Schriftuitleg


Schriftuitleg van Zondag 7 mei 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Handelingen 10,25-26.34-35.44-48

Toen Petrus binnentrad, kwam Cornelius hem tegemoet, en eerde hem met een voetval. Maar Petrus deed hem opstaan, en zei: 'Sta op, ik ben ook maar een mens'. Petrus nam het woord, en sprak: 'Nu besef ik pas goed dat er bij God geen aanzien des persoons bestaat, maar dat, uit welk volk ook, ieder die Hem vreest en het goede doet, Hem welgevallig is'. Terwijl Petrus nog zo aan het spreken was, kwam de heilige Geest plotseling neer op allen die naar de toespraak luisterden. De gelovigen uit de besnijdenis die met Petrus meegekomen waren, stonden verbaasd dat ook over de heidenen de gave van de heilige Geest was uitgestort; want zij hoorden hen talen spreken en God verheerlijken. Toen zei Petrus: 'Kan iemand nog het water weigeren, zodat deze mensen niet gedoopt zouden worden die juist als wij de heilige Geest ontvangen hebben?'. En hij beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus. Daarop verzochten zij hem nog enige dagen te blijven.

Tweede lezing 1 Johannes 4, 7-10

Vrienden, laten wij elkander liefhebben want de liefde komt van God. Iedereen die liefheeft, is een kind van God en kent God. De mens zonder liefde kent God niet want God is liefde. En de liefde die God is heeft zich onder ons geopenbaard doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft ons het leven te brengen. Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om onze zonden uit te wissen door het offer van Zijn leven.

Evangelielezing Johannes 15, 9-17

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik u opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zij en geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt'.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: 'De vreugde van de liefde'. De vreugde van de liefde is echte vrede, wat meer is dan het ontbreken van twisten en oorlog. Want echte vrede is het in harmonie samenleven van mensen. Mensen in een gezin bijvoorbeeld. De beginnende echtgenoten, welke uit liefde met elkaar gehuwd zijn, ondervinden de vreugde van hun wederzijdse liefde in elkaars nabijheid, in het gewone, maar harmonieuze samenzijn. Natuurlijk, elk echtpaar bestaat uit twee afzonderlijke personen, met hun eigen achtergrond en geschiedenis, en zullen dan in liefde naar elkaar toe moeten groeien. Dat gaat zonder twijfel gepaard met zo nu en dan enige onenigheid, welke zelfs tot ruzies kunnen leiden. Maar hun wederzijdse liefde zorgt ervoor dat deze ruzies niet uit de hand lopen en gemakkelijk opgelost kunnen worden door hun wederzijds streven naar verzoening. Hierdoor - en door het feit dat man en vrouw elkaar aanvullen en van nature daardoor samen een worden in geestelijk opzicht - wordt de band tussen beiden weer versterkt, omdat zij de grenzen leren kennen van hun wederhelft. Daarna, indien God hen deze genade wil geven, komt de eerste levende vrucht van hun wederzijdse liefde; een kind. Daardoor wordt hun gezin uitgebreid door een nieuw en ander mens, welke jarenlang van zijn ouders afhankelijk zal zijn en waar de beide ouders grote verantwoordelijkheid voor dragen. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Pas na de geboorte is elk kind volledig afhankelijk voor alles van zijn ouders, voornamelijk van zijn moeder, die zelfs zijn voeding, van nature, uit haar eigen lichaam haalt. God heeft echter man en vrouw geschapen, gelijkwaardig maar niet gelijk, en elk het lichaam gegeven, welke bij de taken in het leven van man en vrouw horen. De man verwekt de kinderen, heeft de kracht en de mogelijkheid om voor zijn vrouw en kinderen te zorgen, vooral als en zolang zij hulp nodig hebben. Om die reden heeft God ervoor gezorgd dat de man vanuit zijn wijsheid, verstand, redeneert en handelt, zonder dat hij zijn liefde hoeft te verwaarlozen. Vanwege deze grenzen stellende wijsheid is, van nature, de man de leider, het hoofd van zijn gezin. De vrouw is diegene die niet verwekt, maar wiens lichaam geschikt is om te ontvangen. De vrouw is diegene die haar kind negen maanden lang onder haar hart draagt en, van nature, de eerste en belangrijkste zorg voor de nog kleine kinderen op zich neemt. Vandaar dat God ervoor heeft gezorgd dat de vrouw vanuit haar liefde, gevoel, denkt en handelt, want dat is nodig om een goede en liefdevolle moeder voor haar kroost te kunnen zijn. Maar, omdat liefde geen grenzen kent, is zij ongeschikt om leiding te geven, ook al heeft zij een goed ontwikkeld verstand. Immers, haar verstand zorgt ervoor dat zij haar taken als vrouw en moeder goed kan uitvoeren, maar haar wijsheid staat niet vooraan bij haar denken en handelen, wel haar liefde. Dat is de reden dat samenlevingen, waar nog wel de natuurwetten worden gevolgd, het nagenoeg altijd de mannen zijn die de leiding over deze samenlevingen hebben en niet de vrouwen. Daarmee zijn de vrouwen niet achtergesteld, want juist in deze samenlevingen, zijn het de vrouwen die de basis leggen voor de volgende generatie van mensen; zij immers voeden hun kleine kinderen in hoofdzaak op. Kleine kinderen hebben de, soms vermanende, liefde van hun moeder meer nodig dan de wijsheid van hun vader; vandaar dat deze taak door God in de natuur van de vrouw gelegd is en in samenlevingen, welke de natuurwetten nog wel volgen - in tegenstelling tot onze samenleving - dit ook door de mannen wordt gerespecteerd. Vandaar ook dat in zulke samenlevingen het Woord van God, de Leer van God in Jezus Christus, het eerst verkondigd wordt aan de mannen, omdat zij de natuurlijke leiders van hun gezin zijn en vrouw en kinderen hun man en vader dan volgen in zijn geloof. Petrus had het met zijn verkondiging aan de hoofdman Cornelius erg gemakkelijk; Cornelius geloofde al. Daarom maakte hij, een heiden in naam, een knieval voor Petrus, een deemoedig man, die daar echt niet op zat te wachten en hem daarom, liefdevol, corrigeerde. Petrus begon het geloof te verkondigen, maar God liet weten dat dit niet nodig was, doordat op allen de heilige Geest neerdaalde, nog voordat zij gedoopt konden worden. Petrus kon toen niet anders dan hen onmiddellijk te laten dopen; anders had hij de heilige Geest tegengewerkt en dat kon van deze dienaar van God niet verwacht worden. Dit was overigens ook een voorbereiding op een latere vergadering in Jeruzalem over het wel of niet opnemen van heidenen in het christelijke geloof. God liet hiermee duidelijk blijken dat Hij dat wel degelijk wilde. Want Gods liefde kent geen grenzen en Hij wil duidelijk dat alle mensen hun ware bestemming bereiken; waarachtige kinderen van God worden en zijn. Om dit te worden zullen wij mensen allereerst moeten geloven in de ene ware en levende God en Zijn Geboden gaan onderhouden. Dus ons gedrag aanpassen aan de leer, welke wij van God hebben gekregen. Dus God gaan liefhebben boven alles en de medemensen, onze naasten, lief te hebben, zoals wij onszelf lief hebben. God heeft ons immers meer lief, dan wij onszelf en anderen lief hebben. Hoe kunnen wij deze liefde van God zien? In zijn eerste brief heeft Johannes ons dit uitgelegd: 'Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om onze zonden uit te wissen door het offer van Zijn leven'. Ja, God is Zelf op Aarde gekomen als Mens, om ons van de dood door onze eigen zonden te bevrijden. In ruil daarvoor vraagt God in Jezus Christus onze liefde voor Hem en voor onze naasten en wel door het onderhouden, dus doen, van wat Hij ons geboden, geleerd heeft. Wie de Geboden van God niet onderhoud, die heeft geen liefde; niet voor God - wiens bestaan soms zelfs ontkend wordt - en ook niet voor zijn medemensen waar hij mee in contact komt, zijn naasten. Tenzij deze mensen tot inkeer komen, zullen zij geen ware kinderen van God worden en voor altijd schepselen blijven. Want Jezus Christus heeft ons geleerd dat alleen die mensen die Zijn geboden onderhouden in Zijn liefde blijven. Dan kunnen wij opgenomen worden in de vriendenkring van onze Heer en God, Jezus Christus. Want geen groter liefde kan een mens hebben dan zijn leven te geven voor zijn vrienden. Niet alle mensen zijn de vrienden van Jezus Christus en de kinderen van God de Vader; mensen die Gods Geboden niet willen en niet onderhouden - dus niet doen wat God van hen wil - worden eerder Zijn vijanden dan Zijn kinderen en vrienden. Vandaar ook dat Jezus Christus, toen Hij tijdens het laatste avondmaal de heilige eucharistie instelde, uitsprak dat Zijn bloed zou worden vergoten voor vele mensen, maar helaas niet voor alle mensen. Mensen die niets met Hem van doen willen hebben, daarvoor heeft Hij Zijn bloed niet vergoten; omdat zij dat niet waard zijn. Deze mensen, tenzij zij tot bekering komen onder oprecht berouw en wroeging, en God om de genade van vergeving smeken, zijn verloren voor Gods Rijk van liefde; omdat zij zelf geen liefde hebben. Maar alle mensen, voor wie Jezus Christus wel Zijn lichamelijke leven heeft gegeven, omdat zij Zijn Geboden onderhouden, die gaan na dit leven op Aarde zeker naar de hemel. Wellicht ook naar het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen tegenkomen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN