Religie

Schriftuitleg van Pinkstermaandag 6 juni 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt. 

Schriftteksten:


Eerste lezing: Genesis 3, 9-15.20

Nadat Adam in de tuin van Eden van de boom gegeten had riep God de Heer de mens en vroeg hem: ‘Waar zijt gij?.’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde Uw donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben ; daarom heb ik mij verborgen’. Maar God de Heer zei: ‘Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt gij soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?’. De mens antwoordde: ‘De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten’. Daarop vroeg God de Heer aan de vrouw: ‘Hoe hebt ge dat kunnen doen?’. De vrouw zei: ‘De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten’. God de Heer zei toen tot de slang: ‘Omdat ge dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Dit zal uw kop bedreigen, en gij zijn hiel’. De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden. 

Of:


Eerste lezing: Handelingen 1, 12-14

Nadat Jezus ten hemel was opgenomen keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug. Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand. Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar zij verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jacobus en Andreas, Filippus en Thomas, Bartolomeüs en Mattheüs, Jacobus, de zoon van Alfeüs, Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jacobus. Zij bleven allen eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen; met Maria de moeder van Jezus, en met Zijn broeders. 


Evangelielezing: Johannes 19, 25-34

In die tijd stonden bij het kruis van Jezus: Zijn moeder en de zuster van Zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus de moeder zag en bij haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot de moeder: “Vrouw, zie uw zoon’. Vervolgens zei Hij tot de leerling: ‘Zie uw moeder’. En van dat uur af nam de leerling haar bij zich op. Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift zou worden vervuld, zei Jezus: ‘Ik heb dorst’. Er stond daar een kruik vol zure wijn. Zij staken dus een spons vol zure wijn op een hysopstengel, en brachten die aan Zijn mond. Toen Jezus dan van de zure wijn genomen had, zei Hij: ‘Het is volbracht’, en nadat Hij het hoofd had gebogen, gaf Hij de Geest. Aangezien het voorbereidingsdag was en opdat de lichamen niet aan het kruis bleven op sabbat – want het was de grote dag van die sabbat – vroegen de Joden aan Pilatus dat van hen de benen werden gebroken en zij zouden worden weggehaald. Daarop kwamen de soldaten en braken de benen van de eerste en van de nadere die met Hem was gekruisigd. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was, braken zij Zijn benen niet; maar één van de soldaten doorstak Zijn zijde met een lans en onmiddellijk kwam er bloed en water uit. 

Uitleg: 

Het thema van deze Pinkstermaandag is: ‘Ziehier uw moeder’. Niet alleen tegen Johannes was de gave van de moeder van God in Jezus Christus bedoeld, maar voor alle mensen van alle tijden. Als God iets geeft, dan is het van eeuwige waarde. En zo heeft God ons, nadat wij altijd al een Vader in de hemel hebben, ons ook een moeder gegeven. Want God als Vader is voor heel veel mensen te groot. God is immers de Schepper van alles wat bestaat en Hij zou ook onze Vader zijn? Dat is een te ruim begrip voor vele mensen, die uit louter eerbied voor onze oneindig grote Schepper, Hem niet tevens als onze liefdevolle Vader kunnen zien. Maar de moeder is het symbool van liefde. Want in onze kindertijd was het de moeder, die het kleine en nog hulpeloze kind de meeste hulp en liefde gaf. Niet alleen heeft zij het ongeboren kind negen maanden lang onder haar hart gedragen, maar na de geboorte geeft zij haar kleine, volslagen hulpeloze kind, verzorging en voeding uit haar eigen lichaam; de moedermelk uit haar borsten. Vandaar dat de moeder voor heel veel mensen het symbool is van de onvoorwaardelijke liefde. En, om ons mensen te helpen, heeft God beslist om ons ook een moeder te geven in de hemel. En daarom gaf God, die in Jezus Christus ook Mens is geworden en onder ons heeft geleefd, Zijn eigen moeder aan ons mensen als ook onze moeder. Een geestelijke moeder, zoals ook God een geestelijke Vader is. Daarnaast heeft elk mens ook een biologische vader en moeder. En om er voor te zorgen dat zowel de vader als de moeder haar eigen kind kan herkennen, staan zij beiden een klein deel van hun ziel bij de bevruchting aan het kind af. Tegenwoordig hebben niet gelovige mensen het erover dat de genen van vader en moeder worden doorgegeven aan hun kinderen. En zuiver materieel biologisch klopt dat wel. Maar, omdat geen enkele bevruchting plaats kan vinden, zonder dat een kinderziel wil incarneren, dus geboren wil worden, is het ook geestelijk zo dat beide ouders een klein deel van hun eigen ziel afstaan aan het nog te geboren wordende kind bij de bevruchting, de conceptie. Daarom is het leven van iedere mens, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, waard om verdedigd te worden vanaf de conceptie tot aan de natuurlijke dood. Het is absoluut tegen de menselijke natuur ingaand om de eigen kinderen te doden, zowel voor de vader en al helemaal voor de moeder, die dit kind in haar eigen lichaam draagt, tot aan de geboorte. De smoesjes van die mensen, wiens verdienmodel het vermoorden van kinderen is, dat zolang het kind in de baarmoeder zit, het slechts een klompje cellen is, maar geen kind, is een grove en duivelse leugen. Want het kind groeit ononderbroken totdat hij rijp is om geboren te worden, een hulpeloos mensje, die vervolgens doorgroeit naar volwassenheid. Waar hij staat moet u ook zij lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Het enige verschil tussen een ongeboren kind en een geboren kind is dat het ongeboren kind nog onzichtbaar is en alleen, door het groeien van de buik van zijn moeder, zichtbaar is, maar een geboren kind kan iedereen zien. Maar beiden zijn onderweg via geboorte naar volwassenheid. En elk mens, die reeds op Aarde woont, is deze zelfde weg gegaan, niemand uitgezonderd. Om dan, massaal, kinderen die nog niet geboren zijn genadeloos te vermoorden, is niet alleen een zware belediging van God, die een man en een vrouw nieuw leven wilde geven, maar ook een grote dwaasheid. Want het is niet alleen een doodzonde – vijfde Gebod van de Tien Geboden, welke Mozes van God heeft gekregen; Gij zult niet doden – maar ook een grote dwaasheid. Want deze moord berooft mensen van het geluk om een ouder te worden en een volgende generatie groot te kunnen brengen. Bovendien, doordat dit massaal gebeurt, worden er te weinig kinderen volwassen, waardoor er een scheefgroei in de samenleving ontstaat en vele mensen niet meer verzorgt kunnen worden, noch qua voedsel en levensbehoeften, noch qua verzorging op de oude dag, als zelfverzorging niet meer mogelijk is. En de oplossing in onze samenleving? Nog meer moord! Nu niet op ongeboren kinderen, maar op oude en ongeneeslijk zieke mensen, die als ‘niet meer nuttig’ worden aangemerkt. Niet langer is het criterium dat wij allen kinderen van God zijn, die niet genadeloos mogen worden vermoord, maar het keiharde ‘nuttigheidsprincipe’, die wij ook op dieren toepassen, worden op onze medemensen, onze naasten toegepast. Maar een mens is geen dier! Ja, wat ons lichaam betreft heeft die de zelfde functie als een dierenlichaam, maar onze ziel is bestemd voor het eeuwige leven, als een kind van God. Voor zover wij dit wel zelf willen, want met onze vrije wil kunnen wij ook het kindschap van God, het hoogste wat een schepsel kan bereiken, radicaal afwijzen. Zoals ook Adam en Eva het kindschap van God afwezen, door in hun hoogmoed – zij wilden gelijk zijn aan God – toch te eten van de boom, die hun verboden was. En ja, daarna begrepen zij dat zij beiden zonder kleding waren en schaamden zij zich voor elkaar en voor God. Maar het was te laat; hun grote zonde was begaan. En daarom hebben wij nog steeds last van de erfzonde; de neiging tot hoogmoed en zelfoverschatting, die vaak een heel leven en veel inspanning kost om die kwijt te raken. Met de slang wordt de duivel, in dit geval Satan, bedoeld, die ons steeds in de verleiding wil brengen tegen Gods Geboden in te handelen, maar dan handelen wij ook tegen onze eigen natuur in. Laten wij mensen daarom niet het voorbeeld volgen van Adam en Eva, maar eerder die van Maria en de apostelen en de andere gelovige leerlingen van God in Jezus Christus. Zij waren in gebed bijeen tussen Hemelvaart en Pinksteren, om de belofte van de heilige Geest af te wachten. Want hen was een Trooster beloofd, die alles wat zij de afgelopen jaren hadden geleerd, in herinnering zou roepen. In de afgelopen drie jaren hadden de apostelen aan de zijde van Jezus rondgetrokken en zij hadden ervaren dat Hij niet alleen Mens was en is, maar ook de enige ware en levende God; er is geen andere! En toen kwam de schok; Jezus Christus die God is, liet Zich gevangen nemen en werd aan een kruis gehangen, om ons mensen te redden. Maar aan Zijn liefde voor ons mensen kwam geen einde, want niet alleen vroeg Hij als Mens aan de Vader om vergeving van Zijn vijanden, maar ook gaf Hij aan ons mensen, allemaal niemand uitgezonderd, een moeder. Een moeder, die toen nog op Aarde woonde, maar wel liefde en troost gaf aan Zijn leerlingen, maar die nu in de hemel woont. En die door haar Zoon benoemd is tot koningin van de hemel, dus van alle mensen en engelen Gods. Want zij is het enige schepsel, die door God op Aarde al drievoudig gezegend was: Allereerst was zij een kind van de Vader, zonder erfzonde geboren, toen werd zij de bruid van de heilige Geest, die in haar een bevrucht leven begon en vervolgens werd zij de moeder van Jezus Christus, als Mens de Zoon van God – doordat God Mens is geworden in Jezus Christus en Maria Zijn moeder is, weliswaar alleen van Zijn lichaam, is zij de moeder van God, want Jezus Christus is God en ook haar Zoon. Daarom ook is zij boven de engelen gesteld en boven alle mensen, ook die mensen, die naast Jezus Christus, de ware kinderen van God zijn. Zij heeft haar Zoon vanaf de conceptie, tot aan  Zijn dood op het kruis en daarna geestelijk altijd bijgestaan in alle moederliefde, die maar denkbaar is. Daarom volg Jezus Christus en Zijn moeder in uw leven na en u zult met zekerheid een hemelbewoner worden. Wellicht ook een bewoner van de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen tegenkomen. 

Amen. 

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2022
Ontwerp en hosting Maartens automatisering