Religie

Schriftuitleg van zondag 14 augustus 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt. 

Schriftteksten: 


Eerste lezing Jeremia 38, 4-6.8-10

In die dagen zeiden de edelen tot de koning: ‘Laat die profeet Jeremia ter dood brengen. Door zijn woorden ontmoedigt hij de soldaten die nog in de stad zijn en de hele bevolking. Die man wil niet het welzijn van het volk, maar zijn ondergang’. Koning Sidkia antwoordde: ‘Goed, hij is in uw macht; ik kan toch niet tegen u op’. Toen grepen zij Jeremia vast en wierpen hem in de put van prins Malkia, in de nabijheid van het wachthuis; met touwen lieten ze hem neer. In de put was geen water, alleen slijk, zodat Jeremia erin wegzonk. Terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort, verliet Ebed-Melek het paleis, ging naar de koning en zei: ‘Heer koning, deze mannen hebben een misdaad begaan tegen de profeet Jeremia, door hem in de put te werpen’. Daarop gaf de koning aan de Ethiopiër Ebed-Melek de opdracht: ‘Neem drie mannen met u mee en haal de profeet Jeremia uit de put eer hij sterft’. 


Tweede lezing Hebreeën 12,1-4

Broeders en zusters, laten wij ons aansluiten bij die menigte getuigen van het geloof en elke last en belemmering van de zonde van ons afschudden, om vastberaden de wedstrijd te lopen waarvoor we ons hebben ingeschreven. Zie naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. In plaats van de vreugde die Hem toekwam heeft Hij een kruis op zich genomen en Hij heeft de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon. Denkt aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars te verduren had; dat zal u helpen om niet uit te vallen en de moed niet op te geven. Uw strijd tegen de zonde heeft u nog geen bloed gekost. 


Evangelielezing Lucas 12, 49-53

In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: ‘Vuur ben ik op Aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait! Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel ik Mij totdat het volbracht is. Meent gij dat Ik op Aarde vrede ben komen brengen? Neen zeg Ik u, juist verdeeldheid. Want vanaf nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn; drie zullen staan tegenover twee en twee tegenover drie; de vader tegenover de zoon en de zoon tegenover de vader; de moeder tegenover de dochter en de dochter tegenover de moeder; de schoonmoeder tegenover de schoondochter en de schoondochter tegenover de schoonmoeder’. 

Uitleg: 

Het thema van deze zondag is: ‘Openhartige Jezus’. God in Jezus Christus is altijd openhartig geweest, en is het nog, in wat Zijn Leer en Geboden betekenen voor ons mensen. Mensen maken Zijn Leer van liefde vaak erg duister, opdat zij hun hebzucht en heerszucht kunnen bevredigen. Daarom verdraaien zij het Woord, de Leer van God ten eigen bate. Dat hebben zij door alle eeuwen heen gedaan, vandaar dat er zoveel heidense godsdiensten bestaan. Vandaar dat er ook gruwelijke afgodendienst wordt bedreven met het christelijk geloof, die vaak genoeg zo verdraait is geworden, dan van de boodschap van God in Jezus Christus weinig meer is overgebleven. De Bijbel, mits niet een misleidende versie ervan, omdat sommige sekten de Bijbel hebben aangepast aan de leer van hun sekte, in plaats van hun leer aan te passen aan de Bijbel, is een zeer betrouwbare bron van wat God van ons mensen wil. Wat nog nooit eerder is gebeurd, is dat de top van de Rooms Katholieke Kerk de geloofsleer – die overeenkomt met de Bijbel – wil aanpassen aan onze verdorven tijdsgeest. Gelukkig is niet iedereen ongelovig geworden en zal de Kerk scheuren – in schisma komen – en daarna zal er een echte Kerk van Christus zijn, die de poorten van de hel nimmer zal overweldigen. En een één Wereldreligie, die allerlei ketterse en heidense geloven zal samenvoegen, dus heidens zal zijn en onder leiding komen van de antipaus, de Valse Profeet, Bergoglio. Benedictus XVI zal, tot aan zijn dood, de ware Kerk van Christus leiden, omdat hij wel de echte paus is, de echte vicaris (plaatsvervanger op Aarde) is van Jezus Christus. Hij heeft deze titel, paus, dan ook nooit opgegeven en er kan maar één paus tegelijkertijd op Aarde zijn. En de Leer van God in Jezus Christus is erg eenvoudig en eigenlijk samen te vatten in één woord: liefde! God is Liefde. Daarom vraagt God van ons mensen dat wij, vrijwillig, toegroeien naar een onbegrensde liefde voor God, die ons alles heeft geschonken wat wij hebben, materieel en geestelijk, en zoveel liefde voor elke medemens, waar wij hoe dan ook mee in aanraking komen, als dat wij liefde hebben voor onszelf. Want elk mens op Aarde is, net als wijzelf, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis en geroepen om een kind van God te worden. Daartoe heeft God ons met vele lichamelijke en geestelijke talenten uitgerust. Maar ook met een absoluut vrije wil. God wil immers geen slaven, die onder dwang moeten doen wat Hij wil, maar kinderen, die uit vrije wil ervoor kiezen om een kind van God te worden. En als er een keus is, dan is er ook een andere keus mogelijk. Een keus die momenteel de meeste mensen op Aarde maken, namelijk de keus om, vrijwillig, een slaaf te worden van onze eigen zonden en daarmee ook een slaaf van Satan. De overvloed van zonden, die momenteel de Aarde teisteren, zorgt ervoor dat de meeste mensen, tenzij zij zich bekeren, na hun dood in de hel belanden. Maar allen die zich, bijtijds, dus wanneer zij nog op Aarde leven, tot bekering, tot inkeer komen, God daarbij om vergeving, barmhartigheid en genade smeken en zich serieus, met alle ernst, voornemen niet meer te zondigen, zijn zonder meer gered voor de eeuwigheid. Zo barmhartig is God in Jezus Christus, dat Hij zelfs de zwaarste zonden wil vergeven, mits wij mensen Hem erom vragen, onder echt berouw en wroeging. Geen mens hoeft dus verloren te gaan en een eeuwigheid in de hel te blijven, want God bied ons een uitweg uit alle ellende, die wijzelf over onszelf hebben afgeroepen. Wie echter volhardt in zijn zonden, er nooit spijt van heeft en God blijft belachelijk te maken en Hem eigenschappen toedeelt, die bij Satan horen, die zal hiervoor een bittere prijs moeten betalen. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Maar iedereen, die naar de hel gaat, heeft hier zelf voor gekozen, omdat zijn vrije wil rebels was en hij weigerde om Gods waarschuwingen te geloven; hij wist het kennelijk beter dan God. Zoals Lucifer, nu Satan genoemd, het beter dacht te weten dan God en daarom in de materie, samen met zijn volgelingen, gevangen zit en nog steeds, ook na onnoemelijke lange tijden, even dwars en rebels is. Satan bezit dan ook geen enkel spoor van liefde, alleen is hij totaal van haat vervuld. En daarom heeft hij ook geheel geen leven, wel voortbestaan. Want liefde en leven is hetzelfde. Dat komt omdat God Liefde is en Zijn Liefde is ook Zijn Leven. Daarom is leven bij alle schepselen, die immers allemaal zijn geschapen door God, ook hetzelfde als hun liefde. Daar is geen verschil tussen. Maar mensen denken graag en veel dat de Geboden van God niet voor henzelf gelden, Jeremia was een echte profeet van God en hij had de ondankbare taak zijn landgenoten te waarschuwen tegen hun goddeloze leven, die niet alleen een einde zou maken aan hun lichamelijke leven, maar ook hun geestelijk leven in groot gevaar bracht. Machthebbers willen vaak niet luisteren, want zij beelden zich in meer te zijn dan hun medemensen, hun naasten. Daarom wilden de edelen Jeremia dood hebben. Maar kennelijk, ook met toestemming van de koning, dorsten zij hem niet direct te vermoorden, maar lieten hem zakken in een put van één van hen. Een dienaar van de koning, die hem welgezind was, waarschuwde de koning, die hem niet wilde vermoorden en kreeg de opdracht Jeremia uit de put te halen. En zo geschiedde, want God weet Zijn kinderen altijd te redden, indien nodig. En zo is het ook met ons. Zolang wij ons maar aansluiten bij die mensen die, door woord en daad, getuigen van hun geloof in God in Jezus Christus en vervolgens elke last en belemmering van de zonde van ons afschudden, om vastberaden de wedstrijd te lopen, die naar de hemel leidt. Want wie Gods Leer en Geboden in daden en woorden toepast, die komt God als onze barmhartige Vader reeds halverwege tegemoet, om ons naar de hemel te leiden. Want, zoals God in Jezus Christus zei: ‘Vuur ben ik op Aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait!’. En wat is dat vuur? Dat is de liefde voor God en de naasten! Want liefde is een vuur, die het hart verwarmt, niet alleen van degene die liefde geeft, maar vaak ook van degene, die de liefde van de ander ervaart. Een oplaaiend vuur geeft niet alleen warmte, maar ook licht en verlicht daarmee ook de omgeving, vooral als dat vuur hoog oplaait. En dat doet ook, in geestelijke zin, het vuur van de liefde. Zij geeft niet alleen de warmte van Gods liefde in de mens, maar ook in het licht van dat vuur echte wijsheid vanuit God, wat iets heel aders is dan geleerdheid, die soms zeer duister is. En de behoefte om andere mensen in te lichten over de liefde van God voor ons allemaal. Bedenk daarbij dat liefde altijd een geschenk is, van God uit voor ieder mens en van de ene mens aan de andere mens. Liefde kan noch verhandeld worden, noch afgedwongen. Liefde is altijd een geschenk. Daarom koester de liefde van andere mensen – en natuurlijk van God – en van de liefde aan andere mensen. Als iemand de gekregen liefde niet aanneemt, wees niet bedroeft om de gave; die mens is geestelijk straatarm. Maar als iemand die oprechte liefde geeft, ook als een ander deze niet accepteert, wordt deze liefde altijd wel door God gezien en de beloning, na dit leven op Aarde eens een hemelbewoner zijn, zal niemand ontgaan. Immers, Jezus Christus heeft geleerd dat zelfs aan het geven van een beker water uit liefde aan een dorstig medemens een beloning vastzit. En wellicht komen zulke mensenzielen, die liefde geven, ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen tegenkomen. 

Amen. 

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2022
Ontwerp en hosting Maartens automatisering