Religie

Schriftuitleg van zondag 6 november 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten:


Eerste lezing 2 Makkabeeën 7,1-2.9-14

In die dagen werden zeven broers met hun moeder gevangengenomen. De koning wilde ze dwingen van het verboden varkensvlees te eten door ze met roeden en zwepen te geselen. De eerste van hen, die optrad als hun woordvoerder, sprak als volgt: ‘Waarom wilt gij ons ondervragen en wat wilt gij van ons te weten komen? Wij zijn bereid te sterven, liever dan de wetten van onze voorouders te overtreden’. Nadat de eerste gestorven was, riep de tweede broer, kort voordat hij de geest gaf: ‘Booswicht, gij kunt ons wel het tegenwoordige leven ontnemen, maar de Koning der wereld zal ons, die voor Zijn wetten sterven, laten opstaan tot een eeuwig leven’. Na hem werd de derde gemarteld. Zonder enige vrees sprak hij: ‘Ik heb deze ledematen van God gekregen; uit eerbied voor Zijn wetten doe ik er afstand van, maar ik hoop ze eens terug te krijgen’. De koning en zijn omgeving stonden verbaasd over zoveel moed bij de jongeman, die zijn folteringen zonder één moment van zwakte doorstond. Toen hij dood was, werd de vierde broer op dezelfde wijze gefolterd en gepijnigd. Op het punt te sterven riep hij nog uit: ‘Het is niet zo erg door mensen omgebracht te worden, wanneer wij mogen vertrouwen op Gods belofte dat Hij ons weer zal laten verrijzen. Voor u echter zal er geen verrijzenis tot een nieuw leven zijn!’. 


Tweede lezing 2 Thessalonicenzen 2,16-3,5

Broeders en zusters, moge de Heer Jezus Christus zelf, Moge God, onze Vader, die ons Zijn liefde heeft betoond, en die ons in Zijn genade eeuwige troost en blijde hoop heeft geschonken, uw harten bemoedigen en sterken met alle goeds, in woord en daad. Voorts broeders en zusters, bidt voor ons, opdat het Woord des Heren overal zoals bij u zijn luisterrijke loop mag volbrengen, en opdat wij verlost worden van die kwaadaardige en boze lieden; want het geloof is niet aller deel. Maar de Heer is getrouw: Hij zal u sterken en behoeden voor de boze. In de Heer vertrouwen wij op u dat gij doet wat wij bevelen en dit ook zult blijven doen. Moge de Heer uw harten neigen tot de liefde Gods en tot de standvastigheid van Christus. 


Evangelielezing Lucas 20,27-38

In die tijd kwamen enigen van de Sadduceeën, die de verrijzenis loochenen, bij Jezus met de vraag: ‘Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan: Als iemand een getrouwde broer heeft die kinderloos sterft, dan moet hij diens vrouw nemen en aan zijn broer een nageslacht geven. Nu waren er eens zeven broers. De eerste trouwde en stierf kinderloos. De tweede en derde namen de vrouw en de één na de ander stierven ze alle zeven zonder kinderen na te laten. Het laatste stierf ook de vrouw. Van wie van hen is zij nu bij de verrijzenis de vrouw? Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad’. En Jezus sprak tot hen: ‘De kinderen van deze wereld huwen en worden ten huwelijk gegeven, maar zij die waardig gekeurd zijn deel te krijgen aan de andere wereld en aan de verrijzenis uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven. Zij kunnen immers niet meer sterven, omdat zij als engelen zijn; en, als kinderen van de verrijzenis zijn zij kinderen van God. Dat de doden verrijzen, heeft ook Mozes aangeduid waar het gaat over de braamstruik, doordat hij de Heer noemt: de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jacob. De heer is toch geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem zijn allen levend’. 

Uitleg: 

Het thema van deze zondag is: ‘Tot weerziens!’. Vaak zeggen wij mensen, bij een afscheid, tot weerziens. Zelden echter bij het overlijden van een geliefde. Terwijl toch alleen het lichaam sterft, maar de ziel het eeuwige leven heeft. Een hartelijk tot weerziens in het hiernamaals is daarom niet ongepast. Immers elk mens, die op Aarde leeft, zal eens zelf ook naar het hiernamaals gaan, bij de dood van zijn lichaam. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. En wie zou dan niet, die mensen die hij lief heeft, in het hiernamaals terug willen zien? Met de zekerheid dat God het zal toelaten dat wij elkaar, in het hiernamaals, weer op kunnen zoeken, is dan het afscheid veel minder treurig, dan bij de gedachte aan een definitief afscheid, zonder ooit elkaar weer te ontmoeten. Ja, bij het lichamelijk sterven is het een definitief afscheid voor het aardse leven. Maar niet noodzakelijk voor het eeuwige leven, die op ons lichamelijke leven zal volgen. Liefde – het enige wat wij mee kunnen nemen naar het hiernamaals –  sterft namelijk net zo min als onze ziel en inwonende geest. Liefde voor God en onze medemensen, onze naasten, is zelfs de basis voor het eeuwige leven. Want zonder liefde is er geen leven. Die mensen die geen liefde hebben, die zijn de toekomstige bewoners van de hel, want daar is geen liefde en daarom ook geen leven te vinden. Want liefde en leven zijn één en hetzelfde. Dat komt omdat God Liefde is en Gods Leven is Zijn Liefde. Daarom kan er bij Gods schepselen geen leven bestaan zonder liefde. En hier wordt natuurlijk geen eigenliefde bedoeld, maar liefde voor God en de naasten, de medemensen. Of, zo u wilt, in het hiernamaals de menselijke medezielen. Daarom komen mensen, met veel liefde voor God en hun naasten, welgesteld aan in het hiernamaals, ongeacht hoe rijk of arm zij waren op Aarde. En mensen met alleen maar eigenliefde, zelfzucht, komen zeer arm aan in het hiernamaals, omdat zij, net als iedereen, alle materie, titels en dus ook aardse rijkdom en macht, hebben moeten achterlaten bij hun lichamelijke sterven. Maar juist daarop was hun liefde gericht; niet op hun medemensen, maar op zichzelf en daarom ook op hun eigen zelfzucht, ijdelheid, hoogmoed en zelfoverschatting. Zij komen zeer arm aan in het hiernamaals. Want liefde voor God en hun naasten, alle mensen waar zij, op welke wijze dan ook, mee in aanraking komen, is de enige basis van het leven en van de welvaart in het hiernamaals. Daarom hebben deze mensen, die leven in zelfzucht, een verknoeid leven op Aarde geleefd, ook al waren zij op Aarde aards rijk en zeer succesvol. Want daar hebben zij niets aan in het eeuwige leven, waar alleen de liefde voor God en de naasten telt. Als zij daarbij ook nog God hebben geloochend en hun medemensen, vanwege hun macht en rijkdom, zeer veel kwaad hebben gedaan, dan zijn zij rijp geworden voor de hel. En dat hebben zij dan uitsluitend aan zichzelf te danken, want niemand heeft hen gedwongen om de Leer van God in Jezus Christus te gaan verachten en te verwerpen; dat was hun eigen, uit vrije wil, gemaakte keus in hun leven. Zij hebben heel veel mensen, die net als zij, geroepen waren om een kind van God te worden en te zijn, veel kwaad aangedaan en daar krijgen zij de vooraf vastgestelde beloning voor; in hun geval de hel, die zij op Aarde vaak voor heel veel mensen zelf hebben bereid. Denk eens aan de bekende parabel over Lazarus en de rijke man; Lazarus, een bedelaar, ziek en hongerig, werd in het paradijs of hemel opgenomen, terwijl de rijke man zichzelf terug vond in de hel. Dit was een van de vele waarschuwingen aan ons mensen, dat aardse rijkdom of macht geen mens behoed voor de gevolgen van zijn keuzes in het aardse leven. Alleen de liefde voor God en de naasten geeft de zekerheid dat een mens in het hiernamaals goed terecht zal komen. Ook paus Johannes Paulus II, door mensen heilig verklaard bij zijn begrafenis, en verschenen aan een kloosterzuster, vertelde dat hij een poos in het Vagevuur had gezeten, vanwege zijn fouten – dus zonden – welke hij had begaan, maar dat hij nu in de hemel woont. God is grenzeloos barmhartig, maar wij moeten wel eerst alles, wat nog aards aan ons is, volledig afleggen, voordat de hemelpoorten voor ons open gaan. Gelukkig voor ons geldt dat ook voor de hel; wij moeten het heel bond gemaakt hebben – of zelf graag willen – voordat de poorten van de hel voor ons geopend worden. Maar het beste voor elk mens is de Weg van God te volgen, want alleen deze Weg leidt naar de Waarheid vanuit God en naar het eeuwige Leven in God. Alle andere wegen zijn dwaalwegen. Zie, voor de komst van Jezus Christus op Aarde, voordat de Romeinen kwamen, werd Israël een poos bestuurd door Grieken, die daar een koning benoemd hadden. Deze koning vond het maar vreemd dat de Joden geen varkensvlees aten en wilden hen dwingen, door een voorbeeld te stellen. Daarom nam hij zeven broers gevangen, samen met hun moeder, en martelden hen. Alleen als zij varkensvlees aten, dan zou hij hen sparen. Maar deze broers wilden liever naar God luisteren, dan naar deze heidense en wrede koning, en zij stierven, samen met hun moeder, de marteldood. En wat had deze koning bereikt, behalve dat hij door zijn wreedheid rijp was geworden voor de hel? Helemaal niets! Want het voorbeeld, die deze broers stelden, verstevigde de wil van het joodse volk, om ook geen varkensvlees te eten, ook niet onder dwang. Hij verloor in weze meer dan hij won. Want hij had geen liefde en daarom, ondanks zijn macht, ook geen leven in zich. En zo gaat het met alle dictators, die God verwerpen, zowel in het verleden als in het heden. Want ook in Europa, in Nederland wordt God afgewezen en een heidense leer ingevoerd, waar geen liefde in zit. Maar ook deze machthebbers zullen spoedig met lege handen staan, als ook zij zich moeten verantwoorden voor God. Met Paulus mogen wij daarom bidden dat  God ons verlost van die kwaadaardige mensen, die onze wereld naar duivelse maatstaven proberen te hervormen. Want des te eerder zal deze, anti christelijke tijd, die nu gaande is, waarbij wij tevergeefs vechten tegen God, voorbij zal zijn en – de dan nog levende mensen – de nieuwe Aarde, het nieuwe aards paradijs mogen betreden. Uiteraard in de hoop dat wij daar bij mogen horen. Wat in onze tijd lijken de Sadduceeën de overhand te hebben, omdat heel veel mensen denken dat er na het aardse leven geen leven meer is. Waarom dan de Geboden van God volgen, als er geen God is? Omdat de Sadduceeën toen en de nieuwe heidenen nu het volkomen mis hebben; God is er en God heeft nooit een begin gehad en zal nooit een einde hebben. Maar ook wij mensen zullen, weliswaar geestelijk, nooit een einde kennen. En waar kunnen wij dan beter zijn dan in de hemel, waar de liefde, dus het leven heerst? Ik weet het antwoord: Nergens! Daarom doe de Geboden van God in uw leven en u zult de hemel erven. Wellicht ook de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen tegenkomen. 

Amen. 

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2023
Ontwerp en hosting Maartens automatisering