Schriftuitleg


Schriftuitleg van 18 februari 2018.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten

Eerste lezing Genesis 9, 8-15

Dit zei God tot Noach en zijn zonen: ‘Nu ga Ik mijn ver­bond aan met u en met uw nageslacht en met alle levende wezens die bij u zijn, met de vogels en de viervoetige die­ren, met alle dieren van de aarde die bij u zijn, met al wat uit de ark is gekomen, al het gedierte van de aarde. Ik ga met u een verbond aan dat nooit meer enig levend wezen door het water van de vloed zal worden uitgeroeid, en dat er zich nooit meer een vloed zal voordoen om de aarde te verwoesten’. En God zei: ‘Dit is het teken van het verbond dat Ik instel tussen Mij en u en alle levende wezens die bij u zijn, voor alle geslachten. Ik zet mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde. Wanneer Ik op de aarde de wolken samenpak, en de boog in de wolken zichtbaar wordt, dan zal Ik denken aan het verbond tussen Mij en u en alle levende wezens, alles wat leven heeft. De wateren zullen nooit meer zwellen tot een vloed om al wat leeft, te verdelgen’.

Tweede lezing 1 Petrus 3,18-22

Broeders en zusters, Christus is eens voor al gestorven voor de zonden - de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen - om ons tot God te brengen. Gedood naar het vlees werd Hij ten leven gewekt naar de geest. Zo ging Hij heen en predikte voor de geesten in de kerker, die eertijds, in de dagen dat Noach de ark bouwde, weerspannig waren ge­weest, terwijl God in zijn lankmoedigheid geduld oefende. In de ark bleven slechts enkelen, niet meer dan acht perso­nen behouden te midden van het water. Dit was een voorafbeelding van het doopwater waardoor gij nu gered wordt. De doop beoogt niet de verwijdering van het licha­melijke onreinheid maar de verbintenis met God van een goed geweten, krachtens de opstanding van Jezus Christus, die ten hemel gevaren zetelt aan Gods rechter­hand, nadat engelen en machten en krachten aan Hem onderworpen zijn.

Evangelielezing Marcus 1, 12-15

In die tijd dreef de Geest Jezus naar de woestijn. Veertig dagen bracht Hij in de woestijn door, terwijl Hij door de satan op de proef werd gesteld. Hij verbleef bij de wilde dieren en de engelen bewezen Hem hun diensten. Nadat Johannes was gevangengenomen, ging Jezus naar Galilea en verkondigde Gods blijde boodschap. Hij zei: ‘De tijd is vervuld en het rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de blijde boodschap’.

Uitleg:

Het thema van deze eerste zondag van de vasten is: ‘Op de proef gesteld’. Elk mens op Aarde wordt op de proef gesteld, want daartoe is ieder van ons op Aarde geplaatst. In de schijnbare afzondering van God zullen wij mensen, uit eigen vrije wil, Gods Geboden onderhouden om daarmee waardig bevonden te worden om in het Rijk van God te komen, na ons leven op Aarde. Wij mensen kunnen niet helemaal zondevrij leven – met als uitzondering Jezus Christus die, omdat Hij God is, nooit heeft gezondigd; dat kŕn gewoonweg niet anders – maar wij kunnen wel willen om zondevrij te leven dan daarvoor ons best doen. Dat doen wij door Gods Geboden – die aan ons mensen zijn geopenbaard – in ons leven en in ons handelen als richtsnoer te nemen. Daarbij dienen wij dan alles te onderzoeken en alleen het goede en ware te behouden en daarmee richting te geven aan ons leven. Want de mens heeft een volkomen vrije wil en een onbegrensd verstand en kan daarmee uitstekend bepalen wat goed en wat slecht is. Mensen, die voor het slechte, het kwade kiezen hebben geen enkele reden om zich ooit te beklagen als de vrucht van hun eigen vrije keuze, dus van hun vrije wil, slecht blijkt te zijn en zij daarom veel moeten lijden; hetzij hier op Aarde, hetzij in het hiernamaals. God wil ons mensen een eeuwig geluk en zaligheid schenken, maar wel volgens Zijn regels, Zijn vooraf bepaalde Orde en Geboden. Wie denkt dat God Liefde is en daarom alles altijd zal vergeven, vergist zich geweldig. Alleen als een mens berouw heeft over zijn zonden en God om genade, barmhartigheid en vergeving smeekt, kunnen zelfs de ergste zonden vergeven worden; maar de mens die zonder enig berouw en wroeging door het leven gaat en, tot aan zijn dood, het kwade blijft nastreven en beoefenen, zal evenveel genade ontvangen als dat hij aan andere mensen heeft gegeven; wat in geval van slechte mensen heel erg weinig is. Want zulke mensen komen niet onder het Vaderschap van God, maar ontmoeten in Hem de Rechtvaardige Rechter, die even onverbiddelijk is, als dat God Liefde is. Zij hebben hun leven op Aarde zelf verspeeld en komen bij de hardnekkige en onverbeterbare zondaars in de gevangenschap van de hel. Elke goede daad wordt weliswaar beloond door God, maar wie ongenadig is ten opzichte van andere mensen, daarvoor is ook God ongenadig. Slecht enkele goede daden kunnen echter wel het verschil uitmaken tussen de hel en het Vagevuur. Wij bidden immers in het Onze Vader: vergeef ons onze schulden, zoals wij ook aan anderen hun schulden vergeven? Dat betekent dat wij worden gemeten met de maat die wij voor andere mensen gebruiken. Wie deemoedig en liefdevol is ten opzichte van zijn naasten, die zal er geen enkele moeite mee hebben om andere mensen hun kwade daden te vergeven en voor hun zielenheil te bidden, met een nederig en oprecht hart. Maar wie God niet wil kennen, die zal bij alle onaangename ervaringen meteen aan wraak denken, die de naaste moet verscheuren en hun gekwetste trots moet goed maken. Zij hebben geen enkel medelijden met andere mensen, zij denken enkel aan zichzelf; hun gekwetste ego, hun nadeel, hun vernedering. Dat zij andere mensen vanuit een gevoel van hoogmoed beledigen, moet volgens hen kunnen, maar zelf beledigd worden kan natuurlijk niet; dat vaagt om wraak en vergelding. En, tenzij deze mensen tot inkeer komen en zelf kinderen van God willen worden, zal God hen oordelen zoals zij zelf anderen oordelen. Want wie geen liefde voor zijn naasten kan opbrengen, die heeft ook geen liefde voor God en veroordeeld zichzelf. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Zo was het vroeger, zo is het nu en zo zal het altijd zijn. De wereld van Noach ging ten onder omdat de mensen van die tijd haat voor God hadden en al Zijn waarschuwingen in de wind sloegen. Daarom liet God ook de gevolgen van hun kwade werken over hen komen en liet toe dat zijzelf hun leefwereld totaal verwoestten, waardoor de Zondvloed ontstond. Niet de gehele Aarde, maar een groot deel van de Aarde werd daardoor verwoest en alle leven werd daar ook gedood. Natuurlijk niet de vissen, maar wel de dieren en mensen die op dit land woonde. Er werden zelfs soorten uitgeroeid, zoals in de lezing van vandaag te leren is. Niet alle dieren, welke in deze uitgestrekte landen leefden, werden dus in de Ark opgenomen. En God beloofde aan Noach – en daarmee aan alle mensen – dat er nooit meer levende wezens door een vloed worden uitgeroeid. Hij beloofde niet dat er geen zware en verwoestende overstromingen zullen komen, waarbij vele mensen en dieren zullen sterven; alleen dat er geen soorten door het water zullen uitgeroeid worden. Daarom heeft God nooit gezegd dat er geen zware rampen zullen plaatsvinden en dat er geen landen, geheel of gedeeltelijk, door zware overstromingen zullen worden vernietigd. In de Eindtijd waar wij nu in zitten, zullen landen en steden getroffen worden door hele zware vloedgolven, die wij aan zien komen maar waarvoor de meeste mensen hun ogen gesloten houden. Bijvoorbeeld is het ijs op Groenland met een ongelooflijk snel tempo aan het smelten; terwijl daar voldoende ijs op ligt – misschien op lag – om de zeespiegel wereldwijd met zeven meter te laten stijgen. Kunt u zich indenken wat dit voor Nederland betekent? En voor de andere, laag gelegen, delen in de wereld aan de kusten van de oceanen en met de oceanen in verbinding staande zeeën? Wanneer God de ijsdammen op Groenland laat doorbreken, dan is dat een wereldwijde ramp van ongeziene proporties. Dit kunnen wij aan zien komen, maar wij steken massaal de ‘kop in het zand’. De enige wijze waarop wij mensen deze komende rampen kunnen milderen – om ze te voorkomen is het te laat – is ons massaal te bekeren tot God en Hem om genade en barmhartigheid te vragen. Zoals Petrus in zijn eerste brief liet zien; God is geduldig en lankmoedig, maar nu is aan Zijn geduld met ons mensen een einde gekomen. Zoals ook in Noach zijn tijd er een einde aan het geduld van God was gekomen en Hij de Zondvloed toeliet te gebeuren. Daarom, bekeert u, laat u dopen in naam van de Drie-ene God: de Vader de Zoon en de heilige Geest en reinig daarmee niet uw lichaam, maar uw hart en uw ziel. Ga dan ook leven als christenen en neem, in deze Vastentijd, de veertig dagen voorafgaande aan Pasen, een voorbeeld aan Jezus Christus die, God zijnde, als Mens ook een tijd van beproeving moest ondergaan in de woestijn van ons ongeloof. Maar wees u niet langer ongelovig, maar gelovig; want net als de tijd van Jezus Christus op Aarde is nu ook het Rijk Gods naderbij en zal spoedig doorbreken, bij de wederkomst van Jezus Christus op Aarde, om te oordelen over levenden en doden. Laat Hij u niet vinden onder de doden, maar bekeert u en geloof in de Blijde Boodschap dat God in Jezus Christus op Aarde is gekomen om ons mensen te redden. Dan zult ook u rijp zijn voor de hemel. Wellicht voor de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen tegenkomen.

Amen.

Cor Huizer

PS: God richt Zich nu tot ons in de eindtijdprofetes, die u kunt vinden op www.hetboekderwaarheid.net



 

HOME   GOD IS LIEFDE EN LEVEN  DE EUROPESE OPLOSSING  SLAVERNIJ IS ECONOMISCHE NOODZAAK  ARTIKEL DAKLOZEN

Webmiep Design  De Rips (GemertBakel)