Religie

Schriftuitleg van zondag 7 augustus 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt. 

Schriftteksten: 


Eerste lezing Wijsheid 18, 6-9

De nacht van de uittocht uit Egypte was aan onze voorvaderen tevoren aangekondigd. Zo konden ze vol vreugde de vervulling verwachten van de beloften waarop ze vertrouwden. Zo kon uw volk ook uitzien naar de redding der rechtvaardigen en de ondergang van hun vijanden. De straf die Gij onze vijanden deed ondergaan, werd voor ons, uitverkorenen, een zege. Want kinderen der vromen hadden in stilte het offermaal gebruikt, en zich met een heilige belofte verplicht dat ze gelijkelijk het goede zouden delen en gevaren trotseren, en daarom hadden de vromen reeds hun oude liederen aangeheven.


Tweede lezing Hebreeën 11, 1-2.8-19 (of: 11, 1-2.8-12)

Broeders en zusters, het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen. Om hun geloof zijn de ouden met ere vermeld. Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven aan de roeping van God, en ging hij op weg naar een land dat bestemd was voor hem en zijn erfgenamen; Hij vertrok zonder te weten waarheen. Door het geloof heeft hij als vreemdeling vertoefd in het land dat hem beloofd was; hij woonde er in tenten, evenals Izaäk en Jacob, die de zelfde belofte erfden; want hij zag uit naar de stad met de fundamenten, waarvan God de ontwerper en de bouwer is. Door het geloof heeft ook Sara, ofschoon haar tijd al lang voorbij was, de kracht tot vruchtbaarheid ontvangen, want zij wist dat Hij die de belofte had gedaan, zijn woord zou houden. Daarom is dan ook aan één man, en nog wel in zijn hoge ouderdom, een nageslacht gegeven talrijk als sterren aan de hemel, ontelbaar als de zandkorrels aan het strand van de zee. (In geloof zijn zij allen gestorven zonder te hebben ontvangen wat hun beloofd was. Zij hebben het heil alleen uit de verte gezien en begroet. Zij hebben zichzelf vreemdelingen en passanten op aarde genoemd. Wie zo spreken, geven duidelijk te kennen dat zij op zoek zijn nar een vaderland. Hadden zij heimwee gehad naar het land van hun herkomst, dan hadden zij gemakkelijk kunnen terugkeren, maar hun verlangen ging uit naar een beter vaderland, het hemelse. Daarom schaamt God zich niet hun God genoemd te worden, want Hij heeft voor hen een stad gebouwd. Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef gesteld werd Izaäk ten offer gebracht. Hij die de beloften had ontvangen, stond op het punt zijn enige zoon te offeren, de zoon van wie hem gezegd was: ‘Alleen zij die van Izaäk afstammen, zullen gelden als uw nageslacht’. Want Abraham was overtuigd dat God zelfs de macht heeft om doden ten leven te wekken; en uit de dood heeft hij, om zo te zeggen, zijn zoon ook teruggekregen.) 


Evangelielezing Lucas 12, 32-48 (of: 35-40)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: (‘Weest niet bevreesd, kleine kudde; het heeft uw Vader behaagd u het koninkrijk te schenken. Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen; verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief komt en geen mot hem bederft. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.) Houdt uw lendenen omgord en de lampen brandend! Gedraagt u als mensen die wachten op de terugkomst van hun heer die naar de bruiloft is om, als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen. Gelukkig de dienaars die de heer bij zijn komst wakende zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden en hij zal hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen. Al komt hij ook in de tweede of de derde nachtwake, gelukkig de dienaars die hij zo aantreft. Begrijp dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen, zou hij niet laten inbreken in zijn huis. Weest ook gij bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht’. (Petrus vroeg Hem nu: ‘Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen?’. De Heer sprak: ‘Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn, die de heer over zijn dienstvolk zal aanstellen om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven? Gelukkig de knecht die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt. Waarlijk, Ik zeg u: Hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. Maar zegt die knecht bij zichzelf: Mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de knechten en dienstmeisjes te slaan, en gaat hij zich te buiten aan spijs en drank, dan zal de heer van die knecht komen op een dag dat hij hem niet verwacht en op een uur dat hij niet kent; en hij zal hem met het zwaard straffen en hij zal hem zo het lot doen ondergaan van de ontrouwen. De knecht die de wil van zijn heer kende, maar geen beschikkingen trof noch handelde volgens diens wil, zal zwaar getuchtigd worden. Wie echter in onwetendheid dingen heeft gedaan die tuchtiging verdienen, zal slechts licht gestraft worden. Van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist; en van hem aan wie veel is toevertrouwd, zal des te meer worden gevraagd’.) 

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘Hoopvol en waakzaam’. Een mens kan en mag hoopvol zijn dat God hem zijn zonden zal vergeven, maar moet wel waakzaam zijn zich niet door zijn zonden te laten meeslepen en daardoor zichzelf van God te verwijderen. Waar hem staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Ik bedoel dit hiermee: God is bereid alle zonden van een mens te vergeven, indien een mens niet alleen zijn zonden betreurt en er berouw van heeft, maar ook God om barmhartigheid en genade vraagt. Maar een mens is zelf verantwoordelijk voor al zijn daden en gedachten. Daarom zal iedere mens waakzaam moeten blijven dat hij niet aan zijn zonden blijft hangen, maar deze, zoveel hij kan, onder het beheer van zijn liefde brengt. Want elk mens heeft zowel de capaciteiten van de hemel, als ook de capaciteiten van de hel in zichzelf. Elk mens heeft de neiging tot zondigen en de neiging tot liefde in zichzelf, dus zowel de hel als de hemel in de eigen ziel. En de mens heeft ook een absoluut vrije wil. Daarmee kan en moet hij kiezen of hij de voorkeur geeft aan de liefde voor God en de naasten, of dat hij voorkeur geeft aan de hel in hem, die oproept om tegen Gods Geboden in te gaan en de eigen zelfzucht, het eigen egoïsme te volgen. Wie bij God wil horen zal dus altijd waakzaam moeten blijven of hij zijn persoonlijke hel – de neiging tot zondige, zelfzuchtige daden – niet de boventoon in zijn leven gaat vormen. En het is echt veel gemakkelijker om het eigen egoïsme te volgen, dan Gods Geboden van liefde voor God en de naasten. Vandaar het al zeer oude beeld van de gemakkelijk begaanbare weg, die naar de hel voert en de moeilijk begaanbare bergweg, vol kuilen, doornen en draken, die naar de hemel voert. Want elk mens is op Aarde gezet om een kind van God te worden, maar zal dan beproeft worde en een zware strijd moeten leveren. Niet met het zwaard van de zelfzucht, die is gemakkelijk te hanteren is en overeen komt met de eigen neiging tot hoogmoed en zelfoverschatting. Nee, met het zwaard van de liefde tegen de eigen persoonlijkheid. Want het is moeilijker om God, die wij niet zien en meestal niet horen, te volgen in Zijn Leer en het onderhouden, dus doen, van Zijn Geboden, dan om de eigen zelfzuchtige verlangens te volgen. En God vraagt van ons mensen om Hem lief te hebben en als bewijs daarvoor een liefde in daden voor onze medemensen, onze naasten, als die onze hulp nodig hebben. Oók als dit tegen onze eigen, tijdelijke belangen in gaat. Als wij iemand op straat zien bedelen, het zelf niet al te breed hebben, dan is het gemakkelijker om zo’n bedelaar voorbij te lopen, dan om de portemonnee te trekken en hem een aalmoes te geven. Maar daarmee geven wij toe aan onze zelfzucht en niet aan onze liefde voor een medemens, een naaste, die hulp nodig heeft. Aannemende natuurlijk dat die bedelaar het echt moeilijk heeft en bedelt omdat hij anders honger moet lijden. Maar zelfs als onze gave eigenlijk niet nodig is, dan nog is de liefde, die wij voor een bedrieger hadden, omdat wij dachten iemand in nood te helpen, bij God meer waard, dan dat ook zo’n medemens onverschillig voorbij werd gelopen. Denk aan de arme weduwe, die twee centen in de offerkist deed, en waarvan God in Jezus Christus zei dat zij meer gaf, dan de rijke mensen, die veel goud erin gooiden. Want bij God gaat het niet om de hoeveelheid van de gave, maar om de liefde die erachter zit voor de naasten. Een glimlach, een vriendelijk woord kan vaak meer doen, dan een materiële gave, maar ook die mag niet achterblijven aan iemand die deze materiele gave nodig heeft om te overleven. God zelf geeft ons het goede voorbeeld, want Hij geeft aan alles wat leeft het voedsel wat een ieder nodig heeft. Egoïstische mensen nemen vaak af, wat God voor hun naasten bedoeld heeft. Maar God is oneindig liefdevol en wijs en als de verdrukking van mensen te groot wordt, dan grijpt God in. Zowel toen Zijn volk, de Israëlieten, teveel werden onderdrukt in Egypte, toen werd dit volk door God bevrijd. Maar ook in onze eigen tijd, nu dat de mensheid teveel moet leiden onder de dwang en dictatuur van onze wereldwijde, duivel aanbiddende elite, die God willen afschaffen en ons allen onder Satans Nieuwe Wereld Orde willen brengen, waarbij zelfs ons menszijn wordt afgeschaft en alle vrijheid wordt ontnomen; nu is het de tijd dat Jezus Christus terug komt op Aarde en alle duivelse krachten en machten afschaft, om alle mensen, die Hem willen volgen te redden. Wij allen krijgen nog een waarschuwing hoe wij er in Gods ogen voorstaan; wie zich bekeert en tot inkeer komt, God om barmhartigheid en genade vraagt, die is alsnog gered voor Gods rijk en voor het eeuwige leven. Ook voor hen zal hun geloof dan de vaste grond zijn van wat zij hopen; leven in eeuwigheid. Voor hen kan dan een geloof komen, zoals die van Abraham, die God geloofde, ook al kon hij het nog niet zien. Maar zijn geestelijk nageslacht – via God in Jezus Christus – is reeds groter dan de sterren aan de hemel en de zandkorrels van alle stranden op Aarde bij elkaar; want Zijn kinderen zijn niet alleen van deze Aarde, maar in de gehele oneindigheid. Maar Jezus Christus heeft gelijk als Hij Zijn volgelingen op Aarde, in alle tijden, Zijn kleine kudde noemt; want de meeste mensen nemen God in Jezus Christus niet serieus, omdat zij liever hun eigen zelfzucht volgen, dan de Leer en Geboden van God doen in hun leven. Daarom moeten die mensen, die Hem  wel willen volgen, altijd waakzaam blijven en daarin niet verslappen. Want wij mensen weten niet wanneer onze Heer en God komt, om ons mee te nemen naar het eeuwige leven. Ons aardse lichaam aan de dood prijs te geven, maar onze ziel naar het hiernamaals te leiden, waar wij een eeuwig en onvergankelijk leven krijgen. Of in ieder geval een voortbestaan, want mensen die God niet willen volgen, zonde op zonde stapelen en in hun egoïsme daar nooit berouw over hebben, lopen een grote kan om in de hel te komen, waar geen liefde, en daarom geen leven te vinden is, omdat liefde en leven precies hetzelfde zijn. Daarom wees liefdevol en waakzaam niet in de valstrikken van de zelfzucht en eigenbelangen te trappen en daardoor de liefde voor God en de naasten kwijt te raken. Want het uur van onze dood weet God alleen en wie in de komende wereldoorlog door een atoombom wordt getroffen, die heeft – letterlijk- nog geen seconde om zijn daden in dit leven te betreuren, zo snel en onverwachts zal de dood dan komen. Maar allen, die oprecht hun best hebben gedaan om volgens Gods Geboden te leven, die zullen zeker onder Gods barmhartigheid en genade vallen en in een hemel terecht komen. Wellicht ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen. 

Amen. 

Cor Huizer.

 









© Cor Huizer 2022
Ontwerp en hosting Maartens automatisering