Schriftuitleg


Schriftuitleg van Zondag 15 april 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Handelingen 3, 13-15.17-19

In die dagen zei Petrus tot het volk: 'De God van Abraham, Izaak en Jacob, de God van onze vaderen, heeft zijn die-naar Jezus verheerlijkt, die gij hebt overgeleverd en voor Pilatus verloochend, ofschoon deze geoordeeld had Hem in vrijheid te moeten stellen. Maar gij hebt de heilige en gerechte verloochend, en als gunst de vrijlating van een moordenaar gevraagd. De vorst des levens daarentegen hebt gij gedood. God heeft Hem evenwel uit de doden doen opstaan; daarvan zijn wij getuigen. Maar ik weet, broeders, dat gij in onwetendheid gehandeld hebt, evenals uw overheden. Maar wat God tevoren had aangekondigd bij monde van alle profeten, dat zijn Messias zou sterven, heeft Hij zo in vervulling doen gaan. Bekeert u dus, en hebt berouw, opdat uw zonden worden uitgewist'.

Tweede lezing 1 Johannes 2, 1-5a

Vrienden, ik schrijf u met de bedoeling dat gij niet zoudt zondigen. Maar ook al zou iemand zonde bedrijven: we hebben een voorspreker bij de Vader, Jezus Christus, die geheel zondeloos is, die al onze zonden goedmaakt en niet die van ons, maar die van de hele wereld. Hoe weten wij dat wij God kennen? Er is maar een bewijs: dat we ons houden aan Zijn geboden. Wie zegt dat hij Hem kent, maar zich niet stoort aan zijn geboden, is een leugenaar; in zo iemand woont de waarheid niet; maar in een mens die ge-hoorzaam is aan Gods woord heeft zijn liefde werkelijk haar volmaaktheid bereikt.

Evangelielezing Lucas 24, 35-48

In die tijd vertelden de twee leerlingen wat er onderweg gebeurd was en hoe Jezus door hen herkend werd aan het breken van het brood. Terwijl ze daarover spraken, stond Hijzelf plotseling in hun midden en zei: 'Vrede zij u'. In hun verbijstering en schrik meenden ze een geest te zien. Maar Hij sprak tot hen: 'Waarom zijt ge ontsteld en waar-om komt er twijfel op in uw hart? Kijkt naar mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij en kijkt: een geest heeft geen vlees en beenderen zoals ge ziet dat Ik heb'. En na zo gesproken te hebben, toonde Hij hun zijn handen en voeten. Toen ze het van vreugde en verbazing niet konden geloven, zei Hij tot hen: 'Hebt ge hier iets te eten?'. Zij reik-ten Hem een stuk geroosterde vis aan; Hij nam het en at het voor hun ogen op. Hij sprak tot hen: 'Dit zijn mijn woorden, die Ik sprak toen Ik nog bij u was: Alles moet ver-vuld worden wat over Mij staat in de Wet van Mozes, in de profeten en in de psalmen'. Toen maakte Hij hun geest toe-gankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei hun: 'Zo spreken de Schriften over het lijden en sterven van de Messias en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag, over de verkondiging onder alle volkeren, van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn naam. Te begin-nen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen'.

Uitleg:

elaten in de ruimte van hun vertrouwen, dat Hij, iedereen die serieus Hem wil volgen in daden, ook zal leiden naar het kindschap van God. Jezus Christus heeft ons mensen geleerd dat het niet de gezonden zijn, die Hij bezoekt, maar de zieken, die Zijn hulp nodig hebben. Niet de mensen die zelf wel weten wat wel en niet goed is en ervan overtuigt zijn dat zij, in Gods ogen, nooit fouten begaan, worden door God geholpen. Maar wel mensen die, zoals Paulus, zich nergens op willen beroemen dan uitsluitend op hun eigen zwakheid. Die mensen, die zich ervan bewust zijn dat zij zwakke en zondige mensen zijn, krijgen Gods hulp, niet de hoogmoedigen die het zelf beter denken te weten. Waarom? Omdat die mensen, die van zichzelf weten dat zij zwakke en zondige mensen zijn, ook deemoedig zijn en hun Heer en God om hulp vragen. Deemoed en liefde hangen nauw samen. God is Liefde, maar ook zo deemoedig dat Hij, ons kleine schepselen, tot Zijn kinderen wil verheffen. Dan zullen wij wel mee moeten werken, door Gods liefde te beantwoorden, Hem als onze Vader te aanvaarden en dan, uit liefde tot Hem, ook Zijn Geboden te houden, dus te doen. Dus ook, vanuit de liefde voor God al onze naasten lief te hebben, ook die mensen die ons afstoten door hun gedrag. Want ook zij zijn geschapen om kinderen van God te worden. Maar dit is geen sentimentele liefde, die alles maar goed vindt wat een naaste doet, om maar 'lief' gevonden te worden. Nee, echte naastenliefde kan soms erg streng zijn, wanneer een naaste zeer zelfzuchtig gedrag vertoont. Het is geen liefde, maar gemakzucht, om met alle winden mee te waaien en een naaste, die gedrag vertoond, welke onacceptabel is in dat gedrag te ondersteunen, opdat de 'lieve vrede' bewaart kan blijven. Nee, naastenliefde is zulk gedrag die, als het zonder berouw beoefend blijft worden, naar de hel leidt, te corrigeren, als het niet anders kan, hardhandig. Want het is beter voor een mens met een been naar de hemel te gaan, dan met twee benen in de hel te komen. Dus, figuurlijk gesproken, amputeren het zieke been en de mens, die ziek is van zelfzucht, daar vanaf te helpen, opdat hij gered kan worden voor het eeuwige leven. Waar hij staat moet u ook zij lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. En dan kan er, uit liefde, gestraft worden of een onaangename situatie ontstaan. Zoals ook verstandige ouders hun kinderen, waar zij veel van houden, wel eens moeten straffen, als die kinderen te ver gaan in hun stoute gedrag. Als een standje niet helpt, dan zal er een passende straf moeten volgen. Niet fijn voor het betreffende kind, maar wel belangrijk voor zijn verdere ontwikkeling naar volwassenheid. En zo was het ook met de Kerk, welke Jezus Christus heeft gesticht. In hun ijver hadden gelovigen van de eerste tijd er een soort van liefdevolle commune van gemaakt. Goed bedoeld en toepasbaar voor een beperkte tijd. Want zie, naar mijn mening, ging dit in tegen de menselijke natuur, die eigendommen en middelen voor zichzelf wil en niet voor alles afhankelijk wil zijn van anderen. Vandaar, denk ik, was dit een manier van leven die nooit meer is herhaald in deze mate. Ja, in onze tijd zijn er communes geweest, maar die zijn allemaal uiteen gespat op het gebied van verdeling van de goederen en geld. Maar, als start van dit nieuwe geloof, was dit een goed voorbeeld van hoever naastenliefde kan gaan. In een commune leven is echter niet nodig om een kind van God te worden. Johannes legt dat in zijn eerste brief uit: 'Iedereen die gelooft dat Jezus de Verlosser is, is een kind van God'. Geloven is doen en de Verlosser is God in Jezus Christus. Welnu, wie een kind is van de Vader, die zal ook Zijn andere kinderen lief dienen te hebben; dus uw naaste - omdat ook die geroepen is, net als uzelf, om een kind van God te zijn - zoveel als u uzelf lief heeft. Maar dan is geloven wel noodzakelijk. Thomas kon niet geloven dat Jezus Christus uit de doden was opgestaan. Pas toen hij Hem zag, geloofde hij. Maar dan ook heel zuiver en radicaal; voor hem was er geen twijfel meer mogelijk, want opstaan uit de dood kan alleen God. Daarom ook zijn erkenning: 'mijn Heer en mijn God!'. Waarop Jezus hem verweet dat hij niet meteen geloofd had wat zijn broeders in geloof hem verteld hadden. En Jezus voegde eraan toe: 'Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben'. En dat zijn de ontelbare latere mensen, die Jezus Christus nooit gezien hebben, maar wel in Hem geloofden of geloven. Daar horen alle gelovigen van deze tijd ook bij. Maar wie in Jezus Christus geloven - en Zijn Geboden houden, dus doen - die worden dan ook zeker zalig in de hemel. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN