Religie

Schriftuitleg van Paasmaandag 18 april 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt. 

Schriftteksten: 


Eerste lezing Handelingen 2, 14.22-32

Op Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot hen te richten: ‘Gij allen, man­nen van Israël, luistert naar deze woorden: Jezus de Nazareeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is; Gij kent immers zelfde machtige daden, wonderen en tekenen die God door Hem onder u heeft verricht. Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand opdat ik niet zou wankelen. Daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreug­de; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet over zult laten aan het dodenrijk en uw heili­ge geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David dat hij gestorven en be­graven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. Welnu, omdat hij een profeet was, en wist, dat God hem een eed gezworen had dat Hij een van zijn nakome­lingen op zijn troon zou doen zetten, zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het be­derf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen’. 


Evangelielezing Mattheüs 28, 8-15

In die tijd gingen de vrouwen terstond weg van het graf met vrees en grote vreugde, en zij haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen. En zie, Jezus kwam hun tegemoet en zeide: ‘Weest gegroet’. Zij traden op Hem toe, omklemden zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen: ‘Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moe­ten gaan en daar zullen zij Mij zien’. Terwijl de vrouwen nog onderweg waren, gingen enkelen van de bewakers naar de stad en berichtten aan de hogepriesters alles wat er was voorgevallen. Dezen hielden een bijeenkomst met de oudsten en, na overleg, gaven ze aan de soldaten een flinke som geld met de opdracht: ‘Zegt maar: Zijn leerlin­gen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen. En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen, dan zul­len wij hem wel kalmeren en ervoor zorgen dat gij geen last krijgt’. Zij namen het geld aan en deden zoals hun voorgezegd was. Dit verhaal is onder de joden verder ver­teld tot op de dag van vandaag. 

Uitleg: 

Het thema van deze Paasmaandag is: ‘Getuigen van de Verrijzenis’. Van de verrijzenis van Jezus Christus waren er geen fysieke getuigen. Toch zijn er getuigen van deze verrijzenis, namelijk zij die na de dood van Jezus Christus Hem levend ontmoetten. Ook zijn er getuigen van voorwerpen, die bevestigen dat Jezus Christus verrezen is. Allereerst zijn er de bewakers bij het graf, die een enorme hoeveelheid licht zagen, terwijl de zon nog niet was opgekomen. Zij zijn op een bepaalde manier, door deze bovennatuurlijke gebeurtenis, nog enigszins als getuigen aan te merken, maar getuigden daar niet van en zeker niet in het openbaar, want zij lieten zich omkopen om iets heel anders te beweren. Dan het lege graf. Daarbij was de lijkwade achter gelaten en ook de zweetdoek, die het gezicht van Jezus Christus had bedekt. Wanneer het graf was leeggeroofd, dan waren die er niet meer. En ook de tekening van het lichaam, op beide doeken, was dan afwezig geweest, want die ontstond door de geweldige energie uitbarsting, bij het weer levend worden van het lichaam. En aangezien deze beide doeken nog steeds bestaan, zijn deze afbeeldingen – die nooit en ook niet in onze tijd nagemaakt konden worden – het beste bewijs, ook heden, van de verrijzenis van onze Heer en God Jezus Christus. Daarbij hebben Maria, de apostelen en vele leerlingen Jezus Christus gezien en gesproken tussen verrijzenis en hemelvaart. Zij zijn de toen levenden getuigen van de verrijzenis; immers Jezus kwam niet als spook, als geest, maar geheel voorzien van Zijn lichaam – wel een verheerlijkt lichaam – bij hen en at en dronk met hen. Kijk, heden worden deze getuigenissen verworpen, omdat de vijanden van God reeds lang hebben besloten dat zij niet in God willen geloven en daarom alle bewijzen van Jezus Christus verrijzenis zullen afwijzen. Hun ongeloof komt uit de hel, want ingegeven door helse demonen en krachten, opdat zij hun zondige leven en opvattingen kunnen voortzetten en hun geweten het zwijgen op te leggen. Dat verklaart onze tijd, die meer op de hel lijkt dan op de hemel. Maar Jezus Christus was en is naar lichaam en ziel de Zoon van God, die Hem verwekt heeft door Gods Wil. Maar Zijn inwonende Geest is de volheid van God. En omdat Jezus Christus de Wil van God heeft gedaan, tot aan Zijn Dood op het kruis – immers God heeft hiermee ons mensen laten zien dat onze vrije wil zover gaat dat wij zelfs onze Heer en God mogen vermoorden – is nu het lichaam en de ziel van Jezus Christus, als Mens, geheel versmolten met de Geest die volledig God is en is Jezus Christus de enige God die bestaat. Er is geen ander! God heeft dus in Jezus Christus een lichaam aangenomen en was, toen Hij op Aarde leefde zowel volkomen Mens – behalve in de zonde, omdat de Zoon van God niet kan zondigen – en in Zijn Geest volkomen God. Nu is Hij volkomen God, want de Geest van God bestaat nu nergens meer, dan behalve in Jezus Christus. God beheert nog wel de gehele Schepping, waar dan ook in het oneindige universum. Want er is geen puntje, zo klein, of God kent deze en beheert alles in de gehele oneindigheid. En dan komen wij bij hoe de ene God kan zijn in drie Personen. Om aards te bewijzen dat het wel degelijk mogelijk is dat één ding bestaat uit verschillende, van elkaar te onderscheiden gedeelten, gaan wij even terug naar iets volkomen onbenulligs; de vlam van een kaars. Deze geeft warmte en licht en diens uitwerking is dat, in een donkere ruimte, deze zelfde kaars deze ruimt verlicht. Dat zijn drie effecten van één vlam van een brandende kaars. Zo is het ook met een mens. Een mens heeft liefde – de basis van zijn leven – en verstand (wijsheid) en een vrije wil. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. En toch hebben wij het over één mens. Bovendien heeft elke mens op Aarde een lichaam, een ziel en een inwonende – geschapen – geest. Ook drie afzonderlijk te onderscheiden personen, maar toch alle drie behorend bij één mens. Het grote verschil tussen ons gewone mensen en Jezus Christus is dat Hij geen geschapen geest heeft, maar de volheid van God als Zijn Geest, waardoor alleen Hij God is. In God zijn er ook drie hoofdelementen, eigenschappen, die vanwege de oneindige grootheid van God Personen worden genoemd. Namelijk God is Liefde – en deze Liefde is ook Zijn Leven – uit de Liefde voortkomende Wijsheid, zoals een Zoon uit Zijn Vader, die Mens werd in Jezus Christus en een zeer standvastige en machtige Wil, die de gehele oneindigheid bestuurt en daarom de heilige Geest word genoemd. En net als bij een mens spreken wij van één God. Want ook bij de mens zijn liefde, verstand en wil eigenschappen van de zelfde mens. En zo is het ook bij God, die ons mensen heeft geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. En in onze hoofdeigenschappen lijken wij inderdaad sprekend op God, die onze Vader wil zijn, als wij Hem als Vader erkennen en herkennen en daarom, als Zijn kinderen, Zijn Wil doen door Zijn Geboden te onderhouden, dus in de dagelijkse handelingen toe te passen, te doen. Ons aardse leven is een proefleven, waarbij wij zelf, uit volkomen vrije wil, kiezen of wij kinderen van God willen worden en zijn, of dat wij Zijn schepselen willen blijven. Ieder mens maakt zelf deze keuze, door ofwel God te volgen in Zijn Leer en Geboden, of opstandig te blijven en Satan in zijn dwalingen te volgen. De eigen keuze van elk mens! Wie God in Jezus Christus lief heeft, die doet Hem geen kwaad, die bestrijd Zijn leer niet om er zelf beter van te worden, maar doet wat Hij van ons wil; liefde voor God boven alles en voor elke medemens, waar wij mee in contact komen, onze naaste, als voor ons zelf. Zo heeft ook Jezus Christus ons voorgedaan. Toen de vrouwen die het graf bezochten, nog maar half gelovend dat Hij inderdaad was verrezen, kwam Hij hen tegemoet, om bij hen de vrees dat het niet waar zou zijn, weg te nemen. Zij waren de eersten die Hij bezocht. Niet de bewakers bij het graf, die Zijn verrijzenis aan de hogepriesters gingen vertellen en zich door hen lieten omkopen om leugens te verkondigen. Deze mensen hadden geen liefde voor God in Jezus Christus, maar wilden alleen een geldelijk gewin uit deze gebeurtenis. Zij hadden weliswaar gemerkt dat er iets wonderbaarlijks geschiedde, maar hadden daar, voor hun geestelijk leven, geen voordeel uit getrokken, omdat zij volkomen op het materiële gericht waren. Zoals er ook nu heel veel mensen alleen bezorgt zijn voor hun materiële toekomst, rijkdom en genoegens, maar geen enkel belangstelling hebben voor hun leven na de dood van hun lichaam. De korte jaren op Aarde is voor hen alles; het oneindige leven in het hiernamaals helemaal niets. Zij kiezen er voor om schepselen te blijven, want het kindschap van God willen zij niet. In Gods goedheid en erbarmen kunnen zij weliswaar eens in het hiernamaals een toestand van zaligheid bereiken, maar zijn afgesloten – door hun eigen vrije wil – van de zaligheid van het kindschap van God. Terwijl er echt een groot verschil is tussen het leven als een knecht, of het leven als een kind. Dat is al op Aarde het geval, maar ook in het hiernamaals. Maar allen, die werkelijk liefde opvatten voor God in Jezus Christus, ook al is die niet volmaakt, wacht in het hiernamaals een hemel. Wellicht ook de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen. 

Amen. 

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2022
Ontwerp en hosting Maartens automatisering