Religie

Schriftuitleg van zondag 5 november 2023.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten:


Eerste lezing Maleachi 1,14b-2,2b.8-10

Ik ben een grote Koning – zegt de Heer van de hemelse machten – en Mijn naam wordt gevreesd onder de volken. Daarom geldt voor u, priesters, dit besluit: Wanneer gij niet luistert en wanneer gij u niet bekommert om de glorie van Mijn naam – zo spreekt de Heer van de hemelse machten –, dan laat Ik een vloek over u komen, dan vervloek Ik de zegeningen die u gegeven zijn. Gij zijt van de weg afgeweken en hebt door uw lering velen laten struikelen; gij hebt het Verbond met Levi teniet gedaan, – zo  spreekt de Heer van de hemelse machten. Daarom zal Ik zorgen dat gij bij het hele volk verguisd en versmaad wordt, omdat gij Mijn wegen niet hebt bewandeld en uw lering de mensen naar de ogen hebt gezien. Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom bedriegen wij elkaar dan en schenden daarmee het Verbond dat met onze vaderen is gesloten?


Tweede lezing 1 Thessalonicenzen 2,7b-9.13

Broeders en zusters, wij zijn zachtzinnig met u omgegaan als een moede die haar kinderen voedt en koestert. Wij waren u zo innig genegen, dat wij u graag mét het evangelie van God ons eigen leven hadden geschonken; zo lief waart gij ons geworden. Gij herinnert u toch, broeders en zusters, onze moeite en inspanning. Terwijl wij u het evangelie van God verkondigden, hebben wij dag en nacht gewerkt om maar niemand van u tot last te zijn. Daarom danken wij God zonder ophouden, dat gij het goddelijk Woord der prediking van ons hebt ontvangen en aanvaard, niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het Woord van God; en het blijft werkzaam in u die gelooft.


Evangelielezing Mattheüs 23, 1-12

In die tijd sprak Jezus tot het volk en tot Zijn leerlingen: ‘Op de leerstoel van Mozes hebben de Schriftgeleerden en de Farizeeën plaats genomen. Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen, maar handelt niet naar hun werken; want zelf handelen ze niet naar hun woorden. Zij maken bundels van zware, haast ondraaglijke lasten en leggen die de mensen op hun schouders, maar zelf zullen ze er geen vinger naar uitsteken. Alles wat zij doen, doen zij om bij de mensen op te vallen; zij maken immers hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, ze zijn belust op de ereplaats bij de maaltijden en de voornaamste zetels in de synagogen, ze laten zich graag groeten op de markt en willen door de mensen ‘rabbi’ genoemd worden. Maar gij moet u geen rabbi laten noemen. Gij hebt maar één Meester en gij zijt allen broeders. En noemt niemand van u op Aarde ’vader’; gij hebt maat één Vader, de hemelse. En laat u ook geen ‘leraar’ noemen; gij hebt maar één leraar, de Christus. Wie de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn. Wie zichzelf verheft, zal vernederd en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden’.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘In kracht van God!’. In de kracht van God gekregen kunnen engelen en mensen alles, maar zonder die kracht niets bijzonders. Wat alle kracht komt van God. En ja, een mens heeft spierkracht, die hem niet onderscheid van dieren, die deze kracht ook hebben gekregen. Waar hem staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. En ja, elk mens heeft ook een absoluut vrije wil. Daarmee kan hij God welgevallige werken doen, of zijn eigen zelfzucht najagen. Dat zijn de krachten en vrijheden, die elk mens van God heeft gekregen, om die toe te passen naar eigen inzicht en willen. Maar dat wordt niet bedoeld met de term ‘in kracht van God’. Want zie, alle krachten en machten stammen uiteindelijk van God af. En alles wat God in Zijn Schepping heeft besloten, is aan de grenzen van Zijn natuurwetten en morele wetten gebonden. De grenzen van de natuurwetten zijn duidelijk; wij mensen kunnen de zwaartekracht niet opheffen. Evenmin kunnen wij vliegen, zonder uitgevonden hulpmiddelen. Wij hebben van God de intelligentie gekregen, die nodig is om uit te kunnen groeien tot kinderen van God. Daarmee kunnen wij de natuurwetten imiteren en voor ons allen machines maken, die kunnen vliegen, maar ook die ons met grote snelheid  over land en zee kunnen verplaatsen. Daarmee maken wij gebruik van Gods natuurwetten, maar wij kunnen deze natuurwetten niet buitenspel zetten, afschaffen of veranderen. Maar God kan dit wel! En in kracht van God kan een engel, of een mens dit ook, voor zover God hem die kracht verleend. Wij mensen denken vaak dat wij God niet nodig hebben, omdat wij zoveel zelf kunnen, maar dat is een grote misvatting. Ja, wij kunnen ook kwade dingen uitvinden. Zelfs bommen maken, die een hele stad, met alles wat erin leeft, in één klap kan vernietigen. Maar dat kan alleen door gebruik – soms misbruik – te maken van de natuurwetten, welke God oor ons heeft bedacht en klaargezet. Ook kunnen wij mensen heel kwaadaardige plannen uitenken en in toepassing dan gaan. Maar alleen omdat God ons mensen een absoluut vrije wil heeft gegeven, waar wij ook misbruik van kunnen maken. En dat is dan niet gebruik maken van de kracht van God, maar van de kwaadaardige kracht van Satan, die onze zelfzucht en eigenbelangen stuurt, om ten koste van onze medemensen, onze naasten, toe te eigenen wat niet door God aan ons is gegeven. Een inbreker wordt door ons mensen bestraft, maar een rijk mens heel vaak niet. Zodat de rijke denkt dat hij alles mag. Maar zo werkt het niet bij God! Want zie, er bestaan twee soorten goud; het aardse goud en het hemelse goud. Het aardse goud is een mineraal, een metaal, welke God in onze Aarde heeft geplaatst en die wij mensen kunnen delven, in het vuur verrijken, want zuiverder maken en er een grote waarde aan toekennen, vanwege de relatieve zeldzaamheid. Het hemelse goud is de liefde voor God en de medemensen, de naasten. God Zelf is de bron van dit goud, omdat God Liefde is. De liefde is ook het leven, van God en van alle schepselen. Satan, toen nog Lucifer geheten, en zijn volgelingen wilde God niet in liefde volgen, maar hun eigen, zelfzuchtige wegen gaan. Daarom zijn zij allen in de materie gevangen genomen. Mensen van onze Aarde – waar de gevangenis van Satan in is – en  misschien wel daarom ook de geboorte als Mens van God heeft mogen beleven, in de Mens Jezus Christus, zijn allemaal geroepen om kinderen van God te worden en te zijn. Maar wel uit eigen vrije wil! De mens echter, die rijk wil zijn op Aarde, dol is op het aardse goud, maar geen liefde heeft voor andere mensen – en daarom ook niets heeft van het hemelse goud; liefde – die zal na het afvallen van zijn lichaam straatarm zijn. Want in het hiernamaals telt het aardse goud helemaal niet meer, maar alleen het hemelse goud. Maar wie op Aarde geen liefde had voor andere mensen, die heeft helemaal niets van het hemelse goud. Daarom zal hij op een plek terecht komen, waar hij zich thuis voelt. Soort zoekt soort! Hij zal zich het beste thuis voelen daar waar geen liefde is, omdat hij zelf geen spoor van liefde in zich heeft. Omdat hij op Aarde alleen zijn eigenliefde en zijn eigenbelangen heeft gekoesterd, komt hij in het hiernamaals daar terecht, waar zijnsgelijken wonen. Dit geldt voor alle mensen, ook voor die priesters, die meer van het aardse goud houden, dan van het hemelse goud. Via Maleachi heeft God aan hen allen een stevige waarschuwing gegeven. Dat gold voor de priesters van God voor de komst van God in Jezus Christus op onze Aarde, maar ook van de priesters van de christelijke Kerk – nu een ratjetoe van allerlei Kerken – die ook het ene beweren, maar vaak het tegenovergestelde doen. Toen God Zelf op Aarde leefde als de Mens Jezus Christus, werd Hij door de macht van de  priesters van de Tempel te Jeruzalem, dankzij de zwakke landvoogd Pilatus, aan een kruis geslagen en gedood. Na Zijn dood en verrijzenis duurde het een gering aantal eeuwen, toen Zijn Leer vervalst werd, omdat de zuivere Leer van God in Jezus Christus de priesters te weinig aards goud op bracht. De vervalste leer bracht meer aards goud op. Dat Paulus, de apostel voor de heidenen, hen het goede voorbeeld had gegeven, hoe het wel moest, verwaarloosden zij, wel in hun eigen belang, maar niet in het belang van de gelovigen waaraan zij leiding gaven. En helaas nog steeds geven. Paulus gaf hen de Leer van God in Jezus Christus voor niets en hij verkondigde dan ook de zuivere Leer. Want zelfs voor zijn lichamelijke levensonderhoud werkte hij zelf en wilde niemand tot last zijn. De Leer die Paulus verkondigde was dan ook de zuivere Leer, die Jezus Christus ons mensen had gegeven. Maar voor de priesters van onze tijd geldt, zoals door de geschiedenis van Gods Kerk bijna altijd gegolden heeft, wat Jezus Christus zei over de schriftgeleerden en Farizeeërs van Zijn tijd. Natuurlijk zijn daarmee niet alle priesters veroordeeld; er zitten ook echte priesters onder; het graan tussen het onkruid in. Maar God kent elk mensenhart en weet van iedereen in hoeverre die mens Zijn Leer en Geboden onderhoudt, doet dus, en in hoeverre het eigenbelang de hoofdrol speelt. In de tijd dat God besloot om als Mens op Aarde geboren te worden, dreigde de gehele Aarde voor God verloren te gaan, doordat er weinig of geen liefde voor God en de medemensen, de naasten meer was. Nu, na bijna tweeduizend jaar, moet Jezus Christus wederkomen – nu niet als Mens, maar als God – om te oordelen over levenden en doden. Ook nu is de wederzijdse liefde onder ons mensen nagenoeg verdwenen. Want ook nu geldt in het algemeen over de priesters: Luister wel naar hun woorden, maar kijk nier naar hun daden, want zijzelf volgen hun eigen woorden niet op in de praktijk van het leven. Daarom zal Jezus Christus wederkomen, nadat Hij al Zijn vijanden van de Aarde heeft verwijderd. En Zijn wederkomst zal voor 2030 plaatsvinden. Maar wij mensen gaan eerst nog door een verschrikkelijke tijd, want nu regeert Satan, door middel van zijn aardse aanhang. Wie zich aan God vast klemt, Zijn Leer en Geboden doet en op Hem zijn vertrouwen stelt, die zal door God gered worden van veel narigheid op Aarde en voor het eeuwige leven. Die zal, na dit leven op Aarde in een hemel komen. Wellicht ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf nu leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen tegenkomen.

Amen.

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2024
Ontwerp en hosting Maartens automatisering