Schriftuitleg


Schriftuitleg van Pinksterzondag 9 juni 2019.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Handelingen 2, 1-11

Toen de dag van Pinksteren aanbrak waren allen bijeen op de zelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem joden, vrome mannen die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond liepen zij te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol bewondering: 'Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeers? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamie, van Judea en Kappadocie, van Pontus en Asia, van Frygie en Pamfylie, Egypte en het gebied van Libie bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden'.

Tweede lezing Romeinen 8, 8-17

Broeders en zusters, zij die zelfzuchtig leven, kunnen God niet behagen. Maar uw bestaan wordt niet beheerst door de zelfgenoegzaamheid, maar door de Geest, omdat de Geest van God in u woont. Zou iemand de Geest van Christus niet hebben, dan behoort hij Hem niet toe. Als Christus in u is, blijft wel uw lichaam door de zonde de dood gewijd, maar uw geest leeft, dankzijde gerechtigheid. En als de Geest van God die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft. Broeders en zusters, wij hebben dus verplichtingen, maar niet aan onszelf, om zelfgenoegzaam te leven. Als gij zelfzuchtig leeft, zult gij zeker sterven. Maar als gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht versterft, zult gij leven. Allen die zich laten leiden door de Geest van God, zijn kinderen van God. De geest die gij ontvangen hebt, is er niet een van slaafsheid die u opnieuw vrees zou aanjagen. Gij hebt de geest van het kindschap ontvangen die ons doet uitroepen: 'Abba, Vader!'. De Geest zelf bevestigt het getuigenis van onze geest dat wij kinderen zijn van God. Maar als wij kinderen zijn dan zijn wij ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God, tezamen met Christus, daar wij delen in zijn lijden om ook te delen in zijn verheerlijking.

Evangelielezing Johannes 14, 15-16.23b-26

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen. Wie Mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet; en het woord dat gij hoort is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft. Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb'.

Uitleg:

Het thema van deze Pinksterzondag is: 'Tot leven geroepen'. Alle mensen zijn tot leven in God geroepen, maar helaas heel veel mensen willen dit leven niet. Want leven in God is het zelfde als God boven alles liefhebben en de naasten als zichzelf. Immers liefde en leven zijn precies hetzelfde. Wie dus God afwijst, die wijst ook de liefde voor God en de naasten af. Maar wie de liefde afwijst, die wijst ook zijn eigen leven af. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Het voortbestaan van lichaam en ziel hangt niet van onze eigen keuzes en wil af; God bepaald hoe lang wij op Aarde mogen leven en God bepaald waar en hoe wij in het hiernamaals terechtkomen. Het eerste , leven op Aarde, is er wel afhankelijk van of wij mensen niet het leven van andere mensen - inclusief ongeboren kinderen - afnemen door moord, of dat wij geen zelfmoord plegen. Dat kunnen wij doen vanwege onze vrije wil, maar niet voor niets luidt het vijfde Gebod van de Tien Geboden, welke Mozes van God voor alle mensen heeft gekregen: 'Gij zult niet doden'. Dit is een zware zonde, vooral als het uit moordlust geschied. Zelfverdediging mag wel van God, ook als de enige wijze om een kwaaddoener te stoppen is dat hem zijn lichamelijke leven wordt afgenomen. Maar doden omdat de moordenaar het graag wil, of om zelfzuchtige redenen is door God verboden. Dat levert, indien er geen berouw over is, een minder aangename plek in het hiernamaals op. Want met het doden van een ander mens - of van zich zelf - wordt het geschenk van God verworpen; namelijk het geschenk van het leven, van de groei naar het kindschap van God. Ofwel de mogelijkheid dat een ander een waarachtig kind van God kan worden door zijn handelen uit liefde op Aarde, ofwel dat de mens zichzelf afsnijd van de barmhartige liefde van God, die niet onze dood wil, maar ons leven in eeuwigheid. En God bepaalt weliswaar waar de ziel in het hiernamaals terecht komt, maar heel veel, nagenoeg alles is afhankelijk van onze liefde voor God en de naasten. Liefde is het enige wat wij mensen van onze Aarde mee kunnen en mogen nemen naar de wereld aan de andere zijde van de lichamelijke dood; het hiernamaals, ofwel de geestelijke wereld. Wie geen of heel weinig liefde heeft voor God en de naasten, komt op een slechtere plek in het hiernamaals terecht dan iemand die vervuld is van liefde voor God en de naasten. God zal alle mensen op de meest rechtvaardige wijze oordelen. Er zit echter een groot verschil tussen de levenden en de doden. De levenden zijn zij die liefde hebben voor God en de naasten en God oordeelt over hen als Vader. De doden zijn zij die enkel eigenliefde hebben en God verwerpen, en God oordeelt over hen als Rechter; weliswaar de meest rechtvaardige Rechter, maar omdat zij, tijdens hun leven op Aarde de Vader hebben afgewezen, kan God hen niet met Vaderlijke liefde oordelen, maar wel als een liefdevolle en rechtvaardige Rechter. In het Oude Testament van de Bijbel staat ergens dat het verschrikkelijk is om in de handen van de levende God te vallen; maar wel wordt daarmee diegenen bedoeld die zich van God hebben afgewend, want die worden door God als Rechter geoordeeld. Wie God als Vader behandeld, die worden door God als Zijn kind behandeld en een liefdevolle Vader oordeelt anders dan een liefdevolle Rechter. Het vermogen, welke wij mensen mee kunnen nemen naar het hiernamaals, bestaat enkel uit onze liefde voor anderen. Wie levend wil zijn en welvarend tot in eeuwigheid, zal dus in zichzelf de keuze moeten maken, de wil moeten hebben, om liefdevol te zijn tegenover God en de naasten. Niemand kan op eigen kracht volmaakt worden, zoals de Vader in de hemel volmaakt is. Daarvoor is hulp en leiding van God nodig, maar wie volmaakt in de liefde wil worden, die hoeft enkel aan God om hulp te vragen en hij zal het krijgen; mits natuurlijk de vraag eerlijk en serieus bedoeld is. God kent elk mens oneindig veel beter dan en mens zichzelf kent of kan kennen; daarom is God ook niet te bedriegen. Maar wie zich wil richten naar Gods Wil, die kan, net als de apostelen en Maria, de moeder van God in Jezus Christus, de heilige Geest over zich uitgestort krijgen. Maar nooit om er niets mee te doen; de apostelen hadden de opdracht gekregen om de geheel wereld het evangelie te verkondigen en zij begonnen daar mee op het eerste Pinsteren. Daarvoor hadden zij de leiding ne hulp van de heilige Geest nodig. Daarom kregen zij het vermogen om in allerlei talen te kunnen spreken, zonder daar ooit voor geleerd te hebben. Dit was het begin van de Kerk, welke Jezus Christus gesticht heeft. Die dag werden en duizenden gedoopt en vele duizenden volgden in de tijd erna. Het geloof in God in Jezus Christus verspreidde zich snel over de toen bekende wereld, zo snel dat reeds na nog geen volle twee eeuwen de toenmalige keizer van Rome, Constantijn, er niet meer omheen kon om het christelijk geloof als basis van zijn rijk te maken, in het begin van de derde eeuw na de geboorte van Jezus Christus. Er waren gewoonweg teveel christenen om hen te vervolgen en voor heel veel Romeinen hadden de oude afgoden afgedaan. Paulus stond aan de wieg van veel bekeringen onder de heidenen en wat hij leerde van het geloof is nog steeds volledig geldig. Want het is de volledige waarheid dat een zelfzuchtig leven God niet en nooit kan behagen. Het is ook volledig waar dat voor wiens bestaan niet beheerst wordt door zelfgenoegzaamheid, de Geest van God in zich heeft, en wel omdat hij liefde heeft voor God en zijn naasten. Want wie God lief heeft en daardoor zijn naasten, die zal de Geboden van God in Jezus Christus onderhouden, dus doen. En, volgens de beloften van Jezus Christus, zal God de Vader hem liefhebben en de Drie-ene God zal tot hem komen en verblijf bij hem nemen. Dat wil zeggen dat de liefde voor God ervoor zorgt dat God met Zijn liefde in het hart van de mens zal wonen, omdat de mens van zijn hart een levende Tempel voor God heeft gemaakt. God en de betreffende mens zijn een geworden in liefde. De enige wijze waarop welk mens dan ook God, de Oneindige Persoon, zelf zijnde een eindig persoon, kan benaderen. Niet via de weg van het verstand, wat dat kent zijn grenzen. Maar de liefde is oneindig en gaat dus dieper en verder als het verstand ophoudt. Met de liefde kunnen wij mensen doordringen in de geheimen van God. Als eindig persoon, in ruimte en tijd, kunnen wij onmogelijk God begrijpen vanuit de wijsheid, het verstand. Wie God dus wil kennen moet niet bij zijn kille en berekende verstand te rade gaan, maar Hem benaderen vanuit de liefde in zijn hart. Maar, wie beweert dat hij God lief heeft, die hij niet kan zien, en zijn medemensen, die hij wel kan zien en die dagelijks om hem heen zijn, niet lief heeft, is een leugenaar. Geen mens kan God oprecht liefhebben zonder ook zijn naasten lief te hebben. Daarom is het pad naar het eeuwige leven gebaand door de liefde voor anderen. Dat is de enige Weg die bestaat. Daarom is God in Jezus Christus, die ons dit heeft voorgeleefd, de Weg, de Waarheid en het Leven Zelf. Volg deze Weg door het leven en u zult eeuwig leven in gelukzaligheid in de hemel. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar dar allemaal zullen tegenkomen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN