Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 30 december 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing 1 Samuel 1,20-22.24-28

In die dagen werd Hanna zwanger en in de loop van het jaar bracht zij een zoon ter wereld. Zij noemde hem Samuel, 'want', zei ze, 'ik heb hem van de Heer afge-smeekt'. Toen Elkana weer met zijn gehele gezin op reis ging om het jaarlijks offer op te dragen en zijn gelofte in te lossen, ging Hanna niet mee, want - zo zei zij tot haar man - 'ik ga de jongen pas brengen als hij aan de borst ont-wend is; dan zal hij voor de Heer treden en altijd bij Hem blijven'. Zodra hij van de borst was, nam Hanna Samuel mee, met een driejarige stier, een efa meel en een zak wijn. Zij bracht de jongen, zo klein als hij was, naar de tempel van de Heer in Silo. Zij slachtten de stier en brachten de jongen naar Eli. Daarbij zei Hanna: 'Met uw verlof, mijn heer, zo waar u leeft, mijn heer, ik ben de vrouw die hier gestaan heeft om tot de Heer te bidden, in uw tegenwoor-digheid. Om deze jongen heb ik gebeden en de Heer heeft mij gegeven wat ik van Hem heb afgesmeekt. Daarom sta ik hem aan de Heer af. Zolang hij leeft, blijft hij de Heer af-gestaan'. En zij bogen zich daar voor God de Heer neer.

Tweede lezing 1 Johannes 3, 1-2.21-24

Vrienden, hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook. De wereld begrijpt ons niet en ze kent ons niet omdat zij Hem niet heeft erkend. Vrienden, nu reeds zijn wij kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geo-penbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is. Dierbare vrienden, daar ons geweten ons dus niet hoeft te veroordelen mogen wij vrijmoedig met God omgaan; wij krijgen van Hem alles wat wij vragen om-dat wij zijn geboden onderhouden en doen wat Hem aan-genaam is. En dit is zijn gebod: van harte geloven in zijn Zoon Christus en elkaar liefhebben zoals Hij ons bevolen heeft. Wie zijn geboden onderhoudt blijft in God en God blijft in hem. En dat Hij in ons woont weten we door de Geest die Hij ons gegeven heeft.

Evangelielezing Lucas 2,41-52

Ieder jaar reisden de ouders van Jezus bij gelegenheid van het Paasfeest naar Jeruzalem. En overeenkomstig het ge-bruik bij dit feest gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was. Maar na afloop van die dagen keerden zij naar huis terug. Het kind Jezus bleef echter in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten. In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond, gingen zij een dagreis ver, en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden. Omdat zij Hem niet vonden keerden zij al zoe-kende naar Jeruzalem terug. Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar Hij te midden van de leraren zat naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde. Allen die Hem hoorden waren verbaasd over zijn inzicht en zijn antwoorden. Toen zijn ouders Hem daar opmerkten ston-den zij verslagen. Zijn moeder zei tot Hem: 'Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht'. Maar Hij ant-woordde: 'Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?'. Zij be-grepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde. Hij ging met hen mee naar Nazareth en was aan hen onderdanig. Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart. En met de jaren nam Jezus toe in wijsheid en welgevallig-heid bij God en de mensen.

Uitleg:

Het thema van deze zondag van het feest van de Heilige Familie is: ‘Op zoek naar onze wortels’. Op zoek gaan naar onze wortels, is op zoek gaan waar wij vandaan komen. Dat kan lichamelijk; wie zijn onze voorouders? Dat kan ook geestelijk; hoe komt het dat wij mensenkinderen zijn geworden? Is dat een kwestie van materiële evolutie, dus op materiële wijze geëvolueerd uit een andere diersoort? Of is alles wat bestaat geschapen door God en kan er enkel sprake zijn van een geestelijke evolutie? Maar dan is de diepste oorzaak van ons bestaan God! Dan zijn wij geen dieren, maar mensen, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis! Niet geschapen om een dierlijk leven te leiden, maar om kinderen van God te worden en te zijn. En alleen dat geeft zin aan het leven; want dan zijn wij niet op Aarde voor een bepaalde tijd – zoals planten en dieren – maar zijn wij alleen op Aarde om ons te beproeven of wij geschikt zijn voor de grote gave van het kindschap van God. Immers, God wil niemand dwingen om Zijn kind te zijn – wij mogen ook schepselen blijven – maar het kindschap zal uit eigen vrije wil verlangt moeten zijn; elke mens zal er zelf voor moeten kiezen. Want onze tijd op Aarde is weliswaar afgemeten en kort, maar pas na het aardse leven begint de eeuwigheid in het rijk der geesten. God is Geest en Zijn Schepping was in eerste instantie geheel geestelijk. Helaas waren er een aantal geesten die zichzelf inbeelden dat zij meer waren dan God en kwamen tegen Hem in opstand. Als gevolg daarvan werden deze geesten in de loopt van de tijd in de materie gevangen genomen. God had hen ook kunnen doen ophouden te bestaan, maar God koos voor hen de lange weg terug naar Zijn rijk. Op enkele engelen na, die gekozen hebben – in navolging van hun Heer en God – om te incarneren en zo het volle kindschap van God te bereiken, zijn wij allen genomen uit de gevallen engelen, die met Lucifer in opstand kwamen tegen God en in de materie gevangen werden. Alle materie bestaat daar uit; ook dat wat wij waar kunnen nemen in het kleine stukje heelal met al haar sterren. Maar de oneindigheid is oneindig veel groter en zo ook de materiële werkelijkheid, dan wat wij kunnen zien. Voor God is eigenlijk helemaal niets groot. De mensen, die van onze Aarde stammen – de meeste mensen – hebben een lange geestelijke weg gegaan door het rijk van mineralen, planten en dieren, alvorens zij samengevoegd zijn in een mensenziel, het eindproduct. U kunt dat ook een geestelijke evolutie noemen; maar een materiële evolutie bestaat niet; dus de ene soort kan onmogelijk, materieel in een andere soort overgaan. Wel kunnen eenvoudige zielen over gaan in hogere en meer intelligente zielen; waarbij een aantal lagere zielen één hogere ziel vormen. Maar denken dat een aap ooit een mens kan worden – zonder daartoe door God apart te worden geschapen, door in zijn ziel meerdere dierenzielen op te nemen – is nonsens! Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Nu wij het toch over geslacht hebben: het is eveneens nonsens dat God zich ooit kan vergissen in welk geslacht wij op Aarde komen; wie als man geboren wordt is een man en wie als vrouw geboren wordt is een vrouw. Het ‘verkeerde’ lichaam hebben is lariekoek! Want zie, het lichaam is de vermaterialisering van de ziel. Zoals de ziel – het eigenlijke leven van het lichaam – is, zo is ook het lichaam. En God heeft ons mensen slechts twee geslachten gegeven: man of vrouw; alles wat wij er zelf bij verzonnen hebben zijn leugens en misleiding. Gaan wij dus op zoek naar onze wortels, dan kan dat geestelijk alleen zijn dat wij op zoek gaan naar God; die ons als man of vrouw heeft geschapen. Met ieder geslacht zijn eigen specifieke taken in het aardse leven, welke aansluit bij de ziel die wij hebben. Mannen nemen, voor de geboorte van het nageslacht, het initiatief door de donatie van het zaad, het sperma. Wanneer God het toestaat dan is er een kinderziel, die graag wil incarneren, bij de bevruchting aanwezig is, wordt de vrouw zwanger. Vervolgens draagt zij haar kind ongeveer negen maanden onder het hart en geeft ook daarna, in eerste instantie, het kind niet alleen alle verzorging, maar ook voedsel uit haar eigen lichaam; zij geeft haar kind de borst. De taak van de moeder is om het kind – en haar man – te verzorgen en te voeden en de basis te leggen van de opvoeding. Pas later komt de vader in beeld. Daarom hebben, door alle eeuwen heen, vrouwen verlangt om moeder te worden, want dat is de belangrijkste taak die God aan een vrouw heeft gegeven. Ook Hanna wilde moeder worden, maar het lukt niet echt. Pas toen zij God smeekt om haar hartenwens te vervullen, kreeg zij een zoon, Samuël. En haar eerste kind stond zij weer af aan God, die het haar had gegeven en dit kind, Samuël werd een grote profeet in het oude Israël. Wat zij deed gaat eigenlijk in tegen elk moederinstinct; haar kind op jonge leeftijd afstaan. Maar zij stond hem wel af aan de wortel van elk bestaan: God! Het was ongetwijfeld zwaar, maar zonder God had zij helemaal geen kinderen gehad. En God vraagt van ons mensen onze liefde boven alles; óók boven de liefde voor onszelf en onze kinderen. Want groter dan onze liefde is de liefde die de Vader in de hemel ons betoond heeft. Wij mogen allen kinderen van God zijn; maar alleen als wij dat zelf willen. God zal ons daartoe nooit dwingen, maar wie wil en Gods Geboden onderhouden, die mensen mogen eens bij Hem wonen. Wie echter meer van Zijn Schepping houdt dan van God, die zal jet kindschap van God onthouden worden; want die mensen zijn werelds en erkennen God niet, maar gaan hun eigen dwaalwegen door het leven. Dat mag, maar is niet wijs en al helemaal niet liefdevol. Want de Weg van God door het leven bestaat juist uit liefde voor God en voor alle naasten. Neem daarbij eens een voorbeeld aan Jozef en Maria. Jezus Christus is God die Mens is geworden en dat wisten zij heel goed. Maar, zolang Hij kind was, waren zij toch bezorgd voor Zijn welzijn, zoals alle goede ouders dat voor hun kinderen zijn. Natuurlijk kon Hem niets overkomen; Hij had de macht van God in zich. Toch, toen zij Hem op weg van Jeruzalem naar huis kwijtraakten, gingen zij vol bezorgdheid en al zoekende terug naar Jeruzalem. Vol angst dat hun lieveling iets was overkomen. Natuurlijk was dat niet het geval en zij vonden Hem terug in de Tempel, het middelpunt van de Joodse Kerk in de dagen. Zijn antwoord op hun vragen begrepen zij niet; maar Hij ging met hen terug naar huis. En, alhoewel Hij God was en is, dus alles veel beter wist dan Jozef en Maria, gehoorzaamde Hij hen als mensenkind. Zoals eigenlijk elk kind zijn ouders zou moeten gehoorzamen, zolang hij niet volwassen is. Maar gehoorzaamheid is in onze dagen een lelijk woord geworden. Toch, wie Gods rijk wil bereiken, zal God toch moeten gehoorzamen in Zijn Geboden; de enige Weg door het leven waar de hemel mee bereikt kan worden. Wie voldoende liefde heeft en het wereldse zoveel mogelijk heeft afgelegd, kan ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus komen, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN