Schriftuitleg


Schriftuitleg van 25 februari 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Genesis 22, 1-2.9a.10-13.15-18

In die dagen gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tot hem: 'Abraham'. En hij antwoordde: 'Hier ben ik'. Hij zei: 'Ga met Isaac, uw enige zoon, die gij lief hebt, naar het land van de Moria, en draag hem daar, op de berg die Ik u zal aanwijzen, als brandoffer op'. Toen zij de plaats bereikt hadden die God hun had aangewezen, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaac vast, en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van de Heer hem van uit de hemel toe: 'Abraham, Abraham!'. En hij antwoordde: 'Hier ben ik'. Hij zei: 'Raak de jongen met geen vinger aan, en doe hem niets! Ik weet nu dat gij God vreest, want gij hebt Mij uw enige zoon niet willen onthouden'. Abraham keek om zich heen, en bemerkte een ram die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram, en droeg die als brandoffer op in plaats van zijn zoon. Toen riep de engel van de Heer voor de tweede maal uit de hemel tot Abraham, en zei: 'Bij mijzelf heb Ik gezworen - spreekt de Heer - omdat gij dit gedaan hebt, en Mij uw eigen zoon niet hebt onthouden, daarom zal Ik u overvloedig zege-nen, en uw nakomelingen talrijker maken dan de sterren aan de hemel en de zandkorrels op het strand van de zee. Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezit-ten. Door uw nakomelingen komt zegen over alle volken van de aarde, omdat gij naar Mij hebt geluisterd'.

Tweede lezing Romeinen 8, 31b-34

Broeders en zusters, indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet ge-spaard: voor ons allen heeft hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken? Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God die rechtvaar-digt? Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit?

Evangelielezing Marcus 9, 2-10

In die tijd nam Jezus Petrus, Jacobus en Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg waar zij geheel alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veran-derd: zijn kleed werd glanzend en zo wit als geen bleker ter wereld maken kan. Elia verscheen hun samen met Mozes en zij onderhielden zich met Jezus. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: 'Rabbi, het is goed dat we hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia'. Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren allen geheel verbluft. Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem: 'Dit is mijn Zoon, de wel-beminde, luistert naar Hem'. Toen ze rondkeken, zagen ze plotseling niemand anders bij hen dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. Zij hielden het inderdaad voor zich, al vroegen zij zich onder elkaar af wat dat op-staan uit de doden mocht betekenen.

Uitleg:

Het thema van deze tweede zondag van de vasten is: 'Luistert naar Hem'. Luistert naar Hem, ook uw Heer en God, Jezus Christus, die tot u spreekt door Zijn Leer en door uw geweten; als u deze tenminste niet het zwijgen heeft opgelegd, door deze stem in uw hart volkomen te negeren. Want als u uw geweten negeert, door geen acht te slaan op wat uw geweten u ingeeft wat goed en slecht is - vaak genoeg wordt uw geweten door uw verstand bevestigd - dan zwijgt uw geweten op een gegeven moment en bent u doof voor de zachte richtlijnen vanuit de hemel. Maar dan bent u ook meestal geheel of voor het grootste deel geestelijk al gestorven. Als u zo'n mens bent, dan is er een Godswonder voor nodig om u voor het eeuwige leven nog te redden; want uw eigen vrije wil blokkeert elke reddingspoging van vanuit God. God zal u nooit uw vrije wil afnemen, waardoor zelfs God kwaadwillende mensen en duivels niet kan redden, totdat zij zelf gered willen worden. Het geweten van mensen, die niet luisteren naar hun geweten, wordt afgestompt en deze mensen worden doof voor hun geweten, maar ook voor het goede. Zij volgen niet meer God, maar zichzelf. Zeker, ook deze mensen kunnen een vorm van liefde voelen voor andere mensen, maar als het hun uitkomt, volgen zij niet hun geweten - die hebben zij monddood gemaakt - maar hun eigen wegen. Helaas zijn zij daarom zeer gevoelig geworden voor de influisteringen van Satan en zijn demonen - die zij ontkennen en daarom niet in de gaten hebben hoe erg de invloed van deze geesten op hen zijn - en wat zij denken wat naastenliefde is, is in werkelijk heel vaak verborgen eigenliefde. Hierdoor maken zij zelf vaak meer kapot, dan hun lief is en dat bovendien zonder dat zij het zelf inzien. Het niet naar God luisteren in het geweten en in de leer van Jezus Christus heeft zeel grote gevolgen; want het maakt dat mensen die dit doen, God zullen verwerpen en afgoden gaan aanbidden. Ook diegenen die weigeren zelfs maar het bestaan van God te erkennen, want hun afgoden zijn allerlei helden; bijvoorbeeld sporthelden, mensen met grote roem, zoals sommige artiesten en acteurs, mensen met veel geld, waar ook na gestreefd wordt, pseudo wetenschappers aanbidden en alles geloven wat deze verkondigen en meer van al dat fraais. Zelf noemen zij deze 'helden' idolen, wat afgoden betekent. Dat is niet alleen een woord; helaas is dat voor velen de werkelijkheid. Zij geloven vaak elk sprookje en leugen, bijvoorbeeld vanuit de 'wetenschap', om maar niet te hoeven erkennen dat er een ene ware en levende God bestaat, die alles wat bestaat geschapen heeft. En daarmee verwerpen zij God, de Enige die hen eeuwig leven kan geven. Mensen hoeven niet als slecht door het leven te gaan, niet als grote criminelen, om toch in de hel te kunnen belanden; zij hoeven alleen God maar totaal te verwerpen. Tot deze Eindtijd kunnen zulke mensen, als zij nog enige liefde in hun hart hebben voor andere mensen, hun naasten, nog in het Vagevuur belanden en van daaruit in een hemel komen, maar zodra de Grote Waarschuwing is geweest, waarin elk mens, ook elke ongelovige, glashelder wordt gemaakt dat God niet alleen bestaat, maar ook dat Jezus Christus God is, is er een vrije keus, uit ieders vrije wil, om of de uitgestoken Hand van onze God te grijpen, gelovig te worden en Hem om genade, vergeving voor de begane zonden te vragen en om barmhartigheid en hij zal gered zijn voor het koninkrijk van God; of de uitgestoken Hand van God te weigeren en door te gaan op zijn eigen wegen, maar dan komt hij, uit eigen vrije wil, onherroepelijk in de hel. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Alle mensen kennen, na de Waarschuwing, de Waarheid uit God en zijn niet langer misleid. Wie dan nog weigert deze Waarheid te volgen, gaat ook in tegen zijn eigen verstand. Deze Waarschuwing is de laatste hulp, de laatste Hand van redding, welke God alle mensen aanbiedt, om nog zoveel mogelijk zielen te redden voor het eeuwige leven. Wie daarna nog steeds weerspannig is, die kiest zelf, uit eigen vrije wil, voor een eeuwig verblijf in de hel. Hij kent absoluut de gehoorzaamheid van Abraham niet, maar alleen de stijfkoppigheid en ongehoorzaamheid van Satan en diens volgelingen, waar hij er zelf dan een van is. Abraham was een oude man en had slechts een wettige zoon gekregen van God. Maar toen God van hem vroeg om deze enige zoon, die hij meer lief had dan zichzelf, aan God te offeren, aarzelde hij niet en ging met zijn zoon op weg naar het land van Moria. God echter wil geen mensenoffers, maar met deze daad bewees Abraham dat hij God meer lief had dan welke van Gods schepselen dan ook, zelfs meer dan zijn eigen zoon. Deze gebeurtenis leert ook ons mensen van deze tijd en van alle tijden hoe wij God lief dienen te hebben. God liet niet toe dat Abraham dit offer echt uitvoerde, maar zond een ram om in plaats van Isaac te offeren. Het was ook voorafbeelding van het grote offer van onze Heer Jezus Christus, die wel de lichamelijke dood stierf, als Lam Gods, aan een kruis. De nakomelingen van Abraham worden niet zozeer zijn lichamelijke nakomelingen mee bedoeld, maar zijn geestelijke nakomelingen; allen die Jezus Christus volgen in hun denken, spreken en handelen. En niet alleen beperkt tot deze Aarde, maar in de gehele oneindigheid. Inderdaad meer dan de zandkorrels op het strand, of de sterren aan de hemel. Echter, de vijanden van God zullen de christenen - de volgelingen van Jezus Christus - vervolgen tot aan Zijn wederkomst, maar Paulus heeft ons allen een 'hart onder de riem gestoken' in zijn brief aan de Romeinen. Tegen ons christenen zijn de vijanden van God, maar die kunnen hooguit het lichamelijke leven afnemen - het lichaam die wij toch een keer verliezen - maar niets meer. Veel belangrijker is dat God ons niet veroordeeld, die ook de onze ziel kan afnemen en daarmee onze persoonlijkheid. Dus eigenlijk kan niemand ons christenen veroordelen, hooguit voor onze tijd op Aarde, maar nooit voor de eeuwigheid. Want Jezus Christus is God en wie Hem navolgt heeft leven tot in eeuwigheid. Dat Jezus Christus God is, ondervonden Petrus, Jakobus en Johannes, toen Jezus hen meenam op de berg Thabor, waar zij te zien kregen dat Hij echt God is. Daartoe ook nog bevestigd, toen de Vader vanuit een wolk tot hen sprak. Dat zij niet begrepen dat Hij, na Zijn lijden en sterven ook moest opstaan, omdat de Levende niet onder de doden kon blijven, is eigenlijk heel begrijpelijk; zij wisten, zoals alle mensen, niet wat er in hun toekomst hen stond te wachten. Maar voor hen was het wel een grote stimulans om, ongeacht wat de toekomst hen zou brengen, altijd bij Jezus Christus te blijven; lichamelijk zolang het kon, geestelijk de rest van hun leven. En wie dit doet in hun navolging, is zeker van het eeuwige leven in de hemel. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden als daadwerkelijke christenen leven en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen ontmoeten.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN