn liefde voor ieder van ons te beantwoorden met onze eigen liefde. Doen wij dat niet, dan vinden wij niet een Vader die ons oordeelt, maar een Rechtvaardige Rechter, die even rechtvaardig is als liefdevol. Wie geen liefde kan en wil opbrengen voor God en zijn naasten, die loopt grote kans in de hel te belanden, want alleen daar zal hij zich, onder soortgenoten, zich thuis voelen. Wij mensen zijn allen zondaren en gaan vaak, bewust of onbewust, in tegen de Geboden van God. Zolang wij dat zelf erg vinden en berouw hebben over onze zwakheden en bewuste misstappen, kan God ons - indien wij Hem dat vragen - onze zonden wel vergeven, behalve die zonden die tegen de heilige Geest worden gepleegd, die zijn onvergeefbaar. De heilige Geest is de Wil van God, die in de gehele oneindigheid werkzaam is. Zonden tegen de heilige Geest gaan dus in tegen de bekende Wil van God, die zonden proberen de Wil van God ongedaan te maken en/of tegen te werken. God kan deze zonden onmogelijk vergeven, want zij belemmeren Hem, tot op zekere hoogte, vanwege de vrije wil van de mens, om Zijn Wil uit te voeren. Zonden tegen Gods Liefde, de Vader, of tegen Zijn Wijsheid, de Zoon zijn wel te vergeven, maar nimmer die rechtstreeks tegen Zijn Wil ingaan. De Zoon van God is ook de Wijsheid van God, die Mens geworden is op onze Aarde als Jezus Christus. Maar, omdat Gods Wijsheid voortkomt uit Zijn Liefde, is ook Gods Wijsheid de Zoon van God. En daarmee is de Heilige Drie-eenheid verklaard. Dit verklaard ook waarom de liefde het fundament, de basis, de grond van alles is en alleen wie bouwt op de liefde, bouwt het huis van zijn leven op vaste rotsgrond. Daarom ook is alles, wat in tegenspraak met de liefde is, een zonde. Om ons mensen in ons leven een zo groot mogelijk houvast te geven, om ons leven zoveel mogelijk in de richten naar Gods Orde, opdat wij het eeuwige leven kunnen verkrijgen, heeft God ons Zijn Geboden gegeven. Aan het joodse volk - en daarmee aan alle mensen - gaf God door Mozes Tien Geboden om ons leven naar Hem te richtten. Deze Geboden kunnen materieel worden opgevat, dus letterlijk zoals zij er staan en niemand, die dit doet, doet daar enig kwaad mee; integendeel, die doet zijn best om God te volgen. Maar God is de grootste Geest en daarom zijn deze geboden ook geestelijk op te vatten en dan kunnen er veel misverstanden vermeden worden. Bijvoorbeeld dat God een absoluut verbod heeft ingesteld om beelden te maken. Nee, God heeft enkel verboden om afgodsbeelden te maken en zich, alsof deze dode beelden enige macht zouden hebben, hier voor neer te buigen en deze goddelijke eer te bewijzen. Beelden ter versiering of ter herinnering aan mensen - bedoeld wordt hier ook schilderijen - zijn natuurlijk wel toegestaan. Vandaar dat er onder andere in de R.K. Kerk zoveel beelden en schilderijen van heiligen en van onze Heer en God Jezus Christus voor komen. Deze afbeeldingen zijn niet en nooit bedoeld om voor neer te knielen en deze te aanbidden - want dan plegen wij mensen afgodendienst met de ene ware en levende God - maar als herinnering aan de persoon die wordt afgebeeld, ook als dit een afbeelding is van God in Jezus Christus. Neerknielen voor zo'n afbeelding dient er enkel voor om, in herinnering aan de afgebeelde persoon, God te aanbidden en Maria en alle andere heiligen te vereren en te vragen voor ons te bidden tot God. Dan pas wordt er geen afgodendienst gepleegd met deze afbeeldingen, in verf of steen of ander materiaal. En zo zijn ook alle andere Geboden uit de Tien Geboden geestelijk op te vatten. De viering van de Sabbat, voor christenen de zondag, moet ook niet letterlijk worden opgevat, want kinderen hebben ook op zondag hun verzorging nodig, evenals iedereen ook op zondag eten en drinken nodig heeft; ook de in bezit zijnde dieren. Zo zijn er ook diensten die op zondag niet kunnen sluiten, zoals ziekenhuizen, hotels, verzorgingshuizen, artsen en politie zullen ook op zondag beschikbaar moeten zijn, enzovoorts. Maar is het nu echt nodig dat wij een 24 uurs economie hebben en speciaal op zondag onze inkopen moeten doen? Gunnen wij elkaar dan niet een dag per week zonder zware arbeid, waardoor de mensen, die moeten werken, nooit aan hun rust toekomen? Elk mens heeft rust nodig op zijn tijd, waardoor de zondagsrust voor alle mensen noodzakelijk is om weer op krachten te komen voor de komende week. Ik denk dat dit de bedoeling van God is geweest bij het instellen van de Sabbatrust. Elke zeven dagen minimaal een dag rust is werkelijk niet overdreven; laten wij elkaar dan ook niet opjagen maar de zondag voor andere dingen gebruiken dan voor winkelen; dan wordt de zondagsrust, ten bate van ons allen, vanwege een gebrek aan klanten weer vanzelf hersteld. Door te ijveren voor God, door Zijn Geboden serieus te nemen en ons eraan te houden, doen wij vooral ons zelf een plezier. Gods Geboden zijn ons uit liefde gegeven, om ieders leven dragelijk te maken en ons te late groeien in liefde voor God en voor elkaar, wat de enige Weg is naar het eeuwige leven in het hiernamaals. Niet de tekenen die mensen soms eisen en verlangen, maar het volgen van de Leer van Jezus Christus brengt ons naar een zalig bestaan in het hiernamaals. Want de Joden, waar Paulus het over had, zijn te vergelijken met die christenen die menen te weten wat God precies bedoeld heeft met de teksten in Zijn Openbaringswerk, die de Bijbel is en willen wonderen zien, voordat zij hun vooringenomen meningen veranderen. De Grieken van Paulus zijn te vergelijken met de ongelovigen - van oorsprong christen of heiden - die denken dat hun wereldse wijsheid kan tippen aan Gods Wijsheid en daarom de gekruisigde Christus Jezus niet geloven. Maar vergeet nooit dat wat zij als dwaasheid van God houden, wijzer is dan de wijsheid van de mensen en, wat zij voor zwakheid van God houden, sterker is dan alle duivels bij elkaar en dan al de mensen. Wie God wil volgen mag de Tempel van God niet verontreinigen, en die Tempel is ons lichaam. Natuurlijk, wij kennen ook ontelbare gebouwde tempels, in ons werelddeel tot voor kort hoofdzakelijk kerken en kapellen, nu helaas ook vele heidense tempels. Ook de tempels, opgericht voor de ware God, zullen wij rein moeten houden, niet alleen door ze te poetsen en van vuil te ontdoen, maar ook door er geen commercie in toe te laten; wat nog steeds niet gebeurt in R.K. kerken. Jezus Christus was terecht verontwaardigt hoe de ene Tempel te Jeruzalem - voordat Hij op Aarde kwam de woonplaats van God op Aarde - geheel was overgenomen door allerlei handelaren, die niet alleen daar hun brood verdiende, maar waarvan ook de Tempeldienaren materieel van profiteerden. Hij sloeg de handelaren deze tempel uit, niet met menselijke, maar met Goddelijke kracht. Anders had Hij nooit tegen zovele mensen op gekund. De priesters zagen ook hun winsten verdwijnen en riepen Jezus Christus ter verantwoording. Daarop voorspelde Hij wat zij, deze tempeldienaren, met Hem zouden doen en dat Hij op de derde dag Zijn lichaam terug zou eisen. Dit begrepen zij wel maar, omdat zij het niet wilden begrijpen, verwezen zij naar het stenen complex van gebouwen, welke de tempel in Jeruzalem was. Zoals nu mensen, die niet willen geloven in God in Jezus Christus, alles ook zogenaamd verkeerd verstaan. Maar zij, die God in Jezus Christus wel willen volgen in al Zijn Geboden en in de liefde voor God en voor elkaar, wacht het eeuwige geluk en zaligheid van de hemel; echter niet voor hen die God afwijzen en daarin volharden. Voor de volgelingen van Jezus Christus, die Hem werkelijk volgen, wacht wel de eeuwige zaligheid in de hemel. En wellicht ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN