Religie

Schriftuitleg van zondag 1 mei 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt. 

Schriftteksten: 


Eerste lezing Handelingen 5, 27b-32.40b-41

In die dagen ondervroeg de hogepriester de apostelen: ‘Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in de naam van Jezus onderricht te geven? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen’. Maar Petrus en de andere apos­telen gaven ten antwoord: ‘Men moet God meer gehoorza­men dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als leidsman en verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israël beke­ring en kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit al­les zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen’. Maar men verbood de apostelen te spreken in de naam van Jezus en stelde hen in vrijheid. Zij verlieten de Hoge Raad, ver­heugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van Jezus’ naam. 


Tweede lezing Apocalyps 5,11-14

Ik, Johannes, zag toe en hoorde de stem van talloze enge­len rondom de troon en de stem van levende wezens en van de oudsten; en hun getal was tienduizenden tiendui­zendtallen en duizenden duizendtallen; en zij riepen luid: ‘Waardig is het lam dat geslacht werd te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof’. En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, het ganse heelal hoorde ik roepen: ‘Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!’. En de vier levende wezens zei­den: ‘Amen’. En de oudsten vielen in aanbidding neer. 


Evangelielezing Johannes 21,1-19

In die tijd verscheen Jezus andermaal aan de leerlingen bij het meer van Tiberias. De verschijning verliep als volgt: Er waren bijeen Simon Petrus, Thomas die ook Didymus ge­noemd wordt, Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee van zijn leerlingen. Simon Petrus zei tot hen: ‘Ik ga vissen’. Zij antwoordden: ‘Dan gaan wij mee’. Zij gingen dus op weg en klommen in de boot maar ze vingen die nacht niets. Toen het reeds morgen begon te worden stond Jezus aan het strand, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. Jezus sprak hen aan: ‘Vrienden, hebben jullie soms wat vis?’. ‘Neen’, zeiden ze. Toen beval Hij hun: ‘Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zult ge iets vangen’. Nadat ze dit gedaan hadden, wa­ren ze niet meer bij machte het net op te halen vanwege de grote hoeveelheid vissen. Daarop zei de leerling van wie Jezus veel hield tot Petrus: ‘Het is de Heer!’. Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was trok hij zijn bovenkleed aan - want hij droeg slechts een onderkleed - en sprong in het meer. De andere leerlingen kwamen met de boot, want zij waren niet ver van de kust, slechts ongeveer tweehonderd el, en sleepten het net met de vissen achter zich aan. Toen zij aan land waren gestapt, zagen zij dat er een houtskoolvuur was aangelegd met vis erop en brood. Jezus sprak tot hen: ‘Haalt wat van de vis die gij juist gevangen hebt’. Simon Petrus ging weer aan boord en sleepte het net aan land. Het was vol grote vissen, honderddrieënvijftig stuks en ofschoon het er zoveel waren, scheurde het net niet. Jezus zei hun: ‘Komt ontbijten’. Wetend dat het de Heer was durfde geen van de leerlingen Hem vragen: ‘Wie zijt Gij?’. Jezus trad dichterbij, nam het brood en gaf het hun en zo ook de vis. Dit was nu de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen sinds Hij uit de doden was op­gestaan. Na het ontbijt zei Jezus tot Simon Petrus: ‘Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefheb­ben?’. Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, gij weet dat ik U bemin’. Jezus zei hem: ‘Weid mijn lammeren’. Nog een tweede maal zei Hij tot hem: ‘Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?’. En deze antwoordde: ‘Ja, Heer, Gij weet dat ik U bemin’. Jezus hernam: ‘Hoed mijn schapen’. Voor de derde maal vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?’. Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: Hebt ge Mij lief? en hij zeide Hem: ‘Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin’. Daarop zei Jezus hem: ‘Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen ge jong waart deed ge zelf uw gordel om en ging waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt’. Hiermee zinspeelde Hij op de dood waardoor Hij God zou verheerlijken. En na deze woorden zei Hij hem: ‘Volg Mij’. 

Uitleg: 

Het thema van deze derde zondag van Pasen is: ‘Het is de Heer!’. Het is God de Heer die alles wat in de gehele oneindigheid bestaat heeft gemaakt, geschapen. En Diezelfde grote God heeft ons mensen zo lief, dat Hij onze Vader wil zijn. En, nadat het was mis gelopen na de zondeval van Adam en Eva, en wij voor de doelstellingen van God allen verloren dreigden te gaan, is God Zelf op Aarde gekomen in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze Zoon van God, Jezus Christus was naar lichaam en ziel volledig Mens, maar naar Zijn inwonende Geest volledig God. Na Zijn dood en verrijzenis, heeft God voor alle tijden een lichaam en ziel en is Hij zichtbaar voor Zijn schepselen en kinderen, wat Hij voor de geboorte van Jezus Christus niet was. Waarom dan ook vóór deze genadevolle tijd gold dat wie God zag, niet langer kon leven. Nu echter kunnen wij God zien, indien Jezus Christus zich wil laten zien. Dat geldt op Aarde, maar ook in het hiernamaals, waar wij zelfs vaak omgang met Hem kunnen hebben, mits wij tot Zijn kinderen behoren en Hem lief hebben. Voor de geboorte van Jezus Christus kon geen enkele mensenziel naar God omhoog stijgen, ook bijvoorbeeld Mozes niet. Maar na het sterven en opstanding uit de dood van Jezus Christus, werd de blokkade tussen God en ons mensen – veroorzaakt door de zondeval van Adam en Eva – opgeheven voor alle tijden en eeuwen en kunnen wij mensen Gods kinderen worden. Daarmee heeft God in Jezus Christus de dood gedood, want na het lichamelijk sterven – wat iedereen moet ondergaan, die op Aarde woont – is er een eeuwig, onsterfelijk en oneindig leven voor ons. Maar de vraag is hoe dit leven eruit zal zien? Voor die mensen die God afwijzen en geen liefde hebben voor God en andere mensen, is de kans groot dat zij daar terecht komen, waar evenmin als in henzelf, liefde te vinden is. En dat is eigenlijk de geestelijke dood, omdat liefde en leven hetzelfde is. Welnu, wie geen liefde heeft, die heeft ook geen geestelijk leven en heeft zichzelf reeds hier op Aarde verdoemd. En zonder liefde voor anderen trekt de eigenliefde, de zelfzucht naar die plaats waar geen spoor van liefde te vinden is; dat is de hel. Want ook hier op Aarde geldt het spreekwoord: Soort zoekt soort! Dat is in het hiernamaals ook zo. In de hel is geen liefde te ontdekken; vandaar dat er in de hel doorlopend ruzie, elkaar kwaad willen doen en allerlei soorten van het willen uitoefenen van macht en heerschappij en de onmacht om dit te bereiken, omdat iedereen in de hel daar naar streeft. En de ellende, die daaruit voortkomt, duurt eeuwen lang. Totdat de hel bewoner in zichzelf tot inkeer komt en zijn haat opzij zet en aan God om genade en vergeving vraagt; dan kan een ziel uit de hel ontsnappen, maar nooit op eigen kracht, maar door de barmhartigheid van God, die geen enkel schepsel heeft gemaakt om eindeloos te lijden. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Bij Satan duurt het verblijf in de hel al onnoemelijk lange tijden, maar zijn stijfkoppigheid zal deze tijd nog wel heel lang verlengen. Bij mensen die God wel willen volgen in Zijn Geboden en Leer, is er een heel andere toekomst weggelegd. Voor hen die, door hun liefde voor God en de naasten, reeds hier op Aarde gezuiverd zijn, wacht de hemel. Voor hen die wel willen, maar veel zwakker zijn en blijven zondigen, is er het rijk tussen hemel en hel, ook wel Vagevuur genoemd. Onze voorstellingen van hemel, Vagevuur en hel zullen in werkelijkheid anders zijn, want wij kennen de toestanden in het hiernamaals niet. In ieder geval zijn wij er zelf verantwoordelijk voor waar wij in het hiernamaals terecht komen. Richten wij hier op Aarde in ons proefleven hier, onze liefde enkel op onszelf en op wat wij op Aarde kunnen verwerven, dan komen wij in het hiernamaals niet goed terecht; want het enige wat wij van de Aarde kunnen meenemen is de liefde. Welnu, zulke mensen hebben geen liefde en nooit mededogen gehad met hun medemensen. Richten wij hier op Aarde in ons proefleven hier, onze liefde op anderen en op God, zonder al te grote waarde te hechten aan wat wij op Aarde aan goederen bezitten, omdat dat enkel een geschenk is van God, dan ontkomen wij de hel en, naar de mate van onze liefde en zuiverheid, ofwel in het Vagevuur, om ons uit te zuiveren, ofwel rechtstreeks in het hemelse paradijs, of in een hemel. Alles is afhankelijk van de liefde. Want God is Liefde en Hij wil ons als kinderen; maar dan zullen wij ook liefde moeten willen wezen, om zoveel als mogelijk op onze Vader te gaan lijken. Neem nu het voorbeeld van de apostelen Zij werden opgepakt en moesten zich verantwoorden aan de hogepriester van de Tempel te Jeruzalem. Die had hen verboden om onderricht te geven over God in Jezus Christus. Dat was het eerste Pinksteren. Hun liefde en trouw was geheel voor God in Jezus Christus, daarom antwoordde zij de hogepriester: ‘Men moet God meer gehoorza­men dan de mensen’. En dat zou de houding moeten zijn van iedereen, die God in Jezus Christus in daden van geloof willen volgen. Want voor het korte leven op Aarde kan toegeven aan machthebbers, van welke aard dan ook, voordelig klinken, maar als wij in gaan tegen de Leer en Geboden van God, dan kan het zeer nadelig zijn voor het oneindige leven in het hiernamaals. Natuurlijk hebben wij mensen een vrije wil, dus kunnen wij het gewoon doen, maar elke handeling heeft altijd zijn eigen gevolgen. Daarom is het zo jammer dat zoveel prelaten in de Kerk, die door Jezus Christus is gesticht, hun oren meer laten hangen naar wat mensen willen, dan wat God wil; niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de gelovigen die hen zijn toevertrouwd, want die worden op een dwaalspoor gebracht. Wat dat betreft zijn deze mannen dus geen goede navolgelgers van de apostelen. Dat is ook de reden dat wij nu in het bijna laatste deel van de Eindtijd zijn beland. Steeds meer mensen hebben afstand genomen van God en volgen de dwaalwegen van Satan, inclusief diegenen die geroepen zijn om God hier op Aarde bekent te maken bij alle mensen, en daarom is de Aarde langzamerhand verandert in een hel op Aarde voor heel veel mensen. En net als toen Jezus Christus geboren werd op Aarde, is God aan het ingrijpen om ons allen – althans diegenen die zich willen laten bekeren – te redden voor het eeuwige leven in Gods rijk. Pas als wij mensen willen doen wat in de Apocalyps staat; God verheerlijken en het Lam, dan pas kunnen wij Gods rijk binnen gaan, maar wel als wij ook, naast deze verheerlijking, de Leer van Jezus Christus ook doen, uitvoeren, in daden omzetten. En pas dan kan God in Jezus Christus in ons hart binnen komen. Niet het hart als bloedpomp, maar het hart als basis van de liefde in ons. Dan zal ook ons overkomen wat de apostelen overkwam: na schijnbaar tevergeefs werken, staat Jezus Christus aan de oever en laat ons opnieuw werken en met Zijn hulp een grote oogst binnenhalen. En als iemand geroepen is voor een speciaal werk, zoals Petrus voor de leiding van de Kerk, dan is het voornaamste criterium de liefde voor God en de naasten. Wel zullen wij, net als Petrus, meerdere malen moeten bevestigen, vanuit het diepste van ons hart, dat wij van God in Jezus Christus houden, totdat wij waarlijk volmaakt zijn geworden in de liefde. Want dan lijken wij pas goed op onze Vader in de hemel. Maar ook al zijn wij nog niet zover, dan nog zijn wij, mits wij liefde hebben voor God en onze naasten, in daden bewezen, er zeker van dat na het eindigen van het aardse leven, wij in een hemel zullen komen. Wellicht ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen aantreffen. 

Amen. 

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2022
Ontwerp en hosting Maartens automatisering