Religie

Schriftuitleg van zondag 24 juli 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten: 


Eerste lezing Genesis 18, 20-32

In die dagen zei de Heer: ‘Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op! Uitermate zwaar is hun zonde! Ik ga naar beneden om te zien of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep die tot Mij is doorgedrongen; Ik wil het weten’. Toen gingen de mannen op weg in de richting van Sodom. De Heer bleef echter nog bij Abraham staan. Abraham trad op Hem toe en zei: ‘Wilt Ge werkelijk met de boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen? Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij die dan verdelgen? Zult Gij de stad geen vergiffenis schenken omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen? Zoiets kunt Ge toch niet doen: de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven! Dan zou het de rechtvaardigen vergaan als de boosdoeners; dat kunt Ge toch niet doen! Zal Hij die de hele aarde oordeelt, geen recht laten geschieden?’. En de Heer zei: ‘Als Ik in de stad Sodom vijftig rechtvaardigen vind, zal Ik omwille van hen de hele stad vergiffenis schenken’. Abraham begon weer en zei: Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken, ofschoon ik maar stof en as ben? Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf; zult Gij dan toch om die vijf de hele stad verwoesten?’. En Hij zei: ‘Ik zal haar niet verwoesten als ik er vijfenveertig vind’. Opnieuw sprak Abraham tot Hem: ‘Misschien zijn er maar veertig te vinden’. En de Heer zei: ‘Dan zal Ik het omwille van die veertig niet doen’. Nu zei Abraham: ‘Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog eens aandring: misschien zijn er maar dertig te vinden’. En de Heer zei: ‘Ik zal het niet doen als Ik er dertig vind’. Abraham zei opnieuw: ‘Ik ben wel vrijpostig als ik bij mijn Heer blijf aandringen; maar misschien worden er maar twintig gevonden’. En de Heer zei: ‘Ook omwille van die twintig zal Ik de stad niet verwoesten’. Abraham zei nogmaals: ‘Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog één keer spreek, misschien zijn er maar tien te vinden’. En de Heer zei: ‘Ik zal de stad niet verwoesten, zelfs al zijn er maar tien’. 


Tweede lezing Colossenzen 2, 12-14

Broeders en zusters, in de doop zijt gij met Christus begraven, maar ook met Hem verrezen door uw geloof in de kracht van God die Hem uit de dood deed opstaan. Ook u die dood waart ten gevolge van uw zonden en door uw morele onbehouwenheid heeft God weer levend gemaakt met Hem. Hij heeft ons al onze zonden vergeven. Hij heeft de oorkonde verscheurd die met haar bezwarende bepalingen tegen ons getuigde. Hij heft haar vernietigd en aan het kruis genageld. 


Evangelielezing Lucas 11, 1-13

Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem: ‘Heer, leer ons bidden. Zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft’. Hij sprak tot hen: ‘Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, en vergeef ons onze zonden, want ook wij vergeven aan ieder die ons iets schuldig is. En leid ons niet in bekoring’. Hij vervolgde: ‘Stel, iemand van u heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander van binnen uit dan antwoorden: Val me niet lastig; de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het u te geven? Ik zeg u, als hij niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt verkrijgt; wie zoekt vindt; en voor wie klopt doet men open. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt zal hij hem in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus - ofschoon ge slecht zijt - goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen’. 

Uitleg: 

Het thema van deze zondag is: ‘Vraagt en u zal gegeven worden’. Vraagt en u zal gegeven worden, is al een ervaring uit de vroege kindertijd. Natuurlijk zijn de vragen van klein kind heel eenvoudig; wat te drinken bij dorst, wat te eten bij honger/trek in eten, wat lekkers, zoals een koekje of een snoepje, een stukje speelgoed en een kind is al helemaal tevreden. Daarom luidt het spreekwoord terecht: een kinderhand is snel gevuld. Bij volwassen mensen ligt dat wel anders. Zij, die alleen het materiële als waarde willen zien, die hebben vaak nooit genoeg; de bodemloze put van hun hebzucht kan nooit gevuld worden en, ook al hebben zij overvloedig, zij hebben daarom nooit genoeg. Hun god  zijn de materiële dingen, die op Aarde weliswaar als iets waardevols geldt, maar in werkelijkheid helemaal geen eeuwigheidswaarde hebben. Want al kan een mens zwemmen in zijn geld, machtig is vanwege zijn positie en in alles zijn zin krijgt op Aarde, zelfs een grote loods volgestouwd heeft met goudstaven, dan nog kan hij daarvan niets mee nemen naar het hiernamaals, bij zijn lichamelijke dood. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Alles komt in de handen van andere mensen. Want in het eeuwige leven, het hiernamaals, is niets materieels van waarde, het enige kapitaal, het enige goud met eeuwigheidswaarde is de liefde. Dat is het enige wat een mens mee neemt naar het hiernamaals, niets anders. Wees daarom geen dwaas, die zijn liefde hangt aan iets wat geen waarde heeft voor de eeuwigheid, namelijk eer, roem, een hoge positie in de wereld en een heleboel geld en aardse goederen. Maar vraag aan God wat u werkelijk nodig hebt. Natuurlijk heeft een mens materiële dingen nodig om op Aarde te leven. Vraag God om wat u werkelijk nodig heeft en God zal het u geven. Want God geeft aan elk schepsel de voeding die het nodig heeft en zeker aan alle mensen die op Hem vertrouwen. Dit heb ik zelf in mijn leven ervaren; ik heb rijke tijden gekend en arme perioden, maar ook in arme perioden heb ik altijd voldoende gekregen om van te leven. Als ik iets werkelijk nodig had, dan was het er, dan was er ofwel geld, ofwel iemand die mij hielp. Maar nog belangrijker is de vraag aan God om Zijn Geboden en Leer goed te begrijpen, opdat de eigen vrije wil daarop gericht kan worden in daden en een mens op weg gaat, met Gods hulp, naar het ware kindschap van God. En ja, het is een marathonloop over een smalle en doornige weg. En soms komen er obstakels op de weg, die onoverkoombaar lijken. Maar niet zijn, omdat met Gods hulp kan alles worden overwonnen. Maar wat is deze weg door het leven? Dat is het, door alle moeilijkheden en problemen heen het volgen van God in Jezus Christus, die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Anders gezegd; het is het vechten tegen de eigen duistere kant van ieders eigen karakter. Want, hoewel elk mens is geroepen om een echt kind van God te worden en daarna te zijn, zit er in elk mens niet alleen de eigenschappen van de hemel, maar ook de eigenschappen van de hel. De kant van het licht en liefde zijn de hemelse eigenschappen, maar er is in elke mensenziel ook een duistere zijde, die uit de hel stamt. En om die zwarte kant van een mensenziel onder de controle van zijn liefde te brengen – wat enkel kan met Gods hulp – is vaak een mensenleven te kort. Gelukkig heeft God daarin voorzien, door een groot tussenrijk te scheppen, tussen hemel en hel in, wat wij katholieken het Vagevuur noemen. En daarin kan een ziel alles wat van de Aarde is meegenomen, maar niet in de hemel thuishoort, kwijtraken. Natuurlijk, omdat de absoluut vrije wil in de ziel blijft, kan een mensenziel ook de andere kant op bewegen en vrijwillig voor de hel kiezen, maar over die trieste gevallen wil ik het verder niet hebben. Want het zalige leven in een hemel trekt mij meer aan, dan de diepe ellende van de hel. Evenals dat de hel meerdere niveaus heeft, heeft de hemel dat ook. De hoogste hemel, het hemelse Jeruzalem, de plaats waar ook God in Jezus Christus woont, is ook de plaats van Zijn echte, waarachtige kinderen. Diegenen die, vanwege gebrek aan liefde, niet verder kunnen komen dan een lagere hemel, die leven ook in zaligheid, maar zijn en blijven schepselen, tot in oneindigheid. Want het leven in het hiernamaals is bedoeld voor iedere mens, ongeacht waar hij dit doorbrengt, om geen einde te kennen, zoals ook God geen einde kent. God Zelf heeft ook geen begin gekend, maar alle geschapen wezen, engelen en mensen, kenden wel een begin, misschien heel lang geleden of korter geleden, maar God wil dat er geen einde komt aan hun bestaan. Het sprookje dat alles is afgelopen na de lichamelijke dood, is een leugen; na de lichamelijk dood komt een einde aan het aardse leven, aan het materiële bestaan, maar dan pas begint het oneindige eeuwige leven. Om de twee uitersten te nemen; in de hel is dat een arm en zeer ellendig leven, in de hemel een leven in overvloed en zaligheid. Onze eigen daden brengen ons mensen waarheen onze liefde ons voert. Wie liefde heeft voor God en zijn naasten, zijn medemensen, die komt beter terecht dan die alleen zichzelf en zijn aardse bezittingen lief heeft. Daarom ook volgen uw eigen daden en beslissingen op Aarde u na. Tegenwoordig is het op Aarde erger gesteld dan in de tijd van Abraham met Sodom en Gomorra. En deze steden zijn toen verwoest, door Gods hand. Abraham had God en zijn medemensen lief en hij pleitte bij God om deze steden te sparen. Van de gehele stad had God aan tien rechtvaardige mensen genoeg, om de hele stad niet te verwoesten. Maar er was er maar één; Lot, een neef van Abraham en die werd gespaard. Wat denkt u, zou God onze Aarde, die zo zondig geworden is, dat daarmee vergeleken Sodom en Gomorra als heilige steden waren, ons in deze Eindtijd, vlak voor de wederkomst van Jezus Christus op Aarde, sparen?  Ik denk het niet! Enkel al met gewoon verstand geredeneerd, is het waarschijnlijker dat onze huidige ‘beschaving’, die een barbarij is geworden, zal verdwijnen voorgoed en met deze tijd ook alle mensen, die weigeren zich tot God en Zijn Geboden en Leer te bekeren. En dat heeft God, vroeger en nu, altijd al gezegd dat Hij zal doen en God liegt nooit. Alle mensen die bereid zijn om uit de dood van hun zonden op te staan, door een geloof in daden in God in Jezus Christus worden gered voor de eeuwigheid. Onze morele onbehouwenheid wordt dan omgezet in liefde voor God en onze naasten, en zo worden wij gered van de dood door onze zonden en levend gemaakt en God vergeeft daarbij onze zonden. Maar daarvoor zullen wij wel moeten beginnen te bidden en te vragen naar hemelse zaken. Liefde is de sleutel tot Gods hart, omdat Hij zelf Liefde is. Liefde is de toegang tot de hemel en het paradijs. De moordenaar, die samen met Jezus Christus gekruisigd werd en Hem om genade bad, werd vergeven en zou diezelfde dag met Hem in het paradijs komen. En vergeving wacht elke zondaar die oprecht bid tot God om barmhartigheid en genade en vergeving van zijn zonden. God is oneindig barmhartig en wie Hem oprecht zoekt, die zal Hem vinden, wie om Zijn barmhartigheid vraagt, zal verkrijgen en wie bij Hem aanklopt in liefde, zal worden opengedaan. Maar de mens moet het wel zelf willen en doen, uit eigen vrije wil en volkomen eerlijk en oprecht zijn. Maar dan kan ook de zwaarste zondaar nog een hemel bereiken. Wellicht ook de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen. 

Amen. 

Cor Huizer.

 









© Cor Huizer 2022
Ontwerp en hosting Maartens automatisering