Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 28 juli 2019.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Genesis 18, 20-32

In die dagen zei de Heer: 'Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op! Uitermate zwaar is hun zonde! Ik ga naar beneden om te zien of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep die tot Mij is doorgedrongen; Ik wil het weten'. Toen gingen de mannen op weg in de richting van Sodom. De Heer bleef echter nog bij Abraham staan. Abraham trad op Hem toe en zei: 'Wilt Ge werkelijk met de boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen? Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij die dan verdelgen? Zult Gij de stad geen vergiffenis schenken omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen? Zoiets kunt Ge toch niet doen: de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven! Dan zou het de rechtvaardigen vergaan als de boosdoeners; dat kunt Ge toch niet doen! Zal Hij die de hele aarde oordeelt, geen recht laten geschieden?'. En de Heer zei: 'Als Ik in de stad Sodom vijftig rechtvaardigen vind, zal Ik omwille van hen de hele stad vergiffenis schenken'. Abraham begon weer en zei: Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken, ofschoon ik maar stof en as ben? Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf; zult Gij dan toch om die vijf de hele stad verwoesten?'. En Hij zei: 'Ik zal haar niet verwoesten als ik er vijfenveertig vind'. Opnieuw sprak Abraham tot Hem: 'Misschien zijn er maar veertig te vinden'. En de Heer zei: 'Dan zal Ik het omwille van die veertig niet doen'. Nu zei Abraham: 'Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog eens aandring: misschien zijn er maar dertig te vinden'. En de Heer zei: 'Ik zal het niet doen als Ik er dertig vind'. Abraham zei opnieuw: 'Ik ben wel vrijpostig als ik bij mijn Heer blijf aandringen; maar misschien worden er maar twintig gevonden'. En de Heer zei: 'Ook omwille van die twintig zal Ik de stad niet verwoesten'. Abraham zei nogmaals: 'Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog een keer spreek, misschien zijn er maar tien te vinden'. En de Heer zei: 'Ik zal de stad niet verwoesten, zelfs al zijn er maar tien'.

Tweede lezing Colossenzen 2, 12-14

Broeders en zusters, in de doop zijt gij met Christus begraven, maar ook met Hem verrezen door uw geloof in de kracht van God die Hem uit de dood deed opstaan. Ook u die dood waart ten gevolge van uw zonden en door uw morele onbehouwenheid heeft God weer levend gemaakt met Hem. Hij heeft ons al onze zonden vergeven. Hij heeft de oorkonde verscheurd die met haar bezwarende bepalingen tegen ons getuigde. Hij heft haar vernietigd en aan het kruis genageld.

Evangelielezing Lucas 11, 1-13

Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem: 'Heer, leer ons bidden. Zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft'. Hij sprak tot hen: 'Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, en vergeef ons onze zonden, want ook wij vergeven aan ieder die ons iets schuldig is. En leid ons niet in bekoring'. Hij vervolgde: 'Stel, iemand van u heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander van binnen uit dan antwoorden: Val me niet lastig; de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het u te geven? Ik zeg u, als hij niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt verkrijgt; wie zoekt vindt; en voor wie klopt doet men open. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt zal hij hem in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus - ofschoon ge slecht zijt - goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen'.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: 'Zoek Mijn barmhartigheid'. God, die onze Vader wil zijn, als wij mensen Hem als Vader willen erkennen, roept alle mensen op: Zoek Mijn barmhartigheid! Want alle mensen zijn zondaren, daarom hebben wij allen Gods barmhartigheid erg hard nodig. Zouden wij alleen door Gods gerechtigheid geoordeeld worden, dan was de hemel helemaal leeg. Maar, indien wij de liefde van God voor ieder van ons beantwoorden met onze eigen liefde voor God boven alles en liefde voor onze naasten als voor onszelf, dan wordt ons mensen heel veel vergeven. Iets anders is als wij God afwijzen, bijvoorbeeld door te ontkennen dat Hij bestaat of God, die Liefde is als 'weerzinwekkend' te benoemen, ja dan zal Gods barmhartigheid niet aan die mensen gegeven worden, die dit doen; want zij willen geen barmhartigheid en hebben zelf geen barmhartigheid. Maar de goedwillende mensen, die God als hun Vader willen, berouw hebben over hun zonden , die krijgen van God uit heel veel vergeving en barmhartigheid. En toch, ondanks wat ik hiervoor schreef, krijgen ook de kwaadwillende mensen, die God afwijzen, veel barmhartigheid, maar zullen deze nooit als zodanig herkennen en erkennen. Want God zorgt ervoor dat ook zij alles wat zij nodig hebben - en meestal veel meer - ontvangen, waardoor zij op Aarde kunnen leven. Ja, soms zelfs grote aardse rijkdom kunnen vergaren. Maar deze zeer zelfzuchtige mensen, die God afwijzen maar zich volledig storten op aardse rijkdom, macht en vermaak, kunnen op Aarde een voor hen bevredigend leven leiden, maar na de dood blijken zij allen geestelijk al afgestorven te zijn. Rijkdom, aardse bezittingen, dat alles moet elk mens achterlaten bij zijn lichamelijke sterven. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Maar in het hiernamaals komt elk mens in een omgeving, die overeenstemt met zijn geestelijk leven. Want het enige wat wij mensen meenemen naar het hiernamaals is de liefde. Wie enkel liefde had voor zichzelf op Aarde heeft ook geen liefde voor anderen in het hiernamaals. En aangezien de liefde voor God en de naasten de gehele rijkdom betekent, welke wij in het hiernamaals kunnen hebben, komen zij armer dan de armste mens op Aarde aan in het hiernamaals en bovendien nog op een plaats waar de duisternis van het egoisme heerst en er geen spoor, voor wie dan ook, te vinden is van liefde. Deze ellendige plaats wordt hel genoemd. Heel anders gaat het met een mens die, reeds hier op Aarde, vervuld is van liefde voor God en de naasten. Hij komt in een paradijs, een hemel terecht en heeft een leven in overvloed, ook als hij op Aarde staatarm was. Zijn omgeving is niet donker, maar goed verlicht door Gods genadezon. Hij komt in een omgeving, waar geen haat voorkomt, maar enkel wederzijdse liefde. Kortom, liefde voor God en de naasten levert niet alleen op Aarde veel voordelen op, maar nog veel meer in het hiernamaals. God in Jezus Christus heeft ons mensen immers beloofd: 'Al zijn uw zonden zo rood als scharlaken, indien u veel liefde heeft, dan wordt u ook heel veel vergeven'. Maar, ondanks alle bewijzen van Gods goedheid, die Hij doorlopend over ons mensen uitstort, ondanks de beloften dat het heel goed met ons zal gaan als wij ons aan Zijn Geboden van liefde zouden houden, ondanks een gezonde Leer van God, die precies past op onze eigen natuur, willen de meeste mensen niets van God weten en brengen zij hun leven door in grote zonden, waar zij nooit berouw over hebben. Is het dan vreemd dat God, zo nu en dan, een weerbarstig volk van de Aarde wegneemt, omdat zij geestelijk volledig verloren aan het gaan zijn? In Sodom en Gomorra leefde zo'n volk, die alle liefde voor God en hun naasten hadden verloren en daarom, uit pure zelfzuchtige lust, met iedereen seks bedreven; geen huwelijkstrouw en ongeacht het geslacht. Abraham had medelijden met hen en pleitte bij God om het milderen van Zijn gericht. God stemde in als hij maar tien rechtvaardigen onder dit hele volk vond, Hij hen allen zou sparen. Hij vond er slechts een: Lot. En Lot en zijn gezin werden gespaard, ja er werd zelfs een kleine plaats gespaard, omdat Lot daar wilde gaan wonen. Dat Lots vrouw in een zoutpilaar veranderde kwam, omdat nadat zij gewaarschuwd was, toch met leedvermaak om keek en toen kreeg waarvoor zij was gewaarschuwd. Had zij in medelijden omgekeken, dan had zij haar weg kunnen vervolgen, want dan was dat een daad van liefde geweest. Maar leedvermaak is dat niet, dat is een daad van zelfzucht, van onbarmhartigheid. Onze tijd, de tijd waarin wij nu leven, is vele malen slechter dan Sodom en Gomorra. Onze misdaden zijn heel veel erger. Niet alleen wordt de dwaasheid dat God niet zou bestaan, niet meer tegen zichzelf gezegd, maar nu van de daken afgeschreeuwd. Niet alleen zijn wij nog veel beestachtiger in onze seksuele omgang met elkaar, maar vermoorden ook de uit onze grenzeloze lusten voortgekomen kinderen in grote massa's. Eigenlijk verdienen wij het dat God nagenoeg alle mensen van de Aarde wegvaagt en weer met enkele mensen opnieuw begint de Aarde op te bouwen. Maar God, in Zijn eindeloze barmhartigheid, heeft voor ons mensen een beter lot voorbereid. Hij zal ons allen individueel waarschuwen en allen, die in berouw om genade en vergeving vragen, zullen gered zijn en de nieuwe Aarde mogen betreden, welke een paradijs zal zijn, omdat daar alle slechte mensen van verdwenen zullen zijn. Wie ook na deze waarschuwing blijft volharden in hun zelfzuchtige slechtheid, die wacht de hel, nog voordat Jezus Christus wederkeert op Aarde. Maar vragen zij daar niet zelf om? Zij kunnen zich ook tot christen laten dopen en, met Christus begraven, ook met Hem verrijzen door hun levende geloof in God in Jezus Christus. Een levend geloof is geloof omgezet in daden van geloof, want zonder deze daden is elk geloof dood. God heeft ons immers een praktisch geloof gegeven, als wij ons leven daarnaar inrichten en doen wat God ons heeft geleerd, dan pas is een geloof werkelijk levend. Dat is niet alleen bidden met de mond, maar het hart ver van God verwijdert hebben. Zo heeft jezus Christus het ons niet geleerd. Hij heeft ons het Onze Vader gegeven, maar niet bedoeld als een lippengebed, maar als een gebed in liefde en dankbaarheid. Het Onze Vader moet niet alleen over de lippen komen, maar uit het hart en wij zullen God ook als onze liefhebbende Vader moeten gaan zien en Hem met kinderlijke gehoorzaamheid dienen te gehoorzamen. Een vader vraagt wel gehoorzaamheid van zijn kinderen, maar een verstandige vader, die geen dictator is, blijft van zijn kinderen houden, ook als zij hem ongehoorzaam zijn. Zo is het ook met God; God heeft ons mensen geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Hiermee heeft God voor ons mensen de Weg geopend om Zijn kinderen te worden. Maar wel met een voorwaarde: wij mensen moet zelf een kind van God willen worden! Daartoe heeft God ons mensen een absoluut vrije wil gegeven; wij kunnen Zijn grote geschenk in dankbaarheid aannemen, maar wij kunnen dit geschenk ook verwerpen, maar daarmee ook het kindschap van God. Niemand kan op eigen kracht een kind van God worden; wij hebben de leiding en hulp van God hierbij nodig. Niemand kan God bedriegen, dus doen alsof hij een kind van God wil worden, maar als het een beetje moeilijk wordt, eigen wegen gaan. Om ons te testen, te beproeven, of wij standvastig zijn ook in moeilijke omstandigheden, krijgt elk mens de nodige moeilijkheden te verwerken in zijn leven. Wie op God blijft vertrouwen en Zijn wil blijft doen, die behaald de eindstreep en wint de zegekrans van een geslaagd leven. Wie zich vanwege moeilijkheden van god afkeert en zijn eigen wegen gaat bewandelen, die stoot God en zijn eigen leven van zich af; mogelijk beland hij in het Vagevuur maar hij kan ook, indien hij te ver van God is afgedwaald, in de hel komen. Maar elk mens komt op Aarde om beproeft te worden; het zogenaamde nieuwe Onze Vader, welke de Nederlandse en Belgische bisschoppen hebben gemaakt, is een aanfluiting van Gods goedheid. Daarin wordt immers gevraagd om ons mensen 'niet in beproeving te brengen', wat nu juist het doel is om van ons mensen kinderen van God te maken. Het is beter het oude Onze Vader te bidden en God te vragen ons niet te leiden in bekoring; dus ons te helpen om geen zonden te begaan. Een mens die tot God bid - praat met God - en Hem vraagt hem te helpen een kind van God te worden, komt in ieder geval in de hemel. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN