Schriftuitleg


Schriftuitleg van 7 januari 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Jesaja 60, 1-6

Sta op, laat het licht u beschijnen, Jeruzalem, want de Zon gaat over u op, en de glorie van de Heer begint over u te schijnen. Want zie, duisternis bedekt de aarde, het donker de volkeren, maar over u gaat de Heer op, en zijn glorie is boven u verschenen. Volken komen af op uw licht, koningen op de luister van uw dageraad. Sla uw ogen op, en zie om u heen: van overal stromen ze naar u toe; uw zonen komen van verre; uw dochters draagt men op de arm. Bij het zien hiervan zult gij met blijdschap worden vervuld, en uw hart zal bonzen en wijd worden van vreugde. Want de schatten der zee gaan over in uw bezit; de rijkdommen der volken worden aan u afgedragen. Een zee van kamelen be­dekt u, jonge kamelen van Midjan en Efa. Alle bewoners van Sjeba trekken naar u toe; ze voeren goud en wierook aan, en verkondigen luide de roem van de Heer.

Tweede lezing Efeziërs 3, 2-3a.5-6

Broeders en zusters, gij hebt toch vernomen hoe zich de genade Gods heeft verwezenlijkt, die mij met het oog op u gegeven is; door openbaring is mij de kennis van het ge­heim meegedeeld, zoals ik het reeds in het kort heb be­schreven. Nooit is het onder vroegere geslachten aan de kinderen der mensen bekendgemaakt, zoals het nu door de Geest is geopenbaard aan zijn heilige apostelen en pro­feten: dat de heidenen in Christus Jezus mede-erfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte door middel van het evangelie.

Lezing Matteüs 2, 1-12

Toen Jezus te Bethlehem in Juda geboren was, ten tijde van koning Herodes, kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het Oosten en vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning der Jo­den? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen’. Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en legde hun de vraag voor waar de Christus moest geboren worden. Zij antwoordden hem: ‘Te Bethlehem in Juda. Zo immers staat er geschreven bij de profeet: En gij Bethlehem landstreek van Juda, gij zijt vol­strekt niet de geringste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman te voorschijn treden, die herder zal zijn over mijn volk Israël. Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen en hij vroeg hun nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was. Daarop zond hij hen naar Bethlehem met de opdracht: ‘Gaat een zorgvuldig onder­zoek instellen naar het kind, en wanneer gij het gevonden hebt, bericht het mij dan opdat ook ik het hulde kan gaan brengen’. Na de koning aanhoord te hebben, vertrokken zij. En zie, de ster die zij in het Oosten gezien hadden, ging voor hen uit totdat ze boven de plaats waar het kind zich bevond stil bleef staan. Op het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde. Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde. Zij haalden hun schatten te voorschijn en boden het geschenken aan: goud, wierook en mirre. En in een droom van Godswege gewaarschuwd niet meer naar Herodes terug te keren, ver­trokken zij langs een andere weg naar hun land.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘Geschenken voor het Kind’. Toen God op Aarde geboren werd in Jezus van Nazareth, Jezus Christus, nodigde Hij allereerst herders en wijzen uit om aan Zijn kraambed te komen. De wijzen brachten kostbare geschenken mee voor het Kind, de Koning der koningen. Geschenken gebruikelijk in die tijd voor het kind van een koning, goud, mirre en wierook. Ook wij kunnen onze geschenken aanbieden aan dit Kind, God die op Aarde kwam. Geestelijke geschenken, zoals geloof in Zijn Leer, het toepassen van deze Leer door onze liefde voor God en onze naasten. Immers, wat wij aan de geringsten der Zijnen gedaan hebben, dat neemt God in Jezus Christus aan als aan Hem gedaan. Voor God Zelf kunnen wij mensen eigenlijk niets doen, Hij heeft niets van ons nodig. Het enige wat wij mensen Hem kunnen geven is onze liefde voor Hem en de wil Hem te gehoorzamen, door Zijn Leer te leven, dus te doen. Maar hoe kunnen wij God lief hebben, die wij niet zien, als wij onze naasten, evenals wijzelf geroepen ware kinderen van God te worden en te zijn, en die wij dagelijks om ons heen hebben niet lief hebben? Hoe kunnen wij God liefhebben als wij een naaste, die in nood is, niet naar beste vermogen uit liefde voor hem helpen? Waar hem staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Maar er is een grens in naastenliefde, welke God voor ons heeft getrokken. Wij hoeven niemand van onze naasten meer lief te hebben, dan ieder van ons zichzelf lief heeft. Wel is het goed dat, wanneer een naaste in nood is, wij de grens opzoeken, maar ook dat wij, uit liefde voor onze naasten, onze egoïstisch eigenbelang opzij zetten om geen onrechtvaardigheid te begaan ten opzichte van een naaste. Daarnaast heeft God onze liefde voor de medemens niet uitgebreid tot alle mensen, maar beperkt tot de mensen om ons heen, mensen die wij kennen of tegenkomen op het pad van ons leven. Wij hoeven ons dus niet verantwoordelijk te voelen wat er in een ander land, of ander werelddeel gebeurd; want daar kunnen ook onze nationale leiders niets aan doen. Wij kunnen aan andere volkeren de Blijde Boodschap, de Leer van Jezus Christus brengen, want daartoe zijn wij wel opgeroepen, maar enkel door deze te verkondigen, niet om dit op te leggen onder dwang of bedreiging. Dat dit in het verre verleden weleens is gedaan – en dat de Kerk van Christus toen daaraan heeft meegewerkt – is waar, maar dan altijd in het belang van een veroverende koning, niet in het belang van de ene ware en levende God in Jezus Christus. God laat elke mens vrij in wat hij wil geloven, zelfs al is dat de grootste nonsens, verkondigt voor de egoïstische doelstellingen van de verkondiger. Maar iedereen, die onzin wil geloven en daarom het ware geloof in God afwijst, is daar vrij in. God heeft zelfs toegelaten dat Hij naar het lichaam gedood werd op een kruis, om ons mensen onze vrije wil te laten en, ondanks deze wreedheid, ons allen te verlossen van de verschrikkingen van de dood. God kijkt enkel naar de liefde van een mens, en meet deze af aan zijn daden. Als de daden goed zijn dan kan iemand in een hemel komen, ongeacht welk geloof hij heeft aangehangen tijdens zijn leven. Zijn de daden slecht, dan wordt in het hiernamaals de prijs ervoor bepaald en komen deze mensen in slechte omstandigheden terecht. Maar hoe kan iemand, die nog nooit van Jezus Christus gehoord heeft, weten wat goed of slecht is in Gods ogen? Welnu, dat kan ieder mens, want alle Geboden van God stemmen overeen met de natuur van de mens. Ieder mens die zijn eigen natuur volgt, die weet vanuit zijn geweten wat goed en wat slecht is en heeft de vrijheid om te kiezen voor het goede en voor het slechte. Dat was al zeer duidelijk bekend bij alle heidense volkeren vanaf de schepping van Adam en Eva en hun eerste nakomelingen. Maar ook bij alle mensen die na Christus zijn geboren. Ook die weten en wisten dat handelen tegen de menselijke natuur in altijd slecht en zondig is, ook als zij geen taalgebruik van zonde hebben. Daarom kunnen ook heidenen opgenomen worden in een hemel, als zij hun leven niet verknoeid hebben door tegen hun natuur in te handelen en hun geween het zwijgen hebben opgelegd. Maar in de hoogste hemel, waar Jezus Christus woont, het hemelse Jeruzalem, kunnen alleen Zijn volgelingen komen, dus mensen die gedoopt zijn en volgens Zijn Leer in liefde hebben geleefd op Aarde. Zij kunnen ook in de hel komen, als zij na hun doop de verkeerde kant op gaan en de Leer van Christus ‘aan hun laars lappen’. Dat is altijd al bekend geweest en vele mensen hebben de Leer van God, ook voor de geboorte van Jezus op Aarde, genegeerd. Vandaar dat Jesaja sprak over de zon, welke boven Jeruzalem op gaat. Jeruzalem betekent de plaats waar God woont. Dat was voor de geboorte van God op Aarde in het aardse Jeruzalem het geval, want daar stond de Ark van het Verbond, waarin God zichtbaar aanwezig was en onder Zijn volk woonde. En altijd al woonde God in Zijn liefde in die mensen, die Hem naar woord en daad volgden. Bij Mozes was zijn liefde voor God zo groot dat hij, zichtbaar voor iedereen, straalde als de zon, waardoor hij genoodzaakt was zijn gelaat met een driedubbele doek te bedekken. Liefde is altijd al de Weg naar God geweest en is ook nu deze Weg. Jezus Christus heeft gezegd: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven’, maar alleen Hij kon en kan dit zeggen, omdat Hij God is. Paulus schreef echter terecht dat, niet alleen hem het geheim is meegedeeld, maar dat vanaf de tijd dat Jezus Christus op Aarde is geboren, ook de heidenen mede-erfgenamen zijn, door de belofte van God in Jezus Christus. Intussen is in de bijna tweeduizend jaar na de geboorte van God op Aarde ontelbare heidenen tot het christendom bekeert en deze bekering gaat nog steeds op grote schaal door. Onze Heer en God is niet voor niets op een kruis, na zware martelingen, gestorven, maar deze ‘graankorrel’ is in de goede aarde van de liefde van ontelbare mensen gevallen en is tot grote bloei gekomen. De wijzen, die Hem zochten, kwamen van verre en vroegen in Jeruzalem om inlichtingen. Herodes wist Wie er geboren was, namelijk de Messias, de Christus, wat Verlosser betekent. De hogepriesters wisten het ook en zij vertegenwoordigden, beweerden zijzelf, God op Aarde. De wijzen vielen op hun knieën voor ook hun Schepper, die als een hulpeloos Kind in zijn wieg, gemaakt van een kribbe, een voerbak voor dieren. De hogepriesters vonden Hem de moeite niet waard om ook door hen Hem hulde te brengen. Herodes had moordplannen, maar God verhinderde dit door te verhuizen naar Egypte. Uit woede liet Herodes alle jongentjes tot en met twee jaar vermoorden in Bethlehem. Maar begrijp het goed: God vluchtte niet, dat Jozef en Maria dachten dat zij vluchtte is menselijk, maar God hoeft nergens voor te vluchten. Maar uit liefde voor Herodes week Hij uit naar Egypte, want als Herodes Jezus had gevonden, dan was het slecht met Herodes afgelopen; God was niet op Aarde gekomen om slechts weken na Zijn geboorte door een heerszuchtige koning vermoord te worden. En tegen de uitgeoefende Macht van God kan niets of niemand ooit op, dus ook Herodes niet. Dat in het oog houdend is het voor ieder schepsel, dus ook voor iedere mens, het allerbeste om God te gaan dienen in liefde en Hem niet tegen te werken; onze daden bepalen hoe wij het eeuwige leven doorbrengen. De weerspannige mensen komen slecht terecht, maar wie God in zijn leven, in alle daden en woorden volgt, die komt in de hemel. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden elkaar daar allemaal te mogen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN

Webmiep Design  De Rips (GemertBakel)