Religie

Schriftuitleg van zondag 11 september 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten: 


Eerste lezing Exodus 32, 7-11.13-14

In die dagen sprak de Heer tot Mozes: ‘Ga nu naar beneden, want het volk dat ge uit Egypte hebt geleid, is tot zonde vervallen. Zij zijn nu al afgeweken van de weg die Ik hun had voorgeschreven; ze hebben een stierenbeeld gemaakt, ze buigen zich daarvoor neer, ze dragen er offers voor op en schreeuwen: Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid’. Ook sprak de Heer tot Mozes: ‘Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is. Laat Mij begaan; dan kan Ik hen met mijn brandende toorn vernietigen. Maar van u zal Ik een groot volk maken’. Mozes trachtte de Heer, zijn God, gunstig te stemmen en vroeg: 'Waarom Heer, uw toorn laten woeden tegen het volk dat Gij met grote kracht en sterke hand uit Egypte hebt geleid? Denk aan uw dienaren Abraham, Izaäk en Israël, aan wie Gij onder ede beloofd hebt: Ik zal uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, en heel het land waarover Ik heb gesproken zal Ik uw nakomelingen voor altijd in bezit geven. Het zal voor eeuwig hun erfdeel zijn’. Toen zag de Heer af van het onheil waarmee Hij zijn volk had bedreigd. 


Tweede lezing 1 Timotheüs 1, 12-17

Dierbare, ik zeg dank aan Hem die mij sterkt, aan Christus Jezus onze Heer, dat Hij mij zijn vertrouwen heeft geschonken door mij in zijn dienst te nemen, hoewel ik eertijds een godslasteraar was, een vervolger en geweldenaar. Maar mij is barmhartigheid bewezen omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid. En ik werd in rijke overvloed de genade van onze Heer deelachtig en daarmee het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn. Dit woord is betrouwbaar en volkomen geloofwaardig: ‘Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden’. En de eerste van hen ben ik. Daarom juist is mij barmhartigheid bewezen: Jezus Christus wilde heel zijn lankmoedigheid bewijzen, aan mij als eerste, als een model voor allen die in de toekomst op Hem zouden vertrouwen en eeuwig leven winnen. Aan de koning der eeuwen, aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God zij eer en roem in de eeuwen der eeuwen! Amen. 


Evangelielezing Lucas 15, 1-32

In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren. De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen’. Hij hield hun deze gelijkenis voor: ‘Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft en er één verliest, laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter om op zoek te gaan naar het verlorene totdat hij het vindt? En als hij het vindt: legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt hun: Deelt in mijn vreugde, want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden. Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben. Of welke vrouw die tien zilverstukken bezit en er één verliest, steekt niet een lamp aan, veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig totdat ze het vindt? En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt: Deelt in mijn vreugde, want het zilverstuk dat ik had verloren, heb ik gevonden. Zo, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God over één zondaar die zich bekeert’. Hij sprak: ‘Een man had twee zonen. Nu zei de jongste van hen tot zijn vader: Vader geef mij een deel van het bezit waarop ik recht heb. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna pakte de jongste alles bij elkaar en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land die hem het veld instuurde om varkens te hoeden. En al had hij graag zijn buik willen vullen met de schillen die de varkens aten, niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot nadenken en zei: ‘Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik verga hier van honger. Ik ga weer naar mijn vader en zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten maar neem mij aan als een van uw dagloners’. Hij ging dus op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem al in de verte aankomen en hij werd door medelijden bewogen; hij snelde op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem hartelijk. Maar de zoon zei tot hem: ‘Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten’. Doch de vader gelastte zijn knechten: ‘Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan, steekt een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan. Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten wij eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden’. Ze begonnen dus feest te vieren. Intussen was de oudste zoon op het land. Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat dat te betekenen had. Deze antwoordde: ‘Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen’. Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen. Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong gaf hij zijn vader ten antwoord: ‘Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden, toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven om eens met mijn vrienden feest te vieren. En nu die zoon van u is teruggekomen die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten’. Toen antwoordde de vader: ‘Jongen, jij bent altijd bij me en alles van mij is ook van jou. Maar er moet feest en vrolijkheid zijn, omdat die broer van je dood was en levend is geworden’. 

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘Keer terug’. Keer teug naar God, die ook uw Vader wil zijn, en u bent gered voor de eeuwigheid. God is zo barmhartig, dat Hij alle zondaren, die zich bekeren, al halverwege tegemoet komt. En dat ongeacht de zwaarte van hun zonden. God wil iedereen vergeven, die Hem om vergeving vraagt, maar wel op voorwaarde dat de begane zonden, zo mogelijk, nooit meer begaan worden en de berouwvolle zondaar zich voortaan gaat houden aan de Leer van God in Jezus Christus en aan de Geboden van God. Dat is logisch, omdat God Liefde is en alleen door de liefde van een mens benaderbaar is. En de Tien Geboden, welke God aan Mozes gaf, als ook de twee Liefdesgeboden, welke God in Jezus Christus ons mensen geleerd heeft, zijn volledig op de liefde voor God en de naasten gericht. Daarom, door het volgen van Gods Geboden en Leer kan elk mens, wanneer hij dit wil, zelfs van een duivel in een engel veranderen. Waar hij staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Bedenk daarbij dat God Liefde is en alles wat bestaat uit liefde heeft geschapen. Daarom is liefde de basis van alles wat leeft. Er is geen andere grond van leven dan de liefde. Daarom is liefde en leven precies hetzelfde. Zelfs het bestaan van duivels is gebaseerd op liefde. Want zelfs de hoofdduivel, Satan, was eens de lichtengel Lucifer. Maar elke duivel heeft de liefde voor andere schepselen en voor God ingeruild voor pure eigenliefde, zelfzucht. Daardoor hebben zij hun leven verloren, want waar geen liefde is, daar is ook geen leven. Ja, hier op Aarde is er herrie genoeg bij zeer zelfzuchtige mensen, want zij proberen door deze herrie de leegheid van hun bestaan te overschreeuwen. Het feit dat zij niet langer God en hun medemensen dienen in liefde, wordt veelal van de daken geschreeuwd en met veel lawaai wordt hun geweten het zwijgen opgelegd. Wat in de eerste lezing van vandaag staat is daarvan een goed voorbeeld. De Israëlieten lieten God in de steek en maakten voor zichzelf een gouden stierkalf. En voor dit gouden beeld – die zijzelf hadden gemaakt –  bewezen zij goddelijke eer. Daarbij kon het schreeuwen dat dit beeld hen uit Egypte had gered niet uitblijven. Want hoe harder zij tekeer gingen, hoe gemakkelijker zij hun geweten het zwijgen oplegde. En dat terwijl zij zelf getuigen waren hoe God de Rode zee voor hen geopend had en hoe, toen de Egyptenaren hen volgden, God over die krijgsmacht Zijn oordeel velde, door het water te laten terugstromen, waardoor Farao en zijn legermacht omkwamen. God is Almachtig, maar wat kan een dood beeld voor os mensen doen? Wij mensen aanbidden tegenwoordig geen gouden beelden meer, maar wel het metaal, waarvan deze beelden werden gemaakt; namelijk het goud zelf. Ja, sterker nog, wij aanbidden de papieren versie van goud en de computergetallen op onze computers, die naar rijkdom verwijzen, maar die zelf geen enkele rijkdom hebben. Goud en andere metalen hebben nog zelf een waarde, maar nog papiergeld, noch computergeld hebben een reële waarde. Bij een hyperinflatie zijn ze vaak minder waard, dan het papier waar de bankbiljetten op gedrukt zijn en bij een langdurige stroomstoring is elke computerrijkdom onbereikbaar, dus waardeloos. Maar voor heel veel mensen is dit wel hun afgod. Naast natuurlijk hun, vaak tegennatuurlijke, seksuele genot, die steeds extremere vormen moet aannemen om nog te bevredigen. En dan nog is deze bevrediging van zeer korte duur. Maar de drang naar dit soort bezigheden wordt wel als ‘vrijheid’ ervaren, terwijl het in werkelijkheid een slavernij aan de eigen zonden is. Werkelijke vrijheid komt alleen in de liefde voor andere mensen en voor God. Werkelijke bevrediging van elke innerlijke wens komt alleen van God, vanuit de eigen liefde voor God en de naasten. Alleen God kan onze ziel vullen met tevredenheid. Hoogmoedige eigenwaan, dat jezelf hoger staat dan een ander mens, komt onherroepelijk te val, omdat andere hoogmoedige mensen het zelfde denken in hun zelfzuchtige fantasieën, zullen zij nooit accepteren dat anderen meer zijn dan zichzelf. Daar komt ook het atheïsme vandaan; deze mensen accepteren zelfs niet dat er een God is, die boven alle schepselen staat, dus ook boven hen zelf. Nee, als er een god moet bestaan, dan willen zij die zelf zijn! Daarom wijzen zij het bestaan van God af, ook al is dit tegen hun eigen geweten in; die volwassen atheïsten allang het zwijgen hebben opgelegd, door zich nooit iets aan te trekken van wat hun geweten hen zegt. Deze mensen beseffen het waarschijnlijk zelf niet, maar door hun eigen gedrag en keuzes in hun leven, maken zij zichzelf rijp voor de hel. En daar is geen leven te vinden, omdat daar elk spoor van liefde ontbreekt. Maar zij zijn dan wel tussen hun soortgenoten. Namelijk pure hoogmoedige egoïsten, die de baas willen zijn over alles en iedereen. Vandaar dat er daar een voortdurende strijd is, zonder einde. Paulus bekende aan Timotheüs dat hij ook een godslasteraar was, voor zijn bekering. Maar hij had zich bekeert van zijn dwaalwegen en daarmee voor God de weg vrij gemaakt om hem heel veel genade te geven. Kijk Jezus Christus is de eerste keer dat Hij op Aarde kwam, niet gekomen om ons mensen te oordelen, maar om ons mensen te redden van alle dwaalwegen, waar wij mensen op verdwaald waren. Nu komt Hij – ik denk nog in dit decennium – voor de tweede maal op Aarde, maar deze keer om ons te oordelen. Of, zoals Hijzelf zei: om te oordelen over de levenden en de doden. De levenden zijn zij, die althans proberen, zo goed al zij kunnen, om de Leer van God in Jezus Christus in hun leven te doen. De doden zijn zij die, tegen alle raad, welke van de hemel komt, niet alleen in de Bijbel, maar ook door de hedendaagse profeten en van goedwillende mensen, in de wind slaan, omdat zij zo hoogmoedig zijn, dat zij zich inbeelden meer te zijn dan zelfs God. Die mensen volgen het pad van Satan, van alle duivels en van die mensen, die ons de valse raad geven om onze afgoden te blijven volgen, maar God af te wijzen. Zij zijn het die achter de hedendaagse duivelse praktijken staan; mensen in massa te vermoorden en allen, die God volgen, indien mogelijk, te vervolgen en het liefst te doden. God echter wil zelfs deze mensen vergeven, maar wel als voorwaarde dat zij zich naar de eisen van God toekeren. Namelijk door zich tot God te bekeren en hun best te doen niet meer te zondigen. Neem daarbij het voorbeeld van het verloren schaap; negenennegentig anderen worden aan hun lot overgelaten om dit schaap te vinden. Om gevonden te kunnen worden zal dit schaap wel moeten blaten, anders is die verloren in de wildernis van het leven. Blaten wil zeggen dat hij God om hulp moet vragen, maar als hij gered kan worden, dan is er meer vreugde in de hemel om hem, dan om negenennegentig anderen, die niet gered hoefden te worden, omdat zij God al van jongst af aan volgden. De verloren zoon kon enkel liefdevol door zijn vader onthaald worden, omdat hijzelf had besloten om naar zijn vader terug te keren, berouwvol over zijn eigen misstappen. Een aardse vader kan hem alleen tegemoet lopen, wanneer hij hem in de verte ziet aankomen. God echter zal iedere verloren zoon – en dochter – reeds halverwege tegemoet gaan Maar de wil tot verbeteren moet wel van de verloren zoon zelf komen. Want wij mensen hebben allemaal een vrije wil en mogen zelf ons lot bepalen, door de keuzes in ons leven. Niemand wordt gedwongen om naar de hel te gaan, maar ook niemand wordt gedwongen om naar de hemel te gaan. Het is beide het gevolg van de keuzes, die wij hier op Aarde, tijdens dit proefleven maken; wij zelf kiezen ervoor om volgeling te worden van ofwel God, ofwel Satan. Er is echter geen derde keuze mogelijk; wie niets van God wil weten, zal in de kwaadaardige klauwen van Satan vallen. Aan elk van ons de eigen, vrije, keuze in ons leven. Maar de keuzes die wij op Aarde maken hebben wel hun eigen gevolgen voor de eeuwigheid, want aan het leven komt nooit een einde; ook niet voor diegenen die voor de hel kozen tijdens hun leven op Aarde. Alle mensen die zich door God laten leiden, die zullen eens in een hemel komen. Wellicht ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen. 

Amen. 

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2022
Ontwerp en hosting Maartens automatisering