Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 24 februari 2019.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing 1 Samuel 26,2.7-9.12-13.22-23

In die dagen begaf Saul zich met drieduizend uitgelezen Israelieten op weg naar de woestijn van Zif om David daar te zoeken. David en Abisai kwamen in de nacht bij het leger aan en daar lag Saul in het wagenkamp te slapen. Zijn lans stond aan zijn hoofdeinde in de grond gestoken. Abner en zijn mannen lagen in een kring om hem heen. Toen zei Abisai tot David: 'Nu levert God uw vijand aan u over. Laat mij hem met zijn eigen lans aan de grond priemen! Een stoot en hij is er geweest!'. Maar David zei tot Abisai: Neen, dood hem niet! Wie slaat ongestraft de hand aan de gezalfde van de Heer?'. David nam toen de lans en de waterkruik weg van het hoofdeinde van Saul en zij trokken zich terug. Niemand zag het, niemand merkte iets, niemand werd wakker; iedereen sliep door, want de Heer had hen in een diepe slaap gedompeld. Toen David aan de overkant gekomen was, ging hij ver weg op een berg staan, zodat er een grote afstand tussen hen was. Hij riep Saul en zei: 'Koning, hier is uw lans, laat een van uw mannen hem maar komen halen. De Heer zal ieders rechtschapenheid en trouw vergelden, de Heer had u vandaag aan mij overgeleverd, maar ik heb de hand niet willen slaan aan Zijn gezalfde'.

Tweede lezing 1 Korintiers 15, 45-49

Broeders en zusters, de eerste mens, Adam werd een levend wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest. Maar het geestelijke komt niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het geestelijke. De eerste mens, uit de aarde genomen, is aarde; de tweede is uit de hemel. Zoals de eerste mens van aarde, zo zijn alle aardse mensen, zoals de hemelse mens, zo zullen alle hemelse zijn. En gelijk wij het beeld van de aardse mens hebben gedragen zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse mens.

Evangelielezing Lucas 6, 27-38

In die tijd zei Jezus tot Zijn leerlingen: 'Tot u die naar mij luistert zeg Ik: Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen. Als iemand u op de ene wang slaat keer hem ook de ander toe; en als iemand uw bovenkleed van u afneemt belet hem dan niet ook uw onderkleed te nemen. Geef aan ieder die u iets vraagt, en als iemand wegneemt wat u toebehoort eis het niet terug. Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij ook hen behandelen. Als gij bemint wie u beminnen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook zondaars beminnen wie hen liefhebben. Als gij weldoet aan wie u weldaden bewijzen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Dat doen de zondaars ook. Als gij leent aan hen van wie ge hoopt terug te krijgen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars lenen aan zondaars met de bedoeling evenveel terug te krijgen. Neen, bemint uw vijanden, doet goed en leent uit zonder er op te rekenen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn, dan zult ge kinderen zijn van de Allerhoogste, die immers ook goed is voor de ondankbaren en slechten. Weest barmhartig zoals uw Vader barmhartig is. Oordeelt niet, dan zult ge niet veroordeeld worden. Spreek vrij en gij zult vrijgesproken worden. Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten. De maat die gij gebruikt zal men ook voor u gebruiken'.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: 'Liefde zonder maat'. Omdat God van ieder mens - ook diegenen die Zijn bestaan ontkennen en Hem vijandig gezind zijn - lief heeft zonder maat, daarom vraagt Hij ook van ons mensen Hem lief te hebben zonder maat. Gods Liefde is grenzeloos, evenals Zijn Wijsheid en Zijn Wil. En hier hebben wij dan de gehele Drie-eenheid. Want Gods Liefde is de Vader, die in alles het initiatief neemt, analoog aan een menselijke vader het initiatief nam bij de bevruchting, door met zijn zaad een kind te verwekken. De Wijsheid is uit de Liefde voortgekomen en wordt daarom de Zoon genoemd, en deze Zoon is op Aarde gekomen om ons mensen te redden, als de Godmens Jezus Christus. De Wil van God is de heilige Geest, die alles - dus de gehele Schepping - die de Vader heeft bedacht en door de Zoon is geordend, in het leven roept en doorlopend in stand houdt. Zonden tegen de heilige Geest worden niet vergeven, omdat deze zonden ingaan tegen de Wil van God. Wie God in Zijn Wil tegenwerkt, die zal nooit vergeving krijgen. Dus tegen de liefde van God, de Vader, en tegen Zijn wijsheid, de Zoon, kan men zondigen en vergeven worden, maar wie zondigt tegen Gods wil, de heilige Geest, kan nooit vergeven worden. Dit is ook een geode verklaring voor de ene God in drie Personen, want ook wij mensen hebben liefde, verstand, dus wijsheid en een wil die er voor zorg dat wij volgens onze eigen liefde en eigen wijsheid handelen. Wie God lief heeft boven alles, die wordt door Hem vervuld met de enige Waarheid die nooit, onder geen omstandigheid en geen eeuwigheid verandert. Wie God ontkent of zichzelf tot Zijn vijand maakt, die leeft in een soort van droomwereld, waar hij de waarheid en de leugen niet van elkaar kan onderscheiden. Waar hij staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Dat is heel erg, want wie in de volle zon loopt, die ziet de weg duidelijk en zal niet struikelen; maar wie in volslagen duisternis zijn weg zoekt, ziet niet waar hij loopt en kan gemakkelijk struikelen en de weg kwijtraken. Dat geldt zowel aards gezien, als in geestelijk opzicht. Geestelijk is het zo dat wie bij God loopt, op Hem zijn vertrouwen heeft gesteld, in de volle zon loopt, maar wie zelf zijn wegen door het leven zoekt en alleen op mensen vertrouwd, die komt in volslagen duisternis terecht en weet absoluut niet waar hij naar toe geleid wordt. De Heer onze God liet Jeremia over deze mensen het volgende zeggen, wat in de Schriftlezing van vorige week stond: 'Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt, die bouwt op een schepsel en zich afkeert van de Heer'. Want deze mensen vallen zonder uitzondering in de handen van Satan en zijn helpers en worden, blind en doof voor de Waarheid, naar de hel geleid. Heeft God dit dan gedaan? Nee, absoluut niet! Dat heeft de halsstarrige wil van ieder mens zelf gedaan, door zijn keuzes en wil niet op God, maar op zijn medemensen te richten. En wie dat doet komt gewoon op dwaalwegen en zijn verstand wordt verblind door alle leugens die hij slikt, terwijl hij van de naastenliefde wordt weggeleid om zijn zelfzucht, zijn eigenliefde te gaan volgen. Koning David, nog geen koning in macht, maar wel daartoe gezalfd door Samuel in opdracht van God, koos voor de weg van de liefde. Want Saul was in zijn macht gekomen, toen die op zoek was naar David om hem te doden. David weigerde echter Saul te doden, maar nam enkel zijn lans en zijn waterkruik weg, om te bewijzen dat hij Saul had kunnen doden. Daarmee gaf David ook het bewijs dat hij zijn vijand, die met drieduizend man achter hem was aangekomen, beminde, want hij deed hem geen kwaad. Saul daarentegen raakte zijn koninklijke macht kwijt aan David, omdat hij zich van God had afgekeerd en zijn eigen wegen was gegaan. Was David dan zo vreedzaam mens en deed hij niemand kwaad? Nou nee, hij heeft, in onze ogen, vreselijke dingen gedaan. En toch was hij een man naar Gods hart! Hoe kan dat? Wel David had een zeer grote liefde voor God; hij hield van God boven alles en hij hield van zijn naasten. De vreselijke dingen die hij deed waren tegen zijn vijanden; de vijanden van de Israelieten en van God, die hen naar het leven stonden, omdat zij de God van de Israelieten afwezen en daar niets mee te maken wilden hebben. God had hen reeds eeuwen geduld en zij waren steeds in contact geweest met de God van de Israelieten; maar bespotting en hoon was hun antwoord. Zoals de atheisten en andere, moderne en oude heidenen, dit in onze tijd doen. En weer zal God een zuivering op Aarde bereiken door Zijn vijanden te bestrijden. In de tijd van David deed God dit op kleine schaal door overwinningen op zijn vijanden - die ook Gods vijanden waren - en hen door de legers van de Israelieten uit te laten roeien. Nu doet God het zelf, of laat toe dat wij elkaar uitroeien. Nu niet in Israel en omgeving, maar over de gehele wereld. In Gods goedheid en erbarmen probeert Hij nog zoveel mogelijk mensen te redden van de eeuwige dood in de hel, door ons allemaal te waarschuwen hoe wij er in Gods ogen voorstaan. Wie zich bekeert is gered oor de eeuwigheid; wie ook dan nog God weerstreeft, zal branden in de hel. Eigen wil, eigen keuze, dus eigen schuld! Zij, die God weerstreven, ontkennen en tegenwerken, zijn de aardse mensen en, indien zij zich weigeren te bekeren, zullen zij geen hemelse mensen worden. Maar ook dat hebben zij aan zichzelf te danken! Want wat Jezus Christus ons mensen leerde in Zijn tijd op Aarde, geldt voor alle eeuwigheden, dus ook nu. En wat in het evangelie van vandaag te lezen staat is een verduidelijking van het gebod van naastenliefde. In de christelijke wereld kennen wij het spreekwoord: 'Doe niet een ander iets aan, dat gij niet wilt dat een ander u aan doet'. Jezus Christus zegt het iets anders: 'Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij ook hen behandelen'. Iets anders, maar het komt op hetzelfde neer. Zo hebben - met uitzondering van de Islam - alle grote heidense godsdiensten een soortgelijke spreuk, wat bewijst dat deze godsdiensten allen stammen van de oer-godsdienst, welke reeds bestond voor de Zondvloed. In de Islam is geen naastenliefde te vinden, het is in deze ideologie, vermomd als godsdienst, geheel onbekend, vandaar dat deze spreuk ook geheel, in welke vorm dan ook, onbekend is. Dat geldt ook helaas in alle moderne heidense godsdiensten, die zich geheel van God hebben afgekeerd; ook daar is de liefde niet meer in te vinden. Inclusief in het atheisme! Christenen worden wel opgeroepen om barmhartig te zijn, zoals ook onze Heer en God barmhartig is. Niet door zich door zelfzuchtige mensen op het verkeerde pad te laten voeren; maar door op God te vertrouwen en God ook trouw blijven en ook zelf barmhartigheid te beoefenen. Dat is de Weg naar de hemel. En hoe groter de liefde voor God en de naasten is, hoe waarschijnlijker het is dat deze liefde voor God en voor de waarheid uit God, ons voert naar het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen tegenkomen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN