Religie

Schriftuitleg van Hemelvaartsdag 26 mei 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt. 

Schriftteksten: 


Eerste lezing Handelingen 1, 1-11

Mijn eerste boek, Teofilus, heb ik geschreven over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag waarop Hij zijn opdracht gaf aan de apostelen die Hij door de heilige Geest had uitgekozen, en waarop Hij ten hemel werd opgenomen. Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het rijk Gods. Terwijl Hij met hen at beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar de belofte van de Vader af te wachten die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt: Johannes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de heilige Geest. Terwijl zij eens bijeengekomen waren stelden zij Hem de vraag: ‘Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?’. Maar Hij gaf hun ten antwoord: ‘Het komt u niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld. Maar gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde’. Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhoog geheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen, die zeiden: ‘Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? Deze Jezus, die van u is weggenomen naar de hemel, zal op de zelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan’. 


Tweede lezing Hebreeën 9, 24-28; 10,19-23

Christus is niet het heiligdom binnengegaan dat - door mensenhanden gemaakt - slechts een symbool is van het waarachtige heiligdom; Hij is de hemel zelf binnengegaan om er nu voor onze zaak bij God present te zijn. Ook hoeft Hij zich niet telkens opnieuw te offeren, terwijl de hogepriester, jaar in jaar uit het allerheiligste binnengaat, met bloed dat niet het zijne is. Anders had Christus meerdere malen moeten lijden, vanaf het begin van de wereld; maar in feite is Hij slechts éénmaal verschenen, op het hoogtepunt van de geschiedenis om door zijn offer de zonden te delgen. Het is het lot van de mens éénmaal te sterven en daarna komt het oordeel; zo is ook Christus éénmaal geofferd omdat Hij de zonden van allen op zich had genomen; als Hij een tweede maal verschijnt, zal het zijn los van de zonde, om heil te brengen aan allen die naar Hem uitzien. Door het bloed van Jezus, broeders en zusters, hebben wij vrije toegang gekregen tot het heiligdom. In zijn eigen lichaam heeft Hij voor ons de nieuwe, levende weg gebaand, dwars door het voorhangsel heen. We hebben nu ‘die grote priester die over het huis van God is aangesteld’. Laten we dan dichterbij komen, maar met een oprecht hart en in de volle overtuiging van ons geloof, ons hart rein besprenkeld van alle schuldbesef, ons lichaam gewassen met zuiver water. Laten wij onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop, want Hij die de beloften deed is betrouwbaar. 

Of: Efeziërs 1, 17-23

Broeders en zusters, ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u de Geest te geven van wijsheid en openbaring om Hem waarachtig te kennen. Moge Hij uw innerlijk oog verlichten om te zien hoe groot de hoop is waartoe Hij u roept, hoe rijk de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden der heiligen en hoe overgroot zijn macht is in ons die geloven. Dezelfde sterkte en kracht heeft Hij betoond in Christus, toen Hij Hem opwekte uit de dood en zette aan zijn rechterhand in de hemelen, hoog boven alle heerschappijen, machten, krachten en hooghe­den en boven elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze, maar ook in de toekomstige tijd. Alles heeft God on­der zijn voeten gelegd, en Hemzelf, verheven boven alles, heeft Hij als Hoofd gegeven aan de kerk die zijn lichaam is, de volheid van Hem die het al in alles vervult. 


Evangelielezing Lucas 24, 46-53

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Zo spreken de Schriften over het lijden en het sterven van de Messias en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag, over de verkondiging onder alle volkeren, van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam. Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen. Daarom zend Ik tot u wat door mijn Vader beloofd is; blijf dus in de stad totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust’. Nu leidde Hij hen naar buiten tot bij Bethanië; Hij hief de handen omhoog en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, verwijderde Hij zich van Hen en Hij werd ten hemel opgenomen. Zij aanbaden Hem en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug. Zij hielden zich voortdurend op in de tempel en zij verheerlijkten God. 

Uitleg: 

Het thema van deze Hemelvaartsdag is: ‘Zie Mijn beloften’. Onze Heer en God zei: ‘Zie Mijn beloften, want die komen altijd uit’. De beloften in het Oude Testament, dat God een Verlosser zou zenden is uitgekomen, want God Zelf is Mens geworden in Jezus Christus. De belofte aan koning David, dat Hij een opvolger zou krijgen, die zou heersen in eeuwigheid, is ook uitgekomen, door de geboorte van Jezus Christus die, omdat Hij volledig Mens en volledig God is, inderdaad heerst in eeuwigheid, zonder ooit een einde te kennen. De belofte aan Zijn leerlingen dat Hij de heilige Geest zou zenden, is ook uitgekomen, in het eerste Pinksterfeest. Maar ook talloze volgelingen van Jezus Christus, door alle eeuwen heen, hebben Zijn Geest ontvangen. De belofte dat God in Jezus Christus zal wederkomen, om te oordelen over levenden en doden, staat op het punt om uit te komen. Want met levenden en doden worden niet de lichamelijk levenden en doden bedoeld, maar de geestelijk levenden en doden. De levenden zijn die mensen die niet alleen in God geloven, maar die ook Zijn Leer onderhouden dus doen. De doden zijn zij die niets van God willen weten, maar hun zielige levens willen leiden zonder God. Die mensen die zelfs het bestaan van God ontkennen, opdat maar niet Zijn Geboden hoeven te onderhouden, maar deze Geboden volledig kunnen negeren. En, omdat wij allen een vrije wil hebben, kan dat ook. Alleen heeft elke handeling zijn eigen gevolgen. Of de daden nu goed zijn of slecht; de gevolgen van elke daad volgt de mens, die deze heeft begaan. Niet alleen op Aarde, maar zeker in het hiernamaals. Nu kunnen mensen in de droom leven, dat er geen hiernamaals is, dus dat bij de lichamelijke dood alles eindigt, maar dat is slechte een droom, waaruit zij uiterlijk in het hiernamaals zullen ontwaken, want de ziel is door God geschapen om nimmer op te houden te bestaan. Wel kan een mens, als gevolg van zijn eigen daden, geestelijk dood zijn in de hel. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Want liefde en leven zijn één en hetzelfde. Wie dus enkel liefde heeft voor zichzelf – wat liefde voor welke ander dan ook uitsluit, waardoor noch van God, noch van de allernaasten gehouden wordt, liefde beschikbaar is – die is geestelijk dood, ook reeds hier op Aarde, ook als het lichaam nog voortleeft. Want voor elke mens heeft God een tijd gegeven om op Aarde te leven en, als wij mensen onze medemensen niet doden, die tijd die elk van ons is gegeven, lang of kort, zal de mens op Aarde mogen wonen. Niet alleen als hij tot de levenden behoort, maar ook als hij reeds geestelijk is gestorven. Enkel dat al bewijst dat een mens een onsterfelijke ziel heeft. Aardse rijkdom, macht of status maken hierbij helemaal niets uit; God kijkt enkel naar de liefde van een mens. Immers God is Liefde en Hij heeft ieder van ons geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Daarom heeft God ons allemaal geschapen om Zijn kinderen te worden, maar wel uit eigen vrije wil. Wil een mens een kind van God worden, dan zal hij dit moeten bewijzen, door net als God liefdevol te worden. Daarom heeft God ons mensen eigenlijk maar één Gebod gegeven: het Gebod van de liefde! God in Jezus Christus heeft weliswaar, voor onze duidelijkheid, dit Gebod in twee Geboden gesplitst, namelijk God liefhebben boven alles en de naaste, de medemens als zichzelf, maar dat is eigenlijk maar één Gebod: Liefde! Want als wij onze naasten, die wij elke dag om ons heen hebben, niet lief hebben, hoe kunnen wij dan wel God liefhebben, die wij niet zien en vaak helemaal niets van merken, dat Hij altijd bij elk mens is? Onmogelijk! Daarom, heb God lief omdat Hij ons het leven heeft gegeven en onze medemens – ook als die ergerlijk voor ons is – omdat God hem, net als onszelf heeft geschapen, om Gods kind te worden. Wie liefde heeft voor de naasten – die mensen waarmee wij in aanraking komen, op welke wijze dan ook – die ontwikkelt ook liefde voor God, zelfs als hij God niet kent. Want liefde trekt liefde aan en God is Liefde. Dat een mens God niet kent, kan gebeuren als zijn omgeving God ook niet kent en een mens daarom zonder God wordt opgevoed. Maar, omdat liefde de basis is van alle leven, is liefde bij elk mens ingeboren. Kijk maar naar kleine kinderen; die zoeken liefde en geven liefde terug. En ieder mens heeft een vrije wil, dus kan kiezen voor het goede en voor het kwade. En hoe kan een mens, opgevoed zonder God, dan weten wat goed is en wat kwaad is? Door te luisteren naar zijn geweten! Want God heeft elk mens een bewaarengel gegeven, die in het hart laat weten of een daad, een handeling goed of kwaad was. Als de handeling goed was, dan volgt een tevreden gevoel, maar als een handeling kwaad was, dan volgt een gevoel van spijt. Wie echter consequent de kwade handelingen weg redeneert en die in zijn fantasie omzet als toch iets goeds, kan zover wegzinken dat hij doof wordt voor de stem van zijn geweten. Zulke mensen zijn dan geestelijk, in ieder geval, al half dood en lopen het risico om geestelijk dood te gaan, terwijl zij nog op Aarde wonen. Voor hen is Jezus Christus tevergeefs op Aarde gekomen. Want Hij heeft alle mensen weliswaar door Zijn kruisdood verlost van de grote invloed van Satan, maar ieder van ons moet Zijn Leer van liefde vrijwillig aanvaarden, in ieder geval door zich te laten leiden door zijn eigen geweten. God echter, de enige echte Levende, kon natuurlijk niet bij de doden blijven, daarom was Jezus Christus op de derde dag Zijn lichaam komen halen en was dit lichaam verheerlijkt. Daarna heeft Hij nog veertig dagen Zijn apostelen en andere leerlingen bezocht, om te bewijzen dat Hij leeft en dat Hij waarlijk God is, alvorens naar de hemel op te stijgen. Hij is de hemel binnengegaan en Hij hoeft Zich nimmer meer te offeren, zoals wij mensen wel onze offers, vaak dagelijks, herhalen. Eenmaal offeren is voor onze Hogepriester, Jezus Christus, genoeg voor alle eeuwigheden. Dat Jezus Christus aan de rechterhand van God de Vader zit, moet echter geestelijk worden genomen; God is de Ongeschapen Geest, die alles wat bestaat heeft geschapen, inclusief Zijn eigen ziel en lichaam, die als Jezus Christus – Mens en God – bij ons op Aarde heeft geleefd. Welnu, de Mens Jezus Christus is de bedekking van de Ongeschapen Geest van God, maar alleen volledig God in Zijn Geest. Jezus Christus is God – vandaar dat de Naam van God nu Jezus is – maar niet als Mens, maar als de zichtbare buitenkant van God. Want voordat God op Aarde is gekomen als Mens, was God voor alle schepselen onzichtbaar – vandaar dat Mozes te horen kreeg dat niemand God kon zien en dit overleven – maar nadat God Zich omhuld had met de ziel en lichaam van Zijn Zoon Jezus, is Hij wel zichtbaar voor alle mensen, die naar de hemel zijn opgestegen. Om dit in aardse termen uit te drukken, staat er geschreven dat Jezus Christus zit aan de rechterhand van de Vader. Overigens ook wij mensen, om een kind van God te kunnen worden, hebben een inwonende geest, maar wel een geschapen geest. Alleen Jezus Christus heeft de volheid van Geest, die God Zelf is. De geboorte van God in Jezus Christus kwam niet geheel onverwachts, want deze was al heel vroeg in de geschiedenis van de mensheid aangekondigd en het Oude Testament staat er vol mee. En het is logisch dat deze zeer belangrijke gebeurtenis – dat God op Aarde is komen wonen – bewaart en verkondigd moest worden door alle eeuwen heen Vandaar dat Jezus Christus een Kerk heeft opgericht en Petrus heeft aangesteld om deze Kerk te leiden, maar ook alle echte opvolgers van Petrus. In onze tijd bezet echter de Valse Profeet zijn stoel, vandaar dat het binnenkort zal gebeuren dat Jezus Christus terugkomt om te oordelen over levenden en doden. De Apocalyps is zich nu voor onze ogen aan het ontrollen. Om zoveel mogelijk mensenzielen te behoeden voor de hel, zal er nog een Grote Waarschuwing komen – ook dus binnenkort – waarin ieder mens zal weten hoe hij er in Gods ogen voorstaat. Wie zich dan alsnog bekeert – indien nodig –  kan in de hemel komen. Wellicht ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen.

Amen

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2022
Ontwerp en hosting Maartens automatisering