Religie

Schriftuitleg van Pinksterzondag 5 juni 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt. 

Schriftteksten: 


Eerste lezing Handelingen 2, 1-11

Toen de dag van Pinksteren aanbrak waren allen bijeen op de zelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem joden, vrome mannen die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond liepen zij te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol bewondering: ‘Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden’. 


Tweede lezing Romeinen 8, 8-17

Broeders en zusters, zij die zelfzuchtig leven, kunnen God niet behagen. Maar uw bestaan wordt niet beheerst door de zelfgenoegzaamheid, maar door de Geest, omdat de Geest van God in u woont. Zou iemand de Geest van Christus niet hebben, dan behoort hij Hem niet toe. Als Christus in u is, blijft wel uw lichaam door de zonde de dood gewijd, maar uw geest lééft, dankzijde gerechtigheid. En als de Geest van God die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft. Broeders en zusters, wij hebben dus verplichtingen, maar niet aan onszelf, om zelfgenoegzaam te leven. Als gij zelfzuchtig leeft, zult gij zeker sterven. Maar als gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht versterft, zult gij leven. Allen die zich laten leiden door de Geest van God, zijn kinderen van God. De geest die gij ontvangen hebt, is er niet een van slaafsheid die u opnieuw vrees zou aanjagen. Gij hebt de geest van het kindschap ontvangen die ons doet uitroepen: ‘Abba, Vader!’. De Geest zelf bevestigt het getuigenis van onze geest dat wij kinderen zijn van God. Maar als wij kinderen zijn dan zijn wij ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God, tezamen met Christus, daar wij delen in zijn lijden om ook te delen in zijn verheerlijking. 


Evangelielezing Johannes 14, 15-16.23b-26

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen. Wie Mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet; en het woord dat gij hoort is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft. Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb’. 

Uitleg: 

Het thema van deze Pinksterzondag is: ‘Voltooiing door de heilige Geest’. De voltooiing van elke mens komt pas na de neerdaling van de heilige Geest over hem. Waar hem staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Want dan pas is de ziel van een mens verenigt met zijn geest. Daardoor is deze zelfde mens ook verenigt met Gods Geest, die de Wil van God is. Immers ook onze geschapen geest is liefde, die slechts aan ons gegeven is om een waarachtig kind van God te kunnen worden. Wij kunnen, door onze zelfzucht – dus onze liefde voor onszelf, eigenliefde -  onze ziel bederven, maar onze geest niet en nooit. Wel trekt onze geest zich daardoor terug, maar deze geest is de worm die nooit sterft en waarvan de duivels in de hel veel last van hebben. Maar door de Geboden van God te onderhouden, door deze in ons leven te doen, kan onze geest groeien. Onze geest kan zover groeien, dat hij de ziel van onze ziel wordt. Als daarna de Geest van God over ons neerdaalt, dan zijn die mensen, bij wie dat gebeurt, waarachtige kinderen van God, dan is ons menszijn voltooit voor alle eeuwigheden. Dan zijn wij mens, zoals God ons mensen bedoeld heeft, toen Hij ons schiep naar Zijn beeld en gelijkenis. Maar deze toestand kunnen wij enkel bereiken door onze eigen vrije wil. Kijk, wie een topsporter wil worden, of heel erg rijk, zal voor deze materiële, aardse droom, er heel veel voor over moeten hebben, anders komt hij daar nooit. Zou dan, als wij oprecht willen om een kind van God te worden en te zijn, er dan geen grote inspanning moeten worden geleverd, om zover te komen? Natuurlijk wel! Alleen die inspanning is geheel anders, dan om een aards doel te bereiken. Het is namelijk een innerlijke strijd tegen de eigen behoeften aan aardse eer, aardse rijkdom en aardse roem. Kortom, een strijd tegen alles wat niet past in Gods orde en niet past bij Gods Geboden. Het is namelijk gemakkelijker om zich in te beelden dat je meer bent dan je medemensen, dus jezelf, zelfs als het alleen maar in gedachten is, je boven je medemensen, je naasten te plaatsen, dan om bereid te zijn je naasten te dienen en daardoor de minste te lijken. Dat laatste heet deemoed. Maar dit is wel een noodzakelijke eigenschap om alle medemensen, ook de meest onaangename, in liefde te kunnen dienen. Het is gemakkelijker om iemand, die je niet graag mag, van je af te stoten, dan om hem te helpen, als hij in nood verkeert. Maar God in Jezus Christus heeft ons mensen geleerd om zelfs onze ergste vijanden lief te hebben. Het is gemakkelijker om goed met goed en kwaad met kwaad te vergelden, maar het werk van God en van de engelen is juist om kwaad met goed te vergelden. Om maar niet te spreken wat duivels in de hel doen; namelijk goed met kwaad te vergelden. Dat laatste getuigt van een zeer grote hoogmoed en zelfzucht. Het is daarom gemakkelijker om in toorn, boosheid te komen en andere mensen te vervloeken, dan om onrecht zonder verzet over zich te laten komen en die mensen ook nog te zegenen in plaats van te vervloeken. En toch, neem een voorbeeld aan Jezus Christus als Mens, die hangend aan Zijn kruis, bad voor Zijn vervolgers en beulen, dat God hen deze misdaad niet zou aanrekenen. Wie werkelijk een kind van God wil zijn, die zal ook voor zijn vervolgers moeten bidden, maar wel met een oprecht hart, dus gemeend. Want God kan door geen van Zijn schepselen ooit bedrogen worden. Noch door Satan en zijn demonen, noch door welk mens dan ook. Ja, God is Liefde en Wijsheid en hieruit volgt Zijn vaste Wil, maar God is ook de Waarheid en de Rechtvaardigheid Zelve. Alleen in liefde en waarheid kan een mens God naderen, zo was het gedurende de gehele mensengeschiedenis en is het nu en in alle toekomst, die komen gaat. En hoe kan een mens bewijzen, voor zichzelf en voor God dat hij vervuld is van liefde en waarheid? Door Gods Geboden te onderhouden, dus te doen. Want geen schepsel kan voor God Zelf wat doen, daarom heeft God de liefde voor Hem gelijkwaardig gemaakt met onze liefde voor onze naasten; al die mensen waar wij, op welke wijze dan ook, mee in aanraking komen. Uit de hel komen leugens, haat, woede, razernij, zelfzucht, gierigheid en dat soort fraaie eigenschappen. Uit de hemel komt liefde, deemoed, waarheid, zachtmoedigheid, geduld, hulpvaardigheid, vergeving en dat soort van plezierige eigenschappen. Wie de helse eigenschappen op prijs stelt kan, tenzij hij zich bekeert, tot inkeer komt, geen kind van God worden, omdat hij als vrijwillige slaaf reeds aan Satan toebehoort. Wie de hemelse eigenschappen wil eigen maken, die krijgt hulp van God en kan eindigen als een waarachtig kind van God. Reeds hier op Aarde, maar ook pas in het hiernamaals. Allen die op de eerste Pinksterdag bij elkaar waren – Maria, de apostelen en vele leerlingen van God in Jezus Christus – ontvingen de heilige Geest en waren dus voltooide mensen. Die vervolgens een zware taak hadden, namelijk de opbouw van de Kerk, welke Jezus Christus gesticht heeft en waar Hij het eeuwige Hoofd van is. Daarbij boekten zij grote successen, met Gods hulp, maar riepen ook de jaloezie en haat van hen op, die liever Satan volgden, dan Gods Woord. Die mensen leefden een zelfzuchtig leven, maar konden God daarom niet behagen; evenmin als die mensen die heden een zelfzuchtig en zelfgenoegzaam leven leiden. Wie niet beheerst wordt door zelfzucht, eigenbelang maar, omdat hij de Geboden van God in Jezus Christus onderhoud, beheerst wordt door de heilige Geest, die het leven geeft, die is gered voor de eeuwigheid en kan een kind van God zijn. En de Geest van God bevestigt de getuigenis van onze eigen geest dat die mensen kinderen zijn van God. Immers God in Jezus Christus heeft ons mensen op het hart gedrukt dat wie Hem lief heeft Zijn Geboden en Zijn Woord, Leer onderhoudt. Dan zal de heilige Geest hem als een Helper gezonden worden. En bovendien zal God, als Vader – Liefde – Zoon – Woord, Leer – en heilige Geest – Wil van God – bij hem komen en verblijf bij hem nemen. Van zo’n mens wordt zijn hart omgevormd tot een Tempel voor God, die nooit een einde zal kennen. Maar wie God in Jezus Christus niet lief heeft, die onderhoud Zijn Leer niet. Die mensen streven niet naar de hemel. Wie wel doet wat God van hem wil, die komt met zekerheid in de hemel. Wellicht ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen. 

Amen. 

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2022
Ontwerp en hosting Maartens automatisering