Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 31 maart 2019.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Jozua 5, 9a.10-12

In die dagen sprak de Heer tot Jozua: 'Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld'. Terwijl de Israelieten in Gilgal gelegerd waren, vierden zij het paasfeest op de veertiende dag van de maand, in de avond in de vlakte van Jericho. En daags na Pasen, juist op die dag, aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan dat van het land zelf afkomstig was. De volgende dag hield het manna op; ze konden nu eten wat het land voortbracht. Voortaan kregen de Israelieten geen manna meer; zij aten geduren-de heel het jaar wat Kanaan voortbracht.

Tweede lezing 2 Korintiers 5, 17-21

Broeders en zusters, wie in Christus is, is een nieuwe schepping: het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen.. En dit alles komt van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons, apostelen, de dienst van die verzoe-ning toevertrouwd. Ja, God was het die in Christus de we-reld met zich verzoende: Hij telde de fouten van de men-sen niet en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee. Wij zijn dus afgezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus' naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.

Evangelielezing Lucas 15,1-3.11-32

In die tijd kwamen de tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren. De Farizeeen en de Schriftgeleerden morden daarover en zeiden: 'Die man ontvangt zondaars en eet met hen'. Hij hield hun deze ge-lijkenis voor: 'Een man had twee zonen. Nu zei de jongste van hen tot zijn vader: Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb. En de vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna pakte de jongste zoon alles bij elkaar en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land die hem het veld instuurde om varkens te hoeden. En al had hij graag zijn buik willen vul-len met de schillen die de varkens aten, niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot nadenken en zei: Hoeveel daglo-ners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten maar neem mij aan als een van uw dagloners. Hij ging dus op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem al in de verte aan-komen en hij werd door medelijden bewogen; hij snelde op hem toe viel hem om de hals en kuste hem hartelijk. Maar de zoon zei tot hem: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te he-ten. Doch de vader gelastte zijn knechten: Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan, steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan. Haalt het ge-meste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden. Ze begonnen dus feest te vieren. Intussen was zijn oudste zoon op het land. Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat dat te betekenen had. Deze antwoordde: Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekre-gen. Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen. Toen zijn vader naar bulten kwam en bij hem aandrong gaf hij zijn vader ten antwoord: Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden, toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven om eens met mijn vrienden feest te vieren. En nu die zoon van u is gekomen die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het ge-meste kalf laten slachten. Toen antwoordde de vader: Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is ook van jou. Maar er moet een feest en vrolijkheid zijn, omdat die broer van je dood was en levend is geworden, verloren was en is teruggevonden'.

Uitleg:

Het thema van deze vierde zondag van de Vasten is: 'Door de Vader gegeven'. Ons leven is ons gegeven door God de Vader. Liefde is het leven in God; daarom is ook de liefde in elk van Zijn schepselen ook het leven van dat schepsel. Maar vooral in ons mensen, die zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, en daarom voorbestemd zijn om Zijn kinderen te worden, is de liefde heel belangrijk. Want God is Liefde en de enige Weg naar God toe is de Weg van de liefde door ons leven. De liefde voor God en daardoor voor onze naasten. Zonder dat wij God lief hebben, kunnen wij niet onze naasten lief hebben om die naaste zelf. Wel een zelfzuchtige liefde, die wij dan projecteren op onze naaste. Maar dat is een nuttige liefde; zolang een naaste, op welke wijze dan ook, nuttig is voor mijzelf, is mijn liefde er ook voor die naaste, maar zodra deze niet langer nuttig meer is voor mijzelf, is er van liefde geen spoor meer te vinden. Anders gezegd: zonder liefde voor God vervalt ieder mens in een duivelse, helse liefde, wat geen liefde voor de naaste is, maar eigenliefde en zelfzucht, waarbij de naaste wel nuttig kan zijn - en dan ook een soort van voorgewende liefde kan ontvangen - maar, omdat dit geen echte liefde is, verdwijnt zelfs deze voorgewende liefde totaal zodra deze naaste niet langer nuttig meer is voor de eigenliefde, zelfzucht en eigenbelangen. Alleen de liefde, afkomstig van God, is een echte liefde voor de naasten; deze blijft, ook als een naaste niet meer nuttig is of zelfs wanneer een naaste een vijand wordt, door diens keuzes in zijn leven. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. De liefde in de mens van God uit - die een mens alleen kan verwerven door van God boven alles te houden - dus lief te hebben - is daarom een echte liefde, omdat deze niet verdwijnt. Niet zolang wij op Aarde wonen en zelfs niet in het oneindige hiernamaals. Deze liefde blijft voorgoed en is daarom een waarachtige liefde. En wie liefde heeft voor God en zijn naasten, die heeft ook het eeuwige leven in zich, omdat liefde en leven precies hetzelfde is. Maar, wie door zijn zelfzucht en eigenliefde zich van God afsnijd - doordat hij geen liefde heeft voor God, maar enkel voor zichzelf - die is geestelijk dood, ook al leeft zijn lichaam op Aarde de voor hem bepaalde tijd voort. Want, zoals eerder opgemerkt, omdat liefde en leven hetzelfde is, is er geen leven als er geen waarachtige liefde is voor God en de naasten. Maar let op! Voor God zal onze liefde grenzeloos zijn, omdat Gods liefde voor elk van ons mensen grenzeloos is. Maar voor onze naasten is er een grens gesteld: wij mensen hoeven niet meer liefde te hebben voor onze naasten als de liefde die wij, ieder voor zich, hebben voor onszelf. Bovendien is niet elk mens op Aarde automatisch onze naaste. Alleen die mensen waar wij mee in contact komen en die ons niet vijandig gezind zijn. Maar voor onze naasten zullen wij, volgens deze regel, doen wat wij redelijkerwijs kunnen verwachten dat onze naaste ook voor ons zou doen. Daar hoort niet bij mee gaan met zondaars, in het plegen van zonden, en met godslasteraars. Ook niet aan het meewerken van de vernietiging van eigen cultuur en beschaving. Invallende vijanden mogen bestreden worden en, indien niet anders mogelijk om eigen leven, bezit, cultuur en beschaving te redden, zelfs gedood worden. Dat ook is de achtergrond dat God, in de geschiedenis van de Israelieten, zoveel oorlogen heeft goedgekeurd tegen de vijanden van Israel en van God. Afgodendienaars, die hun verwerpelijke leer, stammend uit de hel, aan in God gelovige mensen willen opleggen, mogen bestreden worden. En werden in het verleden bestreden, soms op een direct bevel van God. Jozua trok met de Israelieten het beloofde land binnen, waar de Kanaanieten zich reeds hadden gevestigd. Zij veroverden een aantal steden, met Jericho als eerste. Op Gods bevel werd al het leven in Jericho gedood; mensen en dieren. Kennelijk zat het heidendom er zo diep in, dat dit met wortel en tak moest worden uitgeroeid. Zoals ook nu, zo vlak voor de wederkomst van Jezus Christus, het moderne heidendom zo diep zit en zo sterk over de wereld uitgebreid, dat vele miljoenen mensen - misschien wel miljarden - zullen sterven door oorlogen en natuurrampen. Want ook Satan, die nu als heerser van de wereld zich heeft opgesteld - terwijl alleen God de echte Heerser is - moet in deze eindstrijd om de mensenzielen verslagen worden en allen die - ook nadat zij duidelijk zijn gewaarschuwd en de Waarheid vanuit God weten - achter Satan aan blijven lopen, zullen sterven. Overigens wel hun eigen keuze uit eigen vrije wil! Nadat het land voor de Israelieten was veroverd, vierde zij op de vlakte van Jericho het joodse Pasen. Vanaf die tijd hield de dagelijkse gift van het manna op, want zij konden nu zelf het land bebouwen en voedsel telen. En, zolang zij zich aan Gods Geboden hielden, leefde zij in welvaart en welzijn. Dat was later in hun geschiedenis anders, omdat zij zich toen bogen voor allerlei afgoden en God hadden verlaten. Zoals ook wij God hebben verlaten en ons buigen voor allerlei afgoden; zoals geld, onze eigen zinnelijkheid, waardoor wij allerlei ziektes oplopen, die daarmee verband houden, roem en eer en 'belangrijke' posities in de wereld. Maar heel veel mensen hebben God en Zijn Leer en Geboden volledig verlaten. Daarom is onze samenleving in allerlei noden gestort en zijn wij bezig collectief zelfmoord te plegen, door onze liefdeloze wetten - legale moorden bijvoorbeeld - en het binnenlaten van grote groepen mensen, die onze samenleving willen vernietigen en hun eigen, heidense leer, met dwang willen opleggen. Die mensen, die dit willen doen, zijn niet onze naasten, want zij hebben geen enkel respect - laat staan liefde - voor hen die hen voeden. Christenen hebben de boodschap van naastenliefde en verzoening meegekregen. Maar dat gaat enkel goed als de andere partij verzoening toestaat; blijft de tegenpartij onverzoenbaar, dan moet er een 'tot hier en niet verder' klinken. Ook God, hoewel Hij Liefde is, heeft in de geschiedenis van de mensheid menig maal deze woorden laten klinken; soms door de vernietiging van hele volkeren, omdat zij zover van Hem waren afgedwaald, dat er van een terugkeer geen spraken meer kon zijn. Denk aan Sodom en Gomorra! Onze tijd is erger dan dat deze steden waren; voor hen die blijvend zonder enig berouw God blijven weerstreven op dezelfde wijze en op andere wijzen, is er enkel de hel. Alleen als wij luisteren naar de gezanten van God in Jezus Christus - heden zijn dat Zijn zieners en profeten - en zich met God laten verzoenen, zijn wij gered voor het eeuwige leven in Gods Rijk. Wij zijn de verloren zoon in de parabel in het evangelie van vandaag. De oudere broer zijn die mensen die denken geen bekering nodig te hebben, terwijl zij lang niet altijd in liefde met God en hun naasten leven. Deze mensen zijn dan blind voor hun eigen fouten en gebreken; dus in wat zij zelf fout doen. Zij hebben commentaar als God zich met zondaren bezig houdt, maar zien niet in dat ook zij zondaren zijn. Maar de kinderen van God, die dit wel inzien, hebben geen jaloezie, zoals de oudste broer had, maar verheugen zich, met onze Vader, dat de dode broer weer levend is geworden, dat al diegenen die verloren waren en zijn teruggevonden, gered voor het leven in eeuwigheid; omdat zij omkeerden van hun dwaalwegen en zich bekeerden. Mensen die met blijdschap reageren op de goedheid van onze Vader in de hemel, die zullen hemelbewoners worden en zijn. Wellicht ook bewoners van de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN