Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 5 mei 2019.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Handelingen 5, 27b-32.40b-41

In die dagen ondervroeg de hogepriester de apostelen: 'Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in de naam van Jezus onderricht te geven? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen'. Maar Petrus en de andere apos-telen gaven ten antwoord: 'Men moet God meer gehoorza-men dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als leidsman en verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israel beke-ring en kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit al-les zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen'. Maar men verbood de apostelen te spreken in de naam van Jezus en stelde hen in vrijheid. Zij verlieten de Hoge Raad, ver-heugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van Jezus' naam.

Tweede lezing Apocalyps 5,11-14

Ik, Johannes, zag toe en hoorde de stem van talloze enge-len rondom de troon en de stem van levende wezens en van de oudsten; en hun getal was tienduizenden tiendui-zendtallen en duizenden duizendtallen; en zij riepen luid: 'Waardig is het lam dat geslacht werd te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof'. En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, het ganse heelal hoorde ik roepen: 'Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!'. En de vier levende wezens zei-den: 'Amen'. En de oudsten vielen in aanbidding neer.

Evangelielezing Johannes 21,1-19

In die tijd verscheen Jezus andermaal aan de leerlingen bij het meer van Tiberias. De verschijning verliep als volgt: Er waren bijeen Simon Petrus, Thomas die ook Didymus ge-noemd wordt, Natanael uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeus en nog twee van zijn leerlingen. Simon Petrus zei tot hen: 'Ik ga vissen'. Zij antwoordden: 'Dan gaan wij mee'. Zij gingen dus op weg en klommen in de boot maar ze vingen die nacht niets. Toen het reeds morgen begon te worden stond Jezus aan het strand, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. Jezus sprak hen aan: 'Vrienden, hebben jullie soms wat vis?'. 'Neen', zeiden ze. Toen beval Hij hun: 'Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zult ge iets vangen'. Nadat ze dit gedaan hadden, wa-ren ze niet meer bij machte het net op te halen vanwege de grote hoeveelheid vissen. Daarop zei de leerling van wie Jezus veel hield tot Petrus: 'Het is de Heer!'. Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was trok hij zijn bovenkleed aan - want hij droeg slechts een onderkleed - en sprong in het meer. De andere leerlingen kwamen met de boot, want zij waren niet ver van de kust, slechts ongeveer tweehonderd el, en sleepten het net met de vissen achter zich aan. Toen zij aan land waren gestapt, zagen zij dat er een houtskoolvuur was aangelegd met vis erop en brood. Jezus sprak tot hen: 'Haalt wat van de vis die gij juist gevangen hebt'. Simon Petrus ging weer aan boord en sleepte het net aan land. Het was vol grote vissen, honderddrieenvijftig stuks en ofschoon het er zoveel waren, scheurde het net niet. Jezus zei hun: 'Komt ontbijten'. Wetend dat het de Heer was durfde geen van de leerlingen Hem vragen: 'Wie zijt Gij?'. Jezus trad dichterbij, nam het brood en gaf het hun en zo ook de vis. Dit was nu de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen sinds Hij uit de doden was op-gestaan. Na het ontbijt zei Jezus tot Simon Petrus: 'Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefheb-ben?'. Hij antwoordde: 'Ja, Heer, gij weet dat ik U bemin'. Jezus zei hem: 'Weid mijn lammeren'. Nog een tweede maal zei Hij tot hem: 'Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?'. En deze antwoordde: 'Ja, Heer, Gij weet dat ik U bemin'. Jezus hernam: 'Hoed mijn schapen'. Voor de derde maal vroeg Hij: 'Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?'. Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: Hebt ge Mij lief? en hij zeide Hem: 'Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin'. Daarop zei Jezus hem: 'Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen ge jong waart deed ge zelf uw gordel om en ging waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt'. Hiermee zinspeelde Hij op de dood waardoor Hij God zou verheerlijken. En na deze woorden zei Hij hem: 'Volg Mij'.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: 'Heb jij Mij lief? God in Jezus Christus vraagt het niet alleen aan Petrus, maar aan elk mens: 'Heb jij Mij lief?'. Deze vraag is niet zozeer bedoeld voor God Zelf, want Hij weet precies hoever ieder mens liefde heeft voor Hem en voor zijn naasten. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Nee, deze vraag is gesteld om ieder van ons bewust te maken hoeveel liefde wij hebben voor anderen. Het is daarom de belangrijkste vraag, die God ons kan stellen, want zonder liefde is er geen leven, heeft een leven geen betekenis; want de mens is dan geestelijk reeds dood, afgestorven. Ja, hij leeft nog steeds zijn tijd op Aarde, de tijd die God hem heeft gegeven. Nee, in het hiernamaals hoeft hij niets meer te verwachten, want voor de weinige goede daden - daden uit liefde gedaan voor anderen - heeft hij al zijn beloning gehad. Soms zelfs zelf genomen; doordat hij zich liet roemen voor elke daad, die ook maar enigszins goed kon worden genoemd. Soms ook omdat God toeliet dat hij kreeg waar zijn liefde naar uitging; eer, roem en rijkdom op Aarde. Maar, omdat hij het Rijk Gods nooit heeft gezocht waar het te vinden is, heeft hij in het hiernamaals niets meer te verwachten. Want God is alleen in de liefde te vinden, is alleen door de liefde te benaderen en door niets anders. God is Liefde en de liefde in God is ook Zijn Leven. Daarom geldt dat ook voor elk van Zijn schepselen, met als hoogtepunt, de kroon op Gods schepping, wij mensen. Alle schepselen onder ons - zoals planten en dieren - kunnen God niet herkennen, want dat is enkel aan vrije geesten en mensen gegeven. Alleen wij kunnen, in het volle besef Wie en Wat God is, Hem lief hebben en ook onze naasten vanuit de liefde voor God; omdat alleen alle mensen zijn geschapen en geroepen om Zijn kinderen te worden en te zijn. Mensen zijn geen diersoort - alleen het lichaam heeft eigenschappen die men ook bij dieren, gedeeltelijk, kan tegenkomen - maar een aparte categorie van schepselen, die het vermogen hebben gekregen om Gods kinderen te worden; maar alleen als wij mensen dat zelf willen, want geen mens wordt gedwongen om een kind van God te worden. Het is een gift, een genade van God dat wij dat mogen! God heeft echter een verbitterde tegenstander in Zijn vroegere engel Lucifer, die nu de koning van de hel is onder de naam Satan. Deze vroegere lichtengel is nu in volkomen duisternis gevallen; is de weg door het leven naar de eeuwige ondergang, de geestelijke dood geworden. Want waar geen liefde is - en in de hel is daarvan geen spoor te vinden - daar is ook geen leven, maar enkel de dood. Triest is daarom dat de Predestinatieleer is uitgevonden, die zegt dat God al van tevoren heeft bepaald wie er naar de hemel gaan en wie naar de hel. Want de gelovigen daarin denken vaak dat aardse rijkdom, macht en aanzien een bewijs is dat zij naar de hemel gaan, ongeacht hoe zij leven. Deze leer is enkel daarom al een leugen, omdat zij mensen af houdt van de ware Weg door het leven, de Weg van de liefde voor God en de naasten. Want God heeft wel voor iedere mens de ze Weg opengesteld, opdat wij alleen in Zijn Rijk voor altijd gelukkig en zalig kunnen worden, maar het aan ons mensen overgelaten of wij bereid zijn om deze Weg door het leven ook te volgen. Het is door God dus niet vooraf bepaald wie er in de hemel, of de hel, zullen komen, maar is geheel afhankelijk van ons eigen handelen uit eigen vrije wil. Iets heel anders dus dan de Predestinatieleer, welke ons op dwaalwegen brengt en die geen liefde voor anderen noodzakelijk maakt. Wat in werkelijkheid wel noodzakelijk is voor het eeuwige leven in de hemel. Altijd al hebben wij mensen, in de meerderheid van de mensheid, liever de aardse rijkdom, dan de schat, welke wij mee nemen naar het hiernamaals, welke bestaat uit onze handelingen uit liefde voor God en voor elkaar. Zo ook de hogepriesters van de Tempel te Jeruzalem die, ook hun God en Heer Jezus Christus, vermoordden aan een kruis en later de apostelen verweten dat zij ook nog de schuld van hun eigen daden kregen. Zij trachtten daarom om de apostelen het zwijgen op te leggen. Maar die antwoordden terecht dat wij mensen God meer moeten gehoorzamen dan de mensen. Dus Gods Geboden van liefde, de Leer van God in Jezus Christus aan onze medemensen, zonder verdraaiingen of vervalsingen, moeten overbrengen aan onze medemensen, onze naasten. Het beste kan dat via het voorbeeld van leven, maar ook door woorden; naast hen die alle mensen de liefde en leer van God willen bijbrengen, bijvoorbeeld ook de ouders die hun kinderen het geloof in God in Jezus Christus leren. Het droevige is dat heel veel volwassenen dit geloof zijn kwijtgeraakt, vanwege soms een antichristelijke opvoeding en door de antichristelijke propaganda in de samenleving, welke leugens als waarheid verkondigen en de waarheid afdoen als leugens. Maar, als u de waarheid oprecht zoekt, vraag dan aan God om het onderscheidingsvermogen om waarheid en leugen te herkennen en ik weet zeker dat u dan deze hulp krijgt; maar dan moet u daar wel naar luisteren! Dan wordt u vanuit de hemel geleid om een waar kind van God te worden. Dan zult u opgenomen worden bij de ontelbare mensen, die deze Weg door het leven reeds hebben gevolgd en nu bij de ontelbaren horen die voor de troon van God in Jezus Christus staan en Hem alleen aanbidden. Hij is het Lam, dat geslacht is - op het kruis - en voor eeuwig onze Koning der koningen is; en die alle macht, kracht, eer en lof is gegeven in alle eeuwen der eeuwen. Aan Zijn koninkrijk komt nooit een einde. Jezus Christus was op Aarde nooit een aardse koning; Hij was en is Koning, maar dan wel over de gehele oneindigheid. Nadat Hij Zich door nietige mensen had laten doden op het kruis - om ons te verlossen door de Weg naar God te openen voor ons mensen - kwam Hij Zijn vrienden en volgelingen gedurende veertig dagen troosten en versterken. Hij verscheen voor de derde maal aan Zijn Apostelen. Zij hadden een nacht lang tevergeefs gevist, maar toen Hij hen beval om de netten nogmaals uit te werpen, toen konden zij deze niet meer ophalen van de grote hoeveelheid vis, die erin was gekomen. Dat als teken dat wij mensen niets kunnen zonder God, maar alles kunnen met Hem. Hij had gevraagd of zij vis hadden en zij moesten nee zeggen, omdat de netten leeg waren gebleven, maar uiteindelijk verzorgde Hij Zelf voor het ontbijt van Zijn volgelingen. Dit is een teken dat God voor ons allen zorgt dat wij niets tekort komen, maar alleen als wij op Hem vertrouwen. Anders kunnen wij wel tekort komen, vooral als wij meer op mensen dan op God vertrouwen. Simon Petrus kreeg, nadat hij Jezus Christus drie maal had verraden alvorens de haan kraaide, nu drie maal de vraag of hij van Hem hield. En elke keer, dat deze vraag positief werd beantwoordt, kreeg Petrus een belangrijke taak van God in Jezus Christus. Dit is een teken dat God ook ieder van ons inschakelt in Zijn plannen om de mensheid naar de eeuwige geluk in de hemel te leiden, wanneer wij maar in Hem geloven en Zijn Geboden onderhouden, dus doen. Als laatste zei Jezus Christus tegen Petrus: 'Volg Mij'. Dit is niet enkel bedoeld voor Petrus, maar voor alle mensen van goede wil, namelijk om God in Jezus Christus te volgen in liefde en geloof; dus door Zijn Geboden te doen. Maar voor iedereen die dit doet is een plaats in de hemel gewaarborgd. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN