Religie

Schriftuitleg van zondag 22 januari 2023.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt. 

Schriftteksten: 


Eerste lezing Jesaja 8, 23b -9,3

In vroeger tijd is er oneer gebracht over het land Zebulon en over het land Naftali, maar in de toekomst wordt er eer gebracht over de zeeweg en de overkant van de Jordaan, en over het gewest van de heidenen. Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis. Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot. Voor uw aanschijn zijn zij vol vreugde, een vreugde als die om de oogst, als die van mensen, die jubelen bij het verdelen van de buit. Want het juk dat zwaar op het volk drukte, de stang op hun schouders en de stok van hun drijvers: Gij hebt ze stukgebroken als op de dagen van Midjan. 


Tweede lezing 1 Korintiërs 1, 10-13.17

Broeders en zusters, ik bezweer u bij de naam van onze Heer Jezus Christus: weest allen eensgezind, laat er geen verdeeldheid onder u zijn; weest volkomen één van zin en één van gevoelen. Er is namelijk door de huisgenoten van Chloë over u verteld, broeders en zusters, dat er onenig­heid onder u heerst. Ieder van u schijnt zijn eigen leus te hebben: ‘Ik ben van Paulus’. ‘Ik van Apollos’. ‘Ik van Kefas’. ‘Ik van Christus’. Is Christus dan in stukken verdeeld? Is Paulus voor u gekruisigd? Of zijt gij gedoopt in de naam van Paulus? Christus heeft mij niet gezonden om te dopen. Hij heeft mij gezonden om het evangelie te verkondigen, en dat niet met fraaie en geleerde woorden; anders zou het kruis van Christus zijn kracht verliezen. 


Evangelielezing  Mattheüs 4, 12-23 (of 12-17)

Toen Jezus vernam dat Johannes was gevangen genomen, week Hij uit naar Galilea. Met voorbijgaan echter van Nazareth vestigde Hij zich in Kafarnaüm aan de oever van het meer, in het grensgebied van Zebulon en Naftali, opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet Jesaja: ‘Land van Zebulon, land van Naftali, liggend aan de zee, Overjordanië: Galilea van de heidenen! Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht aanschouwd; en over hen die in het land van doodse duisternis gezeten waren, over hen is een licht opgegaan’. Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: ‘Bekeert u, want het rijk der heme­len is nabij’. (Eens toen Hij zich bij het meer van Galilea ophield, zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas. Zij waren bezig het net uit te werpen in het meer; het waren namelijk vissers. Hij sprak tot hen: ‘Komt, volgt Mij; Ik zal u vissers van mensen maken’. Terstond lie­ten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder Hij nog twee broers, Jacobus, de zoon van Zebedeüs, en diens broer Johannes; met hun vader Zebedeüs waren zij in de boot de netten aan het klaarmaken. Hij riep hen, en onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader achter en volgden Hem. Jezus trok rond door geheel Galilea, terwijl Hij als leraar optrad in de synagogen, de blijde boodschap verkondigde van het koninkrijk en alle ziekten en kwalen onder het volk genas.) 

Uitleg: 

Het thema van deze zondag is: ‘Je geroepen weten’.  God roept elk mens op Aarde om Zijn kind te worden. Maar dat is iets anders dan je geroepen te weten. Dat overkomt alleen die mensen van goede wil – mensen van goede wil zijn die mensen die Gods Wil volgen – die bereid zijn om als voorbeeld te dienen, in hun gedrag en daden, om andere mensen naar God toe te helpen. Kijk, preken over God is niet genoeg; een geloof in God en het onderhouden van Zijn Leer en Geboden spreekt meer aan. Want alleen door daden kan een mens bewijzen dat hij God volgt in zijn leven. Waar hij staat moet u ook zij lezen, lees dit stukje naar uw eigen geslacht. Daarom is een levend geloof in God meer een geloof van daden dan van woorden. Goedheid in navolging van God kan enkel door daden van goedheid bewezen worden. Bijvoorbeeld; wat heeft een bedelaar langs de weg – die ook voorkomen in ons rijke Nederland – eraan om hem alle goeds toe te wensen? Maar een bedrag aan geld, of een maaltijd, heeft deze medemens, deze naaste veel meer aan. Geeft hem daarom, als u geen eten kan geven, een aalmoes, dan kan hij eten kopen voor zichzelf en – als hij die heeft – voor zijn naasten, zoals vrouw en/of kinderen. Dat is werkelijke hulp, die meer helpt dan vriendelijke woorden. Ja, vriendelijke woorden zijn ook van belang, om de bedelaar, in dit voorbeeld, de zekerheid te geven dat hij als mens wordt gezien, maar een bijdrage aan zijn levensonderhoud mag daarbij niet ontbreken. Wees dus een gever voor mensen in nood, maar wees ook een vriendelijke gever, die laat blijken dat u uw medemens, die het minder heeft dan uzelf, niet veracht, maar alleen wil helpen, zoals uzelf ook graag geholpen wil worden, als u zelf in nood zou verkeren. En dat is naastenliefde! Voor God kan geen mens iets goeds doen, omdat wij alles reeds van Hem hebben gekregen. Daarom heeft God de liefde voor Hem Zelf gelijk gesteld aan de liefde voor elke naaste. Daarom ook heeft God ons mensen laten weten dat, wat wij voor onze naaste doen, ook voor God Zelf gedaan is. Iemand die rijk is kan de diensten van zijn helpers zelf betalen, maar iemand die arm is, kan hulp nodig hebben, zonder dat hij dit terug kan betalen. Maar toch. Moeder Theresa van Calcutta vroeg eens een rijk echtpaar, die haar een grote gift voor de armen onder haar hoede had gegeven, wat zij voor hen kon doen. Het antwoord was: hen bezoeken, niet om nog meer te krijgen, maar omdat zij niets zonder betaling van wie dan ook kregen en zij behoefte hadden aan oprechte vriendschap. Deze mensen, hoewel zeer rijk, leden ook veel; niet onder gebrek aan materiële goederen of betaalde diensten, maar aan gebrek aan liefde van andere mensen, hun naasten, voor hen, zonder dat die mensen er op uitwaren om van hen betaald te krijgen. Liefde is de grootste kracht en schat in de gehele oneindigheid, want God is Liefde en heeft, vanuit Zijn Liefde alles geschapen wat bestaat. Liefde is daarom voor elk mens onontbeerlijk. En juist aan liefde ontbrak het dit rijke echtpaar. Nee, niet de liefde die zij voor andere mensen hadden, maar de liefde die andere mensen hen onthielden, omdat zij rijk waren. Liefde kan ieder mens opbrengen, daarvoor is geen geld nodig, alleen de wil om van iemand, omdat hij mens is, te gaan houden, lief te hebben omwille van hemzelf. Wie weinig heeft kan ook weinig geven, dat is waar. Maar liefde kan – als de wil er is – door iedereen aan zijn medemens, zijn naaste, gegeven worden. Niemand hoeft zijn medemens, zijn naaste, te haten of te verachten, indien die ofwel veel meer, ofwel veel minder heeft dan hijzelf. In Gods ogen zijn wij mensen allemaal gelijk; dus God volgen betekent ook dat wij onze medemensen, onze naasten, gelijkwaardig dienen te behandelen. Niet denken, vanwege de eigen rijkdom, dat u meer bent dan uw arme naaste. Maar ook niet denken, als u arm bent, dat de rijke mensen, in Gods ogen, meer zijn dan uzelf. Op onze Aarde in deze tijd zijn er zeer rijke en machtige mensen, die menen dat er teveel mensen op Aarde wonen en daarom miljarden mensen willen vermoorden, want die zijn niet nuttig, maar zijn ‘nutteloze eters’. Deze mensen lijken wel mensen, maar in hu hart zijn het duivels, die al geestelijk gestorven zijn. Want er bestaat twee soorten sterven; lichamelijk, wat elk mens op Aarde zal doen, en de veel ergere dood, namelijk de geestelijke dood, wanneer mensen zo duivels zijn geworden, dat zij zelfs door God niet gered kunnen worden. Deze mensen zullen, na hun lichamelijke leven rechtstreeks naar de hel gaan, omdat uit hen alle liefde is verdwenen en daarmee ook alle leven. Ook wanneer God ons allen waarschuwt hoe ieder van ons er in Zijn ogen voor staan, zullen vele van de reeds geestelijk gestorven mensen, niet naar God willen luisteren en, voordat God in Jezus Christus over nog geen zes jaar wederkomt op Aarde, met Satan opgenomen worden in de hel, omdat zij zelf niet anders willen. Want wij, mensen van onze tijd, zijn het volk dat in duisternis wandelt, omdat de meeste mensen niets meer van God afweten. Maar tijdens, of vlak na de Grote Waarschuwing, die God ons dit jaar nog zal geven, vlak voor het uitbreken van de Derde Wereldoorlog, zullen miljarden mensen zich alsnog bekeren. Helaas zijn vele mensen te eigenwijs en te hoogmoedig om zich van deze laatste waarschuwing iets aan te trekken; maar wie zich niet bekeert, zal rijp zijn voor de hel. Alle mensen, die zich wel bekeren, zullen vol vreugde zijn, want zij komen allen in het rijk Gods, nadat zij hun zonden hebben afgezworen en er alles aan doen om de Leer en de Geboden van God voortaan te volgen in al hun daden en woorden. Want dan is het juk van zonden en de stok van de drijvers stuk geslagen als in de dagen van Midjan. Jezus Christus is God en na Zijn wederkomst is er op Aarde nog maar één Kerk over; de universele, katholieke Kerk van Christus. Alle heidense en ketterse geloven zijn dan verdwenen. Dan regeert niet langer de macht van geld en hebzucht, maar de liefde. Daardoor zal deze nieuwe Aarde een paradijs zijn voor alle mensen. En dat alles begon met de geboorte van God op Aarde in de stal bij Bethlehem en dertig jaar later, toen Jezus Christus Zijn eerste apostelen riep om Hem te volgen. Zij moesten de leiders en leraren worden van de Kerk van Christus op Aarde, nadat Hij smadelijk vermoord was op een kruis en op de derde dag was verrezen uit de dood. Want de Levende kon onmogelijk bij de doden begraven blijven. De eerste leerlingen van Jezus Christus waren, voor het merendeel, vissers. Mensen die op de soms woelige wateren hun brood verdienden. En zij werden tot mensenvissers gemaakt. Dus tot mensen die de goede mensen, die dit zelf wilden, tot geloof brachten vanuit de duisternis van allerlei heidendommen. Helaas, na bijna tweeduizend jaar, is de gehele wereld gevangen genomen in heidendommen, zoals toen reeds voorspeld was. In 2030 is het twee millennia geleden dat Jezus Christus met Zijn openbare leven – de leertijd van God in Israël, die eindigde met Zijn dood op het kruis – begon en Hij voorspelde toen al dat Hij, nog voordat er tweeduizend jaar verstreken was, zal wederkomen. Hij komt dus voor 2030 terug op Aarde. Wie denkt dat hij sterker is dan God, of dat Satan sterker is dan God, vergist zich geweldig. Want alleen die mensen, die zich bekeren tot God in Jezus Christus, zullen in 2030 nog leven op Aarde, de rest, die niet wil luisteren, zit in de hel. Maar de mensen die dan nog leven, komen allemaal in de hemel. Wellicht ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen. 

Amen.

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2023
Ontwerp en hosting Maartens automatisering