Schriftuitleg


Schriftuitleg van zondag 14 oktober 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Wijsheid 7, 7-11

Ik bad, en inzicht werd mij geschonken, ik smeekte, en de geest der wijsheid kwam over mij. Ik verkoos haar boven scepters en tronen, en in vergelijking met haar beschouwde ik rijkdom als niets; zelfs de kostbaarste steen stelde ik met haar niet gelijk, want alle goud is vergeleken met haar slechts stof, en zilver niet meer dan slijk. Ik hield van haar meer dan van gezondheid en schoonheid, en ik stelde haar boven het licht. Want de glans die zij uitstraalt, verbleekt nooit. Met haar vielen mij alle goederen ten deel, en dankzij haar verwierf ik rijkdommen zonder tal.

Tweede lezing Hebreeën 4, 12-13

Broeders en zusters, het woord van God is levend en krachtig. Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard en het dringt tot het raakpunt van ziel en geest, van gewrichten en merg. Het ontleedt de bedoelingen en gedachten van de mens. Geen schepsel is voor Hem verborgen, alles ligt open en bloot voor Zijn ogen. Aan Hem hebben wij rekenschap af te leggen.

Evangelielezing Marcus 10, 17-30

Toen Jezus zich weer op weg begaf kwam er iemand aanlopen die zich voor Hem op de knieën wierp en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’. Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt ge Mij goed? Niemand is goed dan God alleen. Ge kent de geboden: Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, gij zult niemand tekort doen, eer uw vader en uw moeder’. Hij gaf Hem ten antwoord: ‘Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af’. Toen keek Jezus hem liefdevol aan en sprak: ‘Eén ding ontbreekt u; ga verkopen wat u bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel, en kom dan terug om Mij te volgen’. Dit woord ontstelde hem en ontdaan ging hij heen omdat hij vele goederen bezat. Toen liet Jezus zijn blik gaan over Zijn leerlingen en zei tot hen: ‘Hoe moeilijk is het voor diegenen die geld hebben het koninkrijk Gods binnen te gaan!’. De leerlingen stonden verbaasd over wat Jezus zei. Daarom herhaalde Hij: ‘Kinderen, wat is het moeilijk het koninkrijk Gods binnen te gaan. Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het koninkrijk Gods te komen’. Toen waren zij nog meer verbijsterd en ze zeiden tot elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’. Jezus keek hen aan en zei: ‘Dit ligt niet in de macht der mensen maar wel in die van God: want voor God is alles mogelijk’. Daarop nam Petrus het woord en zei: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen’. Jezus antwoordde: ‘Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen en akkers om Mij en om de blijde boodschap heeft prijsgegeven, of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud aan huizen, broers, moeders, kinderen en akkers, zij het ook gepaard met vervolgingen, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven’.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘Een schat in de hemel’. Een schat in de hemel, de enige schat die onvergankelijk is en er voor altijd zal zijn, is het geestelijk resultaat van ons handelen in liefde voor onze naasten. Liefde is de basis van alles, inclusief het leven zelf. Want God is Liefde en heeft vanuit Zijn Liefde de gehele Schepping gemaakt, geschapen. Zowel de voor onze materiële ogen geestelijke Schepping, als ook de materiële Scheppingen in de gehele oneindigheid. Welnu, omdat de Liefde in God ook Zijn leven is, is de basis van het leven van alle schepselen ook de liefde van hun leven. Alleen de vrije wil bepaald hoe met de ingeboren liefde, wat leven is, omgegaan wordt. Houden wij de schat, welke wij in de hemel kunnen bezitten, reeds hier op Aarde voor onszelf, doordat wij onze liefde voor onszelf reserveren en geen of weinig liefde hebben voor onze naasten, dan is er geen schat in het hiernamaals die daar op ons wacht. Wij hebben de geestelijke schat van de liefde tot God en de naasten hier al omgezet in materiële rijkdommen, welke wij op Aarde moeten achterlaten, bij het verlaten van het lichaam. Er wacht dan in het hiernamaals duisternis en een onbeschrijflijk grote armoede. Wie al, door eigen handelen uit zelfzucht, reeds hier volkomen rijp is voor de hel, die gaat daar direct na de dood van het lichaam ook naar toe. Wie reeds hier rijp is, door zijn grote liefde voor God en zijn naasten, uitgedrukt in daden, voor de hemel, die zal direct na zijn lichamelijke dood in een paradijs of hemel worden opgenomen. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Maar de meeste mensen komen eerst aan in het grote tussenrijk tussen hemel en hel, die wij ook wel het Vagevuur noemen. De ziet er wel heel anders uit dan mensen denken en afbeeldingen van hebben gemaakt. Het tussenrijk is zodanig ingericht dat ieder daar terecht komt, waar hij geestelijk behoort te zijn. Van daaruit kan hij groeien naar de hemel, maar ook steeds slechter worden en alsnog in de hel belanden. Dat is geheel afhankelijk van de liefde voor God en de naasten. Wie in het hiernamaals groeit in liefde zal steeds hemelser worden. Wie zijn kwade streken op Aarde ook in het hiernamaals wil toepassen, en niet leert van de gevolgen welke deze daar hebben, die gaat, gestuurd door zijn liefde en vrije wil, alsnog naar de hel. Dus ook in het hiernamaals zijn er vele instituten om mensenzielen te verbeteren of, bij kwade wil, de weg te laten gaan, welke de ziel zelf graag wil; ook als deze hem eerder onheil dan heil brengt. Ook in het hiernamaals is elke mensenziel volkomen vrij van wil. God in Jezus Christus heeft dat ook aangeduid, toen Hij zei dat er vele woningen in het huis van de Vader zijn. Dus vele manieren om mensenzielen naar de eeuwige gelukzaligheid te leiden, welke in de hemel te vinden is. Duisternis is echter het geestelijke lot van een ieder die God verwerpt, of dat nu in woorden zijn, gevolgd door daden, of alleen in daden. Want God is niet alleen Liefde, maar vanuit het vuur van Gods liefde komt ook het licht van Zijn Wijsheid, welke groter is dan de wijsheid van alle schepselen tezamen. Wie God daarom verwerpt, die verwerpt ook Zijn Wijsheid en daarmee ook al het geestelijke licht. Op Aarde geeft God zonlicht en regen aan zowel de goede mensen als de kwade, boosaardige mensen. Dat is in het hiernamaals niet het geval. Daar geldt dat de mens daar wordt geplaatst waar zijn liefde hem brengt. Wie geen liefde heeft – en daarom geestelijk reeds op Aarde een helbewoner was – is rijp voor de hel, waar geen spoor van liefde is te vinden en de zielen in grote duisternis leven. Wie weinig liefde heeft, die kan in redelijke duisternis, of schemerlicht terechtkomen, afhankelijk van zijn liefde. Wie veel liefde heeft – en daarom in de hemel mag wonen – leeft in een zonovergoten plaats, waar Gods genadezon altijd schijnt. Dat komt omdat de liefde voor God en de naasten ook het licht van de wijsheid voort brengt. Daarom is er in duistere zielen geen wijsheid vanuit God te vinden en in liefdevolle mensen, beiden reeds hier op Aarde, volop ware wijsheid is te vinden. Natuurlijk hebben ook duistere heidense zielen verstand, soms een scherp verstand, en soms een grote geleerdheid. Maar dat is geen wijsheid, zoals die bij God vandaan komt. Vandaar dat koning Salomo, die het boek Wijsheid heeft geschreven, ook erkent dat de wijsheid niet van hemzelf komt, maar hij bad en God schonk hem wijsheid. Zoveel wijsheid en inzicht dat Salomo, tot op heden, bekend staat voor zijn uitzonderlijke wijsheid, welke voor hem en na hem niemand anders heeft gekregen. Salomo laat in het stukje uit zijn boek Wijsheid van vandaag zien wat wijsheid vanuit God werkelijk is: onstoffelijk, maar kostbaarder en begerenswaardiger dan welke materiële stof dan ook. En dat klopt want alleen de ware wijsheid komt van God en is onvergankelijk. Daarvoor is erkenning dat God bestaat wel het allereerste begin. Daarover nadenkend dat God werkelijk alles in alles is, geeft liefde voor God, omdat Hij zo genadig is dat wij mensen Zijn kinderen kunnen worden en zijn, als wij dat maar zelf willen. God heeft de Weg naar de hemel voor ons geopenbaard, opdat wij die kunnen volgen tijdens ons leven op Aarde. Vandaar dat Paulus in de brief aan de Hebreeën ook schreef dat het Woord van God levend en krachtig is, een tweesnijdend zwaard, die doordringt tot in de kern van ons menszijn. En aan God hebben wij mensen, na de dood van het lichaam, rekenschap af te leggen, ongeacht of wij Hem volgden in de daden in ons leven, of dat wij Hem tegenwerkten, door Zijn Weg af te wijzen en onze eigen wegen door het leven te bewandelen. Alle mensen hebben van God uit talenten gekregen; na de dood van het lichaam is de tijd gekomen om daarover rekenschap af te leggen, hoe wij deze talenten gebruikt hebben. De rijkdommen op Aarde zijn zeer verschillend verdeeld; de een heeft veel meer dan dat hij nodig heeft, de ander leeft in tekorten, al dan niet door anderen of door zichzelf veroorzaakt. Wie van God veel materiële rijkdom heeft gekregen, die komt gemakkelijk op het idee dat dit geen geschenk van God was, maar dat hij dit zelf heeft verdiend. In het evangelie van vandaag wordt iemand opgevoerd die rijk was, maar toch de hemel wilde verdienen; niet van God krijgen als genade, maar zelf verdienen. Jezus Christus gaf hem de goede raad om zijn rijkdom onder de armen te verdelen en Hem te volgen. Hij gaf echter de voorkeur aan zijn materiële rijkdom. Daarop heeft Jezus Christus gezegd dat het voor een rijke moeilijker is om in de hemel te komen, dan voor een kameel om door het oog van een naald te gaan. Voor de meeste rijken gaat dit op, want die zijn rijk, zoals deze man rijk was; voor zichzelf niet voor hun naasten. Lazarus was ook rijk en een vriend van Jezus Christus. Maar Lazarus besteedde zijn rijkdom om andere mensen, zijn naasten dus, te helpen, als zij hulp nodig hadden. En zie, voor het soort van rijke mensen, zoals Lazarus, staat de hemelpoort wagenwijd open; want zij doen de wil van God, zij handelen volgens Gods Geboden uit liefde voor God en hun naasten. En die voorwaarde is aan elk mens gegeven; rijk of arm, dat maakt geen verschil. En voor wie daarvoor – om Gods wil te doen – vrouw, kinderen, familie en vrienden verlaat, die kan en zal God zeer ruim zijn verlies vergoeden. Ook dat staat als belofte in het evangelie van vandaag en God doet altijd gewoon wat Hij belooft, al is het niet altijd op de manier die wij mensen denken. Maar zeker is dat wie God lief heeft, Hem volledig vertrouwd en Zijn Geboden in handelen vervuld, die zal ook eeuwig leven in de gelukzaligheid van de hemel. Wellicht ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen terug vinden.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN