Schriftuitleg


Schriftuitleg van 1e kerstdag 25 december 2017.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Jesaja 52, 7-10

Hoe lieflijk op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, goed nieuws verkondigt, die heil komt melden, die zegt tot Sion: Uw God regeert! Hoort! Uw torenwachters verheffen hun stem, zij jubelen tegelijk want zij zien, oog in oog de terugkeer van de Heer naar Sion. Barst los in jubel, allen samen, puinen van Jeruzalem, want de Heer heeft zijn volk getroost; Hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren; en alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God aanschouwd.

Tweede lezing Hebreeen 1, 1-6

Broeders en zusters, nadat God eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot onze vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde der tijden, tot ons ge-sproken door de Zoon, die Hij erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat en door wie Hij het heelal heeft gescha-pen. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen. Hij houdt alles in stand door zijn machtig woord. En na de reiniging der zonden te hebben voltrokken heeft Hij zich neergezet ter rechterzijde van de majesteit in den hoge, ver verheven boven de engelen, zo-als Hij hen ook overtreft in de waardigheid die zijn deel is geworden. Heeft God ooit tot een engel gezegd: 'Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt?' Of: 'Ik zal een vader voor Hem zijn en Hij zal mijn zoon zijn?'. Wanneer Hij evenwel de Eerstgeborene opnieuw de wereld binnenleidt zegt Hij: 'Alle engelen Gods moeten Hem hulde brengen'.

Evangelie Johannes 1,1-18

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan. Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht maar hij moest getuigen van het Licht. Het ware Licht dat iedere mens verlicht kwam in de wereld. Hij was in de we-reld; de wereld was door Hem geworden en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Aan allen echter die Hem wel aan-vaardden, aan hen die in zijn naam geloven gaf Hij het ver-mogen kinderen van God te worden. Zij zijn niet uit bloed noch uit begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid. Wij hebben Johannes' getuigenis over Hem toen hij uitriep: 'Deze was het van wie ik zei: Hij die achter mij komt is voor mij, want Hij was eerder dan ik'. Van zijn volheid hebben wij al-len ontvangen; genade op genade. Werd de Wet door Mozes gegeven, de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus. Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren God die in de schoot van de Vader is, Hij heeft Hem doen kennen.

Uitleg:

Het thema van deze Eerste Kerstdag is: 'Het Woord is vlees geworden'. Het Woord van God is vlees geworden betekent dat God, die de Geest is die alles wat maar verder bestaat heeft geschapen uit Zichzelf, een ziel en lichaam voor Zichzelf heeft gemaakt, geschapen om als Mens tussen ons mensen in te wonen. Van de gehele oneindigheid heeft Hij deze kleine en onbeduidende planeet uitgekozen om Mens te worden. Want de mensen van deze planeet zijn voorbestemd om Gods kinderen te worden. Maar dan wel uit eigen vrije wil, want niemand wordt gedwongen om een kind van God te worden en daarna te zijn. Integendeel, wie zijn eigen wegen wil bewandelen, die mag zijn gang gaan en niemand die hem daarin ook maar kan beletten. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Het leven op deze Aarde is bedoeld als proefleven, waarin een mens zich kan ontwikkelen als een waarachtig kind van God, vol van dezelfde liefde, welke God voor Zijn gehele Schepping heeft. Maar, waar het allerhoogste bereikbaar is, daar moet ook het allerlaagste bereikbaar zijn. Waar dus het ware en volmaakte kindschap van God bereikbaar is, daar moet ook het volmaakt slechte bereikbaar zijn; net zo volmaakt duivels als dat Satan is. En beiden alleen door de eigen vrije wil. Vandaar dat wij mensen een absoluut vrije wil hebben gekregen van God onze Schepper, waarmee wij altijd kunnen kiezen tussen het goede en het slechte. Zonder vrije wil zouden wij trouwens geen mensen zijn. Maar ook dat de koning van de hel, Satan met al zijn demonen, dat zijn de oorspronkelijk met hem gevallen duivels, welke nooit in het vlees zijn geweest, hier op deze Aarde de meeste vrijheid hebben gekregen om ons mensen naar de hel te leiden, maar nooit tegen onze eigen wil in. Dat is de grens, die geen duivel kan overschrijden, zoals ook God deze nooit zal overschrijden, of Zijn engelen deze mogen overschrijden. Anders zouden wij tegen onze wil in gedwongen kunnen worden om ofwel naar de hemel te gaan, ofwel een bewoner van de hel te worden. Nee, het is de mens zelf die beslist waar hij na zijn lichamelijke dood terecht zal komen; door ofwel het goede te doen, ofwel het kwade te doen en dat allemaal uit eigen vrije wil. Om ons mensen te helpen heeft God ons Zijn Geboden gegeven, welke allen overeenstemmen met de wetten van de natuur, welke wij van nature in ons hart meedragen en die ook overeenstemmen met het gezonde verstand. Vandaar dat er geschreven staat dat God ieder van ons mensen Zijn Wetten in ons hart heeft gelegd. Kijk, God heeft ook bij ieder dier Zijn wetten, voor iedere soort, in het hart gelegd, maar in tegenstelling tot ons mensen, zijn die niet afhankelijk van de eigen vrije wil, maar opgelegd door Gods Almacht, vandaar dat wij bij dieren spreken van instink. Wij mensen worden niet bestuurt door Gods Almacht, maar door Gods Liefde. Want voor ons mensen is God als een Vader, die ons wil opvoeden, maar niet dwingen om Hem als God en als Vader te accepteren. Misschien daarom zijn er meer mensen, vooral in onze tijd, die God afwijzen, of in ieder geval ongehoorzaam zijn aan Zijn Geboden dan dat er kinderen van God zijn. Meer mensen die zich van God afkeren dan die Hem lief hebben. Meer mensen die handelen tegen hun eigen natuur in - en daarmee ook tegen hun gezonde verstand in - dan er mensen zijn die hun natuurlijke verstand gebruiken en liefde hebben voor God en de naasten. Daarom ook zit de hel overvol. En toch heeft God er alles aan gedaan om ons mensen van de eeuwige ondergang te redden. Vandaag vieren wij mensen dat God op onze Aarde geboren is in een stal te Bethlehem. Zelfs een moeilijk leven op Aarde had God voor ons mensen over, in een tijd dat de mensen God vergeten waren en daarom in de duisternis van ongeloof en bijgeloof leefden, om ons allen te redden en de weg naar God te openen. Wat kon God nog meer voor ons doen? God kwam niet onverwacht op Aarde; Hij had Zijn komst al eeuwen tevoren aangekondigd. Ook Jesaja heeft over Hem geprofeteerd. Hij heeft immers Jeruzalem verlost van het bedrog van die priesters, die Hem beweerde te vertegenwoordigen, maar in werkelijkheid hun eigen hebzucht naliepen en niet meer de leer van Mozes verkondigden. Zoals vele priesters en dominees tegenwoordig ook alleen hun eigen, tijdelijke, welvaart op het oog hebben en hun gelovigen niet meer het Woord van God verkondigen. Paulus liet de mensen, groot geworden in de enige religie die de ware en levende God aanbaden in de tijd voor de komst van Jezus Christus, weten dat de door hen verwachte Messias reeds gekomen was en door hun eigen leiders was vermoord aan een kruis. Hij liet er geen misverstand over bestaat Wie Jezus is; namelijk God Zelf. Want Wie anders dan God kan alles in stand houden door Zijn machtig Woord? En, zou Jezus Christus God niet zijn, waarom zouden dan alle engelen Hem hulde moeten brengen? Dat doen zij alleen omdat zij weten dat Jezus Christus God is, in Zijn Geest zowel de Vader, als de Zoon als de heilige Geest. In Hem woont in Zijn Geest de volheid van God, ook toen Hij nog op Aarde woonde. De Naam van God is dan nu Jezus, terwijl met God de Machten en Krachten, welke de gehele oneindigheid in stand houdt, wordt bedoeld. Maar in Jezus is de kern van God aanwezig, vandaar dat de Naam van onze God, nadat Hij op Aarde heeft geleefd, Jezus is. Daarom is het Jezus Christus die het Woord van God is, welke in onze geestelijke duisternis is gekomen en die wij niet wilden en willen aannemen. Hij en Hij alleen heeft ons Verlost van de grootste macht van Satan, door de dood te overwinnen en van de verbanning, die wij mensen ten gevolge van de zondeval van Adam en Eva hadden gekregen. De verbanning van de plaats waar God woont. Ja, het ware Licht dat iedere mens verlicht kwam in de wereld. Hij was in de we-reld; de wereld was door Hem geworden en toch erkende de wereld Hem niet. Toen niet en ook nu niet! Zeker, er is een tijd geweest dat het zuurdesem van de christelijke beschaving ons land en heel Europa heeft doordesemt, waardoor wij een christelijk werelddeel waren. Niet zondevrij, want altijd was de meerderheid van de mensen meer op zichzelf gericht, dan op de liefde voor God en de naasten. Maar wel christelijk, omdat van hoog tot laag iedere mens nog enigszins rekening hield met de Geboden van God. Satan en zijn handlangers op Aarde hebben vele eeuwen gewerkt om dit ongedaan te maken en zij zijn daarin grotendeels succesvol geweest; wij leven heden wederom in een tijd van heidendom en daarom van geestelijke duisternis, erger nog dan in de tijd van Noach, de tijd van Sodom en de tijd van Jezus Christus. De Leer van Christus is de Leer van God, daarom is er u geen nieuwe Leer vanuit God meer te verkondigen. Nu is het de tijd van zuivering van de goeden en de kwaden en vervolgens het oordelen over levenden en doden. Wie jezus Christus verwerpt en daarin volhardt behoort bij de doden en met hem loopt het slecht af. Wie Jezus Christus volgt in woord en daad behoort toe de levenden en zal, na de dood van het lichaam, eens een hemelbewoner worden. Wellicht ook een bewoner van het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen tegenkomen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN

Webmiep Design  De Rips (GemertBakel)